Zomer films 2018

De filmhuizen trakteren deze zomer op klassiekers, documentaires en 10 Nederlandse premières. Ga kijken!

Previous Unreleased, EYE Filmmuseum Amsterdam
EYE Amsterdam toont 10 films die ooit geselecteerd zijn voor internationale festivals, maar nog nooit te zien zijn geweest in de Nederlandse bioscopen. Vanaf 12 juli zijn onder de noemer Previously Unreleased tien premières – met onder andere Kirsten Dunst en Ethan Hawke in opmerkelijke rollen – te zien in het filmmuseum en de FilmHallen in Amsterdam.

Music Docs in de Rotterdamse Lantaren Venster
Tijdens North Sea Round Town zijn er muziekdocumentaires te zien in Lantaren Venster Rotterdam, onder andere: Mavis!, Two Trains Running, en Betty: They Say I’m Different, een eerbetoon aan funkzangeres Betty Davis.

Zinderende Zomer Film in Filmhuis Den Haag
In het Haags Filmhuis zijn filmhuis klassiekers te zien tijdens het programma- Zinderende Zomer Film met o.a. La Piscine, Blow-up en My own private Idaho.

Foto: Kirsten Dunst in Woodshock uit 2017, van Kate & Laura Mulleavy.

Visueel toneelspektakel Ondine in Koninklijke Haagse Schouwburg

Een spektakelstuk waarin de kijker meegezogen wordt in een watershow en visueel sprookje over de jonge waternimf Ondine, subliem gespeeld door Evgenia Brendes, en haar onmogelijke liefde voor ridder Hans (Joris Smit).

Ondine groeit op in een geheimzinnig bos. Ze wast haar haren in de waterval, ze zwemt tussen de vissen en andere waterdieren. Ze is wereldvreemd en volledig één met de natuur. Als ze verliefd wordt op Hans, ridder von Wittenstein zu Wittenstein neemt hij haar mee naar het hof. Daar weet de pure Ondine zich slecht staande te houden. De simpelste strategieën om iets gedaan te krijgen, botsen met haar natuur. Als de Koning der Watergeesten (Mark Rietman) zijn wraak komt halen, wordt de burcht van de Wittensteins overspoeld. De geesten van het liefdespaar worden verruïneerd. De fonteinen van het paleis spuiten meters hoog. De wereld huilt. 

Ondine, een coproductie van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool, is t/m 7 juli exclusief te zien in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag.

De Maag van Den Haag

Ergens in de Schilderswijk, ingeklemd tussen de Herman Costerstraat en de De Heemstraat, ligt een enclave verscholen, omringd door hekken. Het zien daarvan roept een soort grensgevoel op, als ware het een mini-landje binnen een stad.
Vier dagen in de week gaan de grenzen van de enclave open van 9 tot 5. Daar wordt grif gebruik van gemaakt: gemiddeld komen er op zo’n open dag 35.000 mensen op bezoek. Het is de Haagse Mart: de grootste markt van Nederland en één van de grootste van Europa. Maar om nou te zeggen dat hij typisch Haags is, nee. Is er op een willekeurige markt in Amsterdam geen twijfel mogelijk in welke stad je bent, deze markt zou overal kunnen liggen. Hier ligt Suriname naast Turkije, een straatje verderop gaat de medina naadloos over in de toko en staat de Volendamse visboer vis à vis met een tentje vol mediterraan lekkers. Bloemkolen en spruiten liggen gezellig naast de papaya’s en tajers.

Foto:Polly Parker
Foto:Polly Parker

Dat multiculturele heeft De Maag – zoals hij in de volksmond ook wel werd genoemd – sinds het allereerste begin: exotisch fruit was er in 1920 al verkrijgbaar. Tot mei 1938 stond De Maag echter op een plek veel dichter bij het centrum: De Prinsegracht. Door het toenemende verkeer moest de markt noodgedwongen verkassen naar de huidige locatie. Anno 2015 heeft de Mart net weer een woelige periode achter de rug, een extreme make-over vol bijbehorend verbouwleed en verhuizingen. Het grootste verschil met vroegâh? Geen ratjetoe meer van ruim 500 kramen, containers en verkoopwagens. Het zijn nu vaste kramen, allemaal in dezelfde stijl gebouwd. De gedegen overkapping zorgt ervoor dat de bezoeker bij regenachtig weer niet langer een onverwachte plens in de nek kan krijgen door de doorbuigende zeiltjes. De veel bredere gangpaden met gootjes in het midden maken ook een verschil. Minder opstoppingen, minder risico op aanvaringen met andermans scootmobiel of boodschappentrolley, en nooit meer door het smeltwater waden in de visrij. En de digitale betaler hoeft niet langer op zoek naar een pinautomaat buiten de muren, al zijn er nog steeds zat kramen waar handje contantje heerst.

Foto:Polly Parker
Foto:Polly Parker

De vaste ‘bewoners’ van de enclave zijn echter niet veranderd en zorgen voor de typische couleur locale die je al snel doet vergeten dat hun kramen nu meer op winkels lijken. Ze komen vaak uit families die al generaties op de Mart staan en lijken uiteindelijk tevreden met hun nieuwe afsluitbare winkeltjes. Uitstallen en opruimen gaat in ieder geval een stuk sneller. Ook al heeft de markt heel wat meer te bieden, het voedsel voert de boventoon.

Foto: Polly Parker
Foto: Polly Parker

Als er al een voertaal is, dan is dat de universele taal van eten. Per slot van rekening moet iedereen dat doen. In geval van acute snack attack gaat er een wereld voor de maag open: van Turkse pizza tot patatje met, van kibbeling tot Vietnamese loempia en van samosa tot broodje bal.

Foto: Polly Parker
Foto: Polly Parker

De bezoekerssamenstelling is net zo kleurrijk als de marktlui en hun koopwaar. Tientallen nationaliteiten uit alle lagen van de bevolking lopen hier door elkaar. Sommigen komen voor de dagelijkse boodschappen, anderen voor gordijnstof, nieuwe kleren, een dagje uit of gewoon voor de vrijdagse vis. Er heerst een sociale gedragscode die bijna dorps aandoet.

Foto: Jasmijn Schrofer
Foto: Jasmijn Schrofer

Mensen die elkaar buiten de markt nooit tegen zullen komen, laat staan dat ze ooit met elkaar zouden praten, staan nu gezamenlijk te dubben welke dadels het lekkerst zijn, of die nu in een green smoothie of in een Midden-Oosters gebakje met honing eindigen. Superfoodadepten en Ottolenghi-fans staan gebroederlijk naast gesluierde vrouwen hun granaatappels uit te zoeken. Geheid kom je als bezoeker producten tegen die je niet kent. Gewoon vragen is het devies.
Heeft de standhouder het te druk dan werpt zich negen van de tien keer een mede-klant op als informatiebron, soms inclusief tips en recepten die je in geen kookboek zal kunnen vinden.

Natuurlijk is het geen Walhalla. Je moet net zo goed op je tas passen als elders en er is best wel eens herrie of irritatie. Kun je er niet tegen dat mensen zich links en rechts naast je wringen bij de drukke kramen dan kun je er beter wegblijven. Maar over het algemeen heerst er een sfeer van tolerantie en respect. Als samen eten inderdaad verbroedert, dan staat samen eten kopen op de Mart op een goede tweede plaats. De Mart nieuwe stijl is weliswaar fysiek aangepast op de verwende consument anno nu, maar de sfeer is nog steeds vertrouwd en biedt voor elk wat wils. Of je nu op culinaire ontdekkingsreis gaat, je dagelijkse hap wil scoren, alleen wil funshoppen of de sfeer opsnuiven, een bezoekje aan dit drie voetbalvelden grote stukje Schilderswijk voelt aan als een tripje naar een andere stad. Waar op de wereld die stad dan ook moge liggen.

Tekst: Anne van der Heiden
Foto: ‘de race van de omaatjes’, Jasmijn Schrofer

Blue Moon

Stevie Peerenboom is met haar twee zussen eigenaar van restaurantketen Burgerz. Samen staan zij voor het succes van drie hamburgerrestaurants in Den Haag, Scheveningen en Delft. Stevie is de oudste van de zusjes en zij runt aan de Haagse Prinsestraat ook de oudste van de drie restaurants. Voor de rubriek Het Gerecht sprak Jasmijn Schrofer met Stevie over het verhaal achter haar lievelingsgerecht: The Blue Moon.

Het lijkt alsof er in de afgelopen jaren heel veel is gebeurd rondom klassieke gerechten zoals hamburgers. Hoe speel jij in op trends?
“Je ziet steeds meer nieuwe burgertentjes en restaurants die burgers op de kaart zetten. Het is een hip iets zal ik maar zeggen. Ik ga veel uit eten om te kijken wat er om mij heen gebeurd. We blijven bij ons eigen concept maar soms moeten we echt wel een stapje hoger gaan. Want wat de anderen doen, is soms heel erg gaaf.”

Maar zie je niet veel van hetzelfde bij andere tenten?
“Wat ik veel terug zie, is dat anderen meer insteken op het interieur en hoe ze de burgers in elkaar zetten met toppings. Wij zijn heel erg gericht op het vlees en waar ons vlees vandaan komt. We hebben ons eigen boerderijtje, ons vlees is 100% puur, er gaat geen rotzooi in. Ons vlees maakt de hamburger.”

Waar staat Burgerz voor?
“Burgerz is funky. En wij kijken meer naar het buitenland dan naar wat er hier in Nederland gebeurt. Mijn zusjes en ik gingen vroeger vaak op vakantie naar Amerika. Dan zagen we daar al die burgertentjes. En dan dachten we: wauw, hoe gaaf is dit, hoe gaan we dat naar Nederland brengen?”

Wat is het grootste complement wat Burgerz ooit heeft gekregen?
“Dat bij ons de burgers beter zijn dan in Amerika. Wij bakken onze burgers met veel passie, veel ziel en heel veel plezier. En dat proef je.”

Staat er een gerecht op jullie kaart waar jij persoonlijk het meest mee hebt?
“The Blue Moon burger is mijn favoriete burger. Ik heb hem zelf ontworpen. Ik ben sowieso gek op kazen maar blauwe kaas vind ik helemaal lekker. Ik hou van heftige smaken. Op de Blue Moon gaat spinazie, spek, rode ui, gekonfijte uiencompote en natuurlijk blauwe kaas. Blauwe kaas met burger leek eerst veel te heftig. Niet iedereen houdt ervan maar er komen toch veel mensen voor deze burger. Vóór de Blue Moon hadden we een andere op de kaart staan met gorgonzola: the Funky Cheese burger. Maar die vond ik eigenlijk te zacht. Toen is de gorgonzola vervangen door een nog pittiger blauwe kaas, de blue stilton.”

Wat is jullie succesvolste burger?
“Dat is The Mother Of All Burgers, één van de grootste burgers die op onze kaart staat. Het is onze signature burger, daar zijn we mee begonnen en daarvoor komt toch wel zo’n 80 % van onze gasten. We hebben hem ook in de dubbel variant, dan krijg je de Godfather. Op de Godfather zit sla, tomaat, augurk, rode ui, tomaten/basilicum salsa, een gebakken eitje, cheddar en spek. Als je de Godfather helemaal opkrijgt samen met je frietje, dan laten we een T-shirt printen met de opprint I did the Godfather. Want het is heel veel en ik vind het knap als je dat helemaal op kunt eten. Mij is het nooit gelukt.”

Het T-shirt is ook een beetje Amerikaans of niet?
“Ja, alles wat je hier ziet, het dinerconcept met van die booths, dat hebben we uit Amerika. En dat geldt ook voor de Godfather, the double-up, het T-shirt, de stickers met I love Burgerz en een online competitie: op de meest gekke plekken burger stickers plakken en online op onze facebook pagina zetten. Met de leukste foto kun je een etentje bij ons winnen.”

Voor altijd een hamburger of elke dag vegetarisch?
“Elke dag een hamburger. Ik hou van lekker vlees, maar ik moet zeggen dat ik weinig vlees eet hoor. Als ik thuis kook is het vaak vegetarisch. Ik heb niet zoveel vlees nodig. Maar als ik in een restaurant ga eten en ik weet dat ze daar mooi vlees hebben en ze komen met iets heel gaafs, dan ga ik daar geen nee tegen zeggen.”

Wat is moeilijker om goed te bereiden: een stuk vlees of een vegetarische maaltijd?
“Vlees bereiden is echt een kunst. Ons vlees is zo mooi, zo vers en zo puur. Wanneer een klant om well-done vraagt dan zeggen we ook altijd: prima, maar weet je het zeker? Alles wat vlees lekker maakt, haal je eruit met well-done.”

Misschien moet het geen well-done heten maar bad-done?
“Ja, ha, ha, bad-done. Dat zie je ook in Amerika: rear, medium, well-done en toffe zinnen als ‘well-done bad, not gone happen’. Soms hebben we klanten die denken dat ze binnen 10 minuten een burger op tafel krijgen. Dan denk ik: jeetje, je krijgt 175 gram, je wil hem well-done, dan ben je zo 20 minuten kwijt. Je zit in een restaurant, het is geen take away. Je krijgt een lekker wijntje en je kunt kiezen uit mooie bieren. We serveren burgers, maar we zijn een restaurant waar je komt om te genieten van een mooi stukje vlees.”

Wat is de gekste burger die ooit op de kaart heeft gestaan, of nog staat?
“We hebben een kaasfondue burger gehad. Gewoon vier verschillende kazen door elkaar laten smelten, zodat het helemaal over de burger druipt. Mega lekker. Die was zeer gewild, daar waren mensen gek op.”

Die staat niet meer op de kaart?
“Nee, vorig jaar november was het de maandspecial. Elke maand proberen we weer een nieuwe special. Maar ik denk dat we die wel weer op de kaart gaan zetten want mensen vragen daar nog steeds naar. Nu met Halloween hebben we een special met candy bacon, dat is spek uit de oven met basterdsuiker. Crispy, zoet en zout en dan met een spicy appel/pompoen salsa. Geloof me, we proberen elke gekke combinatie. Maar op één of andere manier werken ze allemaal.”

Interview: Jasmijn Schrofer
Foto: Jasmijn Schrofer

Koken volgens KISS

Vanaf deze maand start POM Magazine met de nieuw serie Het Gerecht. In deze reeks vertelt een restauranteigenaar over zijn of haar favoriete gerecht. Soms is dat een gerecht op de kaart dat verbonden is met het ontstaan van het restaurant, soms is het een gerecht met een sterke jeugdherinnering en soms is het een gerecht dat de filosofie van het restaurant in één hap samenvat. In de primeur van deze serie sprak Anne van der Heiden met Remco Bras Verschoor, eigenaar van de vegetarisch/biologische lunchroom Baklust in Den Haag. In een interview met Anne vertelt Remco over een bijzondere risotto en legt hij uit wat rockmuziek met zijn gerecht te maken heeft.

Allereerst: wat is Baklust?
Baklust is… rebels. Het is geen franchise van een grote keten, niet alle tafels zijn hetzelfde, het is niet strak. Juist die imperfecties dragen bij aan het huiskamergevoel, net als de manier waarop we met onze klanten omgaan. De kaart is klein maar doordacht: vrijwel alles is in een handomdraai aan te passen voor veganisten of mensen die glutenvrij eten. Ik heb veel in het buitenland gewerkt en kan zo kwaad worden van die Nederlandse houding ten opzichte van horeca. In Frankrijk is ‘garçon’ een respectabele baan, hier is het meer een bijbaantje waarvoor je alleen maar een cursusje melk opschuimen hoeft te volgen. Horeca is een echt vak en dat zie je bij ons terug. Geen anonimiteit en onverschilligheid: onze klanten praten met elkaar, ook als ze elkaar niet kennen.

Waarom vegetarisch?
Baklust was al vegetarisch, ik ook. Daarom wilde ik het juist overnemen. Ik ben echt geen evangelist die iedereen wil bekeren, vleeseters zijn hier van harte welkom, maar ik wil hen wel wat leren. Al moet ik 10 keer per dag uitleggen wat seitan is! Ik wil mensen verrassen met de rijkdom van de vegetarische keuken. Niet op de vleesbakkers manier met salade geitenkaas en broodje mozzarella. We hebben wel geitenkaas en mozzarella in het menu verwerkt, omdat die ingrediënten herkenbaar zijn voor de vleeseters en instap-vegetariërs die hier ook komen. Die kiezen vaak eerst veilig. Maar als dat bevalt…. durven ze de keer daarna misschien wel onbekender terrein aan.
En dan heb ik het niet over dat trendy visuele gedoe met schuimpje van dit en cappuccino van dat op je bord: leuk hoor, maar het gaat toch om de smaak! Meer dan 3 smaken per gerecht is trouwens zinloos, die proef je toch niet. Ik kook volgens mijn favoriete band aller tijden, KISS. Oftewel: Keep It Simple Stupid.

Wat is jouw ultieme gerecht en waarom?
De quinoa salade. Allereerst omdat het helemaal volgens mijn KISS principe is, zoet, zuur en zout zijn perfect in balans. Het heeft alles wat een salade moet hebben. En het gerecht is echt gegroeid, het heeft een verhaal.
Ik kijk veel BBC: voor het programma ‘Kew on a Plate’ heeft chef Raymond Blanc een heel jaar lang een moestuin gehad in Kew gardens. Met de oogst uit de tuin heeft hij volgens het seizoen gekookt. Het bijbehorende kookboek is mijn absolute favoriet. Eén van de gerechten daarin is een risotto met gerst en worteltjes. Geweldig lekker, maar niet praktisch voor bij ons in de lunchroom: het duurt veel te lang om te maken. Maar ik wilde het zo graag op de kaart, dat ik ermee ben gaan spelen. Allereerst heb ik in plaats van de gerst, quinoa gebruikt. Saillant detail is dat ik eigenlijk niet van quinoa hield, ik vond het een beetje zeepachtig. Maar door de quinoa in het kookvocht van de wortels te koken, krijgt de quinoa een heerlijk zoetje. De dressing voor de Caesar salade die al op kaart stond bleek hier perfect bij te passen. Tot slot kwamen de polenta croutons er nog bij voor de zout-ervaring. Daar ben ik de hier zo populaire Israëlische chef Ottolenghi dankbaar voor, dat hij eindelijk Nederland aan de polenta heeft gekregen. Supervoedsel wat mij betreft: simpel, lekker en verrassend.
Het eindresultaat staat niet voor niets bij het rijtje salades op ons menu. Onderaan, want de laatste onthoud je het beste en iedereen moet hem gewoon proberen. Met brood en boter erbij hè, zoals het hoort bij een maaltijdsalade. Salade zonder brood is zo Hollands.

Interview en tekst: Anne van der Heiden
Foto: Jasmijn Schrofer

De erfenis van de weduwe van Indië

In de jaren ’50 kwamen meer dan 100.000 Indische Nederlanders veelal noodgedwongen naar Nederland. Met heimwee naar hun verloren land vestigden velen zich in Den Haag, wat de stad de titel ‘weduwe van Indië’ opleverde. Zestig jaar na dato lijkt verdriet over hun ‘ballingschap’ plaats te hebben gemaakt voor trots op hun herkomst. Zo viert de Pasar Malam (inmiddels Tong Tong Fair) op het Malieveld elk jaar het culturele erfgoed van de Nederlandse Indiërs en presenteerde het Filmhuis Den Haag vorig jaar de expositie ‘Toko Times’ van fotograaf Jaimie Peeters. Omdat de toko misschien wel de meest zichtbare erfenis is van de ‘weduwe’ – Den Haag telt niet voor niets de meeste toko’s van Nederland -, bezocht Thierry Reniers voor POM Magazine er vier, verspreid over de residentie.

De oudste
Toko Toet op de Haagse Beeklaan is de oudste toko van de stad. Twee generaties Jansens hebben zich hier toegelegd op de keuken uit Midden-Java, wat de zoetere smaken verklaart die de gerechten typeert. Achter een etalage met Amsterdamse School kenmerken ligt een bescheiden, blinkend schoon zaakje met een paar tafeltjes aan het raam en een vitrine met gerechten dwars achterin. Nog een paar planken aan de linkerwand met ingrediënten voor de ‘thuiskokkies’ en je hebt heel Toko Toet gezien. Dit oudste Indonesische eethuisje van de stad moet het duidelijk meer van zijn reputatie hebben dan van formaat of opsmuk. Hoewel er tijdens ons bezoek maar één tafeltje bezet is, vinden de afhaalgerechten gretig aftrek. De ajam panggang en de sayur lodeh zijn de specialiteiten van het huis en vooral het eerste gerecht blijkt een reden om hier terug te komen. Niet om gezellig ter plaatse te tafelen, want daarvoor leent de ruimte zich niet bijzonder goed. Wel om verse, authentieke Javaanse gerechten van zeer hoge kwaliteit af te halen en daar thuis van te genieten.

De onopvallendste
Aan Bogor, gelegen op de hoek van het Koningsplein en de van Swietenlaan, loop je gemakkelijk voorbij. Dit Indonesische huiskamerrestaurant is dan wel genoemd naar de voormalige hoofdstad van Nederlands-Indië (beter bekend als Buitenzorg), grootstedelijke pretenties heeft het Haagse Bogor niet. Het eethuis bezit niet eens een website en dat is juist zijn charme. Je waant je eventjes ver in het oude Indië, of tenminste in een Nederlandse voorstelling daarvan, compleet met verschoten sarongs en wajangpoppen. Een traditionele rijsttafel is waarvoor je Bogor bezoekt: 16 gerechten, veel vlees, lekkere pindasaus en alles mild gekruid. Leuk weetje: alles wat je niet meer kunt opeten, wordt voor je ingepakt om mee naar huis te nemen.

De modernste
Sticky Rice, gelegen op de begane grond van het ultramoderne winkelcentrum New Babylon naast het centraal station van Den Haag, richt zich op een verrassende combinatie van de Indonesische en Aziatische keuken. In een grote, glazen vitrine staan allerlei gerechten uitgestald die je kunt bestellen om mee te nemen of ter plekke op te eten, aan een paar tafeltjes of in een apart restaurantgedeelte. Op de menukaart staan kant-en-klare maaltijden bereid volgens recepten uit de keukens van Bangkok tot Bali. De geserveerde porties zijn precies goed en met een authentieke smaak. De vele soorten ijsthee en het Aziatische bier, dat met een ijskoud bierglas geserveerd wordt, maken de eetervaring bij Sticky Rice compleet.

De beste
Volgens Indoweb, dat jaarlijks een lijst met de beste Indonesische toko’s en afhaalrestaurants publiceert, is Toko Si-Pentje in de Merkusstraat in Bezuidenhout in 2015 de beste toko van Nederland. In de ruime, smetteloze winkel van Ventje Pallencaoe (Si-Pentje betekent letterlijk ‘dat ventje’) is het dan ook stampvol. Er zitten eters aan de paar tafeltjes aan het einde van de lange ruimte die nog het meest weg heeft van een bakkerswinkel en voor de lange toonbank staat een rij wachtenden letterlijk tot buiten op straat. Toch heerst er bij Si-Pentje een serene rust. Elke klant krijgt de volledige aandacht en de bediening neemt uitgebreid de tijd om de gerechten te selecteren, op te warmen en te verpakken. Een half uur in de rij staan om hier iets te mogen bestellen, is dan ook geen uitzondering. Maar de klanten hebben het ervoor over en wij ook, als we uiteindelijk de specialiteit ‘Nasi Bungkus’, verpakt in bananenblad, proeven. Vers, perfect op smaak en authentiek Indisch. Voor Si-Pentje rijd je niet alleen een blokje, maar gerust een hele stad om.

Tekst: Thierry Reniers
Fotografie: Jasmijn Schrofer