POM Magazine

POM Magazine, Magazine voor Stijl & Cultuur

POM Magazine

Dutch Fashion Design- Moofers Clothing

Kwaliteit en vakmanschap staan centraal bij alles wat de Nederlandse modeontwerper Jennifer van Haastert ontwerpt voor haar label Moofers Clothing. Haar ontwerpen zijn eigentijds en altijd met een kleine twist. Op de begane grond van een prachtig 19de eeuws pand aan de Haagse Toussaintkade, kun je haar collectie vinden in Moofers Fashion & Art Salon. Anke Verbeek ging voor POM Magazine rondkijken en maakte kennis met de vriendelijke Jennifer. Het resulteerde in een prachtig gesprek.

door Anke Verbeek

Je bent in 2017 begonnen met jouw label Moofers Clothing. Had je al vanaf het begin voor ogen wat het concept van Moofers moest worden?
Nee, in het begin wilde ik vooral creëren. Mijn gevoel over mode vertaalde zich geleidelijk in een concrete visie. Moofers staat voor duurzaamheid. Onze kleding wil je lang doordragen omdat het ontwerp uniek is, het goed gemaakt is en omdat de materialen zo mooi zijn. Ik vind het leuk dat er bij Moofers tijd en ruimte is om het verhaal achter mijn ontwerpen mee te geven aan klanten.

Welke rol speelt duurzaamheid in de Moofers collectie?
Voordat een collectie uiteindelijk in een winkel hangt, moeten er heel veel stappen gezet worden. Iedere stap ademt vakmanschap. Ik vind het daarom zo gek dat mode vluchtig is. Dat hoeft ook helemaal niet. Je kunt jaren genieten van een mooi ontwerp, zolang het goed gemaakt is van een kwalitatief goede stof. Met elke collectie proberen we nog duurzamer te worden.

Hoe zou je de stijl van Moofers Clothing omschrijven?
Eigentijds met een edge, clean met de nadruk op kwaliteit en oog voor detail. Het is een vrouwelijke, stoere look. De kleding is heel praktisch en je kunt het elke dag dragen. Vooral niet in de kast laten hangen en heel veel dragen. Dat is waarvoor ik het ontwerp.

Hoe maak je jouw collecties?
Ik werk steeds minder met seizoenen in mijn collecties. Ik laat ontwerpen zoveel mogelijk op elkaar aansluiten. Aan de nieuwe ontwerpen voeg ik een aantal bestaande ontwerpen toe. Dat wordt dan mijn capsule collectie. Op Moofers Instagram staat bijvoorbeeld een foto waarop het model een leren rok draagt, een ontwerp van twee jaar geleden. Op de foto combineer ik die rok met een recent ontwerp knitwear. Mensen die deze rok destijds hebben gekocht breng ik zo op het idee om die weer eens uit de kast te halen. Ik laat zien dat die trui goed past bij die prachtige rok die ze al een tijdje hebben.

Wat is de doelgroep van Moofers?
De doelgroep waarvoor ik ontwerp zit in de leeftijdsgroep vanaf 30 jaar. Maar mijn klanten zijn vrouwen van 17 tot 80 jaar. In het begin had ik veel internationale klanten. Mensen die hier net wonen of hier op vakantie zijn, kijken veel meer om zich heen en ontdekken zo winkels die net geopend zijn. Inmiddels hebben mensen uit Den Haag en de rest van Nederland, Moofers ontdekt.

Betrek je jouw doelgroep in het ontwerpproces?
Ik vind het fijn als mensen de tijd nemen om alles te passen. Dan kan ik goed zien hoe de pasvorm is en welke ontwerpen het beste bij een klant passen. De reacties van klanten inspireren mij weer. Laatst was er een klant die heel graag iets met een krijtstreeppatroon wilde hebben. Dat bracht me meteen op het idee om iets te gaan ontwerpen in krijtstreep. Maar dan wil ik wel de perfecte krijtstreep flanel hebben, want als ik niet de goede stof vind, gaat het niet door.

Wat maakt dat een stof bijvoorbeeld de perfecte krijtstreep is?
Het verhaal achter het product maakt het verschil. Ik heb van een Britse stoffenproducent stofstalen ontvangen en daar straalt het vakmanschap van af. Het zijn stoffen die al decennialang in de UK gemaakt worden. Ik heb een enorme fascinatie voor stoffen, daar begint voor mij vaak de inspiratie.

Moofers is mode, maar ook een salon. Welke rol speelt kunst in Moofers Fashion & Art Salon?
Ik vind het belangrijk dat verschillende disciplines elkaar versterken. Achter een schilderij of sieraad zit een persoon die dat met passie en visie heeft gecreëerd. Net als bij mode komt er heel veel vakmanschap bij kijken. Ik heb een locatie gezocht en gevonden waar ik de ruimte heb om alles bij elkaar te brengen. In deze mooie salon versterken mode en kunst elkaar.

Hoe heb je, zeg maar, al die stemmen laten spreken in één ruimte?
Het pand waarin Moofers zit is een rijksmonument. Dat betekent dat we de kleuren en de versieringen in het huis niet mogen veranderen. Het zijn geen kleuren die zich makkelijk laten combineren. We zijn op zoek gegaan naar gordijnen en meubels die bij die kleuren passen en bij de sfeer van de ruimte. We hebben hier sieraden van Moniek Postma en die zijn groot en uitbundig. De schilderijen van Moos Willemsen zijn rustiger. Die combinatie werkt goed. In mijn kleding zit ook die spanning, het moet zeker niet saai worden.

Wat maakt dat Moofers een salon is in plaats van een winkel?
Natuurlijk is Moofers nog steeds een winkel, maar het woord salon vonden we goed passen bij het pand en wat wij met Moofers willen neerzetten. De salon legt de nadruk op onthaasten en de tijd nemen om dingen in je op te nemen. We hopen je te inspireren met de mode en kunst die we hier presenteren.

 

 

 

Kun je een tipje van de sluier lichten over de volgende collectie?
Voor de aankomende collectie gebruiken we vooral krijtstreep flanel uit Engeland en stoffen geweven in Nederland door Enschede Textielstad. Er komen stoere jassen van recycled denim en high-waist jeans van organic cotton. In krijtstreep komen er colberts die je kunt combineren met een straight leg trouser. Verder krijtstreep baggy shorts die je met hakken kunt dragen, maar ook casual met boots. De knitwear is van biologisch katoen of alpaca. De tanktops en de T-shirts zijn uitstekend te combineren met de high-waist jeans en krijtstreep ontwerpen. In de salon willen we kleine events organiseren voor nog meer beleving. Dan moet je denken aan kleine concerten, collectielanceringen, lezingen en workshops. Dus een kalender vol creatie en vakmanschap. Dat gun ik iedereen. www.moofersclothing.nl

Fotografie: Merel Oenema
Mode fotografie: Annick Meijer

Wat is het toch met verdriet? Rosita Segers speelt het antwoord.

Verdriet intrigeert actrice Rosita Segers. In de serie ‘Zuipkeet’ speelt ze de Limburgse Sanne die probeert om te gaan met het verdriet van de verdwijning van een vriend. Verdriet staat ook centraal in ‘Spread The Sadness’, een toneelstuk door haar geschreven en geproduceerd. In een interview met Anke Verbeek vertelt Rosita over deze bijzonder fascinatie.

door Anke Verbeek

Waar gaat de serie Zuipkeet over?
Zuipkeet is een tiendelige web-serie op YouTube van Toneelgroep Maastricht, Pupkin en BNNVARA. Het gaat over een vriendengroep uit Venray. Vijf jaar geleden is één van de vrienden uit die groep, Heise, verdwenen. Na vijf jaar wordt hij officieel doodverklaard en wordt er voor hem een kerkdienst gehouden in Venray. Mijn personage heet Sanne. Zij is na Heise’s verdwijning naar Utrecht verhuisd en is daar naar de filmacademie gegaan. Sanne besluit om een film te maken over haar vrienden en over de verdwijning. Ze wil proberen erachter te komen wat er toen precies is gebeurd.

Wat vind je van je personage Sanne?
Sanne is heel creatief en een doorzetter. Als iemand nee tegen haar zegt, dan gaat ze daar niet zomaar mee akkoord. Dat bewonder ik. Aan de andere kant, ze vindt het moeilijk als er op het moment suprême meer bij komt kijken dan alleen haar journalistenkant.

Jij bent ook creatief. Je komt uit de buurt van Venray. In hoeverre vind je dat je op Sanne lijkt?
Toen ik het treatment (red- beschrijving van de inhoud en verloop van een film) las vond ik het wel toevallig. Een meisje uit Limburg dat vertrekt naar Utrecht om een creatieve opleiding te doen, net als ik. Ze gaat, net als ik, af en toe nog terug naar Limburg. Als ik iets graag wil of iets erg vind, heb ik ook een sterke mening. De kanten van Sanne in mij, probeerde ik te vertalen naar de Sanne die ik speel.

Hadden jullie vroeger met vrienden ook een zuipkeet?
We hadden een schuur waar we vaak waren om te drinken en feestjes te organiseren (lacht).

Wat voor manier van acteren gebruikte je om Sanne te vertolken.
Veel is tot stand gekomen met improvisatie. Dat was ook het concept van de serie. De dialogen waren niet uitgeschreven. Tijdens het draaien kwam ik erachter dat er geen tijd was om steeds vijf minuten te improviseren. Mijn personage vindt van alles, over van alles. Dat is informatie die ik niet mag vergeten te zeggen.

Hoe verlopen de opnames als het concept leunt op de improvisatie van de acteurs?
Tijdens het draaien was het best wel hectisch. We deden een technische doorloop, met camera, licht, geluid, en daarna ging ik improviseren. Terwijl ik met de regisseur mijn geïmproviseerde tekst besprak, bouwde de crew de set op en bepaalde de shots. Daarna draaiden we gelijk de scene. Voor sommige scenes schreef de regisseur de avond daarvoor nog een dialoog of monoloog uit. Bij elke scene was het opnieuw uitzoeken: gaan we dit helemaal improviseren of gaan we toch de tekst vastleggen.

Deed je zelf het camerawerk als Sanne?
Vaak begin ik met filmen en op een gegeven moment neemt de cameraman het over. Dat was een choreografie die we telkens moesten uitzoeken en uitproberen. In de serie hoor ik wanneer ikzelf film. Je doet de handeling zelf en dan ga je anders praten, vanwege een andere concentratie. Op het moment dat de cameraman filmde moest ik mijn stem laten klinken alsof ikzelf aan het filmen was.

Je hebt een theaterstuk geschreven en geproduceerd, Spread The Sadness. Hoe is dat stuk tot stand gekomen?
Spread The Sadness is een productie van Non Creators Company, een collectief van Max Laros en mijzelf. Max en ik werkten graag samen tijdens onze opleiding. We besloten om na ons afstuderen een voorstelling te maken over verdriet. Wij vinden het allebei moeilijk om te huilen. In onze directe omgeving zien we dat het niet makkelijk is om te zeggen dat je verdrietig bent. We zien dat de mediawereld van verdriet een verdienmodel heeft gemaakt. Vloggers posten filmpjes met de mededeling dat ze heel erg moesten huilen. Een programma als ‘All you need is love’ is op huilen gebouwd. Huilen is goed voor de kijkcijfers. Maar het zijn oprechte tranen en het is goed om als kijker mee te kunnen huilen, om zo je emoties te kunnen uiten. We hebben daarover een voorstelling gemaakt.

Waarom heb je een fascinatie voor verdriet?
Ik vond het zwak als mensen snel huilen. Je huilt niet zomaar. Je huilt met een belangrijke reden. Ik begin wel in te zien dat mensen kunnen huilen omdat ze zich even niet zo fijn voelen. Dat moet er dan gewoon uit. Tijdens de voorstelling hebben we geprobeerd om vanuit verdriet te huilen en puur fysiek te huilen. Fysiek huilen lukt me niet. Ik moet in een verdrietige- of emotionele gemoedstoestand zijn, wil ik kunnen huilen.

Hoe laten jullie dit allemaal in de voorstelling voorbijkomen?
Op een associatieve manier, we leggen niks uit. Het gaat om beelden, voelen en ervaringen. Het publiek mag er zelf iets van maken. Ik ben ook heel benieuwd hoe iedereen na de voorstelling de zaal uitloopt en wat ze hebben meegemaakt.

Dat is een hele andere vorm dan bij Zuipkeet?
Zuipkeet is een verhaal met een begin, midden en eind, vol karakters die hetzelfde blijven. Het zit logisch en realistisch in elkaar. Spread The Sadness, is een collage. Max en ik spelen niet één rol. We staan er als basis, als Max en Rosita. Maar we worden ook alterego’s en spelen diverse karakters. Het is een montage van puzzelstukjes die elk verschillend zijn vormgegeven en verweven zijn tot een geheel.

Hoe is de interactie met het publiek in Spread The Sadness?
Het publiek maakt een voorstelling iedere keer anders. Als je als speler een lachje of kuchje hoort, ben je je daarvan bewust en kan het invloed hebben op het tempo van scenes. In sommige scenes spelen we op het publiek en nemen we de mensen mee. De manier waarop ze naar mij kijken neem ik mee in het spelen, in de manier waarop ik mijn tekst zeg of een toon zing. In Spread The Sadness gaat het om de moed van de acteurs en het publiek om zich open te stellen en geraakt te worden.

Spread The Sadness van Non Creators Company is te zien in Utrecht, Amsterdam en Den Haag.
Zuipkeet is te zien op het YouTube kanaal van NPO3.

Fotografie: Merel Oenema

How to make an IMPAKT

Digitale kunst, online symposia of een virtueel feest, ze zijn sinds jaar en dag de gewoonste zaak van de wereld voor IMPAKT. Dit centrum voor mediacultuur biedt een platform voor kunstenaars die digitale kunst maken. Anke Verbeek sprak voor POM Magazine met IMPAKT directeur, Arjon Dunnewind en IMPAKT PR & Marketing, Michelle Franke.

door Anke Verbeek

Arjon, Michelle kunnen jullie uitleggen wat IMPAKT is?
IMPAKT richt zich op kunstenaars die digitale kunst maken. We bieden ze ondersteuning en een presentatieplatform. In het begin was IMPAKT alleen een festival, maar we zijn door de jaren heen steeds meer gaan doen. In 2018 zijn we verhuisd naar de Lange Nieuwstraat in Utrecht waar we een tentoonstellingsplek hebben. Daarmee is het programma dat we naast het jaarlijkse festival hebben, belangrijker geworden. We zijn uitgegroeid tot een centrum voor mediacultuur. Samen met kunstenaars, academici, journalisten en filosofen onderzoeken we op welke manier ontwikkelingen op het gebied van mediacultuur, onze maatschappij veranderen.

IMPAKT organiseert webprojecten en online exposities. Daarnaast hosten jullie lezingen en events. Hoe is het gelukt om in coronatijd nog zoveel naar buiten te brengen?
We zijn al in 2001 met de virtuele ruimte begonnen, met IMPAKT Online. Dat heeft zich doorontwikkeld in IMPAKT Channel waarop we virtuele dingen doen. In april 2021 zijn we  begonnen met IMPAKT TV. Dit is een online format dat dichter op de actualiteit van de dag zit. Door de coronamaatregelen zijn we nog intensiever bezig gegaan op IMPAKT Channel en met onze webprojecten.

Zijn er events omgezet van een fysiek format naar een online format?
Jazeker, maar niet door hetzelfde fysieke event gewoon via Zoom te laten verlopen. We hebben gekeken hoe we van een fysiek event, een nieuwe, digitale ervaring konden maken. Rondom een groot thema brengen we presentaties en kunstwerken op een interactieve manier samen. Bezoekers worden digitaal genavigeerd door onderwerpen en kunstwerken. Voor het IMPAKT Festival hebben we de festivalervaring online gebracht met het festivalportal. Daarmee kon de online bezoeker in verschillende ruimtes  van een virtueel gebouw rondlopen. In de virtuele bar kon je een digitaal drankje drinken en in de main room was de livestream te volgen. Tussendoor namen mensen je op de portal mee naar een soort IMPAKT TV, waar 24 uur iets te zien was. Hierdoor veranderde het festival in een marathonuitzending van 100 uur.

Zijn alle fysieke exposities te vertalen naar een online versie?
Dat varieert heel erg per geval. De festivaltentoonstelling Dreaming In Everywhen bijvoorbeeld, hadden we al geconcipieerd en vormgegeven voordat duidelijk werd dat we de rest van het festival helemaal online gingen doen. We hebben veel werken online gepresenteerd. Maar er was in de tentoonstelling ook een cilindervormige ruimte te zien die gevormd werd door doeken, die vanaf het plafond in de fysieke expositieruimte hingen. Daarbinnen was een bed waarop een borduurwerk lag met een reliëfachtig patroon. Het was onmogelijk om de ervaring van- op dat bed liggen met een koptelefoon en aanwezig zijn in die omsloten ruimte- naar iets digitaals te vertalen.

Biedt digitalisering andere mogelijkheden dan de fysieke presentatie?
Bij een traditioneel symposium zijn alle lezingen strak ingepland. Meestal kun je ze allemaal achterelkaar bijwonen, en soms heb je parallelsessies. Maar in het symposium, Radicalization By Design bijvoorbeeld, is de online bezoeker helemaal in-control en kun je navigeren door de vragen, onderwerpen en kunstwerken. Het publiek krijgt door het online format, de vrijheid om een eigen route te bepalen door de digitale content. We vragen vaak aan kunstenaars om iets nieuws te maken voor een online expositie. Het is niet een surrogaat van een fysieke expositie en vindt zijn waarde in de interactieve, online, niet-lineaire omgeving.

In de IMPAKT projecten zie ik dat kunstwerken, lezingen, essays en panels gecombineerd worden. Daar komen online formats ook nog eens bij. Zien jullie dat als een blijvertje na Covid?
Het oudste IMPAKT webproject hebben in 2016 gemaakt, ver voor Covid. Het was een manier om het IMPAKT festival van 2015 een soort after-life te geven. Digitale kunst is helemaal niet meer zo marginaal. Er is recent een digitaal kunstwerk verkocht voor miljoenen euro’s. Het spannende van online kunst is dat het digitaal is en dus door iedereen gekopieerd kan worden. Met de blockchain technologie kun je aantonen: fijn dat je een kopie hebt maar het leidt allemaal terug naar het origineel van mij, dus ik ben de eigenaar. Het gaat om de scheidslijn tussen enerzijds digitaal, reproduceerbaar en beschikbaar. En anderzijds, om het verlangen dat het kunstwerk uniek moet zijn en een vorm van tastbaarheid moet hebben. Dat is een interessant spanningsveld.

Heeft digitaal exposeren ook nadelen?
Het is belangrijk dat mensen zich vertrouwd voelen in het event wat je organiseert. Je moet ze activeren om zoveel mogelijk online actief en persoonlijk betrokken te zijn bij het event. Waarmee je trouwens onderling contact kunt creëren met mensen uit alle delen van de wereld. Afgelopen januari hebben we een virtual Bal Masqué georganiseerd in samenwerking met Media Art Lab Moskou. Op het bal waren online gasten aanwezig uit Nederland, Oostenrijk, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika. Dat soort samenwerkingen zijn heel makkelijk online te organiseren. Hoe jammer het ook is dat we bepaalde dingen vanwege Corona fysiek niet meer kunnen doen, we werken nu in een stimulerende, nieuwe situatie waarin een hoop dingen niet meer moeten en een heel veel nieuwe dingen kunnen.

www.impakt.nl

Abonneer op onze nieuwsbrief

Door verder gebruik te maken van deze website gaat u automatisch akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie Dit bericht verbergen