De stad, de rivier en het zwemmen

Zwemmen in de stadsrivier wordt in de meeste steden sterk afgeraden. De rivieren zijn vaak gevaarlijk vanwege een verraderlijke stroom of druk bootverkeer en het vervuilde water maakt het zwemmen een gevaar voor de gezondheid. Toch zijn er stadsrivieren waarin je met een gerust hart een duik kunt nemen. De wens om schoner rivierwater is er natuurlijk al heel lang en sommige steden hebben de lat zo hoog gelegd dat zwemmen in rivierwater veilig geworden is.

In de haven van Kopenhagen ligt het openluchtbad Harbour Baths waar de bewoners van nabije buurten in schoon rivierwater kunnen zwemmen. Behalve in Kopenhagen, kan er nu ook gezwommen worden in baden in de Parijse Seine, de Berlijnse Spree en binnenkort in de Londense Thames. Eerlijkheid gebied te melden dat het rivierwater is dat deze baden vult, maar alleen nadat het grondig gezuiverd is. Londen en Berlijn streven ernaar de rivierwaterkwaliteit mettertijd op een niveau te krijgen die kunstmatige zuivering van het water niet meer nodig maakt.

Het ontwerp van deze baden is eenvoudig en het toonbeeld van architectuur en design. De Harbour Baths in Kopenhagen zijn gebouwd op houten vlonders die doen denken aan het promenadedek van een schip. In plaats van traditionele duikplanken is een drie dimensionale driehoek gebouwd dat veel weg heeft van een scheepsboeg. Omdat alles in hout is uitgevoerd ademt het bad de sfeer van ambachtelijkheid.
Het ontwerp van Badeschiff Berlin is gebaseerd op de romp van een leeg schip, zoals de naam al impliceert. Net als in Kopenhagen wordt het bad omgeven door houten vlonders. Maar het rivierbad in de Spree gebruikt zijn vlonders voor lounching en dj’s en niet zo zeer voor de natuurbeleving. Genieten van de stadspanorama staat centraal, en in de winter wordt het bad overtrokken met een doorzichtige cirkelvormige kap waardoor zwemmers tot in de late avonduren heen kunnen kijken naar de lichtjes van Berlijn.

Zwemmen in een stadsrivier is natuurlijk niet te vergelijken met het spetteren in koele snelstromende beekjes in bossen en bergen. Maar helemaal gespeend van natuur zijn sommige baden niet. Thames Baths Lido is een initiatief voor een rivierbad in oprichting en wordt gesteund door prominente Londenaars. De ontwerpen liggen er en via crowdfunding wordt geld ingezameld om de realisatie mogelijk te maken. In het ontwerp is uitgekiend landschapsarchitectuur te zien die de zwemmers van Thames Baths Lido laten genieten van riet en waterplanten tegen de achtergrond van de historische skyline van het centrum van Londen. Zwemmen in de natuur is een beleving van vrijheid, rust en verbondenheid met de natuur. Thames Lido geeft een hint van een stukje natuur, maar Badeschiff am Spree en Harbour Baths Kopenhagen laten zien dat zwemmen in een stadsrivier een beleving is van vrijheid en verbondenheid met de rivier en haar stad.

Tekst: Polly Parker

De Maag van Den Haag

Ergens in de Schilderswijk, ingeklemd tussen de Herman Costerstraat en de De Heemstraat, ligt een enclave verscholen, omringd door hekken. Het zien daarvan roept een soort grensgevoel op, als ware het een mini-landje binnen een stad.
Vier dagen in de week gaan de grenzen van de enclave open van 9 tot 5. Daar wordt grif gebruik van gemaakt: gemiddeld komen er op zo’n open dag 35.000 mensen op bezoek. Het is de Haagse Mart: de grootste markt van Nederland en één van de grootste van Europa. Maar om nou te zeggen dat hij typisch Haags is, nee. Is er op een willekeurige markt in Amsterdam geen twijfel mogelijk in welke stad je bent, deze markt zou overal kunnen liggen. Hier ligt Suriname naast Turkije, een straatje verderop gaat de medina naadloos over in de toko en staat de Volendamse visboer vis à vis met een tentje vol mediterraan lekkers. Bloemkolen en spruiten liggen gezellig naast de papaya’s en tajers.

Foto:Polly Parker
Foto:Polly Parker
Dat multiculturele heeft De Maag – zoals hij in de volksmond ook wel werd genoemd – sinds het allereerste begin: exotisch fruit was er in 1920 al verkrijgbaar. Tot mei 1938 stond De Maag echter op een plek veel dichter bij het centrum: De Prinsegracht. Door het toenemende verkeer moest de markt noodgedwongen verkassen naar de huidige locatie. Anno 2015 heeft de Mart net weer een woelige periode achter de rug, een extreme make-over vol bijbehorend verbouwleed en verhuizingen. Het grootste verschil met vroegâh? Geen ratjetoe meer van ruim 500 kramen, containers en verkoopwagens. Het zijn nu vaste kramen, allemaal in dezelfde stijl gebouwd. De gedegen overkapping zorgt ervoor dat de bezoeker bij regenachtig weer niet langer een onverwachte plens in de nek kan krijgen door de doorbuigende zeiltjes. De veel bredere gangpaden met gootjes in het midden maken ook een verschil. Minder opstoppingen, minder risico op aanvaringen met andermans scootmobiel of boodschappentrolley, en nooit meer door het smeltwater waden in de visrij. En de digitale betaler hoeft niet langer op zoek naar een pinautomaat buiten de muren, al zijn er nog steeds zat kramen waar handje contantje heerst.

Foto:Polly Parker
Foto:Polly Parker
De vaste ‘bewoners’ van de enclave zijn echter niet veranderd en zorgen voor de typische couleur locale die je al snel doet vergeten dat hun kramen nu meer op winkels lijken. Ze komen vaak uit families die al generaties op de Mart staan en lijken uiteindelijk tevreden met hun nieuwe afsluitbare winkeltjes. Uitstallen en opruimen gaat in ieder geval een stuk sneller.
Ook al heeft de markt heel wat meer te bieden, het voedsel voert de boventoon.
Foto: Polly Parker
Foto: Polly Parker
Als er al een voertaal is, dan is dat de universele taal van eten. Per slot van rekening moet iedereen dat doen. In geval van acute snack attack gaat er een wereld voor de maag open: van Turkse pizza tot patatje met, van kibbeling tot Vietnamese loempia en van samosa tot broodje bal.

Foto: Polly Parker
Foto: Polly Parker
De bezoekerssamenstelling is net zo kleurrijk als de marktlui en hun koopwaar. Tientallen nationaliteiten uit alle lagen van de bevolking lopen hier door elkaar. Sommigen komen voor de dagelijkse boodschappen, anderen voor gordijnstof, nieuwe kleren, een dagje uit of gewoon voor de vrijdagse vis. Er heerst een sociale gedragscode die bijna dorps aandoet.
Foto: Jasmijn Schrofer
Foto: Jasmijn Schrofer
Mensen die elkaar buiten de markt nooit tegen zullen komen, laat staan dat ze ooit met elkaar zouden praten, staan nu gezamenlijk te dubben welke dadels het lekkerst zijn, of die nu in een green smoothie of in een Midden-Oosters gebakje met honing eindigen. Superfoodadepten en Ottolenghi-fans staan gebroederlijk naast gesluierde vrouwen hun granaatappels uit te zoeken. Geheid kom je als bezoeker producten tegen die je niet kent. Gewoon vragen is het devies.
Heeft de standhouder het te druk dan werpt zich negen van de tien keer een mede-klant op als informatiebron, soms inclusief tips en recepten die je in geen kookboek zal kunnen vinden.

Natuurlijk is het geen Walhalla. Je moet net zo goed op je tas passen als elders en er is best wel eens herrie of irritatie. Kun je er niet tegen dat mensen zich links en rechts naast je wringen bij de drukke kramen dan kun je er beter wegblijven. Maar over het algemeen heerst er een sfeer van tolerantie en respect. Als samen eten inderdaad verbroedert, dan staat samen eten kopen op de Mart op een goede tweede plaats. De Mart nieuwe stijl is weliswaar fysiek aangepast op de verwende consument anno nu, maar de sfeer is nog steeds vertrouwd en biedt voor elk wat wils. Of je nu op culinaire ontdekkingsreis gaat, je dagelijkse hap wil scoren, alleen wil funshoppen of de sfeer opsnuiven, een bezoekje aan dit drie voetbalvelden grote stukje Schilderswijk voelt aan als een tripje naar een andere stad. Waar op de wereld die stad dan ook moge liggen.

Tekst: Anne van der Heiden
Foto: ‘de race van de omaatjes’, Jasmijn Schrofer