Brussel: een stad met vele gezichten

Ik ben één keer in Brussel geweest. Nou ja gestrand, is een beter woord. Ik wilde het vliegtuig nemen vanuit Brussel Airport, maar door het heftige winterweer miste ik mijn vliegtuig. Toen moest ik noodgedwongen in Brussel overnachten en ben door de straten van Brussel gaan wandelen om de sfeer van de stad te proeven. Ik snap het meteen wanneer mensen zeggen dat Brussel heel rauw is. Toen ik daar door die brede straten wandelde voelde ik me op één of andere manier niet helemaal op mijn gemak, een beetje gekkig. Ik begreep niet waar dat nou aan lag. Maar na mijn interview met de Nederlandse danser en filmmaker Jip Heijenga, ben ik de stad beter gaan begrijpen. Jip woont sinds 3 jaar in Brussel, waar zij een filmopleiding volgt aan de Brusselse kunstacademie, Sint Lucas. In dit artikel legt ze uit hoe het nou zit met die rauwe kant van deze fascinerende Europese metropool.

door Klaartje Til

Jip, wat voor stad is Brussel voor jou?
Brussel is een bijéén geraapt zooitje. Het heeft 19 gemeenten en zo’n 180 nationaliteiten. Dat maakt Brussel de meest gemixte stad die ik ken. Ik voel me daar erg prettig bij. Het boeit en inspireert mij.

Wat bedoel je met gemixte stad?
Zoals iedere stad heeft Brussel zijn cirkels met mensen. Ik merk dat die cirkels in elkaar overlopen. Mensen kennen andere mensen uit andere cirkels. Iedereen staat open voor andere kringen. Verder zie ik dat in Brussel verschillende culturen niet gescheiden worden gehouden in aparte buurten. Er zijn zoveel verschillende nationaliteiten in Brussel dat ze wel met elkaar moeten samenleven. Je kunt het niet opsplitsen omdat het een stad is die van zichzelf al zo opgesplitst is. En België is ook al zo opgesplitst. Misschien voelen de mensen zich daarom eerder thuis in Brussel omdat het niet echt een stad is van één nationaliteit. Ook als is de stad opgesplitst, het werkt wel heel erg goed als geheel.

Wat bedoel je met opgesplitst?
Brussel is niet echt een eenheid, qua taal, qua verschillende gemeenten, qua splitsing tussen Vlaams en Waals. Er wordt Frans en Nederlands gesproken, naast de diverse talen die mensen vanuit hun eigen cultuur spreken. Die Frans- en Nederlands taligheid van België splitst de mensen natuurlijk maar de echte Brusselaars voelen zich geen Vlaming of Waal. Ze komen uit Brussel en dat gaat gepaard met een bepaalde trots. Zoals ik al zei is er niet echt verdeling van de wijken. Ook niet qua welgesteldheid. Arm en rijk woont door elkaar heen. En als ik één straat verder had gewoond dan had ik me moeten inschrijven in een andere gemeente. Ik woon nog net in Brussel zelf, maar iets verderop heb je Schaerbeek, Ixelles en Saint-Gilles. Dat zijn buitenwijken die aparte gemeenten zijn die bij groot Brussel horen en allemaal hun eigen centrum hebben. Die gemeenten hebben andere regels en tradities.

Die Frans-Nederlands tweetaligheid in België lag nooit zo lekker. Is dat in Brussel ook zo?
Met name een oudere generatie Walen verwacht dat iedereen in België Frans spreekt. De jongeren zijn vaak meertalig. De Vlamingen die ik ken in Brussel spreken vaak Frans. Maar mensen afkomstig uit Brussel zelf spreken allemaal Frans èn Nederlands. Zij mengen zich in zowel de Waalse kringen als de Vlaamse kringen van Brussel. Want in Brussel is een deel van de mensen Vlaams en een deel Waals. Daarnaast heb je de expats, die wonen op hun eigen Brusselse eilandje.

Bestaat er ook zo iets als een Brussels taal?
Jazeker, meerdere zelfs. Er is zoiets als Brussels Frans en dat is heel anders dan het Frans dat in Frankrijk gesproken wordt. Dan heb je nog de Brusselse straattaal, die heeft iets heel cools met veel Frans en veel swag. Het wordt veel gesproken door jongeren. Verder is er een heel ouderwets soort Brussels dat alleen door de Brusselaren wordt gesproken, maar nauwelijks meer te horen is in de stad. Het is echt een taal van vroeger en het heeft iets volks.

Als je door Brussel loopt wat straalt de stad met zijn gebouwen en publieke ruimtes uit?
Het eerste wat in me opkomt is: verlepte rijkdom. Er zijn veel mooie gebouwen, maar die zijn zo slecht onderhouden. Je ziet veel grijs en op een grijze dag is de stad extra grijs. Maar ook hierin is Brussel een stad vol variatie. Je merkt de mengelmoes ook qua gebouwen. In Brussel staan verschillende bouwstijlen pal naast elkaar. Er zijn veel prachtige Art Nouveau gebouwen te bewonderen in het centrum van Brussel. De kunstacademie St Lucas zit in een oud kasteel en in Molenbeek staat veel nieuwbouw. Wat ook opvalt als je door Brussel loopt, zijn de grote muurschilderingen van controversiële, seksueel getinte taferelen.

Je noemde ze al, de mensen die uit Brussel zelf komen, de Brusseleers. Wat typeert een Brusseleer?
Bier drinken en lekker naar cafeetjes gaan tot diep in de nacht. Alle cafés sluiten op een bepaald uur. Voor het oog lijken sommige cafés gesloten omdat bijvoorbeeld de gordijnen dicht zijn. Maar achter de dichte halve gordijntjes zijn ze gewoon open tot in de kleine uurtjes. Je moet lang op het raam kloppen en je hand omhoog steken boven die halve gordijntjes. Dan komen ze de deur opendoen en kun je naar binnen. Daar vind je de Brusseleer nog om 7 uur in de ochtend, rokend, kletsend en drinkend.

En vind je er ook cafés vol met muurschilders?
Ik denk dat de kunstenaarsscene wel groot is, maar je merkt niet dat die aanwezig is. Er is een techno scene in Brussel maar die is underground. Sowieso is Brussel niet een stad waar de clubs het podium vormen voor dik feesten. De tofste feesten zijn vaak eenmalig georganiseerd of eens per jaar. Wat in Brussel heel groot is, is de hip-hop scene. Die rappen Brussels. De hip-hop jongeren zijn heel modieus: cool, urban hip-hop achtig met veel nineties invloeden en weinig onderscheid in stijl tussen jongens en meisjes. Ook dat hoort echt bij Brussel. Jong zijn en lekker op straat rondhangen, pintjes halen bij de nachtwinkel, geluidsboxjes op de achtergrond met hip-hop, Frans-Nederlands praten, tot heel laat in nacht wanneer iedereen dan altijd dronken is.

Heeft Brussel ook zijn eigen held, zoals Amsterdammers bijvoorbeeld hun André Hazes hebben?
Ja, Jacques Brel. Er staat een standbeeld van hem in de buurt van Manneke Pis. Zijn muziek voelt zoals Brussel voelt: stoffig, Frans, Bourgondisch, vol romantiek en grauw. Een mix van dat alles. Somber, verdrietig en romantisch.

Ik vind Brussel rauw overkomen, waar ligt dat aan denk je?
Het voelt rauw omdat het een samenhang is van verschillende culturen en talen. Er is wanorde en weinig structuur maar dat maakt het ook open-minded. Het feit dat alles samensmelt en tegelijkertijd heel erg verdeeld is. In dat contrast zit, denk ik, het rauwe.

Foto: CHAP 14 van Dourone voor Le Mur Brussels

Brussel: interessanter om in te wonen dan om te bezoeken

Toen Vera Nitsche zo’n 5 jaar geleden verhuisde van Parijs naar Brussel, werd ze verrast door de onverwachte kanten van deze Europese hoofdstad. Samen met haar Braziliaanse echtgenoot, haar zoontje van 8 en dochtertje van 2, woont de in Duitsland geboren Vera in Etterbeek, een Brusselse buitenwijk vlakbij de kantoren van de Europese Unie. Voor haar werk aan de Université Sorbonne Nouvelle pendelt ze een paar keer per week tussen Brussel en Parijs. In dit artikel vertelt Vera wat volgens haar, Brussel zo bijzonder maakt.

Brussel, een stad met subtiele charme
Hiervoor woonde ik in Parijs. Vergeleken met Parijs is Brussel nou niet bepaald een stad waarin je voortdurend in verwondering rondwandelt. De charme van Brussel is discreet, de mensen zijn meer relaxt. Het was makkelijk om mensen te ontmoeten en vriendschappen te sluiten. Men is niet zo opgeslokt in een stressritme. De mensen in Brussel vind ik open-minded. Misschien is het vanwege de kantoren van de Europese Unie, maar heel veel mensen met verschillende culturele achtergronden komen naar Brussel om te wonen en te werken. Velen hebben geen vrienden of familie in Brussel en dat maakt, denk ik, dat men meer openstaat voor elkaar en sneller contact met elkaar maakt.

Brussel is een mix
Brussel is op allerlei vlakken een heterogene stad. Buurten onderscheiden zich niet. Straten wel. Er is verschil van straat tot straat. Je slaat een andere straat in en je begeeft je in een andere wereld: mensen zijn anders gekleed, de winkels zijn anders, het zijn hele andere mensen. Qua architectuur is er in Brussel veel variatie. Natuurlijk is er overal Art Nouveau te vinden maar gemixt met meer klassieke- en hedendaagse architectuur. Toeristen bezoeken meestal het stadscentrum: de Grote Markt, Manneke Pis. Zoals in veel Europese steden vind je overal in Brussel het gewicht van haar geschiedenis. Maar ik denk dat Brussel interessanter is om in te wonen dan te bezoeken. In Ixelles of Saint-Gilles wonen veel jonge mensen en er is een bruisend nachtleven. Wij wonen in Etterbeek, vlakbij de kantoren van de Europese Unie. Het is een buitenwijk waar veel gezinnen wonen. Er is onderling veel sociaal contact. Maar het is ook een buurt met veel cafés en restaurants, het is er lekker levendig. Niet te vergelijken met de Parijse banlieus waar bewoners alleen maar heen gaan om te slapen. Ze werken, eten en drinken overdag in het centrum van Parijs en gaan s’ avonds naar hun woning in de banlieu, alleen maar om te slapen.

Een kalme wereldstad
Ik vind Brussel een rustige stad en tegelijkertijd is het een metropool waar een hoop te doen is. In de parken in het centrum, zoals Parc Léopold en Parc du Cinquantenaire, zie je mensen sporten, eten en relaxen. Maar er zijn ook boerenmarkten midden in het centrum van Brussel, zoals op Place Flagey en Place Jourdan. De hedendaags art scene is goed vertegenwoordigd in de programmering van theaters en bioscopen. Het Théâtre National omarmt een nieuwe generatie toneelmakers uit binnen- en buitenland. Het cultuuraanbod is niet zo groot als in Berlijn of Londen, waar het vaak moeilijk kiezen is. In Brussel is er bijvoorbeeld één belangrijk festival voor een bepaalde kunstvorm, in plaats van vijf festivals die, zoals in sommige steden, ook nog eens allemaal op het zelfde moment plaatsvinden.
De Belgen in Brussel vind ik erg vriendelijk en aardig. Wij hebben meer Frans sprekende vrienden omdat wij geen Nederlands spreken. Maar mijn man heeft veel Vlaamse collega’s. Wat me trouwens opviel toen ik hier net woonde, was dat er veel Italianen in Brussel wonen en overal hoorde ik Spaans en Portugees. Door de Europese instituties en de sfeer van Europese broederschap is Brussel anders dan andere Europese steden. Brussel geeft een glimp van wat Europa zou kunnen zijn. Een positief beeld van samenleven, tolerantie en openheid. Niet van een realistisch Europa natuurlijk, maar een utopisch Europa.

Voor dit artikel werd Vera Nitsche geïnterviewd door Joline Lodewijks.

Foto: Saint-Gilles van Francisco Anzola

Nice to meet you: Chinese City Chengdu

Begin 2018 reisde Jasmijn Schrofer door China en kwam terecht in de Zuid Chinese miljoenen stad, Chengdu. Voor POM Magazine beschreef zij haar bijzondere ervaringen in het artikel- Nice to meet you: Chinese City Chengdu.

Een kapsel zegt iets over jezelf. Het geeft een indruk van wie je wilt zijn, wie je nu bent en soms wie je was. Bij het stratenplan van de Chinese miljoenen metropool Chengdu in de Zuidelijke provincie Sichuan, is het niet anders. Het wegennet van Chengdu valt op door de symmetrie en regelmaat van ringwegen en autobanen. Een strak geknipt logistiek werkje dat lijkt te zeggen: we willen de producten die we in onze fabrieken maken zo snel mogelijk uit onze stad hebben.
Tegelijkertijd omarmen al die ringwegen de kantoren en expats van een groot aantal Westerse en Aziatische multinationals. Wat me opviel in Chengdu, is dat niet alleen expats Engels spreken. Veel van de Chinese inwoners staan me te woord in goed verstaanbaar Engels en gaan graag een gesprek aan met een wildvreemde. Bij mijn zoektocht naar het Sichuan Museum vroeg ik de weg aan een vrouw van een jaar of veertig die stond te wachten op de bus. Zij kon mij in vloeiend Engels uitleggen welke route ik het beste kon nemen. Ik moest net als zij de bus nemen en reed dus een stukje met haar mee. Ik verbaasde me over haar vloeiende Engels. Ze legde uit dat ze als jonge vrouw veel in het buitenland had gereisd en begon te vertellen over haar reizen. Nadat ze een pauze liet vallen zei ze: “weet je, ik wil je uitnodigen om met mij en mijn familie het Moon Festival te komen vieren, dan praten we verder. Ik moet er namelijk de volgende halte al uit.” Via Wechat wisselden we elkaars contactgegevens uit. Ze heette Weiwei en gaf me een adres in de Fangcao district. Toen ik die avond in de buurt van het adres was hoorde ik een stem mijn naam roepen. Het was Weiwei. Ze zocht me, bang dat ik het niet vinden kon en ik liep met haar mee naar haar appartement.
De inrichting was praktisch en bestond meer uit boeken dan uit meubilair. Onder het genot van een kop thee, praatte ik met de 17 jarige dochter Sandy. Haar Engels was ook uitmuntend. Ze wilde net als vele jonge Chinezen, in Amerika gaan studeren. Ik vroeg of ik haar kamer mocht zien en daar vond ik een briefje op haar bureau geplakt. Er stond op: Work harder Sandy! Ze vertelde me dat haar dagbesteding bestond uit 10 uur school. Toen haar vader van werk thuis kwam gingen we aan tafel. Het toetje bestond uit de traditionele Mooncakes, een zoute custard in kruimelig deeg met gedroogde stukjes mango erin. Ter afsluiting van ons diner legden we een Mooncake bij het kleine huisaltaar, als offer voor boeddha. Van oorsprong werd tijdens het Moon Festival dank betuigd aan de goden voor de oogst. Nu is het voornamelijk een gelegenheid om samen te zijn met vrienden en familie om te genieten van een avondmaaltijd.

Middle class ambitie en oosterse traditie op een paar vierkante meter? Was dat exemplarisch voor Chengdu, vroeg ik me af. Een moderne wereldstad met wolkenkrabbers die tradities in ere houdt? Het is in ieder geval een stad die, ondanks zijn 10 miljoen inwoners, intiem en ontspannen is gebleven. Mensen nemen de tijd voor elkaar, ze leven in het moment en genieten. Veel Chinezen komen naar Chengdu puur en alleen om te eten. Veel gerechten bevatten de Sichuan peper, beroemd vanwege het verdovend effect en de anijsachtige smaak. Terrassen met lage tafels en krukken domineren het straatbeeld. En wat opvalt: nie-mand-eet-er-alleen! Dat komt denk ik ook door de hotpots: kokende bouillon met drijvende pepers in een pan die midden op tafel staat en waaruit iedereen het eten met stokjes prikt en daarna dipt in een eigen gemaakte marinade. Op een avond stond ik voor een willekeurig restaurant naar binnen te kijken toen een vrouw mij met gebaren uitnodigde om bij haar aan te schuiven. Ze haalde me over met de woorden dat ik niet in mijn eentje ‘van de cultuur kon proeven’. Ze hielp me een marinade te maken en legde mij met behulp van een handige app in het Engels uit wat alles was. We prikten en hapten tot we vol zaten. Ze stond erop dat ze mij trakteerde. Dit trakteren is me nog veel vaker overkomen. Het komt erop neer dat de gastheer of gastvrouw de eer heeft om te betalen. En omdat ik te gast was in hun land verloor ik deze strijd vaak.

Vlak voor ik mijn reis begon, nam ik via Facebook contact op met een Nederlandse jongen, Anne. Het bleek dat we een aantal gemeenschappelijke vrienden hadden, maar ik had hem nog nooit gezien. Nog geen twee weken later stond ik in Chengdu op de hoek van een drukke straat op hem te wachten. Anne nam me mee naar een eettentje waar hij vertelde over zijn ervaringen in Chengdu. Na het eten sprongen we op één van de fietsen uit het mobiele verhuursysteem, die Anne via een app van het slot liet springen. Even later stonden onze fietsen geparkeerd voor een verlaten winkelcentrum. De woonbuurt zag er nieuw en duur uit maar was hier en daar toch slecht onderhouden. We gingen naar de 22ste verdieping van het gebouw waar een aantal rooftop bars waren, gelegen aan een hofje met woonhuizen. We liepen door naar het achterste barretje vol met hippe jeugd. Toen sloeg er een bekende walm in mijn gezicht: wietlucht. In Chengdu ergens op de 22ste verdieping werd tot mijn verbazing volop geblowd. Toen de hippe jeugd hoorde dat ik uit Amsterdam kwam riepen ze:
Welcome in Chengsterdam. Ik vroeg naar de oorsprong van het woord, maar geen van allen was ooit in Amsterdam geweest. Chengdu is altijd een centrum geweest waar dichters, kunstenaars, filosofen en wetenschappers bijeenkwamen. In theehuizen, parken en nu, in de 21ste eeuw, misschien wel op de 22ste verdieping van een verlaten winkelcentrum. Chengdu is progressief, maar ik denk niet omdat de stad zichzelf steeds opnieuw uitvindt. Het is een stad die misschien wel door de eeuwen heen zichzelf is gebleven, geïnteresseerd in elkaar en in de mensen van buiten. In Chengdu leeft je in het nu en in de toekomst terwijl de stad misschien al eeuwenlang zichzelf blijft.

Illustratie: Auke Triesschijn

Austin- een vreemde eend in de Texaanse bijt?

Toen POM Magazine mij vroeg om een interview te doen voor een artikel over Austin, met de in Austin woonachtige Nederlandse beeldend kunstenaar Steef Crombach was ik een beetje verbaasd. De ziel en sfeer achterhalen van een stad in Texas? Een Amerikaanse staat waaraan het beeld van cowboys, red-necks en behoudenheid kleeft? Daarbij, ik wist helemaal niets van Austin. Maar daar is verandering in gekomen. Steef Crombach (Maastricht, 1992) woont en werkt in Austin en she lives the Austin life! In dit artikel legt ze uit wat Austin volgens haar zo bijzonder maakt.

Steef, je komt al een paar jaar naar Austin. Kun je mij iets vertellen over deze stad?
Austin is de hoofdstad van Texas. Dat is eigenlijk vreemd, want Houston is een veel grotere stad. Austin is ook helemaal niet conservatief, wat vaak het geval is bij steden waar een bestuurlijk apparaat gevestigd is. Austin is juist heel liberaal en opvallend anders dan de rest van Texas. Er wordt wel eens gezegd dat ieder mens in zijn eigen bubbel leeft. Dat je alleen mensen ontmoet die dezelfde lifestyle en opvattingen hebben als jij. In Austin is die bubbel en de grens van die bubbel voelbaar en zichtbaar. Zodra je maar 40 minuten uit Austin rijdt kom je bij kleine dorpen waar je het traditionele Texas tegenkomt. En dat is echt wel het tegenovergestelde van wat je in Austin ziet.

Waarom is Austin anders dan de rest van Texas?
Het is een intellectuele stad en een echte tech stad vanwege de University of Texas Austin met meer dan 50.000 studenten. Er zijn dus heel veel jonge mensen. Verder komen er het hele jaar door mensen naar Austin vanwege de muziek. Dat zijn mensen uit liberale steden als New York en San Francisco, die hier allemaal naartoe reizen. Het motto van Austin is: Keep Austin Weird. Nu is dat niet meer zo heel relevant, maar vroeger was dat anders. De hippies kwamen in de jaren 60/70 speciaal naar Austin. Vanaf die periode is ook de muziek naar Austin gekomen. De meeste ouders van de mensen die ik hier ken en die hier wonen, zijn nog steeds hippie. Dat krijgen hun kinderen natuurlijk allemaal mee. Organische producten kopen is hier doodnormaal. Het eerste filiaal van de organische supermarktketen, Whole Foods Market, startte in Austin. En die is er nog steeds.

Ik wist niet dat Austin zo’n muziekstad is.
Er wordt van bars, restaurants en hotels verwacht dat ze constant live muziek hebben. Als muzikant kun je heel makkelijk rondkomen van je optredens. Er komen daarom veel muzikanten naar Austin waardoor het muzikale aanbod groeit en daarvoor komen mensen weer naar Austin. Het is een cirkel die zichzelf in stand houdt. Verder zijn er veel jaarlijks terugkerende muziekevenementen zoals South-by-South-West en Austin City Limits. En om de twee weken is er het gratis festival, Blues On The Green, waar iedere keer zo’n 8000 mensen op afkomen. Dit soort gratis festivals heb je hier eigenlijk bijna wekelijks.

Austin ligt aan de rivier de Colorado. Wat merk je daarvan in de stad?
De natuur hoort bij de stad Austin. In de stad zijn veel mooie natuurlijke bronnen met ijskoud water en zeldzame salamanders. Barton Spring Pool is zo’n bron annex zwembad dat uiteindelijk doorstroomt in de Colorado rivier. Men kan er de hele dag in de zon rondhangen en topless zonnebaden, wat heel on-Amerikaans is. In Amerika zijn mensen over het algemeen erg preuts. Maar je mag er niet eten en alleen maar water drinken. Naast Barton Springs liggen de Barking Springs, omdat je daar je hond mag meenemen. Je ziet de segmenten van de samenleving naast elkaar liggen met een klein metalen hekje ertussen. Enerzijds het natuurlijke zwembad met water drinkende bezoekers en anderzijds een afwatering waar honden mogen rondlopen en mensen alcohol drinken en harde muziek draaien. Vanuit die waterbronnen kun je gemakkelijk door het stadscentrum roeien of kajakken op de Colorado rivier. Je vaart dan uiteindelijk onder de Congress Bridge, ook wel de vleermuizenbrug genoemd omdat er zoveel vleermuizen huizen. Zoveel zelfs, dat de lucht zwart kleurt wanneer ze s ’avonds uitvliegen.

Vertel eens over de buurten en wijken in Austin? Hoe verschillen die van elkaar?
Het State Capitol gebouw was tot voor kort het hoogste gebouw in Austin, omdat niks in de stad hoger mocht zijn dan het Capitol gebouw. Maar die regel is 10 jaar geleden opgeheven. Alle wolkenkrabbers van de skyline van Austin zijn dus 10 jaar of jonger. Over het algemeen is er veel laagbouw in Austin. Je hebt vaak het idee dat je in een bungalowpark bent.
Het uitgaansleven in de historische kern is in East 6th street, een straat met barretjes met balkons waar je op mag staan. Vlakbij East 6th street is Rainey street. Het verhaal gaat dat een vrouw daar ooit in haar woonhuis een bar is begonnen. Dat liep zo goed dat de hele buurt besloot hetzelfde te doen. Dus in Rainey street staan woonhuizen die nu bars zijn. In de binnenstad van Austin vind je ook moderne appartementsgebouwen met een zwembad op de binnenplaats. Verder zijn er heel veel hotels. Die hebben meestal een zwembad op de bovenste verdieping. Vaak mogen niet-hotelgasten daar ook zwemmen.

Iets buiten het uitgaanscentrum is een historisch district, Clarksville, met huizen die meestal maar één verdieping hoog zijn, een voorportaal met pilaren hebben en op enorme grasvelden staan. In het oostelijke gedeelte van de stad, East Austin, woonde tot voor kort vooral mensen met minder geld. East Austin wordt nu overspoeld met galeries, musea en andere creatieve initiatieven die de binnenstad ontvluchten vanwege hoge huren. In East Austin staat veel bebouwing uit de jaren 60/70. Het is er best wel vervallen, maar de bewoners doen heel veel aan hun huis met verf. Je ziet huizen in alle mogelijke kleuren, soms zelfs met mozaïek bekleed. De meeste jonge mensen wonen een ring verder verwijderd van de binnenstad, een wijk met allemaal appartementencomplexen. Dat zijn soms enorme gebouwen met een zwembad en een gezamenlijk wasruimte. Om deze complexen heen wordt dan een soort nieuw centrum gecreëerd met een grote supermarkt en winkels. En dan maken ze er een mooi park bij. Een voorbeeld van zo’n centrum is The Domain. Dit soort voorprogrammeerde sociale plekken werkt niet echt in Nederland, maar in Austin wel.

Wat merk je eigenlijk nog van de cowboy cultuur in Austin?
Er zijn cowboys in Austin: mensen te paard die een kleine boerderij hebben in de buurt van het historische centrum. Verder zie je country dancing in sommige bars en saloons. Maar cowboys zijn vaak republikeinen, denk aan guns en het ruwe leven. Dat vind je veel meer buiten Austin. Aan de andere kant, wanneer ben je een cowboy? Ik werk soms voor een brouwerij op het land net buiten Austin, waar ze hun eigen hoppe verbouwen. Als je dan buiten op het veld aan het werk bent, dan zijn lange mouwen, een lange broek, een hoed, handschoenen, zo’n typische cowboy zakdoek voor je neus tegen het stof, en hoge laarzen vanwege de slangen gewoon noodzaak. Dus je ziet er precies uit als een cowboy, terwijl het allemaal functionele kleding is die je beschermt en die je nodig hebt voor je werk.

Hoe noem je iemand die geboren en getogen is in Austin?
Een Austinite en je bent pas een Austinite als je in Austin geboren bent. Omdat zoveel mensen uit andere steden naar Austin verhuisd zijn, zijn er daar niet zo veel meer van. De geboren en getogen Austinites zijn nuchter en rustig. Ze geven al vanaf de eerste ontmoetingen een meer realistische weerspiegeling van hun karakter. Je hebt niet van die beleefdheidsvormen waar je omheen moet draaien. En je hoeft niet te raden wat ze nou bedoelen. Op zich hele vriendelijke mensen, nuchter en een sterke band met de natuur.

Illustratie: Auke Triesschijn

De Biotoop: broedplaats, kraakpand of commune?

Aan de rand van het dorp Haren, ten zuiden van de stad Groningen, ligt De Biotoop- een creatieve broedplaats waar ambachten en disciplines elkaar ontmoeten. Op zondag 27 mei gingen de deuren open tijdens de BiotOPENdag. Ook voor POM Magazine’s Bert van der Zee. Lees in zijn sfeerbeschrijving hoe hij in de ban van De Biotoop raakte.

Tot het begin van de 21ste eeuw moest je als student biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen naar het dorpje Haren fietsen om colleges te volgen in het grote gebouwencomplex naast de Hortus Botanicus. Een typisch voorbeeld van de glas- en betonarchitectuur uit de jaren 60/70 van de vorige eeuw. Tientallen jaren lang werd het uit zeven vleugels bestaande complex gevuld met studenten, maar sinds 2010 zijn de colleges in de hypermoderne Linnaeusborg in het noorden van de stad Groningen. Er kwam 30.000 vierkante meter vrij in het voormalige Biologisch Centrum. Hiervoor mocht een nieuwe bestemming gevonden worden. Simpele ‘anti-kraak’ is uit de mode en het creëren van een broedplaats is een populaire oplossing. Zo werd het Biologische Centrum in 2013, De Biotoop.


Omringd door veel groen ligt het grote complex ietwat verscholen naast de Hortus Botanicus. Eenmaal achter een haag van bomen en struikgewas doemt het gebouw als een enorme gestalte op. Een jaren ‘70 gevoel beklijft vanwege de architectuur. Van binnen ruikt het soms naar het verleden, die vertrouwde muffe statische geur van oude schoolgebouwen. In de ateliers houden veel gebruikers de oorspronkelijke inrichting in stand: lange laboratorium werktafels langs de wanden en ontkoppelde kranen met gele knoppen. De gangen zijn soms nauw, soms ruim. Verbonden door zwevende aquarium gangen loop je van vleugel naar vleugel. Het gebouw is bezaaid met kunst: schilderijen, kindertekeningen, fotocollages, installaties en een gang vol met ouderwetse elektrische orgels- een pretpark voor de zintuigen. In vleugel B is een diepe collegezaal nu als bioscoop in gebruik.

Vele kunstenaars en ambachtslieden vinden in De Biotoop een betaalbare werkruimte en de passies zijn al even divers. In de kelder produceren jonge brouwers appelcider van de appeloogst die bewoners uit de buurt elk jaar naar het complex brengen. In een atelier dat te klein is om ooit een klaslokaal geweest te zijn, worden skateboards met houten inlay geproduceerd, met de hand. Eén verdieping van een vleugel ruikt naar ecologische supermarkt en al snel blijkt waarom: een zeepfabriek met handgemaakte zepen vol huidvriendelijke ingrediënten en etherische oliën maakt reclame via de neus. Sommige kinderen uit Haren en hun ouders kennen de Biotoop van binnen en van buiten door de buitenschoolse opvang die in vleugel B is ingericht. Een geluidsstudio staat voor de gelegenheid leeg maar wanneer ik door het raam kijk zie ik verderop een ruimte die tot de nok gevuld is met analoge synthesizers en vintage opnameapparatuur. Iedereen in de geluidsstudio mag zoveel lawaai maken als men wil, dag en nacht. Dat zegt iets over de tolerante sfeer in de broedplaats, waar respect is voor elkaars disciplines en het creatieve proces alle ruimte krijgt.


Voor de meeste bewoners is het creatieve ei al uitgekomen en door zo dicht bovenop elkaar te leven is er ook ruimte voor kruisbestuiving, zij het voornamelijk praktisch. De groenten en kruiden uit de tuin worden verwerkt in de gerechten van het restaurant en een kunstenaar die een levensgrote houten bakfiets annex flipperkast maakte, laat kinderen van de dagopvang hiermee spelen. Drie van de zeven vleugels worden gebruikt door kunstenaars die naar De Biotoop reizen vanuit elders in de regio. In de overige vier vleugels worden ruimtes verhuurd als woningen. De bewoners uit het nabij gelegen seniorencomplex komen regelmatig binnenwandelen, en er is een vleugel met een restaurant en zalen waar onder andere theatergezelschappen optreden en yogalessen en zakelijke workshops plaatsvinden. Zo biedt De Biotoop ingangen voor allerlei bezoekers en begint het gebouw een integrale functie te krijgen voor de lokale gemeenschap en de regio.


De wortels van deze gemeenschap zijn commercieel en het is aan de bewoners om het wiel van een samenleving in het klein, opnieuw uit te vinden. Ik sprak met één van de beeldend kunstenaars van De Biotoop en zij vertelde dat zij zich thuis voelt in deze dynamiek en dagelijks contact heeft met de bewoners die op haar gang wonen. Maar een collega kunstenaar bekent dat hij meestal de kleine nooduitgang gebruikt om het gebouw binnen te komen en te verlaten. Het is een kwestie van tijd om te zien hoe de broedplaats zich gaat ontwikkelen. Los van de idealen, De Biotoop brengt Haren een bruisende creatieve sector. Het is een enorme beleving om door dit gebouwencomplex te lopen waar geen enkele gang of verdieping hetzelfde is en het verlangen om te creëren bijna van de muren spat.

Fotografie: Joyce Ter Weele

De Maag van Den Haag

Ergens in de Schilderswijk, ingeklemd tussen de Herman Costerstraat en de De Heemstraat, ligt een enclave verscholen, omringd door hekken. Het zien daarvan roept een soort grensgevoel op, als ware het een mini-landje binnen een stad.
Vier dagen in de week gaan de grenzen van de enclave open van 9 tot 5. Daar wordt grif gebruik van gemaakt: gemiddeld komen er op zo’n open dag 35.000 mensen op bezoek. Het is de Haagse Mart: de grootste markt van Nederland en één van de grootste van Europa. Maar om nou te zeggen dat hij typisch Haags is, nee. Is er op een willekeurige markt in Amsterdam geen twijfel mogelijk in welke stad je bent, deze markt zou overal kunnen liggen. Hier ligt Suriname naast Turkije, een straatje verderop gaat de medina naadloos over in de toko en staat de Volendamse visboer vis à vis met een tentje vol mediterraan lekkers. Bloemkolen en spruiten liggen gezellig naast de papaya’s en tajers.

Foto:Polly Parker
Foto:Polly Parker

Dat multiculturele heeft De Maag – zoals hij in de volksmond ook wel werd genoemd – sinds het allereerste begin: exotisch fruit was er in 1920 al verkrijgbaar. Tot mei 1938 stond De Maag echter op een plek veel dichter bij het centrum: De Prinsegracht. Door het toenemende verkeer moest de markt noodgedwongen verkassen naar de huidige locatie. Anno 2015 heeft de Mart net weer een woelige periode achter de rug, een extreme make-over vol bijbehorend verbouwleed en verhuizingen. Het grootste verschil met vroegâh? Geen ratjetoe meer van ruim 500 kramen, containers en verkoopwagens. Het zijn nu vaste kramen, allemaal in dezelfde stijl gebouwd. De gedegen overkapping zorgt ervoor dat de bezoeker bij regenachtig weer niet langer een onverwachte plens in de nek kan krijgen door de doorbuigende zeiltjes. De veel bredere gangpaden met gootjes in het midden maken ook een verschil. Minder opstoppingen, minder risico op aanvaringen met andermans scootmobiel of boodschappentrolley, en nooit meer door het smeltwater waden in de visrij. En de digitale betaler hoeft niet langer op zoek naar een pinautomaat buiten de muren, al zijn er nog steeds zat kramen waar handje contantje heerst.

Foto:Polly Parker
Foto:Polly Parker

De vaste ‘bewoners’ van de enclave zijn echter niet veranderd en zorgen voor de typische couleur locale die je al snel doet vergeten dat hun kramen nu meer op winkels lijken. Ze komen vaak uit families die al generaties op de Mart staan en lijken uiteindelijk tevreden met hun nieuwe afsluitbare winkeltjes. Uitstallen en opruimen gaat in ieder geval een stuk sneller. Ook al heeft de markt heel wat meer te bieden, het voedsel voert de boventoon.

Foto: Polly Parker
Foto: Polly Parker

Als er al een voertaal is, dan is dat de universele taal van eten. Per slot van rekening moet iedereen dat doen. In geval van acute snack attack gaat er een wereld voor de maag open: van Turkse pizza tot patatje met, van kibbeling tot Vietnamese loempia en van samosa tot broodje bal.

Foto: Polly Parker
Foto: Polly Parker

De bezoekerssamenstelling is net zo kleurrijk als de marktlui en hun koopwaar. Tientallen nationaliteiten uit alle lagen van de bevolking lopen hier door elkaar. Sommigen komen voor de dagelijkse boodschappen, anderen voor gordijnstof, nieuwe kleren, een dagje uit of gewoon voor de vrijdagse vis. Er heerst een sociale gedragscode die bijna dorps aandoet.

Foto: Jasmijn Schrofer
Foto: Jasmijn Schrofer

Mensen die elkaar buiten de markt nooit tegen zullen komen, laat staan dat ze ooit met elkaar zouden praten, staan nu gezamenlijk te dubben welke dadels het lekkerst zijn, of die nu in een green smoothie of in een Midden-Oosters gebakje met honing eindigen. Superfoodadepten en Ottolenghi-fans staan gebroederlijk naast gesluierde vrouwen hun granaatappels uit te zoeken. Geheid kom je als bezoeker producten tegen die je niet kent. Gewoon vragen is het devies.
Heeft de standhouder het te druk dan werpt zich negen van de tien keer een mede-klant op als informatiebron, soms inclusief tips en recepten die je in geen kookboek zal kunnen vinden.

Natuurlijk is het geen Walhalla. Je moet net zo goed op je tas passen als elders en er is best wel eens herrie of irritatie. Kun je er niet tegen dat mensen zich links en rechts naast je wringen bij de drukke kramen dan kun je er beter wegblijven. Maar over het algemeen heerst er een sfeer van tolerantie en respect. Als samen eten inderdaad verbroedert, dan staat samen eten kopen op de Mart op een goede tweede plaats. De Mart nieuwe stijl is weliswaar fysiek aangepast op de verwende consument anno nu, maar de sfeer is nog steeds vertrouwd en biedt voor elk wat wils. Of je nu op culinaire ontdekkingsreis gaat, je dagelijkse hap wil scoren, alleen wil funshoppen of de sfeer opsnuiven, een bezoekje aan dit drie voetbalvelden grote stukje Schilderswijk voelt aan als een tripje naar een andere stad. Waar op de wereld die stad dan ook moge liggen.

Tekst: Anne van der Heiden
Foto: ‘de race van de omaatjes’, Jasmijn Schrofer

Wereldplek – Biënnale Venetië 2015

“All The World’s Futures” is het thema van de 56ste Kunst Biënnale die afgelopen mei in Venetië is geopend. Een Biënnale in een stad die voornamelijk bezig is met het behoud van alles wat gebouwd is in het verleden. Hoe divers de interpretaties ook zijn, “All The World’s Futures” laat de toekomst doorschemeren in al wat getoond wordt aan maakbaarheid, retrospectie, context en poëzie. Inga Schneider deelt haar impressies.

De Biënnale onderzoekt de invloed van de maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke realiteit op de creatieve expressie van beeldend kunstenaars. Artistiek directeur Okwui Enwezor heeft de curatoren van de deelnemende landen gevraagd met deze boodschap aan de slag te gaan. Het resultaat is zo divers als de wereld waarin we vandaag leven.
In het Cyprische paviljoen laat de kunstenaar Christodoulos Panayiotou in de tentoonstelling “Two Days After Forever” de instrumentele rol zien van de archeologie in de verhalen van onze geschiedenis. Terwijl in het Canadese paviljoen, Canadassimo wordt getoond van het kunstenaarscollectief BGL; een fantasie Shopping-Kosmos uit nostalgische tijden. Bij aanraking is het voor bezoekers onmogelijk om de waspoederpakken helder te zien omdat ze vervagen en zich oplossen in nevelige beelden.
Het Griekse paviljoen daarentegen, is een soort meditatieve installatie die bezoekers leidt langs alles wat de internationale kunstwereld te bieden heeft om vervolgens terecht te komen bij een Griekse leerlooier. De verhalen uit zijn leven vertragen het tempo van het bezoek. Niet alleen via verhalen en filmbeelden krijgen mensen een idee van zijn leven; in het paviljoen is zijn werkplaats helemaal nagebouwd.

Locatie is vaak bepalend voor de beleving van beeldende kunst. In de laatste 120 jaar is er in Venetië veel gebouwd om de tentoonstellingen te huisvesten. In 2009 is er een nieuw gebouw bijgekomen voor het Padiglione Italia, het Italiaanse paviljoen, en het oude paviljoen is sindsdien omgedoopt tot Central Pavilion. In het naburige park staan de paviljoengebouwen die de afgelopen 120 jaar door zo’n 29 landendeelnemers zijn gebouwd en die als thuisbasis dienen voor nationale tentoonstellingen. De tentoonstellingen van de rest van de 87 deelnemende landen zijn te zien in het Arsenaal, in diverse paleizen en in speciaal voor de gelegenheid opgestelde tijdelijke locaties.
Sommige van de bestaande locaties echter, hebben dit jaar een tijdelijk metamorfose ondergaan. De installatie met de titel “The key in the hand” van de Japanse Chiharu Shiota transformeert het Japanse paviljoen en fascineert bezoekers door poëzie en vlijt. Het paviljoen is doortrokken met een enorme hoeveelheid rode draden waaraan tienduizenden sleutels hangen die afkomstig zijn uit de hele wereld.
Het Duitse paviljoen heeft zichzelf opnieuw uitgevonden met tijdelijke vloeren die nieuwe ruimtes creëren. Curator Florian Ebner heeft kunstenaar Tobias Zielony uitgenodigd om deze ruimtes te gebruiken. In zijn werken spelen de migratie van foto’s en van mensen de hoofdrol. Zielony fotografeerde in Duitsland vluchtelingen en stuurde de foto’s naar het land van herkomst van deze mensen waar lokale auteurs vervolgens een artikel schreven voor elk van de foto’s. De artikelen en de foto’s zijn gepubliceerd in lokale kranten en tijdschriften. Om het effect van context en perceptie te benadrukken worden de artikelen los van de foto’s getoond.
Armenië heeft gebruik gemaakt van de voordelen van een stad die historische gebouwen koestert. Op een eiland gelegen voor Venetië, in een eeuwenoud Armeens klooster, toont het Armeense paviljoen kunstwerken waarin de Armeense identiteit, in het heden en verleden, thuis en in de rest van de wereld, wordt onderzocht. Het kreeg de prijs voor het Beste Nationale Paviloen, de Gouden Leeuw.

Natuur ontbreekt niet op deze Biënnale; de Nederlandse bioloog en kunstenaar herman de vries toont in het Nederlandse paviljoen een scala aan objecten uit de natuur, terwijl het Franse paviljoen werk van Céleste Boursier-Mougenot toont, een installatie van drie gemotoriseerde pijnbomen. Verder is de Biënnale niet zonder controverse geweest. De Turks-Armeense kunstenaar Sarkis vertegenwoordigt officieel Turkije terwijl zijn werk ook getoond wordt in het Armeense Paviljoen. En een kunstenaar die IJsland vertegenwoordigt richtte een kerk in als een moskee. Na lokale protesten moest alles afgebroken worden. Gelukkig blijven alle andere tentoonstellingen nog te bezichtigen tot eind november.
Biënnale Venetië 2015, tot 22 november.

Tekst: Inga Schneider en Regina Fluyt
Fotografie: Inga Schneider