Filmkeuze 2016

Het nieuwe jaar is alweer een week oud maar de POM Magazine redactie keek toch nog even terug naar het filmjaar 2016. Hieronder de voorkeuren van Polly Parker, Bert van der Zee, Lydia Verhoef en Josine Boven.

Zootopia (regie: Byron Howard, Rich More)
Omdat deze tekenfilmfabel annex politiethriller van Walt Disney Pictures, de grappigste scène bevat die Bert van der Zee ooit in een film zag.

Arrival (regie: Denis Villeneuve)
“Thinking people” sci-fi schijnt het genre te heten waaronder men Arrival wil scharen. Dat de film emotioneel raakt kan komen door de goede regie, of simpelweg omdat de metafysische overpeinzingen een dieper intuïtief verlangen raken.

Men & Chicken (regie: Anders Thomas Jensen)
Weliswaar vaker goor, grof en pijnlijk dan niet. Maar de slimme slapstick ondertoon maakt niet dat je wegkijkt maar juist meer wilt, veel meer.

Wild (regie: Nicolette Krebitz)
Een surrealistisch verhaal van een jonge vrouw die zichzelf vindt door in een vinex flatgebouw samen te gaan wonen met een levensgevaarlijke wilde wolf. In Duitsland veroorzaakte de film opschudding en controverse. Tja, het is dan ook geen Roodkapje. Knap acteerwerk van Lilith Stangenberg (foto).

La fille inconnue (regie: de gebroeders Dardenne)
Jonge arts voelt zich schuldig over de dood van een tienermeisje en heeft hierover wroeging. Op haar zoektocht naar vergeving laat de film zien wat de troosteloosheid van Luik typeert, dat goede daden een goed mens maken en dat goede mensen dingen laten waardoor mensen dood gaan.

A bigger splash (regie: Luca Guadagnino)
Weliswaar in 2015 geproduceerd, maar pas in 2016 te zien in de bioscopen. Een remake van de klassieker La Piscine, met in de hoofdrol een narcistische echtgenoot van een wereldberoemde rockidool die haar stem verloren is. Erotisch gedraai om een zwembad met een sprakeloze Tilda Swinton en een Ralph Fiennes die tot deze film nog nooit gedanst had.

Labyrinth (regie: Jim Henson)
Eind januari 2016, vlak na het overlijden van David Bowie was in de Pathé theaters in Nederland, Labyrinth weer te zien met de superster in de hoofdrol. Gekozen vanwege de hoge factor jeugdsentiment.

Nocturnal Animals (regie: Tom Ford)
Omdat in deze thriller de lelijkheid van mensen ingenieus verpakt wordt in glanzend cadeaupapier. Net als in Arrival, speelt Amy Adams de hoofdrol.

The Red Turtle (regie: Michael Dudok de Wit)
De Nederlandse animator, Michael Dudok de Wit, toont de avonturen van een schipbreukeling die aanspoelt op een onbewoond eiland. Zo ontroerend simpel kan schoonheid zijn.

La La Land (regie: Damien Chazelle)
Musical, veel zingen en nog meer dansen. Weinig is zo on-sexy als tapdansende mannen,…tot Ryan Gosling ermee begon.

Dankjewel filmjaar 2016!

Wat is het toch met mannen en rotjes?

Er zijn van die typische echte mannendingen, waar alleen de bezitters van een Y-chromosoom lol aan lijken te beleven. Eén van de dingen die mij al van jongs af aan bezig houdt is het fenomeen rotjes. Ze maken herrie, stinken en verder doen ze niets. Behalve je verwondingen bezorgen als je niet uitkijkt. Geen van allen positieve eigenschappen lijkt mij. Dus wat hebben mannen toch daarmee?

Mijn broertje en zijn kompanen waren er al op de rijpe leeftijd van 7 jaar mee bezig. Met zakken vol rotjes in groepjes de buurt onveilig maken, een spoor van knallen achter zich latend. Ze gingen in afvoerputten, in containers, in de sloot, in de brievenbus, werden ingegraven met blikjes er bovenop, aan elkaar getapet; hun vindingrijkheid in de zoektocht naar de ultieme knal leek oneindig.
Ik hoor nog het extatische: “zoooooo heeeeee!” van de jochies als er weer zo’n bom een putdeksel deed klapperen of een conservenblikje opblies. En dan het wedstrijdje wie hem het langst in zijn hand durfde te houden. Met een aangemeten nonchalance werd zo’n ding dan op het laatste moment achteloos neergegooid. Vervolgens een dappere poging om geen spier te verrekken terwijl ze op hun gemakje wegsjokten als dat ding afging.
Ik snapte er toen al geen jota van. Ik werd absoluut niet extatisch van die knallen. Sterker nog, ik werd schijtensbang rond oud en nieuw, omdat je nooit wist of zo’n groepje net een rotje voor je voorband zou gooien wanneer jij langsfietste. Want oh, wat was dat leuk, zo’n live gillende keukenmeid. Ik werd er alleen maar pissig van.

Oké, laten we ons proberen te verplaatsen in de psyche van schooljongetjes.
Kattenkwaad, iets dat een klein beetje verboden is. Van mamma mag het niet, mamma vindt het zelfs helemaal niet leuk, tja, dat maakt het natuurlijk extra aantrekkelijk. Dat zou misschien de aantrekkingskracht van illegaal vuurwerk kunnen verklaren: hoe verbodener des te leuker en spannender. Of is het misschien ook wel machogedrag met iets potentieel gevaarlijks? Per slot van rekening begint die pikorde-selectie al zodra ze kunnen lopen. Kunnen de schatten niet helpen, het is oerinstinct. Dat waaghalzerige gedrag met die dingen is daarmee ook verklaarbaar: degene met het meeste lef (die de brievenbus van de meest sacho buurman opblaast bijvoorbeeld-iedere buurt heeft wel zo’n boeman) is de leider van het spul. Dan territorium afbakenen. Mmm. Kan ook nog meespelen: ‘die van de straat verderop’ moeten zich vooral niet op ons speelterreintje wagen.

Maar wat is dan in Godsnaam het doel van zo’n ding in een hondendrol steken en die lanceren? Want dat deden die smeerlappen ook. Het schijnt nog steeds een hobby te zijn van de huidige generatie rotjochies. Ik kom er niet uit.
Gewoon kwajongens en – vooruit – puberaal gedrag? Maar waarom houdt het dan niet op als ze ouder worden? Er wordt nog steeds door hele legers mannen likkebaardend naar de vuurwerkfolders uitgezien, eindeloos gewikt en gewogen welk vuurwerkpakket dit jaar aangeschaft zal worden. En oh jongen, als dan die klokwijzer richting 12 schuift zijn ze niet meer te houden. Aansteeklonten (vroeger peuken) en lege flessen staan al vanaf de vroege avond in de aanslag, er kan nog net even een Nieuwjaarszoen af en dan weten ze niet hoe snel ze buiten moeten gaan spelen. Kinderen erbij geen bezwaar: een pa-zo leermomentje lijkt de pret alleen maar te verhogen. Jong geleerd…

Als volwassene kan ik een mooie vuurpijl wel waarderen, ook als ie een flinke knal geeft. Maar wat de lol is van een duizend- of miljoenklapper ontgaat mij volledig. Ben je nou een Chinees, dan zou het nog gezien kunnen worden als een cultureel fenomeen: daar is het een traditie om boze geesten weg te jagen met zoveel mogelijk herrie. Maar de laatste periode waarin wij ons nog bewust met boze geesten bezighielden ligt ergens in de vroege Middeleeuwen. Kan me niet voorstellen dat het daar nog vandaan komt.
Ho! Stop! Rewind naar de knaltraditie, want die hebben wij ook. ‘Twents vuurwerk’ in de volksmond, oftewel carbidschieten. En niet alleen bij Oud en Nieuw, ook bij andere feestelijkheden, zoals bruiloften. Ik heb me zelfs laten vertellen dat een stel Achterhoekers het meenam naar Le Mans om daar de camping bleu te verblijden met rondvliegende melkbusdeksels. Je zal er maar staan met je peperdure karretje of oldtimer. Hoe het werkt: Prop een melkbus vol met carbid en een beetje water, en dan is het de sport om het deksel er met een zo hard mogelijke knal af te schieten. Het fenomeen staat zelfs op de lijst van Nederlands erfgoed. Ja, u leest het goed. Maar waarom het een traditie is nergens terug te vinden. Waarschijnlijk een overblijfsel uit de Germaanse tijd waarin we ons nog wél bezig hielden met geesten, maar niemand geeft uitsluitsel.

Terug naar de psyche van grote mannen gekoppeld aan rotjes.
Ik kan natuurlijk de wagenwijd openstaande deur intrappen: dat mannen gewoon nooit geheel volwassen worden, maar dat is een beetje te gemakkelijk en te feministisch generaliserend. Bovendien wil ik het echt snappen. Niet afdoen met zo’n dooddoener. De historie van vuurwerk induiken, biedt ook slechts gedeeltelijk soelaas: sinds de uitvinding van het buskruit is het in vredestijd usance om de kunde met het goedje te demonstreren. Daar vinden onze vuurwerkshows hun oorsprong. Zijn we weer terug bij machtsvertoon dan wel territoriumdrift: waag het niet om ons aan te vallen, want kijk eens hoe goed wij zijn! Of moeten we het loskoppelen van het gedrag van de jochies en het zien als een manifestatie van de homo ludens? Speelgoed voor volwassenen?

Het blijft van mijn kant allemaal giswerk. Dus hebben we het mannen uit verschillende leeftijdscategorieën gevraagd: wat maakt rotjes leuk?
Ik stak rotjes af als puber, omdat ik…eh…een puber was en moest rebelleren. Nu niet meer. Volwassen mannen die graag rotjes afsteken willen misschien gewoon niet opgroeien. Anderen willen gehoord worden: ik maak lawaai, dus ik besta.”
“Ze ontploffen, ze hebben kracht en dat doet dingen ontploffen, maken lawaai.”
“Ze laten andere mensen schrikken en het is het anticiperen op het schrikken wat het leuk en spannend maakt. Het liefst moeten rotjes ergens in zodat het lawaai en het effect van ontploffen groter wordt. Ze moeten gebundeld worden, zodat ze nog meer lawaai maken en dingen doen ontploffen.”
“Het is gewoon supergaaf zo’n duizendklapper. Weet niet waarom, het is een soort wow-gevoel.”
“Mijn moeder haatte ze en wilde niet dat ik eraan mee deed. Daarom deed ik het juist wel denk ik.”
“Gewoon cool met je vriendjes samen, het heeft iets stiekems. Ergens ingooien en dan snel wegrennen als de knal komt. De angst dat je betrapt wordt omdat je iets doet dat eigenlijk niet mag.”
“Ook wel dat het een beetje gevaarlijk is. En altijd leuk als meisjes dan schrikken.”
“Het heeft ook iets te maken met indruk op meisjes maken. Althans, jongens denken dat het indruk maakt op meisjes.”

Noot bij de laatste twee: Als ze indruk willen maken op de meisjes slaan de jongetjes echt helemaal de plank mis. Schrikken en gillen is gelijk aan aandacht, denken jullie dat echt, jongens? Ik geef jullie op een briefje dat je er niet veel indruk mee zal maken. Eerder het tegendeel.

Maar ja, die antwoorden. Wat mij betreft is de uitslag op zijn minst onbevredigend te noemen. Verder dan een soort omschrijvingen van een soort manifestaties van een soort onderbuikgevoel komen we niet.

Als de mannen het waarom zelf niet eens kunnen beantwoorden, moeten we misschien maar gewoon concluderen dat er verschillen tussen man en vrouw zijn. En dat we zoiets instinctiefs van de andere sekse helaas nooit helemaal zullen kunnen begrijpen. Zie het indruk maken op meisjes.
I rest my case.

AAG

AAG

Ondergronds kantoor in het bos

In een bos bij Madrid ligt het ondergrondse kantoor van het Spaanse architectenbureau SelgasCano. Het gebouw is niet meer dan een langwerpige horizontale buis en de muur en het plafond van het bovengrondse gedeelte zijn doorzichtig. Zittend achter hun bureaus, krijgen de medewerkers het idee dat ze buiten tussen de bomen aan het werk zijn. En als ze overwerken, zien ze bij helder weer de sterrenhemel.

Gezellig toch?

Tijdens mijn studie volgde ik het vak politieke theorieën. Klinkt gortdroog, ik weet het. Maar de Ierse prof had absoluut zijn roeping als stand-up comedian gemist, wat zijn colleges tot een waar feest maakte. Volgens hem waren er twee Nederlandse woorden in de politicologie waar geen vertaling voor mogelijk is en die overal ter wereld gebezigd werden: apartheid en verzuiling.

Een ander Nederlands woord heeft inmiddels ook internationale bekendheid verworven: gezellig. Onvertaalbaar. Probeer maar eens: gemütlich of cosy dekken de lading gewoon niet helemaal. Daarbij mis je dat Oer-Hollandse sausje waarmee het overgoten is, de kneuterigheid. Het bij de kachel met een kop chocolademelk en een op de achtergrond pruttelende pan erwtensoep je bevroren schaatstenen ontdooien-gevoel, zeg maar. Kerst is de ultieme tijd voor gezelligheid, vindt men. Of je het wilt of niet. Zo loop ik al sinds 5 december met een setje oordoppen rond tijdens het shoppen. Een goede Christmas Carol, à la. Maar tegenwoordig wordt iedere artiest gepusht om dè kersthit te produceren en die staat dan met alle andere last Christmassen non-stop op non-stop repeat bij Sky Radio. In iedere winkel. Want kerstsfeer. Gezellig. Alsjeblieft zeg.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de huisaankleding met kerstkransen en -stukjes, of de verbijstering die je ten deel valt als je niet aan een kerstboom doet. Waarom zou ik? Hij staat drie weken verschrikkelijk in de weg naalden te ruien en extra stofzuigbeurten te veroorzaken terwijl ik minimaal de helft van de tijd niet thuis ben. En alles is ineens alleen maar verkrijgbaar in rood, wit of zilver. Of eeuwig groen. Waar staat die kleurwet genoteerd? Vorige week heb ik stad en land afgespeurd naar paars/roze lelies die wel bij mijn interieur passen, maar niks, nakkes, nada. Ze zijn er hooguit in de graftakkenvariant. En dat is zelfs mij te gortig om een beetje geur in huis te halen die niet verplicht naar dennen ruikt.

Dan nog de kadootjes stress waarvoor extra koopavonden worden ingesteld, waar we massaal gezellig voor de stad in gaan. Wacht eens… hadden we niet een paar weken voor Kerst al een kadootjes dingetje? Traditie? Iets met maan door de bomen, een stoomboot en schoorstenen? Is dit niet weer het zoveelste uit een Anglo-Saksisch gebied overgewaaid commercieel feest-iets (zie Halloween en Valentijnsdag)? Vorige week was het trouwens foute kersttruiendag op alle kantoren. Doet in eerste instantie – heel gezellig – denken aan mijn lieve oma die vanaf september de blaren op haar vingers zat te breien om alle kleinkinderen onder de boom een gloednieuwe trui te kunnen geven. De mijne was Noors. Heel mooi met sterren en in mijn kleuren: aubergine en roze. Maar op Kersttruiendag moet ie lelijk zijn. Rendieren die kerstballen braken, sneeuwpoppen met kerstmuts en een buitenboord bungelend oranje wormvormig aanhangsel waar je vooral niet bij na wilt denken, alles mag. Waarom zouden we in vredesnaam deze Britse gewoonte om collectief voor schut te lopen adopteren? Ook daar is iets op bedacht: je doet het voor het goede doel erachter. Voel je hem? Die zachte dwang?

En dan heb ik het nog niet gehad over het eten. Eén kersttafel is al gedekt: verplicht gourmetten, want dat vinden we hier in Nederland nou eenmaal gezellig. Hoe je die andere dag dan nog gezellig een vijfgangendiner op tafel moet zien te krijgen? Want ook dat hoort zo. Minstens één culinair verantwoorde uitspatting. De supermarkt app lijkt soelaas te bieden: kies je menu, tap ‘zet alles op mijn lijst’ en volg de kookinstructies op je tablet. Ook jij kan een chef zijn. Jahaa, dat dacht je. Er zijn in jouw regio honderden mensen die dat ook bedacht hebben. En die dus allemaal voor dat ene exclusieve ingrediëntje gaan. En daar is niet op ingekocht, dus grijp je mis in die overvolle supermarkt één dag voor Kerst. Eeeeh! Geen herkansing, morgen is ie dicht! En aangezien we te moe zijn om zelf na te denken over een alternatief, en allang niet meer kunnen koken zonder hulp van de stap-voor-stapvideo, breekt dan echt de paniek uit. Om maar niet te spreken over de logistieke uitdaging van wat, wanneer, met wie moet worden gegeten. Drie of vier (groot-) ouderstellen is tegenwoordig doodnormaal.

Ik zeg: doe niet mee aan dit opgelegde gekkenhuis. Zet in plaats daarvan je apparaten uit, spreek een voicemail in dat je gezellig Kerst aan het vieren bent en zet een out-of-office reply op al je mailadressen met dezelfde boodschap. Begraaf je in bed, met dat boek waar je nooit aan toe komt en kook die grote pan erwtensoep. Sta op wanneer je wilt, mijd de theaters, bioscopen en concertzalen waar iedereen verplicht kerstfilms en voorstellingen zit te kijken -als de pest. Maak in plaats daarvan een thermosfles met warme chocolademelk om je gezelschap te houden tijdens een wandeling in de natuur waar je anders nooit tijd voor hebt. Want we moeten al zoveel, zijn constant overwerkt en overvoerd. Moeten we nou ook nog verplicht gezellig zijn en door een additionele stresshel gaan om dat te bewerkstelligen? Voor je het weet krijgt het eenzelfde negatieve bijsmaak als die andere twee onvertaalbare woorden van mijn Ierse prof. Laten we het vooral gezellig houden.

AAG
AAG-klein

Wereldplek – Biënnale Venetië 2015

“All The World’s Futures” is het thema van de 56ste Kunst Biënnale die afgelopen mei in Venetië is geopend. Een Biënnale in een stad die voornamelijk bezig is met het behoud van alles wat gebouwd is in het verleden. Hoe divers de interpretaties ook zijn, “All The World’s Futures” laat de toekomst doorschemeren in al wat getoond wordt aan maakbaarheid, retrospectie, context en poëzie. Inga Schneider deelt haar impressies.

De Biënnale onderzoekt de invloed van de maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke realiteit op de creatieve expressie van beeldend kunstenaars. Artistiek directeur Okwui Enwezor heeft de curatoren van de deelnemende landen gevraagd met deze boodschap aan de slag te gaan. Het resultaat is zo divers als de wereld waarin we vandaag leven.
In het Cyprische paviljoen laat de kunstenaar Christodoulos Panayiotou in de tentoonstelling “Two Days After Forever” de instrumentele rol zien van de archeologie in de verhalen van onze geschiedenis. Terwijl in het Canadese paviljoen, Canadassimo wordt getoond van het kunstenaarscollectief BGL; een fantasie Shopping-Kosmos uit nostalgische tijden. Bij aanraking is het voor bezoekers onmogelijk om de waspoederpakken helder te zien omdat ze vervagen en zich oplossen in nevelige beelden.
Het Griekse paviljoen daarentegen, is een soort meditatieve installatie die bezoekers leidt langs alles wat de internationale kunstwereld te bieden heeft om vervolgens terecht te komen bij een Griekse leerlooier. De verhalen uit zijn leven vertragen het tempo van het bezoek. Niet alleen via verhalen en filmbeelden krijgen mensen een idee van zijn leven; in het paviljoen is zijn werkplaats helemaal nagebouwd.

Locatie is vaak bepalend voor de beleving van beeldende kunst. In de laatste 120 jaar is er in Venetië veel gebouwd om de tentoonstellingen te huisvesten. In 2009 is er een nieuw gebouw bijgekomen voor het Padiglione Italia, het Italiaanse paviljoen, en het oude paviljoen is sindsdien omgedoopt tot Central Pavilion. In het naburige park staan de paviljoengebouwen die de afgelopen 120 jaar door zo’n 29 landendeelnemers zijn gebouwd en die als thuisbasis dienen voor nationale tentoonstellingen. De tentoonstellingen van de rest van de 87 deelnemende landen zijn te zien in het Arsenaal, in diverse paleizen en in speciaal voor de gelegenheid opgestelde tijdelijke locaties.
Sommige van de bestaande locaties echter, hebben dit jaar een tijdelijk metamorfose ondergaan. De installatie met de titel “The key in the hand” van de Japanse Chiharu Shiota transformeert het Japanse paviljoen en fascineert bezoekers door poëzie en vlijt. Het paviljoen is doortrokken met een enorme hoeveelheid rode draden waaraan tienduizenden sleutels hangen die afkomstig zijn uit de hele wereld.
Het Duitse paviljoen heeft zichzelf opnieuw uitgevonden met tijdelijke vloeren die nieuwe ruimtes creëren. Curator Florian Ebner heeft kunstenaar Tobias Zielony uitgenodigd om deze ruimtes te gebruiken. In zijn werken spelen de migratie van foto’s en van mensen de hoofdrol. Zielony fotografeerde in Duitsland vluchtelingen en stuurde de foto’s naar het land van herkomst van deze mensen waar lokale auteurs vervolgens een artikel schreven voor elk van de foto’s. De artikelen en de foto’s zijn gepubliceerd in lokale kranten en tijdschriften. Om het effect van context en perceptie te benadrukken worden de artikelen los van de foto’s getoond.
Armenië heeft gebruik gemaakt van de voordelen van een stad die historische gebouwen koestert. Op een eiland gelegen voor Venetië, in een eeuwenoud Armeens klooster, toont het Armeense paviljoen kunstwerken waarin de Armeense identiteit, in het heden en verleden, thuis en in de rest van de wereld, wordt onderzocht. Het kreeg de prijs voor het Beste Nationale Paviloen, de Gouden Leeuw.

Natuur ontbreekt niet op deze Biënnale; de Nederlandse bioloog en kunstenaar herman de vries toont in het Nederlandse paviljoen een scala aan objecten uit de natuur, terwijl het Franse paviljoen werk van Céleste Boursier-Mougenot toont, een installatie van drie gemotoriseerde pijnbomen. Verder is de Biënnale niet zonder controverse geweest. De Turks-Armeense kunstenaar Sarkis vertegenwoordigt officieel Turkije terwijl zijn werk ook getoond wordt in het Armeense Paviljoen. En een kunstenaar die IJsland vertegenwoordigt richtte een kerk in als een moskee. Na lokale protesten moest alles afgebroken worden. Gelukkig blijven alle andere tentoonstellingen nog te bezichtigen tot eind november.
Biënnale Venetië 2015, tot 22 november.

Tekst: Inga Schneider en Regina Fluyt
Fotografie: Inga Schneider

Koninklijke Prijs 2015- grensoverschrijdend en actueel

Tweehonderdvijfentwintig beeldend kunstenaars dongen dit jaar mee naar de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Vrijdag, 9 oktober, reikte Koning Willem-Alexander in het Paleis op de Dam de prijs uit aan vier van de vierentwintig jonge talenten die doorgedrongen waren tot de laatste ronde. De laureaten van 2015 die elk een bedrag van 6.500 euro ontvangen voor de verdere stimulering van hun loopbaan in de beeldende kunsten zijn: Rabi Koria (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, 2015), Joost Krijnen (Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam, 2014), Lennart Lahuis (De Ateliers, Amsterdam, 2013) en Jouni Toni (Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam 2015).

In zijn toespraak ging de koning niet alleen in op het feit dat kunst grensoverschrijdend is (twee van de laureaten zijn afkomstig uit respectievelijk Syrië en Finland). Hij brak ook een lans voor de kunst door te benadrukken dat de Nederlandse musea jaarlijks meer bezoekers trekken dan het betaald voetbal. Vanzelfsprekend kon deze uitspraak op bijval rekenen van de genomineerde kunstenaars en de genodigde galeriehouders en kunstliefhebbers. Juryvoorzitter Benno Tempel, directeur van Gemeentemuseum Den Haag, roemde in zijn voorwoord de hoge kwaliteit van de inzendingen van dit jaar. Uit zijn toelichting viel op te maken dat criteria als figuratie, multiculturaliteit en actualiteit leidend waren geweest bij de selectie van de winnaars.

Hoewel beide toespraken op het eerste gezicht vooral van politieke correctheid leken te getuigen, toont de expositie van alle genomineerde werken dat de jury een goed oog heeft voor trends in de eigentijdse beeldende kunst. Rabi Koria is bijvoorbeeld niet alleen tot winnaar uitgeroepen, omdat hij een Syriër is die in zijn werken verslag doet van wat er in zijn geboorteland gebeurt; hij is ook representant van een steeds groter wordende groep kunstenaars die ongeacht hun nationaliteit een duidelijke behoefte voelt om te reflecteren op maatschappelijke ontwikkelingen. Ook de minimalistische figuratie van Jouni Toni, de nonchalante tekenstijl van Joost Krijnen en het tot mysterieuze monochromen herleide onderzoek van de Westerse beeldcultuur door Lennart Lahuis vallen binnen stromingen die recentelijk op (post-)academies te bespeuren waren.
De expositie in het Paleis op de Dam waar tot 16 november het werk van genomineerden en winnaars te zien is, geeft hiermee een gevarieerd en actueel beeld van de eigentijdse kunst die op dit moment in Nederland gemaakt wordt.

Tekst: Thierry Reniers

4x Avontuur Ontbijt in Amsterdam

Voor de nieuwe POM Magazine serie – Ontbijtspecial- beet Jasmijn Schrofer de spits af, of liever gezegd, ze beet in pancakes en vloerbrood. Jasmijn ging in Amsterdam op onderzoek uit, speurend naar avontuur op het ontbijtbord. Haar verslag van een zoektocht.

Café Cook, James Cookstraat Amsterdam
Ik ben toch altijd licht teleurgesteld als ik precies dat krijg wat ik verwacht. Ik laat mij namelijk graag verrassen. Dat geldt voor verjaardagen, maar zeker ook voor café-restaurants. Wie zich daarin herkent moet gauw naar Café Cook gaan. Beschouw je het ontbijtmenu als jouw verlanglijstje, dan overtreft Café Cook al jouw verwachtingen met het cadeautje waar je om gevraagd hebt. Op aanbeveling van de chef gingen we voor vloerbrood Portobello met brokkelkaas en Ribeye met ei. Het was boven alle verwachting: een smaakbommetje van alles wat op ons bord prachtig gepresenteerd werd.

Bediending: complimenteus
Kaart: rijk
Eten: als een koning
Locatie: achter de Jan Evertstraat aan een dorpspleintje bij een kerk
Sfeer: rustgevend
Prijs: verdient een fooitje
Cijfer: the best

Café DS, Doctor Jan van Breemenstraat, Amsterdam
Café DS is onderdeel van De School, een verzamelplaats voor: een club, een café, een restaurant én een sportschool. Maar laat je niet afschrikken. Ook al is clubing niets voor jou en heb je een hekel aan sporten, Café DS is een echte aanrader. De locatie is zowel binnen als buiten goed uitgerust met een terras, bar, grote zithoek, koffietafel en natuurgroen. Je wordt blootgesteld aan een universele subcultuur van techno en kunstenaars. En het ontbijt? De ontbijtgerechten hebben een spannende twist. De gepocheerde eieren zijn gepimpt met een vleugje miso, wat het een lichte unami-smaak geeft; de clubsandwich met zalm is gekruid met kerrie en belegd met zuur. Net even anders dan wat je zou verwachten van een ontbijtgerecht.

Bediening: je beste vrienden back in the 90ties
Kaart: vleugje oriëntaals
Eten: minimalistisch complex
Locatie: industrieel
Sfeer: bij DS kom je in een familie terecht
Prijs: medium rear, tegen de bovengrens
Cijfer: een verborgen parel

Pension Homeland, marine terrein, naast het Scheepvaartmuseum
Het vroegere officiersonderkomen op het voormalige marine terrein is nu open voor alle rangen. De plek is omgeturnd in Pension Homeland: een hotel en een bar & restaurant. “Ga daar kijken”, tipte een vriend. Het zetje wat ik net nodig had, want ik zou het anders nooit bij Pension Homeland hebben gezocht om mijn honger te stillen. Maar nu was ik op avontuur. Ik was blij verrast te zien dat Homeland na de renovatie zijn eigenzinnige sfeer heeft behouden vol kleur, volume en glans. En nu ik een paar dagen later weer terugdenk aan mijn ontbijtje daar, waardeer ik meer en meer het roereitje met avocado op knapperig brood. Pure eenvoud en vakmanschap.

Bediening: nonchalant
Kaart: eenvoudig
Eten: lief in harmonie
Locatie: oubollig doch hip
Sfeer: robuust met uitzicht
Prijs: fair
Cijfer: ik kom zeker terug, maar dan in avondsferen

Lotti´s, Herengracht, Amsterdam
Niets kan zo deprimerend zijn als een hotelontbijtzaal, zo’n muizige salle de dejeuner. Niet bij Hotel Hoxton, daar plof je op een bank bij Lotti´s. Het knappe van Lotti´s is dat je helemaal niet doorhebt dat je in een kelder, annex hotelbalie, annex café-restaurant zit. Het is een urban retro huis- en eetkamer waar iedereen aanwaait om te werken, te eten en te roddelen. Op Lotti´s ontbijtlijst overheersen de klassieke internationale eiergerechten. Hoewel de verleiding van moderne gerechten met klinkende namen als Grilled Grapefruit, Overnight Oats en Coconut Chia Pot, groot is gaan we voor traditioneel. We nemen de Blueberry Pancakes en Lotti’s Benny: gepocheerde eieren op toast met hollandaise saus en zalm. De smaken zijn zacht en neutraal, waardoor extra’s als zeezout, blueberries en bacon schitteren in smaak.

Bediening: young profs vol hartelijkheid
Kaart: klassiek
Eten: donzig zacht
Locatie: 21st century grandness aan de Herengracht
Sfeer: urban beautiful
Prijs: medium rear
Cijfer: onze bordjes met brood en pancake volledig schoongeveegd

Fotografie: Jasmijn Schrofer

De erfenis van de weduwe van Indië

In de jaren ’50 kwamen meer dan 100.000 Indische Nederlanders veelal noodgedwongen naar Nederland. Met heimwee naar hun verloren land vestigden velen zich in Den Haag, wat de stad de titel ‘weduwe van Indië’ opleverde. Zestig jaar na dato lijkt verdriet over hun ‘ballingschap’ plaats te hebben gemaakt voor trots op hun herkomst. Zo viert de Pasar Malam (inmiddels Tong Tong Fair) op het Malieveld elk jaar het culturele erfgoed van de Nederlandse Indiërs en presenteerde het Filmhuis Den Haag vorig jaar de expositie ‘Toko Times’ van fotograaf Jaimie Peeters. Omdat de toko misschien wel de meest zichtbare erfenis is van de ‘weduwe’ – Den Haag telt niet voor niets de meeste toko’s van Nederland -, bezocht Thierry Reniers voor POM Magazine er vier, verspreid over de residentie.

De oudste
Toko Toet op de Haagse Beeklaan is de oudste toko van de stad. Twee generaties Jansens hebben zich hier toegelegd op de keuken uit Midden-Java, wat de zoetere smaken verklaart die de gerechten typeert. Achter een etalage met Amsterdamse School kenmerken ligt een bescheiden, blinkend schoon zaakje met een paar tafeltjes aan het raam en een vitrine met gerechten dwars achterin. Nog een paar planken aan de linkerwand met ingrediënten voor de ‘thuiskokkies’ en je hebt heel Toko Toet gezien. Dit oudste Indonesische eethuisje van de stad moet het duidelijk meer van zijn reputatie hebben dan van formaat of opsmuk. Hoewel er tijdens ons bezoek maar één tafeltje bezet is, vinden de afhaalgerechten gretig aftrek. De ajam panggang en de sayur lodeh zijn de specialiteiten van het huis en vooral het eerste gerecht blijkt een reden om hier terug te komen. Niet om gezellig ter plaatse te tafelen, want daarvoor leent de ruimte zich niet bijzonder goed. Wel om verse, authentieke Javaanse gerechten van zeer hoge kwaliteit af te halen en daar thuis van te genieten.

De onopvallendste
Aan Bogor, gelegen op de hoek van het Koningsplein en de van Swietenlaan, loop je gemakkelijk voorbij. Dit Indonesische huiskamerrestaurant is dan wel genoemd naar de voormalige hoofdstad van Nederlands-Indië (beter bekend als Buitenzorg), grootstedelijke pretenties heeft het Haagse Bogor niet. Het eethuis bezit niet eens een website en dat is juist zijn charme. Je waant je eventjes ver in het oude Indië, of tenminste in een Nederlandse voorstelling daarvan, compleet met verschoten sarongs en wajangpoppen. Een traditionele rijsttafel is waarvoor je Bogor bezoekt: 16 gerechten, veel vlees, lekkere pindasaus en alles mild gekruid. Leuk weetje: alles wat je niet meer kunt opeten, wordt voor je ingepakt om mee naar huis te nemen.

De modernste
Sticky Rice, gelegen op de begane grond van het ultramoderne winkelcentrum New Babylon naast het centraal station van Den Haag, richt zich op een verrassende combinatie van de Indonesische en Aziatische keuken. In een grote, glazen vitrine staan allerlei gerechten uitgestald die je kunt bestellen om mee te nemen of ter plekke op te eten, aan een paar tafeltjes of in een apart restaurantgedeelte. Op de menukaart staan kant-en-klare maaltijden bereid volgens recepten uit de keukens van Bangkok tot Bali. De geserveerde porties zijn precies goed en met een authentieke smaak. De vele soorten ijsthee en het Aziatische bier, dat met een ijskoud bierglas geserveerd wordt, maken de eetervaring bij Sticky Rice compleet.

De beste
Volgens Indoweb, dat jaarlijks een lijst met de beste Indonesische toko’s en afhaalrestaurants publiceert, is Toko Si-Pentje in de Merkusstraat in Bezuidenhout in 2015 de beste toko van Nederland. In de ruime, smetteloze winkel van Ventje Pallencaoe (Si-Pentje betekent letterlijk ‘dat ventje’) is het dan ook stampvol. Er zitten eters aan de paar tafeltjes aan het einde van de lange ruimte die nog het meest weg heeft van een bakkerswinkel en voor de lange toonbank staat een rij wachtenden letterlijk tot buiten op straat. Toch heerst er bij Si-Pentje een serene rust. Elke klant krijgt de volledige aandacht en de bediening neemt uitgebreid de tijd om de gerechten te selecteren, op te warmen en te verpakken. Een half uur in de rij staan om hier iets te mogen bestellen, is dan ook geen uitzondering. Maar de klanten hebben het ervoor over en wij ook, als we uiteindelijk de specialiteit ‘Nasi Bungkus’, verpakt in bananenblad, proeven. Vers, perfect op smaak en authentiek Indisch. Voor Si-Pentje rijd je niet alleen een blokje, maar gerust een hele stad om.

Tekst: Thierry Reniers
Fotografie: Jasmijn Schrofer

Patat poëten

Wat hebben patat en poëzie met elkaar te maken? De enige link die je misschien zal leggen, is dat het allitereert. Maar in de stad Groningen lukte het toch om deze twee werelden met elkaar in contact te brengen: tijdens het Patat Poëten festival afgelopen januari. Marije de Boer bezocht voor POM Magazine dit bijzondere festival en geeft een impressie.

Samen met andere onwetende Groningers liep ik donderdagmiddag, niets vermoedend, een patatzaak binnen. Iedereen was aan het wachten op de frieten. Niets ongewoons toch? Maar plotseling stond iemand op met een papier in de hand en las een kort gedicht voor. Eerst werd een gedicht over een tv voorgelezen en daarna een gedicht over niets minder dan: patat. De ruimte werd voor de verandering niet alleen gevuld met een sterke lucht van zoute patat, mayonaise en gebakken uitjes; woorden gaven ook geur en kleur. Dit smaakte naar meer, niet alleen mijn smachten naar patat werd vergroot, ook mijn nieuwsgierigheid naar deze gedichten en hun dichters. Het was te vergelijken met een avondvierdaagse. Ik liep van de ene plek naar de andere, waar patatliefhebbers overvallen werden met gedichten. Iedere patatzaak had zijn eigen charme; een marktkraampje op de Grote Markt verving een deel van de koude lucht met warme patatwalmen terwijl een andere patatzaak meer leek op een moderne hipstertent. Zo kreeg ieder gedicht op elke plek een andere dimensie. De gedichten die werden voorgelezen in een typische snackbar, waar frikadellen tentoongesteld worden in vitrines met groene franjes eromheen, kregen de volle aandacht van zowel onverwacht als verwacht publiek. Vijf verschillende dichters lazen hun gedichten voor. Op de achtergrond liet de frietboer de frieten sissend in het vet zakken. Etende patatbezoekers keken verbaasd op, ze wisten zich niet helemaal een houding te geven.

Bij de patat marktkraam op de Grote Markt was het staand luisteren in de koude lucht en dat gaf een andere draai aan de gedichten. Of bezoekers aandacht hadden voor het gedicht hing volledig af, met wat voor doel ze naar de patatkraam waren gekomen. De gedichtenliefhebbers probeerden zich te focussen op de woorden, maar de mengeling van koude wind met de zoute patatlucht stal een deel van de woorden en daarmee de aandacht. Voor Groningers en toeristen die alleen voor de patat waren gekomen, ging het net even anders. Wederom werd er verbaasd opgekeken naar de dichter die zijn woorden uitsprak. Maar nu trok juist het gedicht de aandacht, en niet de patat. Afwachtend, maar geïnteresseerd werd er vanuit de ooghoeken van nieuwsgierige patatliefhebbers toegekeken naar wat er gaande was. En dat was nou precies de bedoeling van dit festivalletje: de aandacht trekken van patatliefhebbers, van mensen die normaal gesproken niet vaak in contact komen met poëzie. Poëzie staat vaak te ver van het bed. Het Patat Poëten festival wilde daarin verandering brengen. In plaats van het publiek naar poëzie toe te trekken, werd de poëzie naar het publiek gebracht. Naar een pop-up podium waar iedereen welkom is om een klein hapje poëzie te proeven. Met een beetje mayo graag.

Tekst: Marije de Boer
Foto: Henx Fotografie