Austin- een vreemde eend in de Texaanse bijt?

Toen POM Magazine mij vroeg om een interview te doen voor een artikel over Austin, met de in Austin woonachtige Nederlandse beeldend kunstenaar Steef Crombach was ik een beetje verbaasd. De ziel en sfeer achterhalen van een stad in Texas? Een Amerikaanse staat waaraan het beeld van cowboys, red-necks en behoudenheid kleeft? Daarbij, ik wist helemaal niets van Austin. Maar daar is verandering in gekomen. Steef Crombach (Maastricht, 1992) woont en werkt in Austin en she lives the Austin life! In dit artikel legt ze uit wat Austin volgens haar zo bijzonder maakt.

Steef, je komt al een paar jaar naar Austin. Kun je mij iets vertellen over deze stad?
Austin is de hoofdstad van Texas. Dat is eigenlijk vreemd, want Houston is een veel grotere stad. Austin is ook helemaal niet conservatief, wat vaak het geval is bij steden waar een bestuurlijk apparaat gevestigd is. Austin is juist heel liberaal en opvallend anders dan de rest van Texas. Er wordt wel eens gezegd dat ieder mens in zijn eigen bubbel leeft. Dat je alleen mensen ontmoet die dezelfde lifestyle en opvattingen hebben als jij. In Austin is die bubbel en de grens van die bubbel voelbaar en zichtbaar. Zodra je maar 40 minuten uit Austin rijdt kom je bij kleine dorpen waar je het traditionele Texas tegenkomt. En dat is echt wel het tegenovergestelde van wat je in Austin ziet.

Waarom is Austin anders dan de rest van Texas?
Het is een intellectuele stad en een echte tech stad vanwege de University of Texas Austin met meer dan 50.000 studenten. Er zijn dus heel veel jonge mensen. Verder komen er het hele jaar door mensen naar Austin vanwege de muziek. Dat zijn mensen uit liberale steden als New York en San Francisco, die hier allemaal naartoe reizen. Het motto van Austin is: Keep Austin Weird. Nu is dat niet meer zo heel relevant, maar vroeger was dat anders. De hippies kwamen in de jaren 60/70 speciaal naar Austin. Vanaf die periode is ook de muziek naar Austin gekomen. De meeste ouders van de mensen die ik hier ken en die hier wonen, zijn nog steeds hippie. Dat krijgen hun kinderen natuurlijk allemaal mee. Organische producten kopen is hier doodnormaal. Het eerste filiaal van de organische supermarktketen, Whole Foods Market, startte in Austin. En die is er nog steeds.

Ik wist niet dat Austin zo’n muziekstad is.
Er wordt van bars, restaurants en hotels verwacht dat ze constant live muziek hebben. Als muzikant kun je heel makkelijk rondkomen van je optredens. Er komen daarom veel muzikanten naar Austin waardoor het muzikale aanbod groeit en daarvoor komen mensen weer naar Austin. Het is een cirkel die zichzelf in stand houdt. Verder zijn er veel jaarlijks terugkerende muziekevenementen zoals South-by-South-West en Austin City Limits. En om de twee weken is er het gratis festival, Blues On The Green, waar iedere keer zo’n 8000 mensen op afkomen. Dit soort gratis festivals heb je hier eigenlijk bijna wekelijks.

Austin ligt aan de rivier de Colorado. Wat merk je daarvan in de stad?
De natuur hoort bij de stad Austin. In de stad zijn veel mooie natuurlijke bronnen met ijskoud water en zeldzame salamanders. Barton Spring Pool is zo’n bron annex zwembad dat uiteindelijk doorstroomt in de Colorado rivier. Men kan er de hele dag in de zon rondhangen en topless zonnebaden, wat heel on-Amerikaans is. In Amerika zijn mensen over het algemeen erg preuts. Maar je mag er niet eten en alleen maar water drinken. Naast Barton Springs liggen de Barking Springs, omdat je daar je hond mag meenemen. Je ziet de segmenten van de samenleving naast elkaar liggen met een klein metalen hekje ertussen. Enerzijds het natuurlijke zwembad met water drinkende bezoekers en anderzijds een afwatering waar honden mogen rondlopen en mensen alcohol drinken en harde muziek draaien. Vanuit die waterbronnen kun je gemakkelijk door het stadscentrum roeien of kajakken op de Colorado rivier. Je vaart dan uiteindelijk onder de Congress Bridge, ook wel de vleermuizenbrug genoemd omdat er zoveel vleermuizen huizen. Zoveel zelfs, dat de lucht zwart kleurt wanneer ze s ’avonds uitvliegen.

Vertel eens over de buurten en wijken in Austin? Hoe verschillen die van elkaar?
Het State Capitol gebouw was tot voor kort het hoogste gebouw in Austin, omdat niks in de stad hoger mocht zijn dan het Capitol gebouw. Maar die regel is 10 jaar geleden opgeheven. Alle wolkenkrabbers van de skyline van Austin zijn dus 10 jaar of jonger. Over het algemeen is er veel laagbouw in Austin. Je hebt vaak het idee dat je in een bungalowpark bent.
Het uitgaansleven in de historische kern is in East 6th street, een straat met barretjes met balkons waar je op mag staan. Vlakbij East 6th street is Rainey street. Het verhaal gaat dat een vrouw daar ooit in haar woonhuis een bar is begonnen. Dat liep zo goed dat de hele buurt besloot hetzelfde te doen. Dus in Rainey street staan woonhuizen die nu bars zijn. In de binnenstad van Austin vind je ook moderne appartementsgebouwen met een zwembad op de binnenplaats. Verder zijn er heel veel hotels. Die hebben meestal een zwembad op de bovenste verdieping. Vaak mogen niet-hotelgasten daar ook zwemmen.

Iets buiten het uitgaanscentrum is een historisch district, Clarksville, met huizen die meestal maar één verdieping hoog zijn, een voorportaal met pilaren hebben en op enorme grasvelden staan. In het oostelijke gedeelte van de stad, East Austin, woonde tot voor kort vooral mensen met minder geld. East Austin wordt nu overspoeld met galeries, musea en andere creatieve initiatieven die de binnenstad ontvluchten vanwege hoge huren. In East Austin staat veel bebouwing uit de jaren 60/70. Het is er best wel vervallen, maar de bewoners doen heel veel aan hun huis met verf. Je ziet huizen in alle mogelijke kleuren, soms zelfs met mozaïek bekleed. De meeste jonge mensen wonen een ring verder verwijderd van de binnenstad, een wijk met allemaal appartementencomplexen. Dat zijn soms enorme gebouwen met een zwembad en een gezamenlijk wasruimte. Om deze complexen heen wordt dan een soort nieuw centrum gecreëerd met een grote supermarkt en winkels. En dan maken ze er een mooi park bij. Een voorbeeld van zo’n centrum is The Domain. Dit soort voorprogrammeerde sociale plekken werkt niet echt in Nederland, maar in Austin wel.

Wat merk je eigenlijk nog van de cowboy cultuur in Austin?
Er zijn cowboys in Austin: mensen te paard die een kleine boerderij hebben in de buurt van het historische centrum. Verder zie je country dancing in sommige bars en saloons. Maar cowboys zijn vaak republikeinen, denk aan guns en het ruwe leven. Dat vind je veel meer buiten Austin. Aan de andere kant, wanneer ben je een cowboy? Ik werk soms voor een brouwerij op het land net buiten Austin, waar ze hun eigen hoppe verbouwen. Als je dan buiten op het veld aan het werk bent, dan zijn lange mouwen, een lange broek, een hoed, handschoenen, zo’n typische cowboy zakdoek voor je neus tegen het stof, en hoge laarzen vanwege de slangen gewoon noodzaak. Dus je ziet er precies uit als een cowboy, terwijl het allemaal functionele kleding is die je beschermt en die je nodig hebt voor je werk.

Hoe noem je iemand die geboren en getogen is in Austin?
Een Austinite en je bent pas een Austinite als je in Austin geboren bent. Omdat zoveel mensen uit andere steden naar Austin verhuisd zijn, zijn er daar niet zo veel meer van. De geboren en getogen Austinites zijn nuchter en rustig. Ze geven al vanaf de eerste ontmoetingen een meer realistische weerspiegeling van hun karakter. Je hebt niet van die beleefdheidsvormen waar je omheen moet draaien. En je hoeft niet te raden wat ze nou bedoelen. Op zich hele vriendelijke mensen, nuchter en een sterke band met de natuur.

Illustratie: Auke Triesschijn

Steef Crombach- a Dutch woman in Austin

Drie jaar geleden ging de Nederlandse beeldend kunstenaar Steef Crombach naar Austin, vlak nadat zij in 2014 de Stroom aanmoedigingsprijs had gewonnen. Ze besloot die te gebruiken om op onderzoek te gaan in Texas naar het typische Amerika.

Steef Crombach (Maastricht, 1992) stelt alledaagse thema’s en banale objecten centraal in haar werk. Amerika, het land van de ultra consumptie, sluit daarop naadloos aan. Ze kwam terecht in Austin, een stad waar mensen veel interesse hebben in kunst en graag een kunstwerk in hun huis hebben van de kunstenaar die ze net persoonlijk hebben gesproken.

Steef heeft een verftechniek uitgevonden waarmee ze dubbelzijdige doeken maakt. Hierdoor kunnen de schilderijen gebruikt worden als space dividers en kunnen ze als installaties gepresenteerd worden. De scheidslijn tussen fine art en crafts, en de vast omlijnde ideeën hierover zijn voor haar een inspiratiebron voor het materiaalgebruik.

In haar werken onderzoekt Steef Crombach de patronen en objecten die onze dagelijkse omgeving vormgeven en die misschien wel deel zullen zijn van ons collectief geheugen, wanneer we later op deze tijd terugkijken. Klaartje Til sprak met Steef over de stad Austin, een liberale oase in het conservatieve Texas. In het artikel, Austin- een vreemde eend in de Texaanse bijt? kun je lezen waarom deze stad zo bijzonder is.

www.steefc.com

Architect-Ryan van Kanten

Toen Ryan van Kanten zo’n 15 jaar geleden begon aan zijn loopbaan als architect had hij nou niet de ambitie om een ziekenhuisarchitect te worden. Maar in de loop der jaren schonken zorgprojecten hem heel veel werkplezier. “Bij het ontwerpen van een zorggebouw gaat het om de beleving van mensen die niet graag naar bijvoorbeeld een ziekenhuis gaan”, zo vertelt hij in een interview met POM Magazine. “Het gaat om de invloed die wij architecten kunnen uitoefenen om het een prettiger ervaring te laten zijn. Die uitdaging geeft een extra lading aan je ontwerp.” Met een decennium aan werkervaring in zorgprojecten op zak, klopte Van Kanten (foto) 5 jaar geleden aan bij het Nederlandse architectenbureau, Mecanoo. “Bij Mecanoo waren ze net begonnen aan het nieuwe Zaans Medisch Centrum in Zaandam en ik wilde daar heel graag aan meewerken. Zij konden mij goed gebruiken omdat Mecanoo nog niet veel ervaring had in het bouwen van ziekenhuizen. Nou dat kwam eigenlijk mooi uit”, vertelt hij lachend.

In een ziekenhuis ontworpen door Ryan van Kanten verdwaal je niet. Zijn gebouwen zijn duidelijk, herkenbaar en makkelijk te begrijpen. “Ik begin altijd met een herkenbare structuur in het gebouw door middel van daglicht en uitzicht”, zo vertelt hij. “Mensen moeten meteen begrijpen waar ze naartoe gaan. We hebben het hier over een zorggebouw zoals een ziekenhuis of verpleeghuis. Dat moet je bij alle keuzes die je als architect maakt in gedachte houden. Een verpleeghuis bijvoorbeeld moet voelen als een thuis. Ik wil dat thuisgevoel benaderen. Een gebouw moet niet een gezicht zijn waarachter het allemaal gebeurd, maar in alle vezels van het gebouw moet het voor een gebruiker kloppen: je prettig voelen, prettig werken of prettig wonen. Daar heb je als architect best wel invloed op”. Hoeveel invloed kun je lezen in het artikel Zorgzaam gebouw, waarin Ryan van Kanten in een interview met Klaartje Til uitlegt waarom het voor hem de normaalste zaak van de wereld is dat een gebouw verzorgend moet zijn.

Tekening en foto: Mecanoo

Zorgzaam gebouw

Het Nederlandse architectenbureau Mecanoo is internationaal bekend vanwege projecten als het nieuwe station in Delft, de bibliotheek in Birmingham en de campus van de technische universiteit in Manchester. Tot voor kort stonden zorggebouwen niet in Mecanoo’s rijtje met succesvolle projecten. Daar kwam verandering in toen Mecanoo de opdracht kreeg om het nieuwe Zaans Medisch Centrum te ontwerpen. Voor architect Ryan van Kanten een uitgelezen kans om zich als een atypische ziekenhuisarchitect bij Mecanoo op de kaart te zetten. En dat deed hij, met succes. Klaartje Til ging voor POM Magazine naar het kantoor van Mecanoo in Delft om Ryan van Kanten te interviewen, de architect voor wie het de normaalste zaak van de wereld is dat een gebouw verzorgend moet zijn.

Ik ga meteen met de deur in huis vallen. Kan een gebouw verzorgend zijn?
Ja, dat denk ik wel, maar dan moet je het gebouw als één geheel zien en niet als een laag die je erop plakt of achteraf toevoegt. Dat is waar wij bij Mecanoo proberen sterk in te zijn. Meteen vanaf het begin van het ontwerpproces zoeken we naar methoden om mensen in het gebouw een beter gevoel te geven. Bij ons project Zaans Medisch Centrum in Zaandam, heeft dat heel goed gewerkt. Het ziekenhuis wilde positiviteit uitstralen en wilde niet een klassieke soort ziekenhuis zijn. Zij hebben ook niet gekozen voor een typische ziekenhuisarchitect, waarvan er een aantal zijn in Nederland en waarvan de ontwerpen allemaal een beetje op elkaar lijken. Het ziekenhuis in Zaandam wilde iets anders. Mecanoo had nog niet eerder een ziekenhuis ontworpen en toch kwamen ze bij ons uit. Juist omdat ze iets anders wilden.

Wat maakt het Zaans Medisch Centrum dan zo anders dan andere ziekenhuizen?
Wat wij heel erg in ons hoofd hadden, was dat dit gebouw niet een ziekenhuisuitstraling mocht krijgen. Je moet niet het gevoel hebben dat je een ziekenhuis binnenkomt. Bij het ontwerpen van een ziekenhuis moet je rekening houden met een aantal zaken, zoals dat het makkelijk schoon te maken is en veiligheid staat voorop. Dat is bij ons ontwerp voor het Zaans Medisch Centrum natuurlijk niet anders geweest, want dat zijn vereisten. Maar in ons ontwerp ligt dat er allemaal niet zo dik bovenop. We hebben het gebouw meer ontworpen als een publiek gebouw dat de bezoekers bij wijze van spreken eerder het gevoel geeft in een foyer van een theater te staan, dan in een ziekenhuis.

Wat maakt een ziekenhuisgebouw dan verzorgend?
In ons ontwerp voor het Zaans Medisch Centrum hebben we geprobeerd om stressmomenten te voorkomen. Mensen gaan met tegenzin naar het ziekenhuis. Maar het moet, omdat ze ziek zijn of zorg nodig hebben. Vlak voordat mensen het ziekenhuis binnenwandelen hebben ze al een bepaald stressniveau. Mensen hebben ook een piek in stressniveau als ze in een wachtruimte zitten, net voordat ze door een dokter binnen geroepen worden. Een architect kan dingen bedenken die positief afleiden waardoor die stresspiek weer naar beneden afgebogen wordt. Voor het Zaans Medisch Centrum hebben we ervoor gekozen om met grafiek te werken. In samenwerking met het Haagse ontwerpbureau Silo is een grafisch ontwerp gemaakt dat tekeningen op de wanden laat zien. Enerzijds om de weg te wijzen, anderzijds om een gevoel van verwondering toe te voegen aan het gebouw. De bezoeker komt een publieke hal binnen van drie verdiepingen hoog en ervaart verwondering bij binnenkomst door een enorm grote tekening van een menselijk lichaam, verwijzend naar de medische wetenschap. Maar als je er goed naar kijkt zie je allerlei kenmerken van de Zaanstreek, zoals traditionele Zaanse huisjes en elementen uit de scheepsbouw. Dat is een grappige manier van afleiding. De eerste indruk is van: “Hé, kijk, wat is dit voor iets bijzonders?” en niet alleen maar: “Oh, daar is de bel, daar is de wachtruimte, daar moet ik zijn zo en zo laat”.

Denk jij als architect in dat soort thema’s?
Ik denk heel erg in termen van oriëntatie en daglicht. Mensen moeten meteen snappen waar ze zijn en waar ze heen moeten. Ze moeten de structuur van het gebouw direct kunnen overzien. Ik vind dat heel belangrijk. Ik vind dat je als architect ervoor moet zorgen dat je bij binnenkomst van een gebouw: rechts en links daglicht ziet, meteen ziet waar een lift is en je direct weet hoe het gebouw in elkaar zit. Daglicht is een must. Ik heb als vuistregel: maak nooit een wachtruimte waar geen daglicht is. Je biologie is erop geënt dat je moet voelen wat voor weer het is buiten, of het een regenachtige dag is of mooi weer. Dat moet je ook gewoon binnen kunnen ervaren. Dat helpt in de geruststelling en de verzachting van het stressgevoel. Daglicht helpt ook in de oriëntatie. Soms ontkomen we er niet aan om een gang inpandig te maken. Dan zorgen we ervoor dat aan het einde van die gang een doorkijk is naar buiten, zodat mensen altijd naar het daglicht toe lopen. En daar waar dat niet lukte hebben wij ervoor gezorgd dat er aan het einde van de gang een oriëntatiepunt met veel kunstlicht is. Zodat er in ieder geval een kijkpunt is naar de bestemming waar iemand naartoe loopt.

Hoe verdiep je jezelf als architect in dit soort aspecten wanneer je een gebouw gaat maken zoals het Zaans Medisch Centrum?
Door veel te praten met de gebruikers die gaan werken in het nieuwe ziekenhuis: de verpleging, de artsen, de maatschappelijk werkers, de vrijwilligers. Zij zijn allemaal ervaringsdeskundigen en hebben heel veel ervaringsinformatie. Tijdens het ontwerpproces hebben we twee jaar heel intensief gepraat met verschillende gebruikersgroepen. Juist bij zorgprojecten is het belangrijk te luisteren naar de gebruikers.

Speelt kleur een belangrijke rol in het ontwerp van een zorggebouw?
Bij het kiezen van kleuren voor bijvoorbeeld de afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds, moet je rekening houden met een goede balans in prikkels. Het moet niet te saai zijn. Dus niet alleen maar wit. Maar te heftig is ook niet goed. Wanneer je ontwerpt voor een verzorgingstehuis voor ouderen zijn er valkuilen waarvoor je moet waken.

Wat voor valkuilen?
Voor een grote vloer met een afwerking in rubber of marmoleum is het beter om een egale vloerafwerking te maken en niet een afwerking waar ineens ergens een donker vlak opduikt. Mensen die slecht zien en mensen die moeilijk prikkels kunnen interpreteren, zouden kunnen denken dat ze in dat gat kunnen vallen. Bijvoorbeeld, mensen met dementie zijn daar heel gevoelig voor. Met felle primaire kleuren kun je ook de fout ingaan. Mensen met dementie weten niet hoe ze met zulke kleuren om moeten gaan.

Dus met felle primaire kleuren moet je oppassen?
Klopt. Bij verpleeghuizen zie je vaak pastelachtige kleuren; die zijn zachter en voor de mensen beter te begrijpen. Verder is het maken van contrast in het ontwerp belangrijk. Een witte deur, met een wit kozijn eromheen, in een witte muur, is lastig voor mensen met dementie. Zij snappen dan vaak moeilijk dat dat een deur is. Dan kun je beter het kozijn in een donkere kleur maken zodat ze weten dat ze daar doorheen moeten.

Jullie zijn nu ook bezig met het verpleeghuis Oranje Nassau ’s Oord in Wageningen. Hoe maak je van een verpleeghuis een verzorgend gebouw?
Voor dit verpleeghuis was het benaderen van het thuisgevoel een belangrijk thema. Als je uit huis moet omdat je gedwongen naar een verpleeghuis gaat, is dat een grote stap. Wat wij met ons ontwerp wilden bereiken, is dat je een verpleeghuis maakt waar je je thuis voelt. Dus jij komt daar niet als een patiënt een instituut binnen, maar we draaien het om. Je hebt daar je woning of je woongroep en dat is je huis. Mensen hebben hun eigen voordeur met een eigen huisnummer, en het verplegend personeel komt daar te gast. Je hebt heel veel eigen regie. Je mag zelf bepalen hoe je kamer eruit ziet, je mag je meubels meenemen. Als een opdrachtgever alleen maar zoveel mogelijk kamers in zoveel vierkante meter wilt hebben, omdat dat goedkoper is, dan kom je er niet. Het is belangrijk dat je nadenkt hoe je op de langere termijn een gebouw maakt dat voor de bewoners prettig is. Voor een verpleeghuis is ook de mening van de kinderen van die bewoners erg belangrijk. Zij laten tenslotte hun ouders achter bij het verpleeghuis.

Speelt locatie een rol bij het verzorgend maken van een gebouw? Zaans Medisch Centrum ligt langs een drukke snelweg.
Het Zaans Medisch Centrum ligt aan het einde van de A7 van Purmerend richting Zaandam. We zaten vast aan die locatie, het is hun grond, dus dat veranderen we niet zomaar. De oorspronkelijke vraag van de opdrachtgever was: maak een ziekenhuis waarbij het ziekenhuis precies aan de andere kant moest staan dan waar wij hem nu hebben geplaatst. En er moest parkeergelegenheid komen aan de voorkant van het ziekenhuis, richting de stad. Toen hebben wij in de competitie meteen al gezegd: “Wij kiezen ervoor om het om te draaien. Het ziekenhuis keert zich naar de stad toe, zodat je vanuit de stad en niet vanuit de snelweg, meteen het ziekenhuis inkomt. Zo presenteert het gebouw zich naar Zaandam en wendt het zich als het ware af van die snelweg.

Was het voor jullie belangrijk om het ziekenhuis weg te keren van het geluid?
Jazeker. Ons gebouw heeft ook een duidelijke knik. Het heeft een eenvoudige vorm, eigenlijk een lang gestrekte binnenstraat met daaromheen de bouwvolumes, waardoor het een alzijdig gebouw is- het heeft geen voorkant en geen achterkant. Door die knik te maken richting de stad, creëer je als het ware een welkomstgevoel, een gebaar van hier moet je zijn. Het is simpel in structuur, maar het werkt wel.

En de rest van de omgeving?
Het bestaande ziekenhuis wordt op dit moment gesloopt, op die plek komt een woonwijk. Zo verander je het ziekenhuis van een instituut aan de rand van de stad, naar een gebouw dat verweven is in een woonwijk, verweven in de maatschappij als het ware. Het ultieme voor een ziekenhuis is niet meer gezien te worden als een institutioneel gebouw, een fort waar je eerst door een poort moet om er te komen. Nee, het ziekenhuis is gewoon onderdeel van de maatschappij.

Wat zijn de trends die eraan komen als het gaat om het verzorgend gebouw?
Ik denk dat het institutionele karakter van ziekenhuizen zal verdwijnen. Het grote ziekenhuis waar je eerst met een auto naar een parkeerplaats rijdt en daarna het gebouw in gaat, dat zal denk ik in de toekomst steeds minder worden. Zorg zal zich steeds meer verweven in het normale straatbeeld en zorggebouwen zullen zich ontwikkelen tot een soort winkel waar je binnenstapt. Er zal natuurlijk altijd een kerngebouw zijn met operatiekamers en intensive care. Dit soort ruimtes kun je niet inpassen in een winkel. Maar om deze kernruimtes heen heb je ook een schil met verpleegkamers en een polikliniek. Waarom zou je van dat alles zo’n groot instituut maken? Voor het verzorgende karakter van het gebouw moet je er alles aan doen om het vooral laagdrempeliger te maken zodat een ziekenhuis binnenkomen minder stressvol wordt. Het zit ‘m niet zo zeer in de individuele kleuren en materialen maar in de totale uitstraling van het gebouw. Als je nu naar een verpleeghuis kijkt uit bijvoorbeeld de jaren zestig, dan zie je meteen dat het een verpleeghuis is. Ik denk dat dat niet goed is. Je moet niet het gevoel hebben dat je in een verpleeghuis woont, maar in een woongebouw waar toevallig zorg aanwezig is die je nodig hebt.

Fotografie: Mecanoo/Thijs Wolzak