POM Magazine

POM Magazine, Magazine voor Stijl & Cultuur

POM Magazine

Simcha’s friends

Klaartje Til onderzocht, als krullenbol, het fenomeen krullenkapper en ontdekte in Amsterdam de kapsalon, Simcha & Friends. Voor POM Magazine bezocht Klaartje de salon. Zij sprak met klanten en kappers op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is het toch met krullen?

door Klaartje Til

Klant Caroline
Het is de vijfde keer dat ik bij Simcha kom. De vorige kapper knipte mijn haar ook goed maar deed niet wat ik wilde. Als ik dan zei dat ik ergens absoluut niet kort geknipt wilde worden, dan werd het toch kort geknipt. Ik had daar genoeg van. Het is moeilijk om een kapper te vinden die goed krullend haar kan knippen, dat is zeker. Ik kom hier naar aanleiding van een krantenartikel over Simcha & Friends. Het was toen moeilijk om een afspraak te maken omdat ze het zo druk hebben. Ik las dat artikel en dacht, dat wil ik ook. Toen ik hier de eerste keer was, vroeg Simcha of ik zenuwachtig was. Maar nee, ik had er alle vertrouwen in, ik voelde me goed. De haarproducten die ze hier verkopen zijn magisch. Ik föhnde mijn haar vroeger nooit. Ze hebben me hier overgehaald omdat dat wel te doen, met die haarproducten. Ik kan nog steeds niet zo goed föhnen als de kappers hier, maar het is echt fantastisch. Van een bezoek bij Simcha word ik zelfverzekerder. En met die haarproducten, nou dat doet wel wat voor je haar en voor jezelf.

Klant Daisy
Ik ben heel blij dat het nu normaler wordt dat er krullenkappers zijn. Het is gewoon een aparte tak van sport. Dit is de eerste keer dat ik bij Simcha & Friends ben. Als ik ergens voor het eerst kom doe ik wel mijn huiswerk. Ik ga niet blind naar een kapper zonder dat ik weet of het goed staat aangeschreven. Ik heb een krantenartikel gelezen over Simcha. En op social media gekeken, waar je een klant vóór en na een knipbeurt ziet. Daaruit kon ik wel opmaken dat ze hier wel weten wat ze doen, als het op krullen aankomt.

Toen ik een jaar of dertien was had ik heel kort haar dat erg krulde. Ik zat in de wachtkamer met mijn opa bij de orthodontist. Ik weet nog dat daar een jongetje zat met zijn moeder. Hij zei tegen zijn moeder, dat meisje heeft echt een zwarte pietenpruik. Misschien dat ik onbewust daarom mijn krullen ook niet leuk vond. Het was eind jaren negentig, de hele zwarte pieten discussie die we nu hebben, was er toen nog niet. Mensen zeggen dat soort dingen omdat je er blijkbaar anders uitziet. Maar ik zie mezelf niet als anders.  Als tiener was ik niet blij met mijn krullen. Ik was jaloers op mensen met steil of golvend haar, dat wilde ik ook. Ik zat eens bij een kapper waar meiden waren met sluik, steil haar. Die zeiden, “Oh wat heb je mooi haar, en volumineus.” Toen pas werd ik me ervan bewust dat mijn krullen niet echt de standaard norm zijn. Ik ben mijn krullen gaan omarmen en wijs mijn krullen niet meer af.  Ik vond ze wel een last want het kost veel tijd en energie om je krullen goed te onderhouden. Je kunt niet een simpele shampoo of masker gebruiken. Ik kan niet elke dag mijn haar föhnen want dan wordt het stro. Dit was mijn eerste bezoek bij Simcha. Hoe mijn haar zit na een knipbeurt bij Simcha & Friends? Top, superblij mee!  Heel erg bedankt. Ik heb mijn haar weer terug.

Kapper Safae
Krullen knippen is niet makkelijk. Op één hoofd zitten vaak meerdere soorten krullen, die verschillen in structuur. Bij sommige mensen is dat verschil in type krul best wel groot. Dan moet je met verschillende producten gaan werken. Elke type krul op dat ene hoofd, moet weer anders geknipt worden. Krullen knippen is dus maatwerk. Golvend, krullend of kroes haar, iedere soort krul moet op een andere manier geknipt worden. Op de kappersschool krijg je niet standaard les in het knippen van krullend haar. Omdat je het niet echt leert op de kappersschool, worden veel kappers nerveus als ze krullen moet knippen. De krul is eigenwijs en valt steeds anders. Het is daarom eng om krullen te knippen. Steil haar valt vaak hetzelfde en dat is makkelijker te knippen.

Tips van Simcha voor mensen met krullen.
Het komt helemaal goed met de krullen, zeker als mensen zichzelf een beetje meer verzorging zouden gunnen. Dus ik zeg: heel goed verzorgen en vier keer per jaar een heel klein puntje eraf bij een kapper die verstand heeft van krullen. Search het internet naar geschikte kappers. Wacht net zolang met knippen tot je naar de juiste kunt gaan. Zorg dat je een kapper vindt die zelf krullen op het hoofd heeft. Laat je niet overrulen door angst en wees heel duidelijk dat je het niet te kort wilt. En vooral niet zeggen, knip er maar af wat nodig is!

Fotografie: Merel Oenema

Simcha, de krullenkeizerin

Klaartje Til zat vaak in de kappersstoel schietgebedjes te doen in de hoop dat haar krullen er niet ‘uitgeknipt’ zouden worden. De kapper vermeed ze het liefst. Ze ging hooguit maar één keer per jaar, omdat het nodig was. Tot ze ergens een paar jaar geleden in Dijon, Frankrijk, haar beste knipbeurt tot dan toe had. Na deze ervaring ging ze op onderzoek uit en ontdekte een nieuw fenomeen, de krullenkapper. Tijdens haar zoektocht maakte ze kennis met krullenspecialist Simcha, van de Amsterdamse kapperszaak, Simcha & Friends. In een interview met Klaartje vertelt Simcha over haar liefde voor krullen.

door Klaartje Til 

Simcha, wat is het toch met krullen en kappers? Waarom gaat dat vaak niet goed samen?
Als je als kapper geen krullenbol bent, weet je niet wat voor drama het kan zijn als de schaar in de krullen wordt gezet. Het is essentieel en vooral prettig voor de klant, dat je zelf ook krullen op je hoofd hebt. Of je moet er enorm verweven mee zijn en je heel graag willen specialiseren in krullen. Het is belangrijk dat je gevoel hebt voor die krullen en inlevingsvermogen om te bepalen hoe kort je wel of juist niet mag gaan. De gemiddelde krullenbol wordt altijd verknipt. Het woord verknipt is eigenlijk niet het juiste woord. Te kort geknipt is de juiste omschrijving. Een krullend haar is een spiraal, die meteen als een kurkentrekker de lucht in gaat. Aan de hand van het type krul moet je als kapper inschatten in hoeverre je die spiraal, al dan niet de lucht in wil laten gaan.

Maar er zijn in Nederland toch altijd mensen met krullend haar geweest?
Jawel, er waren altijd al heel veel krullenbollen. Maar krullend haar werd vroeger beschouwd als slordig, niet chique. Dat geldt zeker voor Afro-haar. Krullend haar is vaak nog een no-go. En ik heb zoiets van ‘embrace’ die krullen. Wat je op je hoofd aan haar hebt, daar moet je van genieten. Door de migratie zijn er in Europa veel meer soorten krullen bij gekomen. Maar in principe waren er altijd al krullen. Alleen daar werd niks mee gedaan. Ze werden volledig steil geföhnd en/of chemisch behandeld om vooral maar niet te krullen.

Wat waren jouw ervaringen met kappers, als kind?
Ik werd voortdurend te kort geknipt. Dan zei ik tegen een kapper dat ik het lang wilde houden, doe er een puntje af. Nou bij de derde knip dacht ik al, laat maar zitten. Want dan was mijn pony weer tot aan mijn voorhoofd opgesprongen. Daardoor raakte ik als kind zeer gefrustreerd over mijn krullen. Ook omdat ik in een omgeving was met kinderen die hun haar steil geborsteld kregen of vlechtjes hadden. Ik werd ook steil geföhnd bij de kapper. Dan dacht ik, waarom doe je dat? Ik heb er vreselijk uit gezien.

Toen dacht je, ik ben er klaar mee, ik word de beste kapper van de wereld?
Nou, ik weet niet of ik dat ben, maar ik wilde in ieder geval proberen iets te doen wat een ander niet kon, of niet wilde doen. Het mooiste was dat mijn vader zoiets had van- het zal wel, daar groeit ze wel overeen. Maar zo klein als ik was, ik knipte en föhnde vrienden en vriendinnen. Ik wist al vroeg, dit is wat ik wil gaan doen en ik moet zo vroeg mogelijk het kappersvak in en op reis gaan, want hier in Nederland ga ik het niet leren.

Je bent gaan reizen. Wat leerde je in het buitenland?
Ik ben eerst naar Israël gegaan. Daar begon ik in een kibboets mensen een beetje bij te knippen. Dat was lachen, gieren, brullen. Ik was 17 en deed het gewoon. Het ging eigenlijk zo goed, dat ik vond dat ik ermee aan de slag moest. Toen ben ik één van de allerbeste kapperszaken van Israël binnengelopen. Dat was een zaak waar mensen vanuit de hele wereld stonden te knippen. Ze hadden zelf ook allemaal een kop met krullen en dat was een verademing. Dat ik uit Amsterdam kwam vonden ze cool. Ze hadden zoiets van, nou laat dan maar zien wat je kan. Ik stond binnen een maand te knippen. In die zaak heb ik een hele poos gewerkt. Op een geven moment dacht ik, nou weet ik het wel. Toen ben ik verder gereisd, onder andere naar Senegal en Marokko, om me verder te verdiepen in de krul.

Jij gebruikt een geheel nieuwe techniek van krullen knippen. Wat is er zo bijzonder aan die techniek?
Het is voor mij niet nieuw, maar voor een leek wel. Een krul is een spiraal. Na het wassen droogt die iedere keer anders op. Die krul zal nooit in dezelfde vorm terugvallen. Kun je het je voorstellen? Honderdduizend spiraaltjes die je nat maakt en die de volgende dag weer anders opdrogen. Dus ik ga voor echt hele mooie symmetrische lijnen. Juist bij krullen. Daarom knippen wij ook heel steil haar. Steil haar is ook een kwestie van heel mooi, heel secuur en heel perfectionistisch belijnen. Ik ben onwaarschijnlijk perfectionistisch. Ik hou ervan dat haar een mooi verloop heeft.

Jouw zaak loopt als een trein, al 35 jaar. Komt het alleen door de techniek van krullen knippen?
Gastvrijheid is heel erg belangrijk, zorgen dat mensen relaxed zijn. Dat meisje dat ik net knipte, is een heel mooi voorbeeld. Zij vertelde dat ze haar hele leven lang werd verknipt. Ze vond het heel spannend en vroeg of ze mij foto’s mocht laten zien van de coupe die ze graag zou willen hebben. Ik heb haar uitgelegd dat iedereen een andere haarstructuur heeft. En dat ik al die krullenbollen die zij mij op foto’s liet zien, ging proberen te verwoorden in één coupe met haar haarstructuur. Ik beloofde haar: we maken iets heel moois, no stress. Ze flipte gewoon zo blij als ze was met haar coupe. “Eindelijk iemand die het begrijpt”. Dat is wat ik de hele dag hoor. Dat mensen het bijna opgeven. Als een soort mantra herhaal ik, het komt goed, no stress, ik beloof je dat het niet te kort wordt. Dan zie je dat ze zich ontspannen en verschijnt er een lach op het gezicht. Als ze omhoogkomen na het föhnen, gaan ze echt shinen of huilen. Dat is het grootste compliment. (red- bij Simcha worden mensen met krullen, geknipt en geföhnd, met hun hoofd helemaal voorover gebukt).

Het is zoveel meer als ik het zo van jou hoor, dan even haren knippen.
We zitten nu in een ruimte die ingericht is voor mensen, waarvan we het gevoel hebben dat ze rust nodig hebben. Omdat ze iets meemaken of ziek zijn. Als ze veel verdriet hebben kunnen ze hier gewoon zonder gêne hun verdriet ventileren. Onlangs had ik een klant die heel erg ziek is, ze heeft kanker. Daar helpen wij haar doorheen. Ik laat pruiken maken en knip zelf de pruik in de coupe die de klant graag wil. Ik begeleid vaste klanten die ziek worden zelf, van a tot z. Daar wil ik dan ook niets voor hebben. Dat is het echte werk, gevoel van eigenwaarde teruggeven aan deze vrouwen. Want het is geen kunst om krachtige haren en grote bossen mooi haar, te kappen en mensen blij te maken met een coupe. Nee, de kunst is om mensen die moeten overleven en hun haar verliezen, te begeleiden en gerust te stellen. En ervoor te zorgen dat ze weten: ik leg mijn hoofd letterlijk in haar handen en het gaat goed komen.

Dat is heftig en zwaar lijkt me?
Ik probeer het leuk en luchtig te maken. Ik ben Simcha, mijn naam betekent vreugde. Mensen liggen in een deuk omdat ik vaak zeg wat ik denk. Die pruiken samen doen met de klant, dat is vaak ook heel melig. En dan die dame net, die haar vriend nu uren buiten laat wachten. Ze is zo blij met haar coupe, dat ze nu ook gekleurd wil worden. Alleen hebben we op dit moment even geen plek. Maar ze blijft gewoon wachten, want ze wil het zo graag. Of het nou iemand is die hier komt om een pruik te laten maken of het is iemand die jarenlang verknipt is. Het is allebei zo mooi. Die verbazing, die emotie, het is zo prachtig.

Fotografie: Merel Oenema.

Volgens Camilla Lonis is het sleutelwoord voor Los Angeles cultuur. Autocultuur, tatoeagecultuur, straatcultuur, muziekcultuur, geïmporteerde cultuur- die palmbomen maakten oorspronkelijk geen deel uit van het straatbeeld van Los Angeles. Camilla legt Klaartje Til uit wat Los Angeles zo bijzonder maakt.

door Klaartje Til

Bij Los Angeles zie ik voor me: glitter, glamour, Hollywood, showbizz en overal celebrities. Is dat ook echt zo?
Als je hier woont is het vrijwel onmogelijk om niet via-via in aanraking te komen met een beroemd persoon. De glitzy glamour Hollywood Hills lifestyle is zeker Los Angeles. Los Angeles heeft heel veel buurten en die verschillen allemaal van elkaar. Samen vormen ze Los Angeles. Echo Park en Silver Lake bijvoorbeeld zijn buurten waar je mensen op straat ziet lopen die volledig gekleed zijn in jaren 70 outfit. Dat is hun dagelijkse outfit. Rij je een stuk verder, dan kom je in een wijk vol Mexicaanse cultuur, daar eet men voornamelijk taco’s en overal zie je graffitikunst.

Wat merk je nog meer van de Mexicaanse invloeden in Los Angeles?
LA ligt dicht bij de Mexicaanse grens, je kunt zo naar Mexico, een prachtig land. Maar de grens met Mexico is ook een plek waar mensen opgepakt worden en worden vastgezet, omdat ze geprobeerd hebben illegaal Amerika binnen te komen. Omdat het dicht bij de grens ligt, heeft LA programma’s lopen waardoor mensen die hier illegaal zijn alsnog hier kunnen leven. Ze hebben geen papieren, geen social security number, maar kunnen dan wel een beroep doen op de gezondheidszorg. Zij kunnen bijvoorbeeld ook nog steeds hun rijbewijs halen.

Waar komt die solidariteit vandaan, denk je?
Een groot deel van de bevolking in LA heeft een Mexicaanse achtergrond. Je laat een stad slecht functioneren, als je niet een beetje meegevend bent.

Wat is de reputatie van Los Angeles binnen en buiten California?
Een stad waar iedereen in yoga kleding rondloopt, waar iedereen sterallures heeft, super arrogant is en waar verder 0,0 cultuur is. Mensen die hier op vakantie zijn bezoeken de bekende bezienswaardigheden. Ze gaan naar Hollywood Boulevard om de Walk of Fame te zien. Daar zijn ook heel veel zwervers. Ze zien het grote contrast tussen arm en rijk en dat is confronterend. Ze bezoeken Beverly Hills en zien daar de overdreven luxe en Rodeo Drive met zijn intense merkvertegenwoordiging. Maar dat zijn niet de dingen die LA maken.

En wat maakt LA dan? Hoe kan ik daarachter komen als ik ooit een bezoek breng aan Los Angeles?
Dan moet je heel Sunset Boulevard afgaan. Dat is een enorm lange straat die dwars door verschillende buurten loopt. Je start bij het strand, richting Hollywood. Je rijdt langs de Hollywood Walk of Fame en komt vervolgens in Los Feliz, een wat kalmer buurtje. Daarna kom je in de hipster buurten Silverlake en Echo Park en rij je door naar Down Town LA. Je pakt zo alle buurten mee. Ik rij soms die straat af puur voor de lol, want het is prachtig. Ik denk dat het ook belangrijk is om kennis te maken met East LA, dat is het oudste gedeelte van Los Angeles vol Mexicaanse cultuur. South LA is ook heel anders. Het is meer uitgestrekt, totaal niet toeristisch en boordevol cultuur. En natuurlijk is het strand belangrijk in Los Angeles. Ik hou heel erg van Malibu, waar je ook goed kunt hiken.

Hebben heel veel rappers het niet over het strand van Malibu?
Weet je, als je hier eenmaal woont kom je erachter dat over elk deel van LA gerapt wordt (lacht).

Waarom is juist rap zo groot in LA?
Veel beroemde rappers zijn hier opgegroeid. Misschien heeft het ook te maken met de gangcultuur in LA. Dat zijn niet een paar groepjes mensen die voor de lol gezellig ergens rondhangen. Zij opereren op hun eigen manier en daar zijn bepaalde regels voor. Het is een andere manier van opgroeien, het is wat groffer. Ik denk dat je dan ook meer creativiteit, vrijheid en de noodzaak voelt om jezelf te uiten. In LA gebeurt dat vaak met rap en graffiti.

Is Los Angeles een culinaire stad?
De eetcultuur is erg goed, maar je moet wel weten waar je moet zijn. Er zijn oneindig veel fantastische Mexicaanse restaurants. Verder zijn foodtrucks een belangrijk deel van de eetcultuur. Vaak zijn er food- en cocktailtrucks in straten waar ook al veel restaurants zijn. Je loopt dan op straat en haalt hier een food-fill, daar een taco en verderop een cocktail bij één van de trucks. Het is allemaal heel losjes. Er zijn ook uitersten want LA heeft heel veel super chique restaurants. Zij serveren daar kleinere porties en zijn prachtig aangekleed.

Hoe noem je een typische LA-er?
Een Angelino en een Angelina. Je moet ballen hebben om er eentje te zijn. Of je nou LA native bent, of je komt hier wonen, je moet je hard maken voor iets. Dat is natuurlijk in elke grote stad zo. Maar deze stad is meer uitgestrekt, je moet het zelf naar je zin maken. Als jij niet stevig in je schoenen staat, vind je je draai niet in LA. Ook al ben je hier geboren en getogen, dan nog moet je vechten voor waar je in gelooft. Angelino’s en Angelina’s hebben veel meegemaakt, zij schrikken nergens van terug. De sfeer die in LA hangt is echt elektrisch, er is hier zoveel te doen en er gebeurt hier zoveel.

Het klinkt als elektrisch, gepassioneerd en gemotiveerd.
Als je wat wilt bereiken in LA moet je keihard werken. Er is veel competitie. Uit alle delen van Amerika en de rest van de wereld komen mensen naar LA. Het is een mengelmoes van mensen die allemaal graag wat van zichzelf willen maken. Je moet carrière georiënteerd zijn en dan nog komen sommige mensen van een koude kermis thuis.

Waaraan merk je dat iemand uit LA komt?
Aan het respect voor de cultuur die hier al bestaat. Het gaat puur om de manier waarop men hier met elkaar omgaat. Ik zie vaak bij mensen die hier net zijn dat ze anders spreken tegen zwervers en daklozen. Ze hebben ook minder respect voor het feit dat mensen hier bewapend kunnen zijn. Angelino’s en Angelina’s erkennen dat er een cultuur is waarin respect afdwingen belangrijk is. Dat uit zich in heel genuanceerd gedrag, dat je uit respect aan elkaar toont.

ANIMA

Anna Witte en Josefien van Kooten zijn het regisseursduo die de Rotterdamse haven onder de loep hebben genomen voor hun documentaire ANIMA. Ze kennen elkaar sinds hun jaren aan de kunstacademie en werken regelmatig aan gezamenlijke projecten, o.a. aan de documentaire ANIMA. POM Magazine’s Klaartje Til vroeg het duo wat het Rotterdamse havengebied zo bijzonder maakt.

door Klaartje Til

Wat is jullie connectie met de Rotterdamse haven?
Josefien
Als je vanuit Brabant naar Rotterdam rijdt kom je langs het havengebied. Je ziet het van een afstand. Anna woonde destijds in een gebouw vlakbij de Erasmusbrug, direct aan het water. Als ik daar was zag ik de hele tijd gigantische schepen voorbijkomen. De haven heeft een aantrekkingskracht. Er hangt de magie van een mechanische wereld.

Anna
De haven is visueel en indrukwekkend. Het is een exotische wereld die vlakbij is en tegelijkertijd heel ontoegankelijk. Dat geeft aantrekkingskracht en als documentairemaker wil je naar plekken waar je doorgaans niet kan komen.

Wat was het moment dat jullie geïntrigeerd raakten in de Rotterdamse haven?
Anna
Dat was op het Maasvlaktestrand. Het is een mooie plek, je ziet er regelmatig zeehonden en bruinvissen. Op één van die momenten dat ik daar was liep er opeens een groep Aziatische mannen over de duinen naar het strand. Ze hadden allemaal dezelfde witte pakken aan. Een paar mannen trokken die pakken uit en gingen in hun onderbroek het water in. Enkelen gingen gewoon met kleren en al het water in. Dat beeld raakte me. Ik begreep pas later dat het zeelui waren die waarschijnlijk na een lange tijd op een schip te zijn geweest, door iemand met een busje naar het strand zijn gebracht. Ik kreeg een inkijk in iemands leven, wat het voor iemand betekent om even vrijheid en misschien wel verbondenheid met de natuur te ervaren. Ik ben dat beter gaan begrijpen toen wij al in de haven kwamen voor onze film. Op die schepen en in de haven is heel veel geluid. Vergeleken met de schepen en machines ben je heel klein. Dat is ook waar we de film over wilden laten gaan. Toen ik het verhaal van die mannen op het strand aan Josefien vertelde begonnen we ons af te vragen: Wat is dit? En wat is dit voor ons?

Josefien
Ik was geïntrigeerd door het beeld van de mannen die zo’n intense vrijheid ervaarden, waarschijnlijk doordat ze een hele tijd omringd waren geweest door machinerie. Op een gegeven moment besloten we de film te maken over de haven, met de wetenschap dat het niet makkelijk zou zijn om daarbinnen te komen, en dat was ook zo.

Jullie geven aan dat het heel moeilijk is om het havengebied binnen te komen. Kunnen jullie daar iets over vertellen?
Anna en Josefien
We zochten mensen die binnen het havengebied werken, want dat wilden we onderzoeken. Uiteindelijk hebben we een sjorder (red- iemand die containers met klemmen, spanners en zware stangen op het schip vastzet) gevonden die zelf ook fotografeert en openstaat om mensen te helpen. Zelfs met zijn hulp was het lastig. We zijn vasthoudend geweest en uiteindelijk hebben we bij APM Containerterminal toestemming gekregen om te filmen. Het heeft meer dan een jaar geduurd eer we daar één keer, één dag mochten komen om te filmen. We hebben het ook bij andere terminals geprobeerd, maar tevergeefs. Maar het is ons wel gelukt om op een paar schepen te komen, via Seafarers Mission, The Bridge uit Oostvoorne.

Wat is de Seafarers Mission?
Anna en Josefien
Het is een organisatie van vrijwilligers die langs schepen gaan om de zeevarenden telefoonkaarten te brengen, of om ze op te halen en naar het dorp te brengen waar ze boodschappen kunnen doen en een borreltje drinken. The Bridge werkt samen met havenpastoors- en havenpredikanten. Eén van die pastoors zie je ook in de film. Soms overlijdt iemand op een schip en dan wordt een havenpastoor gevraagd aan boord te komen om een mis te houden voor de overledene. Dat vonden we een mooi, menselijk gebaar. Er is in die wereld zo weinig ruimte voor menselijkheid, maar dat wordt dus wel toegelaten. Terwijl er eigenlijk heel weinig wordt toegelaten. Soms mogen mensen niet eens van het schip af. Wij gingen vaak mee met de Seafarers Mission, als vrijwilligers. Zo kwamen we aan boord en konden we even met de kapitein praten om te vragen of we mochten filmen.

Hoe ging dat allemaal bij APM?
Anna en Josefien
We hebben meerdere gesprekken met ze gehad over wat we wilden filmen en hoe dat dan eruit zou gaan zien. Toen we daar waren, werden we begeleid en niet een beetje ook. Er was constant iemand bij ons om te kijken of het veilig gebeurde en of datgene wat we filmden wel ok was. Maar de mensen die daar werken en die we tegenkwamen vonden het leuk om te vertellen over wat ze doen. Want zij vinden, net als wij, de haven te gek. Ze zijn heel trots.

Welke crews hebben jullie allemaal voor de film gevolgd?
Anna en Josefien
In de haven hebben we eigenlijk met twee verschillende werelden te maken gehad. Enerzijds heb je de havenarbeiders, de havenbedrijven en de scheepswerven enerzijds. Anderzijds de bemanning aan boord, die vaak heel internationaal is. We hebben een keertje gefilmd op een schip met Indiase bemanning. Verder hebben we een aantal keren gefilmd op schepen met Filipijnse bemanning.

Ontstaan er ook mini-maatschappijen in zo’n wereld als de Rotterdamse haven?
Anna en Josefien
Een maatschappij of een mini-maatschappij impliceert iets menselijks. In de haven gaat het om gigantische systemen die zo efficiënt mogelijk moeten doordraaien. Dat is het hoofddoel en alles en iedereen is daar ondergeschikt aan. Werk is vooral werk, zeker op de schepen. Het gaat er niet om of je dit werk heel graag wilt doen en wat het jou brengt. Nee, het is gewoon werk.

Is er wat gedaan aan de aankleding of de omgeving om het wat menselijker te maken?
Anna
Ja, de containerterminals waren meestal netjes, de machines moeten namelijk goed kunnen draaien. Andere terminals lossen graan of erts en die zijn vaak erg vies. Maar op één van de schepen hing in de kantine ergens een kalendertje, zo midden tussen allerlei dingen die alleen maar met werk te maken hebben. Op een ander schip was ergens een gitaar. Dan zie je even tekenen van menselijkheid.

Jullie beginnen de film met de zin: wij maken dingen, maar de dingen maken ook ons. Wat bedoelen jullie daarmee?
Anna en Josefien
De haven is een wereld die door mensen is gemaakt, maar tegelijkertijd vormt die wereld wat mensen doen en wie ze zijn. Het gaat om de spanning tussen datgene waarover jij controle zou moeten hebben, maar datgene heeft ook veel controle over jou. We hopen dat de kijker na afloop van de film zich afvraagt: hoe zit dat in de wereld om mij heen.

Wat betekent de titel van de film, ANIMA?
Anna en Josefien
Het heeft meerdere betekenissen o.a. adem en ziel. Het heeft ook te maken met animisme, een natuurreligie die gelooft dat alles een ziel heeft. De titel wordt door heel veel mensen verschillend ontvangen. Spaanstaligen en Italiaanstaligen vinden de titel logisch. Ze gaan er meteen vanuit dat het met bezieling te maken heeft. Maar een titel als “De ziel van de haven” klinkt zo gesloten. Alsof we weten wat die ziel precies is.

Vinden jullie dat de haven een ziel heeft?
Josefien
Lastige vraag, want ik weet niet eens of er wel een ziel bestaat. Maar elke omgeving roept iets anders op, een ander gevoel, een ander soort emotie. Wat dat betreft is er wel een ziel denk ik.

Anna
De haven zelf is geen ziel maar ik denk dat wij een ziel toekennen aan alles en dus ook de haven.

Josefien
Er is een scene in de film die zich afspeelt in de machinekamer. Zijn die machines bezield? Ik denk van niet. Of zijn de mensen in de machinekamer bezield? Ik denk dat het eerder gaat over de combinatie van mens en machine, dat je daar hopelijk een beetje over gaat nadenken.

Anima is te zien via NPO 2DOC Kort


Fotografie: Jeroen Neus

Architect-Ryan van Kanten

Toen Ryan van Kanten zo’n 15 jaar geleden begon aan zijn loopbaan als architect had hij nou niet de ambitie om een ziekenhuisarchitect te worden. Maar in de loop der jaren schonken zorgprojecten hem heel veel werkplezier. “Bij het ontwerpen van een zorggebouw gaat het om de beleving van mensen die niet graag naar bijvoorbeeld een ziekenhuis gaan”, zo vertelt hij in een interview met POM Magazine. “Het gaat om de invloed die wij architecten kunnen uitoefenen om het een prettiger ervaring te laten zijn. Die uitdaging geeft een extra lading aan je ontwerp.” Met een decennium aan werkervaring in zorgprojecten op zak, klopte Van Kanten (foto) 5 jaar geleden aan bij het Nederlandse architectenbureau, Mecanoo. “Bij Mecanoo waren ze net begonnen aan het nieuwe Zaans Medisch Centrum in Zaandam en ik wilde daar heel graag aan meewerken. Zij konden mij goed gebruiken omdat Mecanoo nog niet veel ervaring had in het bouwen van ziekenhuizen. Nou dat kwam eigenlijk mooi uit”, vertelt hij lachend.

In een ziekenhuis ontworpen door Ryan van Kanten verdwaal je niet. Zijn gebouwen zijn duidelijk, herkenbaar en makkelijk te begrijpen. “Ik begin altijd met een herkenbare structuur in het gebouw door middel van daglicht en uitzicht”, zo vertelt hij. “Mensen moeten meteen begrijpen waar ze naartoe gaan. We hebben het hier over een zorggebouw zoals een ziekenhuis of verpleeghuis. Dat moet je bij alle keuzes die je als architect maakt in gedachte houden. Een verpleeghuis bijvoorbeeld moet voelen als een thuis. Ik wil dat thuisgevoel benaderen. Een gebouw moet niet een gezicht zijn waarachter het allemaal gebeurd, maar in alle vezels van het gebouw moet het voor een gebruiker kloppen: je prettig voelen, prettig werken of prettig wonen. Daar heb je als architect best wel invloed op”. Hoeveel invloed kun je lezen in het artikel Zorgzaam gebouw, waarin Ryan van Kanten in een interview met Klaartje Til uitlegt waarom het voor hem de normaalste zaak van de wereld is dat een gebouw verzorgend moet zijn.

Tekening en foto: Mecanoo

Austin- een vreemde eend in de Texaanse bijt?

Toen POM Magazine mij vroeg om een interview te doen voor een artikel over Austin, met de in Austin woonachtige Nederlandse beeldend kunstenaar Steef Crombach was ik een beetje verbaasd. De ziel en sfeer achterhalen van een stad in Texas? Een Amerikaanse staat waaraan het beeld van cowboys, red-necks en behoudenheid kleeft? Daarbij, ik wist helemaal niets van Austin. Maar daar is verandering in gekomen. Steef Crombach (Maastricht, 1992) woont en werkt in Austin en she lives the Austin life! In dit artikel legt ze uit wat Austin volgens haar zo bijzonder maakt.

door Klaartje Til

Steef, je komt al een paar jaar naar Austin. Kun je mij iets vertellen over deze stad?
Austin is de hoofdstad van Texas. Dat is eigenlijk vreemd, want Houston is een veel grotere stad. Austin is ook helemaal niet conservatief, wat vaak het geval is bij steden waar een bestuurlijk apparaat gevestigd is. Austin is juist heel liberaal en opvallend anders dan de rest van Texas. Er wordt wel eens gezegd dat ieder mens in zijn eigen bubbel leeft. Dat je alleen mensen ontmoet die dezelfde lifestyle en opvattingen hebben als jij. In Austin is die bubbel en de grens van die bubbel voelbaar en zichtbaar. Zodra je maar 40 minuten uit Austin rijdt kom je bij kleine dorpen waar je het traditionele Texas tegenkomt. En dat is echt wel het tegenovergestelde van wat je in Austin ziet.

Waarom is Austin anders dan de rest van Texas?
Het is een intellectuele stad en een echte tech stad vanwege de University of Texas Austin met meer dan 50.000 studenten. Er zijn dus heel veel jonge mensen. Verder komen er het hele jaar door mensen naar Austin vanwege de muziek. Dat zijn mensen uit liberale steden als New York en San Francisco, die hier allemaal naartoe reizen. Het motto van Austin is: Keep Austin Weird. Nu is dat niet meer zo heel relevant, maar vroeger was dat anders. De hippies kwamen in de jaren 60/70 speciaal naar Austin. Vanaf die periode is ook de muziek naar Austin gekomen. De meeste ouders van de mensen die ik hier ken en die hier wonen, zijn nog steeds hippie. Dat krijgen hun kinderen natuurlijk allemaal mee. Organische producten kopen is hier doodnormaal. Het eerste filiaal van de organische supermarktketen, Whole Foods Market, startte in Austin. En die is er nog steeds.

Ik wist niet dat Austin zo’n muziekstad is.
Er wordt van bars, restaurants en hotels verwacht dat ze constant live muziek hebben. Als muzikant kun je heel makkelijk rondkomen van je optredens. Er komen daarom veel muzikanten naar Austin waardoor het muzikale aanbod groeit en daarvoor komen mensen weer naar Austin. Het is een cirkel die zichzelf in stand houdt. Verder zijn er veel jaarlijks terugkerende muziekevenementen zoals South-by-South-West en Austin City Limits. En om de twee weken is er het gratis festival, Blues On The Green, waar iedere keer zo’n 8000 mensen op afkomen. Dit soort gratis festivals heb je hier eigenlijk bijna wekelijks.

Austin ligt aan de rivier de Colorado. Wat merk je daarvan in de stad?
De natuur hoort bij de stad Austin. In de stad zijn veel mooie natuurlijke bronnen met ijskoud water en zeldzame salamanders. Barton Spring Pool is zo’n bron annex zwembad dat uiteindelijk doorstroomt in de Colorado rivier. Men kan er de hele dag in de zon rondhangen en topless zonnebaden, wat heel on-Amerikaans is. In Amerika zijn mensen over het algemeen erg preuts. Maar je mag er niet eten en alleen maar water drinken. Naast Barton Springs liggen de Barking Springs, omdat je daar je hond mag meenemen. Je ziet de segmenten van de samenleving naast elkaar liggen met een klein metalen hekje ertussen. Enerzijds het natuurlijke zwembad met water drinkende bezoekers en anderzijds een afwatering waar honden mogen rondlopen en mensen alcohol drinken en harde muziek draaien. Vanuit die waterbronnen kun je gemakkelijk door het stadscentrum roeien of kajakken op de Colorado rivier. Je vaart dan uiteindelijk onder de Congress Bridge, ook wel de vleermuizenbrug genoemd omdat er zoveel vleermuizen huizen. Zoveel zelfs, dat de lucht zwart kleurt wanneer ze s ’avonds uitvliegen.

Vertel eens over de buurten en wijken in Austin? Hoe verschillen die van elkaar?
Het State Capitol gebouw was tot voor kort het hoogste gebouw in Austin, omdat niks in de stad hoger mocht zijn dan het Capitol gebouw. Maar die regel is 10 jaar geleden opgeheven. Alle wolkenkrabbers van de skyline van Austin zijn dus 10 jaar of jonger. Over het algemeen is er veel laagbouw in Austin. Je hebt vaak het idee dat je in een bungalowpark bent.
Het uitgaansleven in de historische kern is in East 6th street, een straat met barretjes met balkons waar je op mag staan. Vlakbij East 6th street is Rainey street. Het verhaal gaat dat een vrouw daar ooit in haar woonhuis een bar is begonnen. Dat liep zo goed dat de hele buurt besloot hetzelfde te doen. Dus in Rainey street staan woonhuizen die nu bars zijn. In de binnenstad van Austin vind je ook moderne appartementsgebouwen met een zwembad op de binnenplaats. Verder zijn er heel veel hotels. Die hebben meestal een zwembad op de bovenste verdieping. Vaak mogen niet-hotelgasten daar ook zwemmen.

Iets buiten het uitgaanscentrum is een historisch district, Clarksville, met huizen die meestal maar één verdieping hoog zijn, een voorportaal met pilaren hebben en op enorme grasvelden staan. In het oostelijke gedeelte van de stad, East Austin, woonde tot voor kort vooral mensen met minder geld. East Austin wordt nu overspoeld met galeries, musea en andere creatieve initiatieven die de binnenstad ontvluchten vanwege hoge huren. In East Austin staat veel bebouwing uit de jaren 60/70. Het is er best wel vervallen, maar de bewoners doen heel veel aan hun huis met verf. Je ziet huizen in alle mogelijke kleuren, soms zelfs met mozaïek bekleed. De meeste jonge mensen wonen een ring verder verwijderd van de binnenstad, een wijk met allemaal appartementencomplexen. Dat zijn soms enorme gebouwen met een zwembad en een gezamenlijk wasruimte. Om deze complexen heen wordt dan een soort nieuw centrum gecreëerd met een grote supermarkt en winkels. En dan maken ze er een mooi park bij. Een voorbeeld van zo’n centrum is The Domain. Dit soort voorprogrammeerde sociale plekken werkt niet echt in Nederland, maar in Austin wel.

Wat merk je eigenlijk nog van de cowboy cultuur in Austin?
Er zijn cowboys in Austin: mensen te paard die een kleine boerderij hebben in de buurt van het historische centrum. Verder zie je country dancing in sommige bars en saloons. Maar cowboys zijn vaak republikeinen, denk aan guns en het ruwe leven. Dat vind je veel meer buiten Austin. Aan de andere kant, wanneer ben je een cowboy? Ik werk soms voor een brouwerij op het land net buiten Austin, waar ze hun eigen hoppe verbouwen. Als je dan buiten op het veld aan het werk bent, dan zijn lange mouwen, een lange broek, een hoed, handschoenen, zo’n typische cowboy zakdoek voor je neus tegen het stof, en hoge laarzen vanwege de slangen gewoon noodzaak. Dus je ziet er precies uit als een cowboy, terwijl het allemaal functionele kleding is die je beschermt en die je nodig hebt voor je werk.

Hoe noem je iemand die geboren en getogen is in Austin?
Een Austinite en je bent pas een Austinite als je in Austin geboren bent. Omdat zoveel mensen uit andere steden naar Austin verhuisd zijn, zijn er daar niet zo veel meer van. De geboren en getogen Austinites zijn nuchter en rustig. Ze geven al vanaf de eerste ontmoetingen een meer realistische weerspiegeling van hun karakter. Je hebt niet van die beleefdheidsvormen waar je omheen moet draaien. En je hoeft niet te raden wat ze nou bedoelen. Op zich hele vriendelijke mensen, nuchter en een sterke band met de natuur.

Illustratie: Auke Triesschijn

Filmmaker in Brussel: Jip Heijenga

Voor POM Magazine sprak de Nederlandse danser en filmmaker Jip Heijenga (1993) met Klaartje Til over de stad Brussel. Jip ging na haar dansopleiding aan Artez in Arnhem, naar Rotterdam voor een aantal dansprojecten om vervolgens in Brussel te belanden. Ondertussen woont ze al meer dan drie jaar in de Belgische hoofdstad.

Nadat Jip in 2014 haar opleiding aan de dansacademie had afgerond, werkte ze een jaar als danseres. Ze besloot om film te gaan studeren en ging op zoek naar een filmopleiding in steden buiten Nederland. Al snel kwam ze uit bij Brussel, want daar is een Nederlandstalige kunstacademie, LUCA school of arts. Jip’s afstudeerfilm, Love Rat, was afgelopen oktober genomineerd voor de competitie van Belgische studentenfilms op het internationale Film Festival Gent en was begin december te zien zien op het Kort Film Festival in Leuven. “Mijn film, Love Rat, is een in fictie gegoten documentaire over monogamie. Hoe monogamie vroeger was en nu, in deze tijd. Ik merk dat monogamie iets is waar jonge mensen veel mee bezig zijn”, zo vertelde Jip aan POM Magazine interviewer Klaartje Til. Toen Klaartje opmerkte dat, van een bezoek aan Brussel vooral de grauwe kant van de stad haar is bijgebleven, kon Jip dat goed begrijpen. “Ik snap wel dat de eerste indruk van Brussel een beetje duister kan zijn, maar ik hou daar ook wel van. Misschien dat ik me daarom hier heel erg thuis voel”, aldus Jip Heijenga in een interview met Klaartje Til. Jip’s kijk op Brussel is nu te lezen in het artikel Brussel: een stad met vele gezichten.

Fotografie: Jip Heijenga

Abonneer op onze nieuwsbrief

Door verder gebruik te maken van deze website gaat u automatisch akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie Dit bericht verbergen