De Biotoop: broedplaats, kraakpand of commune?

Aan de rand van het dorp Haren, ten zuiden van de stad Groningen, ligt De Biotoop- een creatieve broedplaats waar ambachten en disciplines elkaar ontmoeten. Op zondag 27 mei gingen de deuren open tijdens de BiotOPENdag. Ook voor POM Magazine’s Bert van der Zee. Lees in zijn sfeerbeschrijving hoe hij in de ban van De Biotoop raakte.

Tot het begin van de 21ste eeuw moest je als student biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen naar het dorpje Haren fietsen om colleges te volgen in het grote gebouwencomplex naast de Hortus Botanicus. Een typisch voorbeeld van de glas- en betonarchitectuur uit de jaren 60/70 van de vorige eeuw. Tientallen jaren lang werd het uit zeven vleugels bestaande complex gevuld met studenten, maar sinds 2010 zijn de colleges in de hypermoderne Linnaeusborg in het noorden van de stad Groningen. Er kwam 30.000 vierkante meter vrij in het voormalige Biologisch Centrum. Hiervoor mocht een nieuwe bestemming gevonden worden. Simpele ‘anti-kraak’ is uit de mode en het creëren van een broedplaats is een populaire oplossing. Zo werd het Biologische Centrum in 2013, De Biotoop.

Omringd door veel groen ligt het grote complex ietwat verscholen naast de Hortus Botanicus. Eenmaal achter een haag van bomen en struikgewas doemt het gebouw als een enorme gestalte op. Een jaren ‘70 gevoel beklijft vanwege de architectuur. Van binnen ruikt het soms naar het verleden, die vertrouwde muffe statische geur van oude schoolgebouwen. In de ateliers houden veel gebruikers de oorspronkelijke inrichting in stand: lange laboratorium werktafels langs de wanden en ontkoppelde kranen met gele knoppen. De gangen zijn soms nauw, soms ruim. Verbonden door zwevende aquarium gangen loop je van vleugel naar vleugel. Het gebouw is bezaaid met kunst: schilderijen, kindertekeningen, fotocollages, installaties en een gang vol met ouderwetse elektrische orgels- een pretpark voor de zintuigen. In vleugel B is een diepe collegezaal nu als bioscoop in gebruik.

Vele kunstenaars en ambachtslieden vinden in De Biotoop een betaalbare werkruimte en de passies zijn al even divers. In de kelder produceren jonge brouwers appelcider van de appeloogst die bewoners uit de buurt elk jaar naar het complex brengen. In een atelier dat te klein is om ooit een klaslokaal geweest te zijn, worden skateboards met houten inlay geproduceerd, met de hand. Eén verdieping van een vleugel ruikt naar ecologische supermarkt en al snel blijkt waarom: een zeepfabriek met handgemaakte zepen vol huidvriendelijke ingrediënten en etherische oliën maakt reclame via de neus. Sommige kinderen uit Haren en hun ouders kennen de Biotoop van binnen en van buiten door de buitenschoolse opvang die in vleugel B is ingericht. Een geluidsstudio staat voor de gelegenheid leeg maar wanneer ik door het raam kijk zie ik verderop een ruimte die tot de nok gevuld is met analoge synthesizers en vintage opnameapparatuur. Iedereen in de geluidsstudio mag zoveel lawaai maken als men wil, dag en nacht. Dat zegt iets over de tolerante sfeer in de broedplaats, waar respect is voor elkaars disciplines en het creatieve proces alle ruimte krijgt.

Voor de meeste bewoners is het creatieve ei al uitgekomen en door zo dicht bovenop elkaar te leven is er ook ruimte voor kruisbestuiving, zij het voornamelijk praktisch. De groenten en kruiden uit de tuin worden verwerkt in de gerechten van het restaurant en een kunstenaar die een levensgrote houten bakfiets annex flipperkast maakte, laat kinderen van de dagopvang hiermee spelen. Drie van de zeven vleugels worden gebruikt door kunstenaars die naar De Biotoop reizen vanuit elders in de regio. In de overige vier vleugels worden ruimtes verhuurd als woningen. De bewoners uit het nabij gelegen seniorencomplex komen regelmatig binnenwandelen, en er is een vleugel met een restaurant en zalen waar onder andere theatergezelschappen optreden en yogalessen en zakelijke workshops plaatsvinden. Zo biedt De Biotoop ingangen voor allerlei bezoekers en begint het gebouw een integrale functie te krijgen voor de lokale gemeenschap en de regio.

De wortels van deze gemeenschap zijn commercieel en het is aan de bewoners om het wiel van een samenleving in het klein, opnieuw uit te vinden. Ik sprak met één van de beeldend kunstenaars van De Biotoop en zij vertelde dat zij zich thuis voelt in deze dynamiek en dagelijks contact heeft met de bewoners die op haar gang wonen. Maar een collega kunstenaar bekent dat hij meestal de kleine nooduitgang gebruikt om het gebouw binnen te komen en te verlaten. Het is een kwestie van tijd om te zien hoe de broedplaats zich gaat ontwikkelen. Los van de idealen, De Biotoop brengt Haren een bruisende creatieve sector. Het is een enorme beleving om door dit gebouwencomplex te lopen waar geen enkele gang of verdieping hetzelfde is en het verlangen om te creëren bijna van de muren spat.

Fotografie: Joyce Ter Weele

De Maag van Den Haag

Ergens in de Schilderswijk, ingeklemd tussen de Herman Costerstraat en de De Heemstraat, ligt een enclave verscholen, omringd door hekken. Het zien daarvan roept een soort grensgevoel op, als ware het een mini-landje binnen een stad.
Vier dagen in de week gaan de grenzen van de enclave open van 9 tot 5. Daar wordt grif gebruik van gemaakt: gemiddeld komen er op zo’n open dag 35.000 mensen op bezoek. Het is de Haagse Mart: de grootste markt van Nederland en één van de grootste van Europa. Maar om nou te zeggen dat hij typisch Haags is, nee. Is er op een willekeurige markt in Amsterdam geen twijfel mogelijk in welke stad je bent, deze markt zou overal kunnen liggen. Hier ligt Suriname naast Turkije, een straatje verderop gaat de medina naadloos over in de toko en staat de Volendamse visboer vis à vis met een tentje vol mediterraan lekkers. Bloemkolen en spruiten liggen gezellig naast de papaya’s en tajers.

Foto:Polly Parker
Foto:Polly Parker

Dat multiculturele heeft De Maag – zoals hij in de volksmond ook wel werd genoemd – sinds het allereerste begin: exotisch fruit was er in 1920 al verkrijgbaar. Tot mei 1938 stond De Maag echter op een plek veel dichter bij het centrum: De Prinsegracht. Door het toenemende verkeer moest de markt noodgedwongen verkassen naar de huidige locatie. Anno 2015 heeft de Mart net weer een woelige periode achter de rug, een extreme make-over vol bijbehorend verbouwleed en verhuizingen. Het grootste verschil met vroegâh? Geen ratjetoe meer van ruim 500 kramen, containers en verkoopwagens. Het zijn nu vaste kramen, allemaal in dezelfde stijl gebouwd. De gedegen overkapping zorgt ervoor dat de bezoeker bij regenachtig weer niet langer een onverwachte plens in de nek kan krijgen door de doorbuigende zeiltjes. De veel bredere gangpaden met gootjes in het midden maken ook een verschil. Minder opstoppingen, minder risico op aanvaringen met andermans scootmobiel of boodschappentrolley, en nooit meer door het smeltwater waden in de visrij. En de digitale betaler hoeft niet langer op zoek naar een pinautomaat buiten de muren, al zijn er nog steeds zat kramen waar handje contantje heerst.

Foto:Polly Parker
Foto:Polly Parker

De vaste ‘bewoners’ van de enclave zijn echter niet veranderd en zorgen voor de typische couleur locale die je al snel doet vergeten dat hun kramen nu meer op winkels lijken. Ze komen vaak uit families die al generaties op de Mart staan en lijken uiteindelijk tevreden met hun nieuwe afsluitbare winkeltjes. Uitstallen en opruimen gaat in ieder geval een stuk sneller. Ook al heeft de markt heel wat meer te bieden, het voedsel voert de boventoon.

Foto: Polly Parker
Foto: Polly Parker

Als er al een voertaal is, dan is dat de universele taal van eten. Per slot van rekening moet iedereen dat doen. In geval van acute snack attack gaat er een wereld voor de maag open: van Turkse pizza tot patatje met, van kibbeling tot Vietnamese loempia en van samosa tot broodje bal.

Foto: Polly Parker
Foto: Polly Parker

De bezoekerssamenstelling is net zo kleurrijk als de marktlui en hun koopwaar. Tientallen nationaliteiten uit alle lagen van de bevolking lopen hier door elkaar. Sommigen komen voor de dagelijkse boodschappen, anderen voor gordijnstof, nieuwe kleren, een dagje uit of gewoon voor de vrijdagse vis. Er heerst een sociale gedragscode die bijna dorps aandoet.

Foto: Jasmijn Schrofer
Foto: Jasmijn Schrofer

Mensen die elkaar buiten de markt nooit tegen zullen komen, laat staan dat ze ooit met elkaar zouden praten, staan nu gezamenlijk te dubben welke dadels het lekkerst zijn, of die nu in een green smoothie of in een Midden-Oosters gebakje met honing eindigen. Superfoodadepten en Ottolenghi-fans staan gebroederlijk naast gesluierde vrouwen hun granaatappels uit te zoeken. Geheid kom je als bezoeker producten tegen die je niet kent. Gewoon vragen is het devies.
Heeft de standhouder het te druk dan werpt zich negen van de tien keer een mede-klant op als informatiebron, soms inclusief tips en recepten die je in geen kookboek zal kunnen vinden.

Natuurlijk is het geen Walhalla. Je moet net zo goed op je tas passen als elders en er is best wel eens herrie of irritatie. Kun je er niet tegen dat mensen zich links en rechts naast je wringen bij de drukke kramen dan kun je er beter wegblijven. Maar over het algemeen heerst er een sfeer van tolerantie en respect. Als samen eten inderdaad verbroedert, dan staat samen eten kopen op de Mart op een goede tweede plaats. De Mart nieuwe stijl is weliswaar fysiek aangepast op de verwende consument anno nu, maar de sfeer is nog steeds vertrouwd en biedt voor elk wat wils. Of je nu op culinaire ontdekkingsreis gaat, je dagelijkse hap wil scoren, alleen wil funshoppen of de sfeer opsnuiven, een bezoekje aan dit drie voetbalvelden grote stukje Schilderswijk voelt aan als een tripje naar een andere stad. Waar op de wereld die stad dan ook moge liggen.

Tekst: Anne van der Heiden
Foto: ‘de race van de omaatjes’, Jasmijn Schrofer

Wereldplek – Biënnale Venetië 2015

“All The World’s Futures” is het thema van de 56ste Kunst Biënnale die afgelopen mei in Venetië is geopend. Een Biënnale in een stad die voornamelijk bezig is met het behoud van alles wat gebouwd is in het verleden. Hoe divers de interpretaties ook zijn, “All The World’s Futures” laat de toekomst doorschemeren in al wat getoond wordt aan maakbaarheid, retrospectie, context en poëzie. Inga Schneider deelt haar impressies.

De Biënnale onderzoekt de invloed van de maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke realiteit op de creatieve expressie van beeldend kunstenaars. Artistiek directeur Okwui Enwezor heeft de curatoren van de deelnemende landen gevraagd met deze boodschap aan de slag te gaan. Het resultaat is zo divers als de wereld waarin we vandaag leven.
In het Cyprische paviljoen laat de kunstenaar Christodoulos Panayiotou in de tentoonstelling “Two Days After Forever” de instrumentele rol zien van de archeologie in de verhalen van onze geschiedenis. Terwijl in het Canadese paviljoen, Canadassimo wordt getoond van het kunstenaarscollectief BGL; een fantasie Shopping-Kosmos uit nostalgische tijden. Bij aanraking is het voor bezoekers onmogelijk om de waspoederpakken helder te zien omdat ze vervagen en zich oplossen in nevelige beelden.
Het Griekse paviljoen daarentegen, is een soort meditatieve installatie die bezoekers leidt langs alles wat de internationale kunstwereld te bieden heeft om vervolgens terecht te komen bij een Griekse leerlooier. De verhalen uit zijn leven vertragen het tempo van het bezoek. Niet alleen via verhalen en filmbeelden krijgen mensen een idee van zijn leven; in het paviljoen is zijn werkplaats helemaal nagebouwd.

Locatie is vaak bepalend voor de beleving van beeldende kunst. In de laatste 120 jaar is er in Venetië veel gebouwd om de tentoonstellingen te huisvesten. In 2009 is er een nieuw gebouw bijgekomen voor het Padiglione Italia, het Italiaanse paviljoen, en het oude paviljoen is sindsdien omgedoopt tot Central Pavilion. In het naburige park staan de paviljoengebouwen die de afgelopen 120 jaar door zo’n 29 landendeelnemers zijn gebouwd en die als thuisbasis dienen voor nationale tentoonstellingen. De tentoonstellingen van de rest van de 87 deelnemende landen zijn te zien in het Arsenaal, in diverse paleizen en in speciaal voor de gelegenheid opgestelde tijdelijke locaties.
Sommige van de bestaande locaties echter, hebben dit jaar een tijdelijk metamorfose ondergaan. De installatie met de titel “The key in the hand” van de Japanse Chiharu Shiota transformeert het Japanse paviljoen en fascineert bezoekers door poëzie en vlijt. Het paviljoen is doortrokken met een enorme hoeveelheid rode draden waaraan tienduizenden sleutels hangen die afkomstig zijn uit de hele wereld.
Het Duitse paviljoen heeft zichzelf opnieuw uitgevonden met tijdelijke vloeren die nieuwe ruimtes creëren. Curator Florian Ebner heeft kunstenaar Tobias Zielony uitgenodigd om deze ruimtes te gebruiken. In zijn werken spelen de migratie van foto’s en van mensen de hoofdrol. Zielony fotografeerde in Duitsland vluchtelingen en stuurde de foto’s naar het land van herkomst van deze mensen waar lokale auteurs vervolgens een artikel schreven voor elk van de foto’s. De artikelen en de foto’s zijn gepubliceerd in lokale kranten en tijdschriften. Om het effect van context en perceptie te benadrukken worden de artikelen los van de foto’s getoond.
Armenië heeft gebruik gemaakt van de voordelen van een stad die historische gebouwen koestert. Op een eiland gelegen voor Venetië, in een eeuwenoud Armeens klooster, toont het Armeense paviljoen kunstwerken waarin de Armeense identiteit, in het heden en verleden, thuis en in de rest van de wereld, wordt onderzocht. Het kreeg de prijs voor het Beste Nationale Paviloen, de Gouden Leeuw.

Natuur ontbreekt niet op deze Biënnale; de Nederlandse bioloog en kunstenaar herman de vries toont in het Nederlandse paviljoen een scala aan objecten uit de natuur, terwijl het Franse paviljoen werk van Céleste Boursier-Mougenot toont, een installatie van drie gemotoriseerde pijnbomen. Verder is de Biënnale niet zonder controverse geweest. De Turks-Armeense kunstenaar Sarkis vertegenwoordigt officieel Turkije terwijl zijn werk ook getoond wordt in het Armeense Paviljoen. En een kunstenaar die IJsland vertegenwoordigt richtte een kerk in als een moskee. Na lokale protesten moest alles afgebroken worden. Gelukkig blijven alle andere tentoonstellingen nog te bezichtigen tot eind november.
Biënnale Venetië 2015, tot 22 november.

Tekst: Inga Schneider en Regina Fluyt
Fotografie: Inga Schneider