Bibliotheek Ambassade Hotel

Het Amsterdamse Ambassade Hotel aan de Herengracht heeft zijn gasten iets bijzonders te bieden. In de bibliotheek en zelfs in de hotelbar kunnen gasten duizenden door de auteur gesigneerde boeken bekijken. Song B. sprak hotelbibliothecaris Eelco Douma die al 32 jaar werkzaam is bij het Ambassade Hotel. “Inmiddels ben ik reserveringsmanager, maar we hebben ook deze prachtige boekencollectie die we sinds het jaar 2000 aan gasten en bezoekers tentoonstellen,” zo legt Eelco uit. “Toen ben ik gevraagd om de collectie erbij te doen. Het kost niet zo veel tijd en het is één van de leukste dingen die ik in mijn werk doe.”

door Song B.

Het Ambassade Hotel heeft een eigen boekenverzameling. Hoe is deze collectie ontstaan?
Het is een traditie dat uitgeverijen bij het Ambassade Hotel kamers reserveren wanneer hun auteurs naar Nederland komen om de vertaling van hun boek te promoten. Vroeger zaten de uitgeverijen, net als ons hotel, aan de Herengracht of vlak in de buurt van de Herengracht. Inmiddels zijn de meeste naar elders verhuisd, maar ze weten ons nog steeds te vinden om hun schrijvers onder te brengen. Tijdens hun bezoek houden de auteurs in ons hotel interviews met de pers. Er zijn altijd één of meerdere personen van de uitgeverij aanwezig en zij hebben altijd een stapel boeken bij zich. Na afloop blijven er altijd wel een paar boeken achter. De hoteleigenaar heeft op een gegeven moment besloten om ze te houden. Hij vroeg aan de auteurs of ze er een paar woordjes in wilden zetten. Zo is de verzameling ontstaan. Het is inmiddels uitgegroeid tot een collectie van 5.000 boeken. En het groeit nog steeds.

Zijn het de uitgeverijen of de auteurs die jullie hotel weten te vinden?
In eerste instantie de uitgeverijen. Het gebeurt wel dat auteurs bij ons logeren als ze op eigen gelegenheid naar Amsterdam komen.

Ontstaat er dan een band met de schrijver?
Ja zeker!

Hebben de auteurs dan een band met het hotel of meer met jou en je collega’s? 
Ik denk dat het een combinatie is. Natuurlijk krijg je in de loop van de jaren een band met de auteurs die het hotel bezoeken. Ik werk hier nu bijna 32 jaar en de meeste schrijvers heb ik de afgelopen jaren een paar keer in het hotel gezien. Het Ambassade Hotel is een mooi hotel op een mooie locatie in Amsterdam en het biedt goede service aan zijn gasten. Het hotel bestaat sinds 1953. Niet in deze vorm, het is langzaam uitgegroeid tot een rijtje klassieke grachtenpanden aan de Herengracht. Het is tien jaar geleden verbouwd door Cruz y Ortiz, de architecten die ook het Rijksmuseum hebben verbouwd. Het hotel besteedt veel zorg aan de inrichting en decoratie. We hebben twee culturele pijlers waarmee wij ons profileren: we zijn een literair hotel en we hebben kunst van de COBRA beweging. Dat hangt door het hele gebouw en in de hotelkamers.

Wat vind je het allerleukste aan de hotelbibliotheek?
Het is ontzettend leuk om schrijvers te ontmoeten wiens boeken ik graag lees. Zoals bijvoorbeeld de Canadese schrijfster Margaret Atwood. Zij was hier tijdens de lockdown periode. Toen was het heel stil in ons hotel. Ik had toen de tijd om rustig met haar te praten. We zijn trouwens als locatie verschenen in een boek van de schrijfster Donna Tart. Zij heeft maar drie boeken geschreven en die waren alle drie mega bestsellers in de VS en Europa. In het laatste boek, Het Puttertje, speelt één hoofdstuk zich af in ons hotel. Geweldig!

Is er een gesprek met een auteur dat je is bijgebleven?
Het gaat vaak over het weer, en over koetjes en kalfjes. Maar niet altijd. Ik herinner me een gesprek met de Nederlandse auteur Pieter Waterdrinker. Hij heeft veel meegemaakt in zijn leven en laat dat ook terugkomen in zijn boeken. Zo zijn er nog wel een paar gesprekken. Onder andere met de Britse auteur Rupert Thomson, hij is in Nederland niet zo bekend maar hij schrijft prachtig. Hij vertelde onder andere over de inspiratiebronnen voor zijn boeken.

Hoe is de boekencollectie opgebouwd?
De verzameling is heel divers. De boeken zijn uitgegeven door verschillende uitgeverijen en vallen onder verschillende genres: romans, kinderboeken, kookboeken – topkok Nigella Lawson is hier een paar keer geweest- journalistieke boeken, thrillers, detectives, boeken over tuinieren; het is een gevarieerde collectie.

Waar in het hotel staan de boeken?
De boeken staan in een aparte ruimte én in de hotelbar. Ze staan alfabetisch gerangschikt op de achternaam van de auteur. De collectie is inmiddels te groot voor de plankruimte die ik heb. Eens in de paar jaar moet ik de moeilijke beslissing nemen welke boeken ik eruit moet halen om ruimte te maken voor de recente aanwinsten. Heel jammer. Wie weet kunnen we ooit de boekenruimte uitbreiden. Ik heb het liefst alle boeken op de planken staan. Als we van een schrijver meerdere titels hebben, haal ik er een paar titels uit en laat ik de overige staan. We gooien nooit boeken weg! Dat is zonde. Ze zijn allemaal gesigneerd en hebben voor ons waarde, vooral sentimentele waarde.

Heb je contact met andere hotelbibliothecarissen?
We hebben goede contacten met de Bibliotheca Philosophica Hermetica, die zit in een heel mooi grachtenpand aan de Keizersgracht. Hun collectie bevat illustere oude documenten onder andere uit de 15e eeuw.  Wij sturen onze gasten naar hen en zij sturen geïnteresseerden naar onze bibliotheek.

Is de collectie alleen toegankelijk voor hotelgasten?
Nee hoor. Onze boeken staan ook in de hotelbar waar iedereen welkom is. Maar we lenen ze niet uit, daarvoor zijn ze te waardevol. Als iemand een favoriete auteur heeft en even wil kijken wat die in het boek heeft geschreven, mag dat natuurlijk altijd.

Gaan mensen ergens in het hotel zitten om het boek te lezen?
Nee, niet echt. Wel hebben we aan de andere kant van de receptie een salon, vol met boeken die gasten achtergelaten hebben. Die boeken zetten we daar op de planken en daarmee mogen mensen doen wat ze willen. Die boeken mogen ze wèl meenemen. Soms, als ik een paar gesigneerde boeken ontvang van dezelfde titel zet ik er één op de plank in de salon. Leuke verrassing voor de gast.

Eelco, wie is jouw favoriete schrijver?
Ik heb enkele favorieten. De eerdergenoemde Britse schrijver Rupert Thomson bijvoorbeeld. Ik volg hem sinds het begin van zijn carrière. Hij is een paar keer in het hotel geweest. Hij schrijft hele fantasievolle romans. Ik vind het magisch realistisch, net als het werk van José Saramago, de Portugese Nobelprijswinnaar. Saramago leeft niet meer maar hij is hier een aantal keren geweest. Je moet wel moeite doen om zijn boeken te lezen. Mooi geschreven boeken met hele lange zinnen, maar zijn werk vind ik zeker de moeite waard. Verder is de Vlaamse auteur Dimitri Verhulst een favoriet van mij. Hij is de laatste jaren niet meer zo productief, maar hij heeft hele mooie boeken geschreven. Die lees je wel heel makkelijk.

Is er een schrijver die nog nooit bij jullie is geweest en wiens boeken je heel graag aan de collectie zou willen toevoegen?
Haruki Murakami! Ik vind het een prachtige schrijver, ik heb er heel veel van gelezen. Zo mooi zoals die man schrijft. Murakami is verschrikkelijk groot en heeft het niet nodig om naar ander landen te reizen om zijn boeken te promoten. Ieder jaar wordt hij weer getipt voor de Nobelprijs, maar het is hem nog niet gelukt de Nobelprijs te ontvangen. Hij heeft lang in Amerika gewerkt en gewoond. Ik denk dat als hij Japan ooit nog eens verlaat, dat hij eerder naar Amerika gaat dan naar Amsterdam. Maar ik zou het geweldig vinden als hij ons hier komt bezoeken.

Heb je een droom voor de toekomst van de bibliotheek?
Ik zou het heel leuk vinden als de boekencollectie zelf in een roman zou verschijnen. Misschien moet ik eens een bevriend auteur proberen te overtuigen. Verder zou ik het leuk vinden als we meer boekpresentatie hebben voor nieuwe, niet eerder uitgegeven boeken. We doen natuurlijk nu al boekpresentaties maar meestal voor de Nederlandse vertaling van bestaande boeken.

Wat zijn de toekomstplannen voor de bibliotheek?
We willen graag dat het Ambassade Hotel nog meer een literaire plek van samenkomst wordt. We organiseren eens in de twee maanden een literaire avond. Mensen kunnen zich daarvoor aanmelden via een link op de website. Voor zo’n event brengen we twee sprekers, journalisten of auteurs, met elkaar in gesprek over een actueel onderwerp. We doen dat voor een publiek van 60 mensen. Na afloop is er een meet-and-greet met de auteurs, hier in de bibliotheek. We hadden al literaire avonden vóór de Covid lockdowns en gelukkig hebben we dat nu weer opgepakt.

Wereldplek Keulen

De Duitse journalist Frank Lorentz woont al 25 jaar in Keulen. Daarvoor zwierf hij jarenlang van appartement naar appartement, van land naar land en van stad naar stad. Maar eenmaal in Keulen besloot hij er voorgoed te blijven. Waarom? Dat is de vraag die Klaartje Til stelde aan Frank om te achterhalen wat Keulen zo’n bijzondere stad maakt.

door Klaartje Til

Frank, waarom ben na jaren van rondzwerven in diverse steden en diverse landen in Keulen gebleven?
Ik denk dat ik graag in een grote stad wilde wonen, groter dan Düsseldorf. Ik werkte daar voor een mediabedrijf dat mij een job aanbood vlakbij mijn woonadres. Ik had te voet naar kantoor kunnen gaan. Dat was het moment waarop ik besloot naar Keulen te verhuizen. Het klinkt gek, maar ik ga liever met de auto naar mijn werk dan lopend.

Als je Keulen met andere Duitse steden vergelijkt, springt Keulen er dan uit?
Keulen lijkt op Berlijn. Het is een beetje vies, niet echt mooi en de mensen kleden zich relaxed, heel informeel zeg maar. In Düsseldorf zijn de mensen chiquer gekleed. Er is een high-society lifestyle in Düsseldorf. In Keulen heerst een relaxed lifestyle.

Hoe noem je mensen die uit Keulen komen?
In het Duits heet Keulen, Köln en er is onderscheid tussen Kölner en Kölsch. Kölner zijn mensen die uit Keulen komen, maar je mag jezelf Kölsch noemen als je minstens vijf generaties Kölner bent. Dan pas ben je Kölsch.

Ik ben nog nooit in Keulen geweest. Als ik Keulen zou bezoeken wat is dan de ultieme Keulen beleving?
Dan moet je per trein komen terwijl je luistert naar elektronische muziek want Keulen is bekend om zijn electronic music scene. Je stapt uit op station Köln Hauptbahnhof en wanneer je het stationsgebouw uit loopt vind je de Dom recht tegenover je. Vergeet niet de glas-in-lood ramen te bewonderen van de beeldend kunstenaar Gerhard Richter. Hij heeft die special voor de Dom gemaakt. Na je bezoek aan de Dom maak je een wandeling langs de Rijn. Daarna bezoek je een voetbalwedstrijd van FC Köln. Op de laatste dag van Carnaval, Rosenmontag, moet je de Carnavalsoptocht zien. Na de Carnavalsoptocht drink je in een Brauhaus een Kölsch biertje in een smal glas, een zogenaamde “Stange”.

Is er een eigen voetbalcultuur in Keulen?
Jazeker, FC Köln, is één van de grootste clubs van Duitsland. De club promoveert en degradeert voortdurend. Mijn zoon zag zijn eerste FC Köln wedstrijd toen hij vier jaar oud was. We zagen de wedstrijd in een café. FC Köln verloor en zou weer eens degraderen uit de Bundesliga. Na afloop van de wedstrijd waren de mensen in het café één seconde teleurgesteld. Twee seconden later werd er muziek gedraaid en begonnen mensen mee te zingen met de muziek. Zij vierden dat FC Köln zeker wel weer eens zal promoveren. Natuurlijk heb je in Keulen hooligans die boos zijn als FC Köln verliest, maar de meeste supporters vieren zowel het winnen als verliezen, beide zijn een reden tot feesten.

Welke rol speelt de rivier de Rijn in Keulen?
Zonder de Rijn zou de stad niet Keulen zijn. In het zuiden van Keulen, in de buurt van Rodenkirchen, zijn zandstranden, de zogenaamde Kölsche Riviera. Op warme zomerdagen is het heel verleidelijk om een plons te nemen in de Rijn. Maar er is een levensgevaarlijke onderstroom die je naar de bodem van de rivier sleurt. Je hebt geen schijn van kans. Het is daarom verboden in de Rijn te zwemmen. De Rijn is ambivalent, het heeft twee gezichten, een liefelijk gezicht en een donker gezicht.

Je noemde de buurt Rodenkirchen, zijn buurten belangrijk voor de identiteit van Keulen?
Keulen bestaat uit zogenaamde “Veedel”, een soort kleine dorpjes die alles hebben wat je nodig hebt zoals supermarkten, winkels en restaurants. Keulen bestaat uit ongeveer twaalf “Veedel”. Samen vormen ze de stad Keulen.

Waarom is Keulen niet echt een mooie stad?
Natuurlijk is er de prachtige Dom, het is het grootste sightseeing monument van Duitsland waar miljoenen toeristen op afkomen. Keulen is zwaar gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik denk dat toen zo’n 95% van de binnenstad is verwoest, het merendeel van de historische binnenstad is verdwenen. Na de oorlog is alles weer opgebouwd tegen zo laag mogelijk kosten. Daarom ziet de binnenstad van Keulen eruit zoals het nu eruit ziet. Maar weet je, het zijn de mensen die Keulen maken tot wat het is, niet stenen, die doen er niet toen. Behalve de Dom dan.

Hoe maken de mensen de stad Keulen?
De mensen in Keulen zijn ruimdenkend en maken meteen een praatje met je. Het kost geen moeite om met ze in contact te komen. Ze houden van hun stad. Deze liefde voor de stad hoor je in de Keulse carnavalsliedjes. Er is een nummer met de titel Hey Kölle! Du bes e Jeföhl, vertaald is dat Hé Keulen! Je bent een gevoel. Het nummer is van de Kölsch band Höhner. Dat is wat Keulen is, een gevoel, niet stenen of sightseeing attracties, maar een gevoel. Trouwens, het clublied van FC Köln is ook van de band Höhner. Het heet Mer stonn zo dir, FC Kölle. Deze muziek is Kölsch, FC Köln is Kölsch en natuurlijk heet het lokale bier Kölsch.

Wat maakt Keulen uniek?
De Duitse voetbalcoach, Jürgen Klopp, heeft eens tijdens een persconferentie, het volgende antwoord gegeven op de vraag wat voor soort coach bent u- Ik ben de normale. Dat zou je ook van Keulen kunnen zeggen. Keulen is de normale. Met uitzondering van de Dom is Keulen doodnormaal.

Weerspiegelingen van Lisette Stuifzand

In het werk van beeldend kunstenaar Lisette Stuifzand zie je geen mensen, maar wel gebouwen, parkeergarages, politieposten en treincoupés. Song Bloemendaal bezocht Lisette in haar atelier in het centrum van Den Haag. Daar liet Lisette haar werk zien en vertelde ze over haar fascinaties die de inspiratiebron zijn voor deze schilderijen.

door Song Bloemendaal 

Lisette, wat is de inspiratiebron voor je schilderijen?
Ik ben gefascineerd door weerspiegelingen. In een raam bijvoorbeeld zie je de reflectie van wat zich achter je bevindt. Tegelijkertijd kijk je door het raam en zie je een ruimte en soms zelfs een doorkijk naar een ander ruimte met zijn eigen weerspiegelingen, lichtval en schaduw. Het geeft allemaal een vervreemdend beeld.

Je schildert vaak gebouwen, waarom?
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in architectuur. Voor mijn schilderijen vind ik juist onpersoonlijke gebouwen interessanter. Dat schilderij daar is de Megastore in Den Haag (red- wijst naar ‘Megastores 6’, acryl op linnen, 100 x 70 cm). Op een gegeven moment was daar veel leegstand. Overal waren er grote lege ruimtes omdat wanden van winkel units waren weggehaald.  Ik ben daar wel eens verdwaald. Ik moest ergens zijn maar kon het niet vinden. In die lege ruimtes was alleen noodverlichting en een beetje licht dat via de ramen naar binnen scheen. Het visuele spel van licht en schaduw vormde als het ware nieuwe ruimtes. Het was een deprimerende plek, maar in al die lelijkheid kon ik schoonheid ontdekken.

Zijn lichtspiegeling en architectuur dan jouw inspiratiebron?
Ik ben altijd wel bezig met licht en donker. Als je een ruimte beter observeert ga je ineens rare dingen zien en vervreemde effecten. Je ziet als het ware een nieuwe wereld. Beelden vermengen zich en verschillende dimensies komen bij elkaar waardoor er een nieuw beeld ontstaat.

Je werkt veel met series, hoe komen die tot stand?
Zo’n serie komt tot stand in een bepaalde flow. Terwijl ik schilder kom ik op ideeën en gaandeweg kom ik erachter dat ik iets op verschillende manieren kan oplossen. Op het ene schilderij probeer ik de ene oplossing en op een ander schilderij de andere. Ik ben momenteel bezig met een serie waarin plantenkassen centraal staan. Terwijl ik bezig was met een wat groter schilderij raakte ik gefascineerd door bepaalde details in de weerkaatsingen, bijna abstract. Dit bracht me op het idee voor een paar volgende, wat kleinere, schilderijen. Op zo’n manier ontstaat dan een serie. Hoewel planten aanwezig zijn in deze werken, ben ik vooral geboeid door de weerkaatsingen op het glas van de kas.

Waarmee ben je het meest tevreden? Het laatste schilderij uit een serie of de hele serie?
De hele serie.

Wanneer is voor jou een serie af?
Wanneer ik het idee heb dat ik hetzelfde aan het doen ben en mijn hoofd al lang met andere onderwerpen bezig is. Dan weet ik dat een serie klaar is.

Stop je op zo’n moment dan midden in een schilderij waarmee je op dat moment bezig bent?
Ik maak het schilderij gewoon af.

Je hebt veel series gemaakt over Den Haag, heeft dat een speciale reden?
Nee, geen speciale reden, maar een praktische. Ik woon in Den Haag en fiets en loop veel in Den Haag.

Je schildert voornamelijk met acryl. Waarom kies je voor acryl?
Ik werk veel met transparante lagen. Voordat ik de volgende laag kan schilderen moet de laag daaronder droog zijn anders gaat de verf zich mengen. Acryl droogt lekker snel. Met acrylverf is het wel zo dat je het in één keer goed moet doen, want het is moeilijk corrigeren door er gewoon overheen te schilderen. Dat is lastig met acryl. Een klein puntje kan nog wel maar een heel vlak wordt lastig. Dan moet je dat stuk eigenlijk in zijn geheel opnieuw schilderen, laag voor laag.

Wat voor ontwikkeling heb jij als beeldend kunstenaar in de loop der jaren doorgemaakt?
Ik ga nu meer gestructureerd te werk. Vroeger begon ik gewoon en pas op het moment dat ik tegen een probleem aanliep ging ik op zoek naar een oplossing. Nu weet ik welke problemen ik kan tegenkomen en wat ik van tevoren moet uitzoeken. Wanneer ik naar schilderijen van 20 jaar geleden kijk, zie ik soms dingen waar ik nog wat aan had kunnen doen. Anno nu zou het schilderij niet af zijn. Een werk moet er voor mij aannemelijk uitzien. Er mag niet iets zijn wat afleidt van waar een schilderij om draait. Vergeleken met 20 jaar geleden zie ik nu sneller als er iets wrikt in een schilderij.

Als er iets wrikt, waar ligt dat dan aan?
Meestal zit het in de constructie van het gebouw; een balk die bijvoorbeeld te hoog of te laag is. Wanneer ik met een schilderij begin zet ik eerst de grote vormen op het doek met verdunde verf. Daarna ga ik aan de slag met de details van een gebouw en vervolgens voeg ik licht en schaduw toe. Als er vroeger iets niet klopte in een schilderij zat het ‘m voornamelijk in de constructie.

Weet al wat je volgende serie gaat worden?
Dat weet nog niet omdat ik net aan een nieuwe serie ben begonnen. Er is nog geen ruimte in mijn hoofd voor het concreet maken van een nieuw idee.

Bespoke Tailoring- Lawton

Na haar studie aan het London College of Fashion en een stage bij Huntsman Savile Row, begon Kimberley Lawton haar eigen atelier voor maatkleding. Lawton Tailoring House is gevestigd in Londen en bedient mannen en vrouwen met uitstekend passende maatpakken. Song Bloemendaal sprak met Kimberley om erachter te komen wat Lawton Tailoring House drijft en wat een maatpak nou een typisch Lawton pak maakt.

door Song Bloemendaal

Kimberley, je hebt voor Huntsman gewerkt, een bekend tailoring house aan Savile Row Londen. Waarom besloot je om je eigen bedrijf te starten?
Huntsman was voor mij een openbaring, ik heb daar zoveel geleerd. Mijn interesses lagen bij Huntsman natuurlijk bij patroonknippen en al het maatwerk. Maar bij Huntsman gaat het om jachtkleding, traditionele Engelse countryside mode en zakelijke pakken. Ik wilde graag iets creëren dat mijn kijk op maatwerk uitstraalt. Ik besloot daarom mijn eigen atelier te beginnen.

Waarom voelde je de behoefte om je visie op bespoke tailoring te delen met de rest van de wereld?
Toen ik in dit vak begon, waren er maar weinig zaken die een maatpak voor vrouwen maakten. Ze maakten een herenmaatpak voor een vrouw in plaats van een vrouwenmaatpak. Ik wilde destijds een colbert dat mij een taille én geaccentueerde heupen geeft én goed aansluit bij mijn buste. Er waren niet veel Savile Row zaken die zo’n colbert wilden maken, dus heb ik het maar zelf gemaakt. Ik besefte dat ik zoiets ook voor andere vrouwen zou willen maken. Ik wilde dat zij zich net zo zelfverzekerd en sexy voelen als ik me voel wanneer ik zo’n maatpak draag.

Zowel mannen als vrouwen komen bij jou voor een maatpak. Komen vrouwen om andere redenen dan mannen?
De meeste mannen zijn bekend met wat er allemaal komt kijken bij bespoke tailoring. Ze weten vaak al wat voor pak ze willen. Voor vrouwen is het motief om een maatpak te hebben belangrijk. Hun wensen zijn meer gericht op het silhouet dat het maatpak hen geeft en hoe ze zich willen voelen wanneer ze het pak dragen.

Kun je uit de energie en uitstraling van een klant opmaken voor welk pak ze waarschijnlijk komen?
Het is meestal een verrassing. Elke klant is anders en dat is het geweldige aan iets volledig voor iemand op maat maken. Om te komen tot de zogenoemde eerste pas (red- de eerste versie van je pak dat nog losjes met rijgdraad in elkaar is gezet) duurt twaalf tot zestien weken. Dan leer je de klant goed kennen. Ik kom erachter naar welke restaurants en cafés de klant graag gaat en wat er aan de hand is in het gezins- en werkleven. Dus ik meet niet alleen de lichaamsmaten op van mijn klanten. Ik leer hun persoonlijkheid kennen en wie ze in het maatpak willen portretten. Het is allemaal heel persoonlijk en ik vind het geweldig.

Hoe vertaal je dat allemaal in een maatpak?
We praten veel over stoffen, de afwerking of eventuele grappige details in het pak die de persoonlijkheid weerspiegelen. Ik had laatst een klant die een grote liefhebber is van Bourgondische wijnen en we hebben een reiskurkentrekker ergens in het pak gestopt. Een andere klant speelt in een voetbalteam waarvan de clubkleur rood is. Als verwijzing naar haar voetbalclub hebben we in het colbert rode stof onder de kraag gezet en een rode binnenvoering gebruikt. Een andere klant wilde een broek waarbij ze zowel hakken als platte schoenen kan dragen. We hebben een broek gemaakt die ze langer en korter kan maken. Met slechts één knoop kan zij nu de broekspijpen korter maken en platte schoenen aandoen om even boodschappen te doen tijdens de lunchpauze. Maar als ze weer op kantoor is, kan ze de knoop losmaken en met stiletto’s naar een vergadering gaan. Met dit soort kleine dingen helpt een maatpak jou in je dagelijks leven en laat zien wie je bent.

Wat maakt een pak een typisch Lawton maatpak?
De Lawton huisstijl brengt drie dingen met zich mee: de jaren dertig, de jaren zeventig en rock & roll. Elk Lawton maatpak bevat tenminste één van deze drie elementen. In de jaren 30 begonnen vrouwen voor het eerst pakken te dragen. Ze droegen broeken met wijde pijpen, jassen met brede schouders en grote revers. Ze straalden zelfvertrouwen uit. De jaren 70 geeft flamboyance en rock & roll geeft dark vibes en het Mick Jagger zelfvertrouwen.

Hoe bepaal je de mate van structuur in het silhouet van een maatpak?
Ik besteed veel tijd aan het analyseren van de bodytypes van mijn klanten, of dat nu een man of een vrouw is. Ik neem niet alleen hun maten op, maar ik maak ook foto’s van de voorkant, de achterkant en de zijkant. Ik analyseer hoe een pak lichaamsdelen benadrukt die de klant wil accentueren en lichaamsdelen verbergt die de klant niet wil laten zien. Ik analyseer hoe ik kan verlengen en accentueren. Ik moet dan zorgvuldig te werk gaan en wil niemand beledigen. Maar ik moet er ook voor zorgen dat klanten zich op hun best voelen in het pak dat ik voor hen maak. Ik wil dat het wordt gedragen. Ik besteed zoveel tijd aan het maken van een pak en wil niet dat het in de kledingkast blijft hangen.

Wat is het verschil tussen maatwerk voor mannen en vrouwen?
Een maatpak voor een vrouw duurt iets langer, er zijn meer fittingen voor vrouwenmaatpak. Vanuit een knipperspectief vind ik tailoring voor vrouwen leuker. Er zijn meer rondingen waar omheen geknipt moet worden en ik vind het heel bevredigend als alles perfect geknipt is. Het is voor een damescolbert heel belangrijk dat de buste coupenaad goed zit. Voor een herencolbert is het niet zo erg als die niet helemaal op de juiste plaats zit. Maar voor een vrouwencolberts moet die op exact de juiste plaats zitten. Vrouwen hebben trouwens meer verschillende bodytypes dan mannen. Als de snit niet geschikt is voor haar bodytype zal de colbert of broek niet goed vallen en ziet het er niet mooi uit.

Wat is volgens jou het grootste verschil tussen bespoke tailoring en mode?
In bespoke tailoring, maak je iets voor de lange termijn en niet voor één seizoen. Dat is het grote verschil met mode. Het gaat het erom klanten bewust te maken wat bij hun bodytype past en wat hen heel lang goed zal staan, in plaats van een modetrend te volgen.

Welke rol speelt aftercare in bespoke tailoring?
Aftercare zorgt ervoor dat je pakken lang meegaan. Jouw maatpak wordt gereinigd, beschermd tegen motten en mooi opgeborgen in een opbergzak van katoen, niet van plastic of polyester, zodat het kan ademen. In de aftercare zit een zogenaamde sponge & press. Dus geen chemische reiniging want dat verwijdert de natuurlijke oliën in wol waardoor de stof als het ware uitdroogt. Met sponge & press verwijderen we met een vochtige spons alle oppervlakkige vlekken en stomen we de kleding. De hitte en stoom van het strijkijzer doodt bacteriën en verfrist de stof. De stof goed behandelen staat op nummer één in aftercare. Op nummer twee staan reparaties. Misschien zit een knoop of een naadje los. Breng je pak naar ons zodra je ziet dat er een probleem is, we lossen het dan op. Ten slotte betekent aftercare ook een garderobe check. Ik heb het geluk dat sommige klanten elk jaar één of meer pakken bestellen. Dus ik zie ze minstens één keer per jaar en ik check dan hoe het met hun oude pakken gaat. Moeten we de oude pakken uitleggen of innemen?

Wat maakt dat bespoke tailoring mensen fascineert?
Ik merk dat sommige klanten geïnteresseerd zijn in het vak zelf. Na covid geniet bespoke tailoring een opleving. Voor iemand als ik die veel moeite heeft gedaan om dit vak te leren en probeert zo goed mogelijk maatpakken te maken, is deze opleving geweldig. Met een kledingstuk dat handgemaakt is heb je niet alleen iets dat fijn is om te dragen. Je steunt daarmee ook onze industrie en houdt zo het vak levend.

Is er binnenkort een Lawton trunk show in Nederland, waar we bij jou langs kunnen komen voor een maatpak?
Als Nederland wil, kom ik heel graag naar Nederland voor een trunk show(gelach)!

Fotografie: Alex Natt

Wat is het toch met musical?

Het rode doek schuift open, de trompet blaast en de spot gaat aan. Vanuit de rode suède stoel zie ik een nanny met paraplu over het toneel vliegen. Dat bleek Noortje Herlaar, als Mary Poppins, anno 2010. Kriebels, blijdschap, meezingen en meedansen vanuit de theaterstoel: kleine Boanna op 10-jarige leeftijd. Elke jaar, met kerst, namen mijn ouders me mee naar een musical op de Nederlandse bühne. Tijdens ‘Supercalifragilisticexpialidasties’ wist ik het: daar ga ik staan. Mijn liefde voor musical begon bij Mary Poppins, een musical die de musicalmagie subtiel serveert en daardoor onvergetelijk wordt.

door Boanna Pieterse

Ik ging naar de academie voor musical en muziektheater, de Frank Sander Academie in Amsterdam. Daar merkte ik al snel dat er geen plaats is voor twijfel in dit vak. Het is niet zomaar even een liedje zingen. Op Broadway (New York) en West End (Londen) laat musical zien dat het een hoogstaande sport is vol passie, doorzettingsvermogen en technische kennis. En toch, zodra het doek opgaat, verdwijnt al die techniek moeiteloos naar de achtergrond. De acteurs kennen hun teksten, licht en geluid staan tot in de puntjes afgesteld, achter de schermen wordt in stilte het volgende kostuum al aangereikt, en de muzikanten nemen nog één diepe teug lucht voordat de eerste noot klinkt. Dat is de magie van live performance: alles valt samen in het moment.

Misschien is dat waarom musical zo herkenbaar voelt. Er is altijd wel een personage dat iets van jezelf weerspiegelt, een lied dat onverwacht binnenkomt of een gevoel losmaakt dat je even was vergeten. Het biedt een tijdelijke ontsnapping aan de echte wereld en laat je tegelijkertijd met nieuwe ogen ernaar terugkeren. Maar musical kan óók scherp, politiek en intens zijn. Eind 2026 keert Chantal Janzen terug naar het theater met de musical Cabaret. Het is een musical over het nachtleven in het Berlijn van de jaren ’30 waar men wanhopig probeert te ontsnappen aan de opkomst van het fascisme. Cabaret toont de kracht van musical in zijn puurste vorm: muziek die schuurt, humor die steekt en een verhaal dat blijft nazinderen.

Tegenwoordig open ik alleen nog mijn paraplu als het regent en heb ik mijn musicaldroom losgelaten. Ik houd het bij de kriebels in mijn buik die ik als toeschouwer krijg bij een voorstelling, maar ook thuis of in de auto, wanneer ik stiekem de ‘100 Best Musical Songs’ op Spotify aanzet. Musical doet je herinneren aan wie je bent geweest en wat je hebt gevoeld ook als sta je niet meer op de planken. Misschien is dat het mooiste aan musical. Ergens in die momenten van luisteren en kijken, ben je weer even deel van die wereld vol kleur, muziek en emotie. Een wereld die niet stopt wanneer het doek valt, maar die blijft bestaan in de kleine, stille applausmomenten die je voor jezelf creëert.

Musicals voor beginners

Musicalactrice Boanna Pieterse maakt de leek bekend met de musicalwereld. Boanna neemt jullie mee in deze magische wereld. Ze geeft tips voor je eerste voorstelling, heeft een playlist voor beginners samengesteld en raadt musicals aan voor de gevorderde liefhebber. Veel plezier met Musical voor beginners!

door Boanna Pieterse

Allereerst, wat is musical?
Op de Frank Sanders Akademie voor musical en muziektheater leer je al heel snel dat musical een zorgvuldig georkestreerde machine is: honderden lichtstanden, audiosystemen die tot op de millimeter nauwkeurig worden afgesteld, snelverkledingen binnen een paar seconden, grimeurs en kostuummakers die elk detail bewaken, en repetities die tot in de puntjes zijn gecoördineerd. Het is een vorm van muziektheater waarin muziek, zang, tekst en dans gezamenlijk het verhaal dragen. Waar toneel vooral leunt op dialoog, is bij musical de muziek even belangrijk als het gespeelde woord; liedjes kunnen gevoelens oproepen die een dialoog niet kan vangen en dans maakt van emotie een fysieke beleving.

Moet je naar New York of London om je allereerste musical te zien? Is dat de beste plek om te beginnen?
West End (Londen) en Broadway (New York) blijven natuurlijk iconische musicalbestemmingen. Maar eerlijk? Als je net begint is het geen must om meteen een trans-Atlantische reis te maken naar New York of om de ferry te nemen naar Engeland. De Nederlandse musicalwereld is volwassen, veelzijdig en inmiddels technisch vergelijkbaar met Londen en New York. Toch heeft West End iets magisch: de levendigheid van Soho, de historische theaters, de producties die vaak jaren spelen en daardoor tot in perfectie zijn geslepen. Broadway daarentegen voelt bruter, rauwer en sneller. Alsof het hele district ademt op het ritme van repetities en try-outs. Als beginner kun je in beide werelden overweldigd raken, maar je wordt vanaf het eerste moment ondergedompeld in kwaliteit, energie en vakmanschap. Als je ooit de kans krijgt: ga! Maar begin gerust in Nederland, waar de drempel lager is en de kwaliteit hoog.

Bij welke musical moet je als leek beginnen?
Ik raad aan te beginnen bij musicals waarvoor je geen voorkennis nodig hebt en die je zonder pardon laten voelen wat het genre kan zijn. Bijvoorbeeld The Lion King. Voor veel musicalgroentjes is dit dé ideale instapmusical: herkenbare muziek, verbluffende kostuums en een verhaal dat je moeiteloos meeneemt. Een andere tip is de musical Moulin Rouge: een toegankelijke productie vol glitter, burlesque danseressen en popnummers die je meteen de Moulin Rouge wereld intrekken.

En als je nou niet van bombast en spektakel houdt, wat is dan de beste start?
Dan moet je denken aan de komedies van Jon van Eerd, waar timing en humor een hoofdrol spelen, of aan iets volledig eigens zoals Showponies van Alex Klaassen. Het zijn producties waarin juist intimiteit of absurdisme je aangrijpen. Voor beginners kan dat verrassend verfrissend zijn.

Playlist voor beginners
Moulin Rouge
Disney Frozen
The Lion King
Wicked

Wat zijn de tips voor de gevorderde kijker?
Mijn eerste musicalliefde is de voorstelling Mary Poppins en net op het moment dat ik dacht dat er geen musicalstijl bestaat die mij die ‘Mary Poppins-kriebels’ kan geven, ontdekte ik Hamilton. Voor iemand die geen rapkenner, rapliefhebber en überhaupt rapluisteraar is, wist ik niet wat ik hoorde. Musical en rap samen? Jawel, dat is Hamilton, een rapmusical die je met een spervuur aan woorden en ritmes meeneemt naar de Amerikaanse Revolutie. Geschreven, gecomponeerd én gespeeld door de New Yorkse Lin-Manuel Miranda. Een man met magische muzikale vingertjes. Ik raad je dan ook aan In The Heights, Bring It On, te beluisteren. Als je zin hebt in iets luchtigers, kun je simpelweg niet om zijn onweerstaanbare Disneymuziek heen in Moana of Encanto. Een andere aanrader voor gevordenden is Hadestown: een broeierige, poëtische reis naar de onderwereld, vol folk, jazz en schurende emoties. Of Smash, gebaseerd op de gelijknamige tv-serie, een ode aan Marilyn Monroe en een must-see voor wie de combinatie van show, jazz en drama waardeert.

Playlist voor gevorderden
Hadestown
Hamilton
MJ the Musical
Hercules

Wat maakt musical bijzonder?
Voor mij gaat musical verder dan zang, dans en spel. Het is een soort spiegel waarin alles samenkomt: techniek en emotie, licht en muziek, publiek en performer. Op het moment dat ik er middenin zit, voel ik hoe intens het vak is. Je moet weten wat verdriet is, wat vreugde kan doen, wat kwetsbaarheid betekent. Het is een paradox, als musicalacteur speel je emoties die soms verder gaan dan je eigen ervaring, maar juist daardoor word je geraakt en groeit je begrip van de wereld. Dat is misschien wel het hart van musical, de kracht om te verbinden, om iets universeels te laten voelen via iets heel persoonlijks.

Kunstenaar-Inez de Brauw

Klaartje Til bezocht voor POM Magazine, Galerie Fontana aan de Amsterdamse Lauriergracht, om werken uit de serie The Muse Withdraws te zien van beeldend kunstenaar Inez de Brauw. Klaartje kreeg van Inez een rondleiding langs haar werken en kwam alles te weten over mise- en-abyme, historisch revisionisme, minnaressen, muzen, swipes en gummen.

door Klaartje Til

Inez, als je jezelf zou moeten omschrijven, wat voor beeldend kunstenaar ben jij?
Ik ben een schilder die figuratief schildert. Mijn schildershand is klassiek. Ik heb erg mijn best gedaan om mijn, van nature, traditionele schilderhand te doorbreken door in mijn schilderijen te werken met bijvoorbeeld gips, draadjes of keramiek. Het omarmen van mijn eigen schildershand had tijd nodig.

Weet je nu beter wie je bent als kunstenaar?
Ik denk dat ik het steeds beter weet. Al mijn werk gaat over trends uit verschillende tijden. In elk tijdvak is een mens door taal en dominante denkbeelden een heel ander wezen dat steeds andere dingen mooi vindt. Dat thema keert in mijn werk altijd terug. Mise-en-abyme is ook een steeds terugkerend thema, dus het-schilderij- in- het-schilderij. Verder zijn mijn schilderijen vaak symbolisch. Ik heb bijvoorbeeld veel gangen geschilderd; de gang symboliseert dan de transformatieve ruimte. Op dit moment staat in mijn werk historisch revisionisme centraal, het bevragen en herzien van hoe de geschiedenis verteld wordt.

Gaat je werk over transformatie en de maatschappij waarin mensen zich bevinden?
Die man daar in het midden (wijst naar het schilderij After Teniers – Establishing novelties) dat is aartshertog Leopold Willem, een landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden in de 17e eeuw. Mijn werk is gebaseerd op een schilderij dat gaat over Leopolds schilderijencollectie die geschilderd is door David Teniers. In mijn werk heb ik Leopold helemaal naar achter geplaatst en hij kijkt heel beduusd. Hij was het toonbeeld van macht, maar staat nu ergens achteraan. Zijn prestigieuze collectie heeft overal swipes, alsof iemand achteraf de collectie zit uit te gummen. Zijn macht is veranderd. De serie gaat over macht: wie maakt het beeld, wie bepaald wat er getoond wordt, wat was hip of goed in die tijd, hoe kijken we daar nu naar en wie mag dat dan kaderen, wie mag bepalen hoe we naar iets kijken?

In deze serie staan je werken vol met vegen. Zijn dat de zogenaamde swipes?
Ja, het kunnen bijvoorbeeld swipes zijn van nieuwe kwaststreken of i-pad swipes of van een hand achteraf. De swipes doen personages in het werk vervagen, waardoor andere personages prominenter worden. Het symboliseert hoe je de geschiedenis opnieuw kan schilderen. De geschiedenis wordt opnieuw verteld, mensen verdwijnen, ze worden weggegumd, en andere mensen worden dominanter dan ze eigenlijk waren.

In je werk laat je schilderijen zien uit de 17de eeuw, in salons propvol met schilderijen. Waarom kies je hiervoor?
Omdat ik graag werk met schilderijen-in-een-schilderij ging ik op zoek naar de geschiedenis van het schilderij-in-het-schilderij en stuitte op de kunstkamers. Het is een genre uit 17de eeuw in wat nu Antwerpen is.

De serie schilderijen waar we in Galerie Fontana nu naar kijken heet The Muse Withdraws. Wat betekent deze titel?
Ik zal het proberen uit te leggen via dit schilderij (wijst naar het schilderij Borrowed Light- Camparse Study). Hier zie je Camparse, zij is de mooie minnares van Alexander de Grote. Daar (wijst naar het schilderij Camparse – Version Conflict) zie je de schilder Apelles die verliefd wordt op haar. Hij is bezig aan een schilderij waarop ze nog mooier is dan ze in werkelijkheid is. Alexander zegt tegen Apelles: hier heb je mijn minnares, want ik heb nu het schilderij. Hij verruilt Camparse voor het schilderij. In mijn versie maakt zij haar eigen portret af. Op het doek staan vijf prominente schilderijen van haar. Ze maakt zichzelf belangrijk waardoor die mannen op het schilderij minder belangrijk worden en vervagen. Ze verdwijnen naar de achtergrond. Camparse heeft de kwast overgenomen van de schilder en dat symboliseert dat zij de macht heeft overgenomen.

De serie The Muse Withdraws bestaat uit veel schilderijen. Hoe komt zo’n serie tot stand?
Aan bijna alles wat hier in de galerie hangt ben ik tegelijkertijd begonnen. Mijn hele atelier stond vol schilderijen. Sommige heb ik heel snel gemaakt, waarna ik er heel lang naar heb gekeken om te zien of het goed is of niet. Dit zijn kijk-schilderijen. Andere werken hebben vele lagen verf, dat zijn doe-schilderijen, met steeds weer aanpassingen om ze te verbeteren. Het was spannend om deze serie te maken. Je hoopt dat alles uit die serie bij elkaar komt. Ik wist dat ik schilderkunst, in de zin van formeel meer kwaststreken, wilde laten zien op mijn schilderijen en dat ik me wilde richten op historisch revisionisme. Maar of de werken allemaal bij elkaar komen blijkt pas in het creatieproces. Dat was heel spannend. Ik heb niet vaak een show gehad waarvoor ik naar mijn gevoel zo op de top van mijn kunnen heb gewerkt. Dit (wijst naar de werken) had ik niet beter kunnen doen. Dat is een leuk gevoel.

Had de kunstacademiestudent ooit kunnen bedenken dat je dit soort werk zou gaan maken?
Ja, ik denk het wel. Na de HKU kunstacademie ben ik naar de Rijksakademie van Beeldende Kunst gegaan, in Amsterdam. Daar heb ik veel materiaalonderzoek gedaan en lag de focus in mijn werk vaak op de materiaalkeuzes. Nu ben ik weer terug bij het concept dat lijkt op dat van mijn afstudeerwerk. Op één van mijn afstudeerwerken staat bijvoorbeeld een hoofd afgebeeld in de stijl van Michelangelo naast een hoofd in de stijl van de Cobra beweging. De serie ging over verschillende twee kunststijlen uit hele andere tijden die naast elkaar gezet zijn, het representeert verschillen tussen diverse tijden. Dat idee zit nog steeds in mijn werk. Dus het huidige werk lijkt best wel op wat ik tien jaar geleden deed.

Wat zijn je toekomstplannen?
Ik heb 23 april as. een solo expositie op Art Brussel. Daar werk ik nu naartoe met werk dat soortgelijk is aan datgene wat hier wordt getoond. Het is werk dat ook over historisch revisionisme gaat, waarin muzen met terugwerkende kracht de macht krijgen om hun eigen portret te bepalen.

Meer werk van Inez de Brauw is te zien op haar site.

Might Delete Later maar waar is Derek?

Ik heb een obsessie voor stickers en flyers op straatlantaarns. Met de fiets sta ik regelmatig stil voor een groen stoplicht omdat ik de volgeplakte lantaarnpalen aandachtig aan het bestuderen ben. Er komt van alles voorbij: woordgrapjes, hoofden van mensen in de vorm van een ei, liefdesbrieven en ga zo maar door. Ik zie het als een ultieme vorm van zelfexpressie, rebellie en straatkunst. Er is een intrigerend exemplaar dat mijn nieuwsgierigheid prikkelt. Het gaat om een gele flyer die ik op meerdere plekken al ben tegengekomen. Op de flyer staat in hoofdletters: LEAVE A VOICEMAIL AND I MIGHT MAKE A SONG OUT OF IT. Onderaan de flyer kun je een papiertje met een telefoonnummer afscheuren. Na nader onderzoek ontdekte ik dat deze flyer is gemaakt door Might Delete Later, een project van een anonieme Lets/Nederlandse muziekproducent. Zij maakt nummers van voicemails die ze van vreemden ontvangt. Inmiddels heeft deze artiest zesentwintigduizend volgers op Instagram en heeft opgetreden op grote festivals over de hele wereld, waaronder “Tomorrowland” en “Defected Croatia”. Ik besloot haar te bellen voor een interview met POM Magazine want ik wilde meer over dit project te weten te komen.

door Giulia Weijerman

Wat is het hele idee achter Might Delete Later?
De bedoeling van Might Delete Later, is dat mensen een voicemail inspreken, het kan van alles zijn, wat ze maar willen. Jouw voicemail “might or might not”: het kan wel of niet terecht komen in mijn songs, wel of niet door iemand beluisterd worden. De beller heeft geen idee wie de voicemail hoort. Dat is het leuke als je tegen niemand in het bijzonder praat, je gaat ergens of nergens heen. Vanaf het moment dat we de eerste flyers met ons telefoonnummer op een muur plakten in Amsterdam, kon dit project wel of niet goed uitpakken. Op het moment ontvang ik dagelijks zo’n 10 a 15 voicemails. Misschien gebruik ik er een stuk of twee voor mijn muziek. Maar ik kan ook een voicemail gebruiken die 8 maanden geleden is ingesproken. Het gaat in dit project om de “might”.

En hoe zit het met het “delete” deel? Delete je voicemails die je hebt ontvangen?
Eerlijk gezegd, ik delete ze niet. Ik sla ze allemaal op, ik beluister ze allemaal en ik label ze allemaal met categorieën als Love of Food. Om één of andere reden vinden mensen het leuk om te bellen wanneer ze hun favoriete snack of fruit eten en daar hebben ze het dan uitgebreid over. Iemand heeft eens voicemail achtergelaten met: “Op dit moment eet ik, terwijl ik bel, de lekkerste watermeloen die ik ooit heb gegeten.” Mensen hebben het over verdrietige dingen maar ook over hele mooie dingen in hun leven. Ik gooi de voicemails niet weg, maar er is altijd een kans dat ik ze niet ga gebruiken.

Krijg je wel eens boze berichten of andere emotionele berichten?
Ik ontvang berichten over hoe we moeten overleven op deze Aarde met alle problemen die we hebben met duurzaamheid en opwarming van de aarde. Ik ontvang berichten waarop mensen hun zorg delen over de kosten van levensonderhoud en die berichten komen uit diverse landen, van Nederland tot Amerika en Australië. De verkiezingscampagne van de Nederlandse parlementsverkiezingen was een bizarre tijd. Ik ontving veel voicemails waarop mensen vertelden wat ze van de verkiezingen vonden. Voicemails bewaren een tijdsmoment. Als ik deze voicemails voor mijn muziek zou gebruiken, laat het zien waar we toen allemaal doorheen gingen. De berichten die ik volgend jaar zal ontvangen gaan weer over andere gebeurtenissen en andere gevoelens.

Gebruik je naast voicemail ook modernere technologie voor deze intieme manier van communiceren?
Ik gebruik alleen voicemail, een heel oud communicatiemiddel. Je kunt een bericht achterlaten maar je kunt het zelf nooit terug horen. Jouw bericht eindigt ergens op een server en je zult het nooit terug horen. Ik ben de enige die het bericht kan beluisteren. Mensen hebben denk ik behoefte aan een ruimte waar ze hun gedachtes kunnen achterlaten en vertellen hoe ze zich voelen. Vorige week ontving ik een bericht van iemand die zei: “Hi, ik heb vorig jaar gebeld en ik bel je nu weer omdat ik me beter voel, ik ben weer mezelf.” Mensen onthouden wat ze destijds hebben ingesproken.

Vervaagt in jouw muziek de grens tussen publiek en privé?
Toen ik net met Might Delete Later was begonnen had ik zo’n beeld van iemand die op een dag ergens in een café een kop koffie drinkt, daar naar muziek luistert en opeens opspringt en roept: “Dat is mijn stem op de speakers!” Dat is precies wat ik wil. Iemand deelt zijn gedachtes en ik gebruik het in mijn muziek, we doen het samen. Ik krijg soms hele bizarre voicemails. Een tijdje geleden kreeg ik het bericht: “Hi, ik ben op zoek naar Derek. Heb je Derek gezien?” Dat was alles. Ik zou dolgraag willen weten wat het verhaal daarachter is. Wie is Derek? Hoe ben je hem kwijtgeraakt? Ik heb er een lied over gemaakt.

Kom je nog op andere manieren in contact met je publiek, anders dan via de voicemails?
Ik wil zo divers mogelijke voicemails ontvangen, in verschillende talen en van verschillende continenten. Mensen kunnen ons voor flyers via Instagram een bericht sturen en via mijn website kun je ze overal ter wereld bestellen. Social media heeft ons op deze manier enorm geholpen. Sommige flyers hangen in Rome naast het Colosseum. In London hangen ze in Hyde Park, naast een bord met het verzoek- Do not feed the birds.

Op je website pleit je voor duurzaamheid. Geef je dit ook prioriteit in het project Might Delete Later?
Als ik door Amsterdam loop zie ik overal plastic flyers. Wanneer ik ergens een flyer ophang wil ik niet dat het gevolgen heeft voor de omgeving daar. Onze flyers zijn biologisch afbreekbaar. Het is veel duurder om een duurzame flyer te produceren, en het kost heel veel moeite. Zelfs de inkt moet ecologisch verantwoord zijn, maar het mag ook niet bij de eerste de beste regenbui wegspoelen. Het heeft me ongeveer een half jaar gekost om een leverancier te vinden die non-toxic lijm kon leveren.

Wat zijn je toekomstplannen voor Might Delete Later?
Ik wil met mijn show op podia staan, zoveel mogelijk, ook om te zien hoe het publiek op de muziek reageert. Tijdens de show kan het publiek de tekst van de voicemails op een scherm zien. Samen met een aantal ontwerpers werken we aan een soort stand-alone expo, waar voor elke voicemail real-time een transcriptie wordt getoond.

Zou je ooit overwegen Might Delete Later, te deleten?
Ja, want dingen gebeuren, om wat voor reden dan ook. Misschien lukt het me allemaal niet meer na een miljoen voicemails. Het liefst doe ik dit project voor altijd. Dan zou ik de gelukkigste artiest op aarde zijn. Misschien kan ik ooit Might Delete Later overdragen aan iemand anders, dat zou fantastisch zijn. Misschien stopt Might Delete Later dan wel als tien Might Delete Later ambassadeurs het hebben overgenomen en we misschien in een andere galaxy zijn waar geen voicemails of telefoons bestaan. Maar voorlopig is het er nog.

Hebben ze Derek ooit gevonden?
Nee. We zoeken hem nog steeds. Als iemand dit interview leest en weet waar Derek is, bel me en spreek alsjeblieft de voicemail in. Ik zou dolgraag willen weten wat het verhaal daarachter is en wie hij is.

@mightdeletelatermusic

Fotograaf-Arja Hyytiäinen

Voor de Finse fotograaf Arja Hyytiäinen is analoge fotografie de enige manier om foto’s te maken. Haar werk wordt wereldwijd op festivals en in galeries getoond. In fotobeelden lijkt ze een bevroren moment in de tijd vast te leggen. Rauw, vervreemd en een beetje griezelig. Vanuit haar woning in Frankrijk vertelt Arja Hyytiäinen, hoe ze haar leven leeft met fotografie.

door Klaartje Til

ZWEDEN
Oorspronkelijk kom ik uit Finland, maar ik ben op mijn 21ste naar Zweden verhuisd omdat ik in Göteborg psychologie wilde studeren. Ik heb ik me alleen nooit voor het psychologieprogramma ingeschreven. In plaats daarvan begon ik met een cursus fotografie aan de avondschool. Ik ontmoette toen mensen die me aanmoedigden serieus iets met fotografie te doen. Ik was stomverbaasd toen ik werd toegelaten tot de school voor fotografie in het Zweedse Angermanland. Daar brachten we eindeloos veel tijd door in de donkere kamer en leerden we hoe je fotofilm moet ontwikkelen en afdrukken. We maakten korte reportages waarbij we verschillende camera’s konden uitproberen om min of meer je eigen stijl te ontdekken.

KARELIANS
Karelians, is de titel van mijn eerste expositie. Het is een fotodocumentaire over een groep mensen in Karelië. Voor deze documentaire woonde ik een jaarlang in een dorp in het Russische deel van Karelië, net over de Finse grens. Het was een piepklein dorp met zes inwoners en een paar koeien. Er was geen openbaar vervoer en geen elektriciteit. Je kon in de winter het dorp niet uit vanwege de sneeuw want niemand maakte de wegen sneeuwvrij. Na een jaar keerde ik terug naar Zweden, naar de donkere kamer, om zwart wit foto’s af te drukken voor mijn eerste expositie. Daarna ben ik naar Praag gegaan om fotografie te studeren aan FAMU (red.- Faculteit Film en TV aan de Academie voor Podiumkunsten). Dus min of meer direct van Rusland naar Tsjechië. Op FAMU heb ik een scriptie geschreven over subjectieve documentairefotografie van o.a. Daidō Moriyama, Anders Petersen en Antoine D’Agata. Met zijn foto’s is Anders Petersen een soort spirituele vader voor mij. De manier waarop hij leeft met fotografie raakt mij zeer. Achter zijn beelden voel ik gewoon iemand leven. Anders Petersen en Antoine D’Agata doen veel straatfotografie en hun foto’s tonen ontmoetingen met mensen. Als je naar hun werk kijkt, krijg je een idee hoe de kamer rook waarin deze mensen zich bevonden toen de foto werd gemaakt.

Train, Servië, 2004

NACHTTREIN
Toen ik in Praag aan FAMU studeerde, maakte ik veel trips naar Hongarije, Slovenië, Slowakije, Polen en Moldavië. Er waren nachttreinen, er was licht en ik ontmoette andere jonge fotografen tijdens deze trips. Ik fotografeerde heel veel en ontwikkelde de foto’s in mijn badkamer. FAMU was niet zo blij dat ik zoveel lessen mistte. Ik ben van school afgegaan en woonde eerst een jaar in Berlijn, voordat ik naar Parijs ging. Ik deed fotografieklussen in Parijs en woonde in Berlijn waar ik de foto’s ontwikkelde in een donkere kamer. Ik zat veel in de nachttreinen, heen en weer tussen Parijs en Berlijn. Ik voelde me alleen thuis in een nachtrein omdat ik net was vertrokken en nog niet was aangekomen. Ik woonde als het ware in nachttreinen. Dat duurde zo een tijdje totdat ik een art residency deed bij Atelier De Visu, in Marseille. Zij publiceerden mijn boek, Le Quartier, vol met dagboekaantekeningen en mijn foto’s die de aantekeningen illustreren. Ik was in Marseille druk bezig mijn eigen stijl te ontwikkelen als fotograaf. Ik probeerde uit te vinden wie ik nou was, heel Europa afreizend en overal en nergens wonend. Dat zie je in het werk dat ik toen maakte, overal stukjes en beetjes. Veel foto’s van bars en het nachtleven van Marseille.

Rue de Clignancourt, Parijs, 2003

GALERIE VU’ PARIJS
Ik heb een mail gestuurd naar Galerie VU’ met de vraag of ik voor hen mocht werken en stuurde ze de foto’s die ik in Oost-Europa had gemaakt. Ze namen me aan en ik dacht dat mijn hele leven zou veranderen. Niet dus. Totdat ik Christian Caujolle ontmoette. Christian was de artistiek leider van Galerie VU’. Hij organiseerde een fantastische expositie met foto’s van Antoine D’Agata. Ik heb die expositie keer op keer bezocht. Antoine D’Agata’s foto’s maakten een diepe indruk op mij, ook door de manier waarop de foto’s getoond werden. De expositie was aan de Boulevard Henri IV. De foto’s hingen in een oude kelder met roodgeverfde muren en dat rood contrasteerde met de zwart wit foto’s. De foto’s hadden verschillende formaten. Dat paste goed bij de sfeer die daar hing, zo’n slapeloze sfeer vol gruwel. Het was allemaal heel goed gedaan. In die tijd ontmoette ik veel grote fotografen. Ze liepen allemaal een beetje met hun ziel onder de arm, maar op één of andere manier waren ze voor mij een beetje familie. Ik kreeg wat opdrachten binnen via fotoredacteuren die ik kende, maar het was allemaal niet makkelijk. Geleidelijk aan bekoelde mijn relatie met Parijs. Het werd steeds lastiger om daar een donkere kamer te vinden. De één na de andere donkere kamer werd gesloten totdat er gewoon geen donkere kamers meer waren. Ik ben terugverhuisd naar Berlijn waar ik een grote, ruime donkere kamer vond.

Vinyl, Parijs, 2006

DE DONKERE KAMER
In de donkere kamer verdwijnt de tijd. Dat wat ik zag en voelde toen ik de foto maakte, verdwijnt. Dat vind ik heel belangrijk. Ik kan niet objectief zijn als ik nog een emotionele band heb met de beelden die ik toen fotografeerde. Ik leg een tijdsmoment vast op een foto en hoe dat eruitziet weet ik pas als ik de foto afdruk. De beelden kunnen dan zo afwijken van wat er daadwerkelijk gebeurde toen ik de foto schoot. Ik vind dat heel boeiend. Het verhaal komt pas achteraf, tijdens het editen. Ik druk altijd zelf de foto’s af. Ik vind het heerlijk om dat zelf te doen, de korreligheid bepalen, de dikte van het papier uitzoeken en het snijden van het papier. Dat máákt het beeld. Mijn afdrukken zijn vaak klein van formaat. Ik ga maximaal tot 50X64 cm. Ik wil tot de essentie komen tijdens het hele proces en geen energie verspillen aan groot formaat afdrukken. Ze kosten veel tijd en geld. De donkere kamer is een tijdsmachine waar ik stukjes uit een ander leven naar boven breng. Ik kan in de ochtend, als het licht is, naar de donkere kamer gaan en er pas midden in de nacht uitkomen in een totaal andere stemming. Het voelt alsof je weer terugkomt in de realiteit, alsof je wakker wordt en alles eventjes glashelder ziet. Dat is magisch. Prachtig.

ARCHIEVEN
Het is lang geleden dat ik mijn archieven ben ingedoken. Ze maken me altijd zo melancholisch. Het is een confrontatie met mezelf, want er is zoveel van mezelf in elke foto. Maar ik vind het boeiend dat deze tijdsmomenten opgeborgen zijn in een archief en daar ook blijven. In een archief kun je heen en weer in de tijd gaan. Het lijkt op een bioscoopfilm. De Franse filmmaker Stephane Breton heeft een film gemaakt met de titel, Chère Humaine. Chère betekent “duur” in het Frans, maar kan ook “vlees” betekenen. Hij zocht contact met een aantal fotografen, ook met mij, en hij heeft een film samengesteld met onze foto’s.

ILE D’ENFANCE
Ik woon nu op het Franse plattenland. Daar is mijn dochter geboren. Met haar geboorte kwam Finland weer bij me terug. Jeugdherinneringen en herinneringen aan de cultuur waarin ik ben opgegroeid. Mijn werk is toen radicaal omgeslagen. Ik verruilde de Hasselblad voor een kinderwagen, kocht een kleine betaalbare Fuji 6×7 rangefinder camera en heb een donkere kamer naast ons huis gebouwd. Ik reisde vaak naar Finland om scenes uit mijn kindertijd te fotograferen met de nieuwe camera. Dat werd de serie Ile d’Enfance, “Het eiland van de kindertijd”. De Fuji camera is veel langzamer dan de Hasselblad en de beelden werden meer geënsceneerd. Ik verbrand wel eens bladeren in de achtertuin en mijn dochter wikkelt zich dan in de jas van haar vader en kijkt naar de brandende bladeren. Ik heb dit later allemaal nagebootst in een scene die gebaseerd is op iets wat zich daadwerkelijk heeft afgespeeld. Ik geloof dat ik altijd wel beelden heb geënsceneerd, zelfs toen ik nog straatfotografie deed. Ik herinner me een meisje dat me ineens opviel in Malmö, midden in de nacht. Ze was op een straatfeest en droeg een prachtige witte jurk en een ketting van aaneengeregen popcorn. “Ik ben een popcorn”, vertelde ze me. Ze vroeg me waarom ik een foto van haar wilde maken. Ik heb maar gelachen en haar gevraagd om aan de andere kant van de straat te gaan staan. Ik haalde haar uit de context. Ik ensceneerde beelden toen ook al, alleen doe ik nu meer research voordat ik een scene ensceneer en foto’s maak.

Fin de saison, 2018

PAARDEN
Als kind hing ik veel rond bij paarden. Hier, in Frankrijk, heb ik drie paarden. Zij hebben mijn leven compleet veranderd. Ze hebben een energie die je op meters afstand kunt merken. Je kunt hun energie voelen. Het is een manier van communiceren dat dieper gaat en volledig authentiek is. Ik fotografeer niet meer zoveel als vroeger. Ik heb nog steeds mijn donkere kamer en ik geef hier fotoworkshops. Een paar jaar geleden gaf ik een workshop voor criminele jongens uit Parijs. Ze waren erg onrustig en stilstaan rondom een tafel was lastig voor ze. De paarden trokken deze jongens aan als een magneet. Ze kalmeerden de jongens. Paarden vellen geen oordeel, ze praten niet en ze zijn indrukwekkend groot. De jongens vroegen of ze de paarden mochten fotograferen. Dat was het begin van therapeutische fotoworkshops.

DE VOLGENDE HALTE?
Bewegen is leven, zelfs als het niet direct te maken heeft met fotografie. Er is voor alles een tijd. Het gaat om datgene wat we met het medium willen vertellen. Ik geloof dat ik weer in de nachttrein zit. Ik zie wel waar het me brengt en hoe dat voelt.

De Acteur- Phi Nguyen

Acteur Phi Nguyen is bij het filmpubliek bekend als Ping Ping uit de Bon Bini films. Het toneelpubliek kent hem o.a. van KRANT en RECHT, beide van het Leidse toneelgezelschap De Veenfabriek. Voor zijn rol in RECHT werd hij in 2023 genomineerd voor de Louis d’Or. Klaartje Til had de avond vóór haar interview met Phi Nguyen, de voorstelling RECHT gezien. Hierin speelt hij de jurist Jacques. “Ja, ik doe heel veel verschillende dingen”, legt hij in het interview uit. En dat is nou precies de reden waarom deze acteur volgens ons zo boeiend is.

door Klaartje Til

Hoe ben je ertoe gekomen om naar de toneelacademie te gaan?
Ik denk dat het op de basisschool begon, ik woonde toen in Arnhem. Op onze basisschool deed de laatste klas geen eindmusical maar wij deden een eindtoneelstuk. Daarin speelde ik de hoofdrol, Mr Johnson, in het Nederlands met een Engels accent. Ik was toen een jaar of twaalf. Ik vond het super leuk en mensen vonden dat ik het ontzettend goed deed. Maar ik had niet zoiets van, hier moet ik iets mee of zo. Op mijn middelbare school was er ruimte voor creativiteit en in samenwerking met de kunstacademie Arnhem werd het vak, drama gegeven. Ik volgde overigens helemaal geen dramalessen. Eén van die dramadocenten, Mark Colijn, was heel ambitieus en wilde schoolvoorstellingen maken. Hij kwam naar me toe, toen hij me op school zag lopen en vroeg of ik auditie wilde doen voor zijn toneelstuk. Ik wist niet eens wat een auditie was, maar ik heb auditie gedaan en werd uitgekozen.

Hoe komt het dat die docent uitgerekend jou kiest? Je had helemaal niet voor drama gekozen en toch had hij zoiets van jou moet ik hebben?
In de pauzes liep ik altijd te dollen en hing op school een beetje de clown uit. Om mezelf te vermaken, niet perse om anderen te vermaken. Misschien ben ik Mark toen opgevallen. Een jaar lang repeteerde ik één keer per week, samen met zo’n 10 andere leerlingen. In april kregen we van school twee weken vrij om de voorstelling te monteren en te spelen voor publiek. Elke voorstelling was uitverkocht en we speelden voor honderden mensen.

Wat speelden jullie toen allemaal zoal?
We speelden toen best wel pittige stukken. Het stuk, 4.48, van Sarah Kane heb ik gespeeld toen ik 16 was. Ik heb Red Rubber Balls gespeeld en Romeo en Julia: studie van een verdrinkend lichaam, beide van Peter Verhelst. Dat zijn hondsmoeilijke teksten. Het eerste stuk wat ik speelde was Wormrot en Vuurvonk van Don Duyns. Ik denk dat ik in totaal aan zo’n 5 producties heb meegedaan. Ik was best wel fanatiek. Na de première van het allereerste stuk waarin ik speelde, vroeg de dramadocent aan alle acteurs hoe ze vonden dat het gegaan was. Iedereen was positief, tevreden en superblij. Maar ik ben in tranen uitgebarsten, zo kwaad was ik. Ik heb gescholden en geroepen dat het helemaal niet goed ging, dat iedereen maar voor zijn eigen hachje zat te spelen, dat we een jaar lang gerepeteerd hebben om samen te spelen en samen iets neer te zetten. Maar op de première pakte iedereen maar zijn eigen momentje. Superleuk hoor dat je een paar lachjes uit de zaal krijgt, maar volgens mij is dat niet bedoeling van toneel. Als dit het is, kap ik ermee, heb ik geroepen.

Hoe oud was je toen?
Een jaar of 13 of 14.

Deed je dat om mensen op de kast te krijgen of omdat je er helemaal voor ging?
Als ik iets graag doe, ga ik er helemaal voor. Ik heb toen geluk gehad met deze docent want iedereen kon mijn bloed wel drinken op dat moment. Zijn reactie op mijn uitbarsting was: “We gaan het er nu niet over hebben, maar ik denk dat Phi misschien wel gelijk heeft”. Het spelen om te shinen boeit me niet. Het gaat mij erom dat we samen een tof stuk maken. Dat toffe maak je samen zoals je gisteren ook in de voorstelling RECHT hebt kunnen zien.

Is dat moment bepalend geweest voor de keuzes die je daarna hebt gemaakt?
Daardoor ging ik wel verder met spelen. Na de middelbare school ben ik in Utrecht de vooropleiding van de toneelschool gaan doen. Daarna heb ik bij alle toneelscholen in Nederland auditie gedaan. Ik kwam overal tot de laatste ronde, maar werd toch afgewezen. Ik besloot om het jaar daarop het nog eens te proberen. Ondertussen zat ik bij De Nieuw Amsterdam en heb daar een jaar lang lessen gevolgd: Afrikaanse dans, Japanse dans, dramaturgie, tekstlessen, improvisatielessen en heel veel voorstellingen kijken. Ik besloot nog één keer audities te doen en werd toen op meerdere scholen aangenomen, ik kon kiezen.

Je hebt toen gekozen voor de toneelopleiding van Artez Arnhem. Hoe heb je jezelf daar verder ontwikkeld als acteur?
Het was soms lastig. Tekst begrijpen en het dan uitspreken vond ik niet makkelijk. Fysiek was ik wel heel goed. Eén van de docenten vroeg of het niet beter was om naar de dansacademie te gaan. Ik wilde helemaal geen danser worden, ik wilde acteur worden. Ik stopte heel veel tijd en energie in mijn ontwikkeling als acteur. Ik richtte een leesclubje op, ik ging 3 à 4 keer in de week naar een toneelvoorstelling, ik sloeg geen les over. De eerste paar jaar was het ploeteren voor mij.

Waar lag dat dan aan denk je?
Iedereen zei: “We zien allemaal potentie, maar het is alsof er een deksel op de pan zit. Er borrelt in jou heel veel, maar je houdt jezelf tegen.” In een impuls wist ik wat of hoe ik wilde spelen, maar dan was ik daar veel te lang mee bezig of dacht veel te lang over een tekst na. De docenten zagen dat er bij mij van alles gebeurde, maar dat het me niet lukte om het over te brengen.

Hoe is die deksel eraf gegaan?
Dat gebeurde tijdens het derde jaar toen ik stage ging lopen. Waar ik op school veel moeite moest doen en de hele tijd het gevoel had dat ik nog harder moest rennen, kreeg ik tijdens mijn stages juist vleugels. Ik deed drie grote stages. Bij één van die stages heb ik samen met de regisseuse, Ine te Rietstap, in 10 dagen tijd, 100 scenes gemaakt waarvan zij er 50 heeft uitgekozen. Die hebben we achterelkaar gezet tot één solo. Destijds werkte ik ook al met Joeri Vos voor een stuk dat ik zelf had gemaakt. En ik liep stage bij De Appel en waar ik met Wannie de Wijn heb gewerkt. De deksel is door geluk en voorbereiding eraf gegaan, denk ik. Ik werkte keihard en een aantal mensen zag wat ik deed en dat het iets opleverde. Ik denk dat ik op de toneelschool heel lang bezig ben geweest met de zin van het spelen. Maar het is net als zoeken naar de zin van het leven. Het maakt niet uit wat de uitkomst van die zoektocht is, het gaat erom wat je ermee doet.

Wat zijn voor jou dan de ingrediënten die je een personage wilt meegeven, ongeacht welk personage het is?
Menselijkheid, altijd. Ping Ping is een larger-than-life typetje, maar hij heeft gewone, hele menselijk driften. Ik denk dat hij daarom zo populair is. Hij resoneert met mensen vanwege de herkenning. Ping Ping wil geld verdienen, daar is hij mee bezig. Niet voor het geld, maar omdat hij anders kapotgaat, omdat zijn gezin afgemaakt wordt. Het zijn allemaal dingen die ik erbij verzin. Maar het personage moet een belang hebben om te doen wat het doet. En het belang van Ping Ping is groot.

Krijg je dit soort informatie van de regisseur of staat dat als achtergrondinformatie bij jouw tekst?
Nee, helemaal niet nee (lacht)!

Niet?
Nee.

Dus je moet dat allemaal zelf bedenken?
Mijn methode is heel basaal. Ik zit vaak alleen in de sauna. Omdat het er zo heet is en ik daar niks kan doen, ga ik intunen. Ik zie beelden voor me van wat een personage zou kunnen zijn. Tijdens de repetities ga ik die uitproberen. Soms lukt het, soms niet. Het is niet zo dat ik mijn eigen visie op het leven in al mijn personages stop, maar al mijn personages kijken wel naar het leven. Ze zijn in contact met hun omgeving, met de anderen en van daaruit kunnen ze best wel rare, verrassende wendingen nemen. Ik wil mijn medespelers soms daarmee verrassen maar niet zodanig dat het stuk omvalt. Het is niet zo dat ik bewust mijn tegenspelers wil ontwrichten. Maar ik zoek naar echt contact en de echtheid van wat er op dat moment op het toneel gebeurt.

Je hebt ook stand-up comedy gedaan. Waarom doe je dat niet meer?
Ik heb zo’n 30 keer in clubs gespeeld. Er was een hele tour gepland en er waren al kaartjes verkocht. Maar ik voelde niet echt de noodzaak meer om die show te doen. Ik had net een grote voorstelling op Oerol gedaan, De wereld Van Wie. Dat stuk ging over de eerste 10 jaar van mijn leven, een heel emotioneel project. Voor dit stuk zijn mijn zus, mijn vader en ik geïnterviewd en aan de hand van die interviews hebben Joeri Vos en Teun Smits een hele mooie tekst geschreven. Die stand-up comedy show zou ook over mijn leven gaan, maar ik had met De Wereld Van Wie al zoiets gedaan. Het voelde dubbelop. Ik ga me nu focussen op mijn filmcarrière. Toen ik in Thailand aan het draaien was voor Bon Bini Bangkok Nights, riep één van de acteurs dat ik internationaal moet gaan. Ik ben hard aan het werk om dat voor elkaar te krijgen. De focus is nu op internationale projecten en, art-house films en -series.

Je hebt ondertussen ook nog de tijd gevonden om een koksopleiding te doen. Waar kwam die opwelling vandaan om dat te gaan doen?
Vanaf mijn 15de heb ik als bijbaantje altijd voor restaurants gekookt. Toen ik de toneelschool deed, was dat moeilijk te combineren en tot 2016 ben ik gestopt met koken. In 2016 had ik een beetje genoeg van het vak, ik vond de sector lastig en had geen inspiratie. De regisseurs waarmee ik werkte heb ik allemaal gebeld om uit te leggen waarom het beter was dat ik me even terug trok uit het theater. Als ik mezelf niet kan inspireren kan ik de regisseurs al helemaal niet inspireren. Ik ben naar België verhuisd en heb daar de koksopleiding gedaan.

Heeft de koksopleiding ook inspiratie gebracht voor je theatercarrière?
Het grappige is dat ik als kok niet zo veel ambitie heb eigenlijk. Het is raar om te zeggen, maar ik begin steeds meer te geloven dat ik een goede acteur ben. Het is misschien de reden waarvoor ik hier ben, dit is wat ik moet doen. Ik mag accepteren dat ik een acteur ben, dit is mijn vorm en daarin moet ik me verder ontwikkelen. Van nature heb ik meer aanleg om te koken. Maar ik heb het talent om als acteur te werken. Talent is het vermogen en de bereidheid om met discipline en hard werken jezelf als acteur te ontwikkelen. Als mensen zeggen dat je talent hebt, maar je doet er niks mee, vind ik dat geen talent. Het is aanleg. Een talent is iemand die altijd 100% geeft en ervoor werkt. Het is grappig dat mensen soms zeggen dat het mij zo makkelijk afgaat. Nou, je wil niet weten hoeveel uren aan pijn en moeite erin zit. Aan de andere kant leer ik nu pas dat theater niet mijn leven is. Spelen is niet mijn leven, het is mijn werk. Voorheen kon ik heel moeilijk de scheiding maken tussen enerzijds de toneelspeler en acteur Phi, en anderzijds de mens Phi. Ik kan dat nu beter scheiden en ik denk dat mijn werk daar beter van wordt.

Fotografie: Merel Oenema