POM Magazine

POM Magazine, Magazine voor Stijl & Cultuur

POM Magazine

De Acteur- Phi Nguyen

Acteur Phi Nguyen is bij het filmpubliek bekend als Ping Ping uit de Bon Bini films. Het toneelpubliek kent hem o.a. van KRANT en RECHT, beide van het Leidse toneelgezelschap De Veenfabriek. Voor zijn rol in RECHT werd hij in 2023 genomineerd voor de Louis d’Or. Klaartje Til had de avond vóór haar interview met Phi Nguyen, de voorstelling RECHT gezien. Hierin speelt hij de jurist Jacques. “Ja, ik doe heel veel verschillende dingen”, legt hij in het interview uit. En dat is nou precies de reden waarom deze acteur volgens ons zo boeiend is.

door Klaartje Til

Hoe ben je ertoe gekomen om naar de toneelacademie te gaan?
Ik denk dat het op de basisschool begon, ik woonde toen in Arnhem. Op onze basisschool deed de laatste klas geen eindmusical maar wij deden een eindtoneelstuk. Daarin speelde ik de hoofdrol, Mr Johnson, in het Nederlands met een Engels accent. Ik was toen een jaar of twaalf. Ik vond het super leuk en mensen vonden dat ik het ontzettend goed deed. Maar ik had niet zoiets van, hier moet ik iets mee of zo. Op mijn middelbare school was er ruimte voor creativiteit en in samenwerking met de kunstacademie Arnhem werd het vak, drama gegeven. Ik volgde overigens helemaal geen dramalessen. Eén van die dramadocenten was heel ambitieus en wilde schoolvoorstellingen maken. Hij kwam naar me toe, toen hij me op school zag lopen en vroeg of ik auditie wilde doen voor zijn toneelstuk. Ik wist niet eens wat een auditie was, maar ik heb auditie gedaan en werd uitgekozen.

Hoe komt het dat die docent uitgerekend jou kiest? Je had helemaal niet voor drama gekozen en toch had hij zoiets van jou moet ik hebben?
In de pauzes liep ik altijd te dollen en hing op school een beetje de clown uit. Om mezelf te vermaken, niet perse om anderen te vermaken. Misschien ben ik hem toen opgevallen. Een jaar lang repeteerde ik één keer per week, samen met zo’n 10 andere leerlingen. In april kregen we van school twee weken vrij om de voorstelling te monteren en te spelen voor publiek. Elke voorstelling was uitverkocht en we speelden voor honderden mensen.

Wat speelden jullie toen allemaal zoal?
We speelden toen best wel pittige stukken. Het stuk, 4.48, van Sarah Kane heb ik gespeeld toen ik 16 was. Ik heb Red Rubber Balls gespeeld en Romeo en Julia: studie van een verdrinkend lichaam, beide van Peter Verhelst. Dat zijn hondsmoeilijke teksten. Het eerste stuk wat ik speelde was Wormrot en Vuurvonk van Don Duyns. Ik denk dat ik in totaal aan zo’n 5 producties heb meegedaan. Ik was best wel fanatiek. Na de première van het allereerste stuk waarin ik speelde, vroeg de dramadocent aan alle acteurs hoe ze vonden dat het gegaan was. Iedereen was positief, tevreden en superblij. Maar ik ben in tranen uitgebarsten, zo kwaad was ik. Ik heb gescholden en geroepen dat het helemaal niet goed ging, dat iedereen maar voor zijn eigen hachje zat te spelen, dat we een jaar lang gerepeteerd hebben om samen te spelen en samen iets neer te zetten. Maar op de première pakte iedereen maar zijn eigen momentje. Superleuk hoor dat je een paar lachjes uit de zaal krijgt, maar volgens mij is dat niet bedoeling van toneel. Als dit het is, kap ik ermee, heb ik geroepen.

Hoe oud was je toen?
Een jaar of 13 of 14.

Deed je dat om mensen op de kast te krijgen of omdat je er helemaal voor ging?
Als ik iets graag doe, ga ik er helemaal voor. Ik heb toen geluk gehad met deze docent want iedereen kon mijn bloed wel drinken op dat moment. Zijn reactie op mijn uitbarsting was: “We gaan het er nu niet over hebben, maar ik denk dat Phi misschien wel gelijk heeft”. Het spelen om te shinen boeit me niet. Het gaat mij erom dat we samen een tof stuk maken. Dat toffe maak je samen zoals je gisteren ook in de voorstelling RECHT hebt kunnen zien.

Is dat moment bepalend geweest voor de keuzes die je daarna hebt gemaakt?
Daardoor ging ik wel verder met spelen. Na de middelbare school ben ik in Utrecht de vooropleiding van de toneelschool gaan doen. Daarna heb ik bij alle toneelscholen in Nederland auditie gedaan. Ik kwam overal tot de laatste ronde, maar werd toch afgewezen. Ik besloot om het jaar daarop het nog eens te proberen. Ondertussen zat ik bij De Nieuw Amsterdam en heb daar een jaar lang lessen gevolgd: Afrikaanse dans, Japanse dans, dramaturgie, tekstlessen, improvisatielessen en heel veel voorstellingen kijken. Ik besloot nog één keer audities te doen en werd toen op meerdere scholen aangenomen, ik kon kiezen.

Je hebt toen gekozen voor de toneelopleiding van Artez Arnhem. Hoe heb je jezelf daar verder ontwikkeld als acteur?
Het was soms lastig. Tekst begrijpen en het dan uitspreken vond ik niet makkelijk. Fysiek was ik wel heel goed. Eén van de docenten vroeg of het niet beter was om naar de dansacademie te gaan. Ik wilde helemaal geen danser worden, ik wilde acteur worden. Ik stopte heel veel tijd en energie in mijn ontwikkeling als acteur. Ik richtte een leesclubje op, ik ging 3 à 4 keer in de week naar een toneelvoorstelling, ik sloeg geen les over. De eerste paar jaar was het ploeteren voor mij.

Waar lag dat dan aan denk je?
Iedereen zei: “We zien allemaal potentie, maar het is alsof er een deksel op de pan zit. Er borrelt in jou heel veel, maar je houdt jezelf tegen.” In een impuls wist ik wat of hoe ik wilde spelen, maar dan was ik daar veel te lang mee bezig of dacht veel te lang over een tekst na. De docenten zagen dat er bij mij van alles gebeurde, maar dat het me niet lukte om het over te brengen.

Hoe is die deksel eraf gegaan?
Dat gebeurde tijdens het derde jaar toen ik stage ging lopen. Waar ik op school veel moeite moest doen en de hele tijd het gevoel had dat ik nog harder moest rennen, kreeg ik tijdens mijn stages juist vleugels. Ik deed drie grote stages. Bij één van die stages heb ik samen met de regisseuse, Ine te Rietstap, in 10 dagen tijd, 100 scenes gemaakt waarvan zij er 50 heeft uitgekozen. Die hebben we achterelkaar gezet tot één solo. Destijds werkte ik ook al met Joeri Vos voor een stuk dat ik zelf had gemaakt. En ik liep stage bij De Appel en waar ik met Wannie de Wijn heb gewerkt. De deksel is door geluk en voorbereiding eraf gegaan, denk ik. Ik werkte keihard en een aantal mensen zag wat ik deed en dat het iets opleverde. Ik denk dat ik op de toneelschool heel lang bezig ben geweest met de zin van het spelen. Maar het is net als zoeken naar de zin van het leven. Het maakt niet uit wat de uitkomst van die zoektocht is, het gaat erom wat je ermee doet.

Wat zijn voor jou dan de ingrediënten die je een personage wilt meegeven, ongeacht welk personage het is?
Menselijkheid, altijd. Ping Ping is een larger-than-life typetje, maar hij heeft gewone, hele menselijk driften. Ik denk dat hij daarom zo populair is. Hij resoneert met mensen vanwege de herkenning. Ping Ping wil geld verdienen, daar is hij mee bezig. Niet voor het geld, maar omdat hij anders kapotgaat, omdat zijn gezin afgemaakt wordt. Het zijn allemaal dingen die ik erbij verzin. Maar het personage moet een belang hebben om te doen wat het doet. En het belang van Ping Ping is groot.

Krijg je dit soort informatie van de regisseur of staat dat als achtergrondinformatie bij jouw tekst?
Nee, helemaal niet nee (lacht)!

Niet?
Nee.

Dus je moet dat allemaal zelf bedenken?
Mijn methode is heel basaal. Ik zit vaak alleen in de sauna. Omdat het er zo heet is en ik daar niks kan doen, ga ik intunen. Ik zie beelden voor me van wat een personage zou kunnen zijn. Tijdens de repetities ga ik die uitproberen. Soms lukt het, soms niet. Het is niet zo dat ik mijn eigen visie op het leven in al mijn personages stop, maar al mijn personages kijken wel naar het leven. Ze zijn in contact met hun omgeving, met de anderen en van daaruit kunnen ze best wel rare, verrassende wendingen nemen. Ik wil mijn medespelers soms daarmee verrassen maar niet zodanig dat het stuk omvalt. Het is niet zo dat ik bewust mijn tegenspelers wil ontwrichten. Maar ik zoek naar echt contact en de echtheid van wat er op dat moment op het toneel gebeurt.

Je hebt ook stand-up comedy gedaan. Waarom doe je dat niet meer?
Ik heb zo’n 30 keer in clubs gespeeld. Er was een hele tour gepland en er waren al kaartjes verkocht. Maar ik voelde niet echt de noodzaak meer om die show te doen. Ik had net een grote voorstelling op Oeral gedaan, De wereld Van Wie. Dat stuk ging over de eerste 10 jaar van mijn leven, een heel emotioneel project. Voor dit stuk zijn mijn zus, mijn vader en ik geïnterviewd en aan de hand van die interviews hebben Joeri Vos en Teun Smits een hele mooie tekst geschreven. Die stand-up comedy show zou ook over mijn leven gaan, maar ik had met De Wereld Van Wie al zoiets gedaan. Het voelde dubbelop. Ik ga me nu focussen op mijn filmcarrière. Toen ik in Thailand aan het draaien was voor Bon Bini Bangkok Nights, riep één van de acteurs dat ik internationaal moet gaan. Ik ben hard aan het werk om dat voor elkaar te krijgen. De focus is nu op internationale projecten en, art-house films en -series.

Je hebt ondertussen ook nog de tijd gevonden om een koksopleiding te doen. Waar kwam die opwelling vandaan om dat te gaan doen?
Vanaf mijn 15de heb ik als bijbaantje altijd voor restaurants gekookt. Toen ik de toneelschool deed, was dat moeilijk te combineren en tot 2016 ben ik gestopt met koken. In 2016 had ik een beetje genoeg van het vak, ik vond de sector lastig en had geen inspiratie. De regisseurs waarmee ik werkte heb ik allemaal gebeld om uit te leggen waarom het beter was dat ik me even terug trok uit het theater. Als ik mezelf niet kan inspireren kan ik de regisseurs al helemaal niet inspireren. Ik ben naar België verhuisd en heb daar de koksopleiding gedaan.

Heeft de koksopleiding ook inspiratie gebracht voor je theatercarrière?
Het grappige is dat ik als kok niet zo veel ambitie heb eigenlijk. Het is raar om te zeggen, maar ik begin steeds meer te geloven dat ik een goede acteur ben. Het is misschien de reden waarvoor ik hier ben, dit is wat ik moet doen. Ik mag accepteren dat ik een acteur ben, dit is mijn vorm en daarin moet ik me verder ontwikkelen. Van nature heb ik meer aanleg om te koken. Maar ik heb het talent om als acteur te werken. Talent is het vermogen en de bereidheid om met discipline en hard werken jezelf als acteur te ontwikkelen. Als mensen zeggen dat je talent hebt, maar je doet er niks mee, vind ik dat geen talent. Het is aanleg. Een talent is iemand die altijd 100% geeft en ervoor werkt. Het is grappig dat mensen soms zeggen dat het mij zo makkelijk afgaat. Nou, je wil niet weten hoeveel uren aan pijn en moeite erin zit. Aan de andere kant leer ik nu pas dat theater niet mijn leven is. Spelen is niet mijn leven, het is mijn werk. Voorheen kon ik heel moeilijk de scheiding maken tussen enerzijds de toneelspeler en acteur Phi, en anderzijds de mens Phi. Ik kan dat nu beter scheiden en ik denk dat mijn werk daar beter van wordt.

Fotografie: Merel Oenema

Culi-bioscoop

Ik vind het altijd zo gek om je vrienden meteen gedag te zeggen na een filmbeleving. Het is geweldig om de film uitgebreid na te kunnen bespreken. Wat heb je gezien? Wat zijn de onderliggende lijntjes? Wat heeft de ander gezien, wat jij nog niet ontdekt had? Ik ben erachter gekomen wat de meest ideale manier is om een culinaire bioscoop te bezoeken: eerst film en dan diner. Want, wat is er nou beter dan een filmbespreking onder het genot van een hapje eten?

FC Hyena-de kleurrijke
Filmhuis FC Hyena heeft duidelijk nagedacht over hoe een filmavond een beleving wordt die je deelt met anderen. Alles is ingericht op sociale interactie. Op het terras aan het Amsterdamse IJ, kunnen meerdere gezelschappen plaatsnemen aan groene picknickbanken waar ze 1 menukaart moeten delen. Bij koud weer kun je beter binnen eten aan een roze tafel of groene bar, zittend op een blauwe stoel of een gele barkruk. In de filmzaal kun je wegzakken op oranje stoffen banken met losse armleuningen waar je vrij mee mag schuiven zodat je lekker tegen je vrienden/partner/date kan aanliggen. Op sommige avonden wordt er zelfs in de bioscoopzaal bediend en kun je tijdens de film genieten van mooi ogende, lekkere mediterrane gerechten.
En het filmprogramma? FC Hyena heeft diverse eigen filmprogramma’s vol klassiekers en films over urgente thema’s.
FC Hyena, Aambeeldstraat 24, Amsterdam-Noord

LAB111-de verrasser
In de Amsterdamse Pijp, tussen de nette woonhuizen, is filmhuis LAB111 te vinden in het gebouw van het voormalige Pathologisch Anatomisch Laboratorium. De toegangsdeuren van het gebouw staan meestal wagenwijd open. Neonlichten en een glimmende discobal in de ontvangsthal nodigen uit om binnen een kijkje te nemen. LAB111 zit vol met verrassingen zoals een pop-up store, een flipperkast en een ruimte met de illustere naam, De Kapel, waar experimentele shortfilms worden getoond. Bar Strangelove heeft de klassieker film & pizza verder geperfectioneerd. De pizza toppings hebben ludieke namen als the good, the bad and the artichoke, en pear& loathing in Las Vegas.
En het filmprogramma? Naast het reguliere arthouse programma toont LAB111 zijn voorliefde voor wereld klassiekers.
LAB111/Bar Strangelove, Arie Biemondstraat 111, Amsterdam-West

Het Ketelhuis- voor ieder wat wils
In het Westerpark, vlakbij de Westergasfabriek, staat Het Ketelhuis. De inrichting van het restaurant wisselt industriële elementen af met, een met hout beklede muur en felrode bar. Zowel binnen als buiten hangen de posters van een breed en toegankelijk filmaanbod met een voorliefde voor Nederlandse, Europese en niet-Engelstalige films. Iedereen kan bij Het Ketelhuis terecht: filmkenners, vrienden of het hele gezin.
En het eten? Verschillende keukens en volledig vegetarisch. De sfeer van het restaurant maakt dat je de hele avond de film wilt blijven nabespreken met je vrienden.
Het Ketelhuis, Pazzanistraat 4, Amsterdam

POM Magazine Top 5 van 2022

Het einde van het jaar nadert. Een jaar waarin we na twee coronajaren eindelijk weer naar buiten mochten, althans zo voelde het voor velen. Hoog tijd voor een terugblik op al het goede dat 2022 bracht aan cultuur, literatuur, eten en muziek. Hier is de POM Magazine Top 5 van 2022.

Film
Les Olympiades van regisseur Jacques Audiard-Liefdesverwikkelingen anno nu, met in de hoofdrol het 13de arrondissement van Parijs.

Muziek
De playlists van de DJ’s van WordWideFM- Onze favorieten zijn DJ Coco Maria, DJ Tereza (grote foto) en Toshio Matsuura’s Tokyo Moon (foto onder).

Eten
Thais restaurant Khaosaan Road- Een piepklein onooglijk ingericht tentje aan de Nobelstraat in Den Haag, waar je fantastisch Thais kunt eten voor bijna niks. Vooraf reserveren is aan te raden.

Toneel
Medea van theatergroep Suburbia- Omdat je na het zien van deze gruwelijke tragedie nog steeds houdt van Jason (Stefan Rokebrand) en Medea (Charlie Chan Dagelet).

De verrassing van 2022
Een verhalenbundel op instagram van frankmlorentz. In het Duits, maar leest desondanks lekker weg. De titel? Aus dem Tagebuch einer erschöpften Unternehmerin.

Licht of donker?- een mijmering over duisternis

Afgelopen zomer zag ik voor het eerst in mijn leven een vuurvliegje tijdens een pikdonkere nacht. Terwijl ik door een park liep zag ik een lichtpuntje dat precies op dezelfde plek bleef knipperen. Ik wist nog niet wat het was en duwde de struiken voorzichtig opzij om het beter te kunnen bekijken. Ik zag een vuurvliegje spartelen in een spinnenweb. Het flikkerende licht versterkte het effect van de worsteling. Ik pakte het vliegje voorzichtig uit het web, plukte de plakkerige draden van een vleugel en zette het neer om bij te komen. Toen ik omkeek kon ik me moeilijk oriënteren. Ik was ver de duisternis in gedwaald. Ik baande me met moeite een weg door het donker tot ik eindelijk het licht van het hotel weer zag. Ik realiseerde mij de afhankelijkheid en kracht van het licht: als het vliegje geen licht had gegeven had ik het nooit gered.

door Jasmijn Schrofer

Later die avond staarde ik vanuit mijn hotelbed naar een straatlantaarn. Het licht scheen fel in mijn gezicht. Ik trok de gordijnen dicht om mij tegen het licht te weren om sneller te kunnen slapen. Maar mijn hoofd begon te razen. Ik dacht: zo hebben mensen niet altijd geleefd. Duisternis was honderden duizenden jaren onderdeel van het dagelijkse bestaan. Nu leven we in een wereld waarin we baden in kunstlicht. Het licht houdt onze 24-uurs-economie draaiende. Het laat mensen werken, terwijl het eigenlijk donker is. Licht is een machtsmiddel. Het is verslavend. Vanaf dat moment ben ik me maandenlang gaan verdiepen in de betekenis en de geschiedenis van licht en duisternis. Ik leerde dat vuur het eerste middel is waarmee de mens controle over de natuur kreeg. We waren niet langer afhankelijk van zonlicht. We gingen de duisternis bedwingen en kregen de macht om onze omgeving te temmen. Grote stukken grond werden gewonnen door verbranding van de wildernis om plaats te maken voor de mens. Er is al lang geen menselijk samenleven meer mogelijk of zelfs denkbaar zonder vuur. We staan er meestal niet bij stil dat bijna alle elektriciteit geproduceerd is door het stoken van vuur. Er is bijna niets dat tot een staat van voltooiing gebracht is zonder vuur.

Toen ik satellietfoto’s van de aarde bij nacht bestudeerde begreep ik waar de meeste beschaving zich op aarde heeft geconcentreerd. Licht duidt op welvaart. Duisternis is vaak een teken van isolatie, armoede en een economische achterstand. Afrika is het continent waar de meest absolute duisternis te vinden is. Veel mensen zijn hier nog steeds afhankelijk van vuur als lichtbron omdat elektrificering een trage ontwikkeling heeft doorgemaakt. Tijdens een lange reis door China zag ik precies het tegenovergestelde in, Chongqing, een Blade Runner achtige megastad waar alles tot diep in de nacht doordrenkt is van licht en waar gebouwen eruit zien als gigantische tv-schermen. In deze jonge metropool wonen nu al meer dan 30 miljoen mensen. In China heeft de afgelopen twintig jaar hyper-urbanisatie plaatsgevonden en het land telt nu zeventien megasteden zoals Chongqing.

Kunstmatig licht heeft enerzijds ongekende technologische vooruitgang teweeggebracht, maar het kan anderzijds ook de energiebalans aantasten bij trekvogels, insecten en amfibieën. Vogels die in de nacht trekken verliezen het zicht op de sterrenhemel. Ze raken gedesoriënteerd door de aantrekking van kunstlicht en blijven soms massaal rondjes vliegen om wolkenkrabbers of boortorens in de zee, totdat ze door uitputting dood neervallen.

Je staat er vaak niet bij stil dat duisternis het slaap- en waakritme van allerlei organismen dicteert, inclusief dat van de mens. Schemering doet ons lichaam melatonine aanmaken waardoor we slaap krijgen. Licht verstoort de aanmaak van dit hormoon. De ironie is dat we laat naar bed gaan en in bed blijven liggen terwijl het al lang licht is. We hebben gordijnen om daglicht en kunstlicht buiten te houden en gebruiken wekkers om op tijd op te staan. We zijn als dagdieren geneigd productief te blijven zolang er licht is, maar om te kunnen overleven is een goede en regelmatige nachtrust essentieel. Sinds wij in ons huishouden elektriciteit en lampen zijn gaan gebruiken zijn we gemiddeld anderhalf uur per nacht minder gaan slapen. Symboliseert dit hoe de mens zich heeft vervreemd van de natuur?
Licht staat symbool voor al het goede, terwijl duisternis altijd het kwade heeft gesymboliseerd. Het bezitten van licht heeft de samenleving productiever en welvarender gemaakt, maar ook kwetsbaarder en afhankelijker. Het belang van de duisternis is misschien in de vergetelheid geraakt terwijl duisternis toch, net als licht, onderdeel is van de natuur. Ik denk dat duisternis niet alleen symbool moet staan voor het kwade. Het staat ook symbool voor evenwicht, Yin en Yang. De universele functie van duisternis is, net als slaap en rust, essentieel voor de instandhouding van het leven zelf.

Fotografie: NASA

AFTER: het geslaagde feestje dat je niet hebt gepland

Jasmijn Schrofer (1992) is een talentvolle documentairemaker. In 2015 rondde zij de Filmacademie af. Haar afstudeerfilm Tarikat is inmiddels zevenmaal bekroond op verschillende internationale filmfestivals. Haar laatste documentaire AFTER gaat over feesten ná het feest, de afterparty’s. In AFTER worden jongeren gefilmd in hun zoektocht naar zingeving en intimiteit. Waarom is de afterparty zo belangrijk voor zoveel jongeren? Philip Rozema ging voor POM Magazine hierover met Jasmijn in gesprek.

door Philip Rozema

Jasmijn, hoe kun je jouw documentaires het best omschrijven?
Ik zie mezelf als een filmmaker die vrij spirituele films maakt. Het gaat mij erom een bepaalde ervaring over te brengen bij de kijker. Ik vind dat belangrijker dan het vertellen van een verhaal. Ik heb wel eens gehoord dat mensen mijn films een beetje op propaganda vinden lijken. Omdat ik de kijker meeneem in een enigszins verheerlijkte sfeer. En iemand die drugs maar stom vindt, heeft misschien moeite met de vorm en sfeer van de film. Maar mijn films zijn juist niet als propaganda bedoeld. Ik vertaal een bepaalde sfeer die ik waarneem. Het is aan de kijker om te oordelen. Film heeft voor mij een hypnotiserende werking. De bewegingen in mijn films zie ik als een danselement. En muziek is voor mij een auditief verrijkend onderdeel.

Een hypnotiserende werking is niet waar ik het eerst aan denk bij documentaires. Ben je een outsider op documentairegebied?
Ik denk niet dat ik een outsider ben. Ik zie mezelf ook niet als heel erg anders. Op documentairegebied wordt heel veel geëxperimenteerd. Ik zie experimentele documentaires vaak terug op filmfestivals en soms op TV. Eén van de eerste lessen op de filmacademie was van een docent die riep: Er is geen grotere leugenaar dan de documentairemaker. Dat is voor mij echt een verrijkende uitspraak geweest. In de opleiding kreeg ik door, hoe zeer je als documentairemaker mensen manipuleert. Je kunt door montage mensen sympathiek of juist onsympathiek laten overkomen. Ik denk dat mensen dat wel zouden moeten weten.

Hoe ga jij om met die macht?
Mijn laatste film, AFTER, gaat over feesten waarbij jongeren soms dagenlang bij iemand thuis zijn, op zoek naar zingeving en intimiteit. Met mezelf en met de personages heb ik de afspraak gemaakt dat ik het niet sensationeel zou maken. Zo heb ik geen jongeren in beeld gebracht die drugs gebruikten, ook al wordt dat op afters wel gedaan. Ik denk dat zulke beelden de kijker afschrikken en wegdrijven van wat ik daar ervaar.

Hoe kwam je bij dit onderwerp?
Ik wilde beter begrijpen waarom er bij twintigers zo’n behoefte is aan uitgaan. Is het om jezelf beter te leren kennen of is het escapisme? En als het escapisme is, waar vluchten ze dan voor? Vluchten ze voor een volwassen leven of hoort het gewoon bij het leuke studentenleven? Ik hoorde over afters en wist eerst niet zo goed wat die waren. Ik dacht eerst dat het een gimmick of grap was. Iedereen roept: ’Waar is de after?’ Maar dat bleek echt een ding te zijn waar elk weekend wel honderd jongeren in Amsterdam aan meedoen. Op een after blijven ze soms wel vier dagen wakker.

Wat voor antwoorden heb je gekregen?
Wat me zo fascineert is dat de prestatiemaatschappij een behoefte aan de roes heeft gecreëerd. Jongvolwassenen beseffen dat ze uiteindelijk wel moeten meedraaien in de tredmolen van gezin, werk en hypotheek. Een after waar jongeren nachtenlang wakker blijven en bij iemand feestvieren, is denk ik een manier om je daartegen af te zetten. Ook al zijn ze zich er niet compleet van bewust dat ze zich afzetten. Niet op zo’n zichtbare of constructieve manier zoals destijds bij de hippies, de provo’s of de punkers. Maar het is wel degelijk een tegenbeweging.

Op wat voor manier voorziet een after in die behoefte aan de roes?
In deze tijd met onwijs veel online contact wordt er heel veel intimiteit en verbintenis gevonden op afters. Ook omdat het uitgaansleven zo gecommercialiseerd is. Het uitgaansleven is niet echt een plek van de jongeren zelf. Die plek wordt hun voorgeschoteld. Ze betalen ervoor en mogen het gebruiken en vervolgens moeten ze weer weg. Maar de behoefte aan een eigen plek en een eigen sfeer blijft. Ik denk dat de after het heft-in-eigen-handen-nemen is. Het is een plek waar alles mag, waar je echt vrij kunt zijn en je je kunt uiten. Het is het delen van je vrijheid. Een after is een heel geslaagd feestje dat je niet hebt gepland.

Ben je wel eens mensen tegengekomen die al een gezin of hypotheek hebben?
Ja, dat is heel interessant. Ik ben een stelletje dat kinderen heeft tegengekomen. Zij hadden hun ouders verteld dat ze voor een romantisch weekend naar Parijs zouden gaan. Die ouders pasten op hun kinderen terwijl zij aan het raven waren in Amsterdam.

Waarom zouden ze dat doen?
Als je ouders vinden dat drugs een no-go is, dan lieg je er misschien over. Ik denk dat een film als die van mij kan bijdragen aan het besef dat die generatiekloof er minder hoeft te zijn. Dat drugsgebruik en lang doorfeesten in de maatschappij minder een taboe wordt. Al is dat niet het eerste doel dat ik met deze documentaire wil bereiken.

De twintigers die in je film te zien zijn komen op een intieme manier in beeld, waarbij ze persoonlijke gesprekken voeren. Hoe heb je deze mensen ontmoet?
Ze hebben kennis met mij gemaakt als een meisje dat hier een documentaire over wilde maken. Toen hebben ze me uitgenodigd om naar een after te gaan en gaven toestemming om te filmen. Ik ben in een aantal ogenschijnlijke grimmige afters terechtgekomen die toch een lieve en onschuldige sfeer hadden. Drugs was geen taboe. Zij durfden daar open over te praten, ook voor de camera. Dat maakte dat ik ze van zo dichtbij kon filmen.

In AFTER zie je soms alleen bepaalde lichaamsdelen, zoals een bewegende hand. En ook je andere documentaires hebben veel met dans van doen. Hoe komt dat zo?
Ik vind dans een hele mooie taal om voor film te gebruiken omdat het suggestief is. Je legt de woorden niet in de mond bij de kijker. En toch kun je iets uitdrukken. Bepaalde bewegingen en gevoelens kun je met een camera heel goed versterken. Dans liegt niet. Mensen kunnen liegen met woorden of blikken, maar bewegingen liegen niet. Met montage kun je mooie ritmes en een verbinding creëren tussen mensen. Als mensen elkaar mimen dan is dat een teken van verbintenis. Maar in een montage kan je dat ook bewerkstelligen. Daarom let ik in de montage erg op bewegingen.

De documentaire AFTER is op zondag 9 december om 23:35 te zien bij 3LAB op NPO3.

Filmmaker in Brussel: Jip Heijenga

Voor POM Magazine sprak de Nederlandse danser en filmmaker Jip Heijenga (1993) met Klaartje Til over de stad Brussel. Jip ging na haar dansopleiding aan Artez in Arnhem, naar Rotterdam voor een aantal dansprojecten om vervolgens in Brussel te belanden. Ondertussen woont ze al meer dan drie jaar in de Belgische hoofdstad.

Nadat Jip in 2014 haar opleiding aan de dansacademie had afgerond, werkte ze een jaar als danseres. Ze besloot om film te gaan studeren en ging op zoek naar een filmopleiding in steden buiten Nederland. Al snel kwam ze uit bij Brussel, want daar is een Nederlandstalige kunstacademie, LUCA school of arts. Jip’s afstudeerfilm, Love Rat, was afgelopen oktober genomineerd voor de competitie van Belgische studentenfilms op het internationale Film Festival Gent en was begin december te zien zien op het Kort Film Festival in Leuven. “Mijn film, Love Rat, is een in fictie gegoten documentaire over monogamie. Hoe monogamie vroeger was en nu, in deze tijd. Ik merk dat monogamie iets is waar jonge mensen veel mee bezig zijn”, zo vertelde Jip aan POM Magazine interviewer Klaartje Til. Toen Klaartje opmerkte dat, van een bezoek aan Brussel vooral de grauwe kant van de stad haar is bijgebleven, kon Jip dat goed begrijpen. “Ik snap wel dat de eerste indruk van Brussel een beetje duister kan zijn, maar ik hou daar ook wel van. Misschien dat ik me daarom hier heel erg thuis voel”, aldus Jip Heijenga in een interview met Klaartje Til. Jip’s kijk op Brussel is nu te lezen in het artikel Brussel: een stad met vele gezichten.

Fotografie: Jip Heijenga

Moonday, een filmpje

Filmmaker Jasmijn Schrofer liet zich inspireren door het schilderij van Miró getiteld, People at Night, Guided by the Phosphorescent Tracks of Snails.

Haar filmische vertaling werd een papercut animatie waarin Oog, Oor en Mond hun weg vinden naar het gezicht van de maan. Een surrealistisch avontuur.

Filmkeuze 2016

Het nieuwe jaar is alweer een week oud maar de POM Magazine redactie keek toch nog even terug naar het filmjaar 2016. Hieronder de voorkeuren van Polly Parker, Bert van der Zee, Lydia Verhoef en Josine Boven.

Zootopia (regie: Byron Howard, Rich More)
Omdat deze tekenfilmfabel annex politiethriller van Walt Disney Pictures, de grappigste scène bevat die Bert van der Zee ooit in een film zag.

Arrival (regie: Denis Villeneuve)
“Thinking people” sci-fi schijnt het genre te heten waaronder men Arrival wil scharen. Dat de film emotioneel raakt kan komen door de goede regie, of simpelweg omdat de metafysische overpeinzingen een dieper intuïtief verlangen raken.

Men & Chicken (regie: Anders Thomas Jensen)
Weliswaar vaker goor, grof en pijnlijk dan niet. Maar de slimme slapstick ondertoon maakt niet dat je wegkijkt maar juist meer wilt, veel meer.

Wild (regie: Nicolette Krebitz)
Een surrealistisch verhaal van een jonge vrouw die zichzelf vindt door in een vinex flatgebouw samen te gaan wonen met een levensgevaarlijke wilde wolf. In Duitsland veroorzaakte de film opschudding en controverse. Tja, het is dan ook geen Roodkapje. Knap acteerwerk van Lilith Stangenberg (foto).

La fille inconnue (regie: de gebroeders Dardenne)
Jonge arts voelt zich schuldig over de dood van een tienermeisje en heeft hierover wroeging. Op haar zoektocht naar vergeving laat de film zien wat de troosteloosheid van Luik typeert, dat goede daden een goed mens maken en dat goede mensen dingen laten waardoor mensen dood gaan.

A bigger splash (regie: Luca Guadagnino)
Weliswaar in 2015 geproduceerd, maar pas in 2016 te zien in de bioscopen. Een remake van de klassieker La Piscine, met in de hoofdrol een narcistische echtgenoot van een wereldberoemde rockidool die haar stem verloren is. Erotisch gedraai om een zwembad met een sprakeloze Tilda Swinton en een Ralph Fiennes die tot deze film nog nooit gedanst had.

Labyrinth (regie: Jim Henson)
Eind januari 2016, vlak na het overlijden van David Bowie was in de Pathé theaters in Nederland, Labyrinth weer te zien met de superster in de hoofdrol. Gekozen vanwege de hoge factor jeugdsentiment.

Nocturnal Animals (regie: Tom Ford)
Omdat in deze thriller de lelijkheid van mensen ingenieus verpakt wordt in glanzend cadeaupapier. Net als in Arrival, speelt Amy Adams de hoofdrol.

The Red Turtle (regie: Michael Dudok de Wit)
De Nederlandse animator, Michael Dudok de Wit, toont de avonturen van een schipbreukeling die aanspoelt op een onbewoond eiland. Zo ontroerend simpel kan schoonheid zijn.

La La Land (regie: Damien Chazelle)
Musical, veel zingen en nog meer dansen. Weinig is zo on-sexy als tapdansende mannen,…tot Ryan Gosling ermee begon.

Dankjewel filmjaar 2016!

Abonneer op onze nieuwsbrief

Door verder gebruik te maken van deze website gaat u automatisch akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie Dit bericht verbergen