Geur!

Een geur kan je in de maling nemen: je ruikt iets, maar komt er niet op wat het is. Zulke problemen hebben we zelden met onze ogen. Moet je je voorstellen dat iemand je een vergiet laat zien, en dat je dan zegt: “Oh, zo’n eh… is het een hoedje? Nee, een steelpan? Het komt wel uit de keuken, volgens mij… Puntje van m’n tong!” De neus werkt anders, geur is een wonderlijk iets.

door Zwaantje van Klaveren

Een geur kan een berg aan herinneringen opwekken: het zogenaamde ‘madeleinemoment’ van de Franse schrijver Marcel Proust. Ik had zelf zo’n ervaring jaren geleden, in een oude boerderij langs de snelweg tussen Rotterdam en Delft, tijdens een zoektocht naar meer werkruimte. De eerste keer dat ik er binnenkwam en de plavuizen rook, stond ik ineens in het voormalige woonhuis van mijn oom en tante. Ik kon me hun hele woning voor de geest halen: de hoekbank en de haard, de kapstok in de hal, van de schommel in de tuin tot de keramieken knoflookpot op het aanrecht. Logeerpartijtjes bij mijn nicht, discolampen knutselen op de zolderkamer van mijn neef, alles stond me binnen een seconde helder voor de geest. En dat allemaal dankzij de geur van een vloer! Een kwartiertje later betraden we overigens een kamer dat waarschijnlijk jarenlang een hondenkraamkamer was geweest, ondanks het hoogpolig tapijt. Heel andere herinneringen drongen zich op: mijn eerste kater, een benedenwindse fietstocht langs een slachthuis…

Er zijn geuren die je associeert met iets waar het in wezen niets mee te maken heeft. Bij het Rotterdamse metrostation Maashaven ruikt het altijd naar versgebakken roomboterspritsen, al ruik je technisch gezien waarschijnlijk het bakken van ontbijtgranen in de naastgelegen fabriek. En soms kun je je wel half herinneren hoe iets ruikt, wetende dat je het meteen zult herkennen áls je het ruikt, maar toch niet precies meer weten hoe die geur was tot ‘ie zich aandient. De geur van pubers, bijvoorbeeld.
Je denkt meteen aan een combinatie van vieze sokken, klotsende oksels, vergeten deodorant doch een overdaad aan aftershave. Als iemand zegt dat het ergens naar de kleedkamer van een gymzaal op een middelbare school rook, heb je er meteen een idee bij. Pukkels en feromonen. En toch weet je pas echt weer wat de geur van een bende pubers is als zo’n roedel riekende tieners ineens langs je loopt.
Ik was onlangs in het Stedelijk Museum Schiedam. Terwijl ik de verhalen, voorwerpen en kunstwerken in me opnam was de geur ineens daar. En, hoe toepasselijk, bij de tentoonstelling ‘Familie’- ik dacht even dat er een performance begon. Een hele klas geurende hormoonbommen stormde door de museumzalen. Na de gymles in de kleedkamer met je eerste sport-bh lopen klooien, stiekem sigaretten roken in je tussenuur, naar de buurtsuper voor chips en andere vette broodvervangers, eeuwige vriendschap en liefdesverdriet. Nog voor ik ze zag dacht ik het al: oh ja, zó ruikt de puberteit.

De volgende ochtend zwom ik mijn wekelijkse baantjes in het zwembad om de hoek. Ik denk dat het de geurencombinatie moet zijn geweest van opdrogend haar, zwembadwater en verwarmde sportruimte, maar wellicht zit het ‘m in iets anders. Hoe dan ook: na het zwemmen, tijdens het aankleden, ruikt het altijd naar roze koeken. In welk zwembad dan ook. Ik ben niet de enige die dat vindt: mijn zusje associeert de geur van ik-ben-net-wezen-zwemmen óók met roze koeken. Na de zwemles mochten we altijd iets uit de automaat kiezen, u raadt al waar de voorkeur meestal naar uitging.
Ik sloeg een handdoek om mijn schouders en pakte mijn tas uit mijn kluisje. Terwijl ik het borgmuntje opborg werd ik ineens omringd door een groep drijfnatte basisschoolkinderen. Ze dribbelden achter een meester op blauwe plastic overschoentjes aan. Ik kon geen kant op. Aan de overkant van de gang stond een mevrouw in badpak. Droog nog, zij wilde van de kleedhokjes veilig oversteken naar de kluisjes. Hoe groot zijn die schoolklassen tegenwoordig?
Terwijl de kinderen giebelend langsglibberden, wist ik mezelf ertussen te wringen en belandde naast de mevrouw. “Ik wacht nog even,” zei ze lachend, “tot het overstekend wild voorbij is”. Ik vroeg me af hoeveel jaar het zou duren voordat deze kinderen ineens naar ontwikkelende zweetklieren zouden ruiken. Ruiken zwemmende pubers eigenlijk wel naar roze koeken? De snoepautomaat bij de uitgang had geen roze koeken, wel spritsen. Mmm, smells like Maashaven!

Volgens Camilla Lonis is het sleutelwoord voor Los Angeles cultuur. Autocultuur, tatoeagecultuur, straatcultuur, muziekcultuur, geïmporteerde cultuur- die palmbomen maakten oorspronkelijk geen deel uit van het straatbeeld van Los Angeles. Camilla legt Klaartje Til uit wat Los Angeles zo bijzonder maakt.

door Klaartje Til

Bij Los Angeles zie ik voor me: glitter, glamour, Hollywood, showbizz en overal celebrities. Is dat ook echt zo?
Als je hier woont is het vrijwel onmogelijk om niet via-via in aanraking te komen met een beroemd persoon. De glitzy glamour Hollywood Hills lifestyle is zeker Los Angeles. Los Angeles heeft heel veel buurten en die verschillen allemaal van elkaar. Samen vormen ze Los Angeles. Echo Park en Silver Lake bijvoorbeeld zijn buurten waar je mensen op straat ziet lopen die volledig gekleed zijn in jaren 70 outfit. Dat is hun dagelijkse outfit. Rij je een stuk verder, dan kom je in een wijk vol Mexicaanse cultuur, daar eet men voornamelijk taco’s en overal zie je graffitikunst.

Wat merk je nog meer van de Mexicaanse invloeden in Los Angeles?
LA ligt dicht bij de Mexicaanse grens, je kunt zo naar Mexico, een prachtig land. Maar de grens met Mexico is ook een plek waar mensen opgepakt worden en worden vastgezet, omdat ze geprobeerd hebben illegaal Amerika binnen te komen. Omdat het dicht bij de grens ligt, heeft LA programma’s lopen waardoor mensen die hier illegaal zijn alsnog hier kunnen leven. Ze hebben geen papieren, geen social security number, maar kunnen dan wel een beroep doen op de gezondheidszorg. Zij kunnen bijvoorbeeld ook nog steeds hun rijbewijs halen.

Waar komt die solidariteit vandaan, denk je?
Een groot deel van de bevolking in LA heeft een Mexicaanse achtergrond. Je laat een stad slecht functioneren, als je niet een beetje meegevend bent.

Wat is de reputatie van Los Angeles binnen en buiten California?
Een stad waar iedereen in yoga kleding rondloopt, waar iedereen sterallures heeft, super arrogant is en waar verder 0,0 cultuur is. Mensen die hier op vakantie zijn bezoeken de bekende bezienswaardigheden. Ze gaan naar Hollywood Boulevard om de Walk of Fame te zien. Daar zijn ook heel veel zwervers. Ze zien het grote contrast tussen arm en rijk en dat is confronterend. Ze bezoeken Beverly Hills en zien daar de overdreven luxe en Rodeo Drive met zijn intense merkvertegenwoordiging. Maar dat zijn niet de dingen die LA maken.

En wat maakt LA dan? Hoe kan ik daarachter komen als ik ooit een bezoek breng aan Los Angeles?
Dan moet je heel Sunset Boulevard afgaan. Dat is een enorm lange straat die dwars door verschillende buurten loopt. Je start bij het strand, richting Hollywood. Je rijdt langs de Hollywood Walk of Fame en komt vervolgens in Los Feliz, een wat kalmer buurtje. Daarna kom je in de hipster buurten Silverlake en Echo Park en rij je door naar Down Town LA. Je pakt zo alle buurten mee. Ik rij soms die straat af puur voor de lol, want het is prachtig. Ik denk dat het ook belangrijk is om kennis te maken met East LA, dat is het oudste gedeelte van Los Angeles vol Mexicaanse cultuur. South LA is ook heel anders. Het is meer uitgestrekt, totaal niet toeristisch en boordevol cultuur. En natuurlijk is het strand belangrijk in Los Angeles. Ik hou heel erg van Malibu, waar je ook goed kunt hiken.

Hebben heel veel rappers het niet over het strand van Malibu?
Weet je, als je hier eenmaal woont kom je erachter dat over elk deel van LA gerapt wordt (lacht).

Waarom is juist rap zo groot in LA?
Veel beroemde rappers zijn hier opgegroeid. Misschien heeft het ook te maken met de gangcultuur in LA. Dat zijn niet een paar groepjes mensen die voor de lol gezellig ergens rondhangen. Zij opereren op hun eigen manier en daar zijn bepaalde regels voor. Het is een andere manier van opgroeien, het is wat groffer. Ik denk dat je dan ook meer creativiteit, vrijheid en de noodzaak voelt om jezelf te uiten. In LA gebeurt dat vaak met rap en graffiti.

Is Los Angeles een culinaire stad?
De eetcultuur is erg goed, maar je moet wel weten waar je moet zijn. Er zijn oneindig veel fantastische Mexicaanse restaurants. Verder zijn foodtrucks een belangrijk deel van de eetcultuur. Vaak zijn er food- en cocktailtrucks in straten waar ook al veel restaurants zijn. Je loopt dan op straat en haalt hier een food-fill, daar een taco en verderop een cocktail bij één van de trucks. Het is allemaal heel losjes. Er zijn ook uitersten want LA heeft heel veel super chique restaurants. Zij serveren daar kleinere porties en zijn prachtig aangekleed.

Hoe noem je een typische LA-er?
Een Angelino en een Angelina. Je moet ballen hebben om er eentje te zijn. Of je nou LA native bent, of je komt hier wonen, je moet je hard maken voor iets. Dat is natuurlijk in elke grote stad zo. Maar deze stad is meer uitgestrekt, je moet het zelf naar je zin maken. Als jij niet stevig in je schoenen staat, vind je je draai niet in LA. Ook al ben je hier geboren en getogen, dan nog moet je vechten voor waar je in gelooft. Angelino’s en Angelina’s hebben veel meegemaakt, zij schrikken nergens van terug. De sfeer die in LA hangt is echt elektrisch, er is hier zoveel te doen en er gebeurt hier zoveel.

Het klinkt als elektrisch, gepassioneerd en gemotiveerd.
Als je wat wilt bereiken in LA moet je keihard werken. Er is veel competitie. Uit alle delen van Amerika en de rest van de wereld komen mensen naar LA. Het is een mengelmoes van mensen die allemaal graag wat van zichzelf willen maken. Je moet carrière georiënteerd zijn en dan nog komen sommige mensen van een koude kermis thuis.

Waaraan merk je dat iemand uit LA komt?
Aan het respect voor de cultuur die hier al bestaat. Het gaat puur om de manier waarop men hier met elkaar omgaat. Ik zie vaak bij mensen die hier net zijn dat ze anders spreken tegen zwervers en daklozen. Ze hebben ook minder respect voor het feit dat mensen hier bewapend kunnen zijn. Angelino’s en Angelina’s erkennen dat er een cultuur is waarin respect afdwingen belangrijk is. Dat uit zich in heel genuanceerd gedrag, dat je uit respect aan elkaar toont.

Camilla Lonis-designer in LA

De Nederlandse Camilla Lonis werkt en woont in Los Angeles. Ze werkt in LA voor graffitikunstenaar Shepard Fairey, ontwerpt voor het modemerk OBEY Clothing en is designer director bij Studio Number One. Camilla sprak met Klaartje Til over haar leven in Los Angeles en legt haar uit waarom ze zoveel van Los Angeles houdt.

door Klaartje Til

Camilla, hoe ben je in Los Angeles verzeild geraakt?
Na mijn studie, grafisch ontwerp, aan de kunstacademie Willem de Kooning, heb ik een aantal jaren als freelance ontwerper gewerkt in Nederland. Op een gegeven moment kreeg ik steeds vaker opdrachten vanuit het buitenland en vooral van bureaus in New York, San Francisco en Los Angeles. Ik ben toen maar eens naar die steden op vakantie gegaan. Ik ging ervan uit dat ik LA niet zo spannend zou vinden. Maar toen ik er eenmaal was, ben ik heel snel van mening veranderd.

Waarom dacht je dat Los Angeles niet zo spannend zou zijn?
San Francisco leek mij interessanter. Daar is een hippiecultuur, de mensen zijn losser, er is mooie natuur, dat soort dingen. Het beeld dat ik bij LA had was dat van een platte stad met veel palmbomen, super warm weer en vol mensen met kapsones. Maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Het klopt dat LA een autostad is. Het is lastig om ergens te komen zonder auto of rijbewijs. Zodra ik door LA reed veranderde mijn beeld van de stad. Het is niet één stad maar zo’n dertig stadjes die samen Los Angeles vormen. Dat was echt een verrassing.

Wat gaf jou het duwtje om in Los Angeles te blijven?
Ik ben naar LA verhuisd voor de kunst en mijn beroep als designer. Binnen enkele maanden kwam ik bij toeval terecht bij Shepard Fairey. Hij is een succesvolle Amerikaanse straatkunstenaar. Hij heeft me aangenomen als design directeur voor zijn kunstgalerie Subliminal.

Shepard Fairey is een grote naam in de wereld van de hedendaagse kunst. Hoe was dat om door hem aangenomen te worden, om voor hem te werken?
Het was bizar. Enkele jaren daarvoor zat ik nog op de kunstacademie waar ik over hem las in kunstboeken. Ik keek enorm tegen hem op en een paar jaar later zat ik bij hem aan tafel in Los Angeles. Binnen de kortste keren werkte ik voor hem. Shepard is creatief directeur van Obey Giant en Subliminal, en ik werk direct onder hem. Dat is een vreemde gewaarwording. Ik word nu vaak in zijn kamer geroepen om helpen te kiezen tussen het ene of het andere ontwerp, voor een werk waarmee hij bezig is. Hij kijkt en luistert altijd heel goed naar wat er om hem heen gebeurt. Hij staat open voor andere meningen en zijn kunst heeft een positieve invloed. Dat inspireert mij heel erg.

Je bent ook designer voor het merk OBEY Clothing. Wat is die typische LA look?
Dat is heel afhankelijk van de buurt. In Echo Park kleden mensen zich super casual: een hele goede vintage spijkerbroek, maar wel een oude spijkerbroek, met een clean T-shirt, gewoon blanco met een los grafisch elementje erop. Verder niet te hard je best doen. Dat is niet cool. Maar je kunt je eigenlijk niet kleden als “een LA persoon” want over welk van de vele culturen heb je het dan?

En tot welke cultuur behoor jij?
In het dagelijks leven werk ik in Echo Park, ben ik kunstenaar en luister ik naar punk en metal muziek. Straatkunst beïnvloedt mijn werk en ik ben wat alternatiever. Maar ik ga ook uit in Beverly Hills en dan draag ik chiquere kleding. Als ik naar een feestje ga in West Hollywood kleed ik me stoerder. Dat vind ik juist leuk aan deze stad, dat er zoveel verschillende culturen zijn.

Je werkt in de wereld van design. Is design belangrijk in Los Angeles?
Design en kunst is belangrijk voor de stad. Er is veel te zien en te doen in LA. Veel musea zijn gratis. Er is een jeugdige kunstcultuur. De graffitikunst is belangrijk en erg zichtbaar, het is een belangrijke uitingsvorm. Als je kijkt naar het werk van Shepard Fairey dan zie je dat hij talloze murals heeft gemaakt. Die zijn vaak uitgegroeid tot een hele beweging. Bij Studio Number One doe ik veel grafisch design voor lokale initiatieven. Dat betekent dat ik vaak in LA mijn posters, banners en murals zie. Op een gegeven moment ben jijzelf de maker van de cultuur in LA. Dat is een verantwoordelijkheid die je draagt. Dat moet je met respect doen voor de mensen die hier vandaan komen, de LA natives.

Wat is de grootste aanpassing die je hebt moeten doen toen je in LA kwam wonen?
Ik moest wennen aan de manier waarop mensen hier autorijden. Ze rijden als gekken en dan heb je ook nog eens die achtbaans snelwegen in de stad. Maar als je van de stad houdt, wil je in elke buurt zijn en dan moet je veel autorijden. De stad is een grit en via het wegennet kan ik overal snel zijn. Het maakt niet uit hoe ver een locatie ligt. De snelwegen zijn zo gebouwd dat je er gewoon opeens bent. Los Angeles is een hele toegankelijke stad, zolang je een auto hebt. En zolang je buiten de spits rijdt (lacht).

Een man vol verflust

Kapper en kleurspecialist Garrincha van de Utrechtse salon SIM SON, houdt van radicale haarkleurverandering, voor zichzelf en voor anderen. “Ik vind het belangrijk om als kapper mensen uit hun schulp te halen en dingen te laten doen met hun haar, die niet mogen”, legt hij uit in een interview met Klaartje Til. In dit artikel maak je kennis met de man die mensen aanmoedigt om over hun grens te gaan. Want als je kiest voor een enorme haarkleurverandering, opent er ook iets vanbinnen.

Garrincha, waar komt jouw fascinatie voor het kleuren van haar vandaan?
Ik kleur mijn haar al sinds mijn elfde jaar. Door de jaren heen heb ik gemerkt hoe mijn haar reageert op het kleuren, hoe het zich ontwikkelt en waar het niet tegen kan. Ik heb veel kennis opgedaan met het verven van mijn eigen haar. Daarom ben ik me gaan specialiseren in het kleuren van haar. Ik heb erg gevoelig haar dus ik kan als kleurspecialist wel alle haarsoorten aan, denk ik.

Waarom wilde je op zo’n jonge leeftijd al je haar verven?
Ik zag een tekenfilm waarin één van de personages rode punten in het haar had. Verder zag ik in diezelfde periode ook de videoclip van Britney Spears, Toxic, waarin ze afwisselend rood, zwart en blond haar heeft. Dat wilde ik ook. Ik heb de blauwe- en rode mascara van mijn moeder gepakt en daarmee kleurde ik mijn haren. Ze vond dat niet leuk, maar zei wel: “Als je dit echt wilt, dan kunnen we je haar gewoon op traditionele manier laten kleuren.” Diezelfde week ging ik naar de kapper en had ik rood haar (lacht).

Welke haarkleuren heb je allemaal gehad?
Er is geen kleur die ik niet heb gehad. Rood was mijn eerste kleur, toen was ik elf jaar oud. Geel heb ik ook gehad, dat is één van mijn favoriete kleuren eigenlijk. Verder paars, blauw, groen, oranje, zwart. Ik heb elke kleur van de regenboog gehad.

Wilde je van jongs af aan het kappersvak in?
Nee, vroeger wilde ik niet per se kapper worden. Ik wilde eigenlijk tekenfilms maken. Maar ik vond niet iets waar ik goed in was, en het kappersvak ging me wel goed af. Toen ben ik alsnog de kappersopleiding gaan doen. Op YouTube kwam ik een haarkleurspecialist tegen die kleurrijke dingen met haar maakt. Ik had zoiets van, wauw, wat hij doet, dat wil ik ook doen.

Jouw fascinatie ligt niet bij het kappersvak maar bij kleur en kleurrijke dingen creëren?
De passie is gaandeweg wel steeds meer naar het kappersvak toe getrokken, met name naar de creatieve kant van het vak. Het heeft een tijdje geduurd voordat ik het kappersvak leuk vond. In het begin was ik er ook slecht in. Maar bij de salon waar ik toen werkte, heb ik veel geleerd van de kleurspecialist. Ik had een hele goede leraar aan hem. Vanaf dat moment ben ik zelf ook heel veel gaan experimenteren.

Wie zijn de mensen die bij jou hun haar laten kleuren?
Alle soorten mensen. Jong, oud, creatief en commercieel. Mensen die creatieve kleuring willen hebben. Mensen die alleen hun uitgroei gedaan willen hebben of high-lights willen. Maar ik heb ook oudere dames als klant die voor knalrood of knalroze gaan. Dat zijn toch de mensen die tegen de verwachting van de maatschappij ingaan.

De haarvervende mens kunnen we niet specificeren als een bepaald soort?
Nee, eigenlijk niet. Het is de behoefte aan verandering. Voor sommige mensen staat het symbool voor rebels zijn. Dat geldt met name voor jongeren van 10 tot 18 jaar. Andere mensen doen het meer om zichzelf uit te drukken.

Wanneer iemand bij jou komt voor zijn eerste haarkleurverandering, zie je dan dat er een verandering plaats heeft gevonden bij die persoon, wanneer die later weer terugkomt?
Je merkt wel bij mensen die voor de creatievere dingen gaan, dat het iets los kan maken dat naar meer smaakt. Ik heb een klant die wilde destijds blauw haar. Ik ben in stappen haar haar gaan kleuren, en heb er eerst blauwe high-lights ingezet. En nu, 5 jaar later, komt ze nog steeds bij mij. Ze heeft al eens paarsblauw- en oranje haar gehad.

Merk je aan de verhalen die mensen vertellen dat het-smaakt-naar-meer, breder wordt getrokken?
Ik merk dat mensen die voor zo’n verandering gaan, zelfverzekerder worden. In het begin trekken ze zich de mening van anderen aan. Maar uit de persoonlijke verhalen blijkt dat mensen beter in hun vel zitten. Ze hebben lak aan de mening van anderen omdat ze zichzelf willen uitdrukken. Ik vind het heel belangrijk dat mensen zichzelf kunnen zijn, en zich kunnen uitdrukken op de manier zoals zij dat willen.

Je voelt een verplichting om mensen de gelegenheid te geven om gehoor te geven aan hun authentieke drang?
Soms knip ik kinderen die heel graag blauw of roze haar willen. Ze mogen dat niet omdat de ouders bang zijn voor de meningen van anderen. Ik vind het heel erg dat je zoiets meegeeft aan een kind. Een kind hoeft daar helemaal niet bij stil te staan. Ik probeer daar altijd een beetje doorheen te prikken. Niet alle ouders vinden dat even chill. Maar ik vind dat ik dat moet kunnen doen, als kapper zijnde.

Welke plannen en ambities heb je nog allemaal als kapper?
Ik wil zelf een kleurmethode ontwikkelen en die aan andere kappers doorgeven. Op die manier wil ik mijn liefde en passie voor het kleuren van haar, delen. Ik wil kappers op weg helpen om nog meer te creëren, grenzen te verleggen en zekerder te maken van hun werk. Ik denk dat je over het algemeen met chemicaliën, zoals haarverf en permanent, veel veranderingen in het haar kunt aanbrengen. In Japan en Zuid-Korea is permanent heel erg groot en populair. Het lijkt me geweldig om dat ook hier te doen en daarin les te geven. Over het algemeen komt permanent weinig voor in Nederland. Het wordt geassocieerd met beschadigend voor het haar en schapenkrullen. Maar in Azië zie ik een manier van werken die vernieuwend is. Dat kan een evolutie of misschien wel een revolutie worden, als dat naar het Westen komt.

Fotografie: Merel Oenema
Insta: Garrincha

Games die een verhaal te vertellen hebben

Ondanks de ongekende groei van het medium, associëren veel mensen online gaming vooral met hersenloos geweld of eenvoudige kinderspelletjes. Zonde! Er zijn namelijk meer dan genoeg ondergewaardeerde, creatieve en narratief interessante parels tussen de shooters, racers en sportgames te vinden. Claire Meulemeesters ging voor POM Magazine op zoek naar games die een verhaal te vertellen hebben. Met als resultaat een top-10 lijst. Voor de gamemaagden een openbaring, voor de kenners een nostalgische reis.

door Claire Meulemeesters

Kort en mysterieus- What remains of Edith Finch?
In What remains of Edith Finch, een game van producent Giant Sparrow, keer je als Edith Finch terug naar het ouderlijk huis waar je bent opgegroeid. Hier probeer je uit te vinden hoe het komt dat je het laatste levende familielid bent. De kriebels die het huis teweegbrengen, de gevarieerde manier van spelen en de fascinerende verhalen van alle familieleden, maken deze korte game een parel die bijblijft.

Lekker huilen op z’n Twin Peaks- Life is Strange
In Life is Strange van Dontnod Entertainment speel je de jonge kunststudente Max Caulfield, die terug in de tijd kan reizen. Life is Strange is een game waarin ook moeilijkere thema’s worden aangesneden. Wat zou je doen als je de kans krijgt om keuzes uit het verleden opnieuw te maken? Want alle keuzes hebben consequenties.

Sprookjes detective- The Wolf Among Us
Het grimmige The Wolf Among Us van producent Telltale Games, is gebaseerd op de Amerikaanse stripboekenreeks Fables. De karakters uit traditionele sprookjes wonen in een geheime community in het New York van de jaren ’80. Als speler ben je Bigby Wolf (jawel, de grote boze wolf), een afstandelijke detective die de moord op één van de sprookjesfiguren moet oplossen. Net zoals bij Life is Strange, bepalen jouw keuzes het verloop van het verhaal.

De favoriet van Claire Meulemeesters- The Walking Dead Game
Vergeet alles wat je voelt bij de gelijknamige filmserie, want het verhaal van The Walking Dead Game van Telltale Games, is van een compleet ander niveau. Het is de game die mij liet realiseren dat een goed geschreven game emotioneel gezien net zoveel impact kan hebben als een film. Zelfs wanneer je geen liefhebber bent van het horror- of zombiegenre, kan ik niet anders dan deze game aanraden. Het verhaal speelt zich af vlak na een grote zombie-uitbraak. Jij bent Lee Everett, een geschiedenisleraar die zich ontfermt over de achtjarige Clementine. Het zijn niet de zombies die het grootste gevaar vormen. Belangrijker nog dan de zombies is om goed te bedenken: wie zijn je vrienden en wie zijn je vijanden?

Zombie en horror- The Last of Us & The Last of Us pt. I en II
The Last of Us is zonder twijfel de grootste en gewelddadigste titel uit deze lijst, maar moet absoluut benoemd worden. Producent Naughty Dog is namelijk een meester in het creëren van realistische personages. In deel I van deze game speel je Joel, een gebroken man die de jonge Ellie naar de andere kant van het land moet zien te brengen tijdens de zombie Apocalyps. Deel II exploreert met enorm veel diepgang de gevoelens van een ouder geworden, getraumatiseerde Ellie. Ook omdat zij worstelt met haar geaardheid, een primeur binnen de blockbuster titels.

Kort, simpel en spannend- Gone Home
Producent Full Bright heeft het concept van Gone Home simpel gehouden. Na het maken van een lange reis, keer je terug naar huis. Op de voordeur hangt een briefje waarop staat dat je zusje is vertrokken. Je bent alleen in een donker huis en weet net zo weinig over het vertrek van je zus en de rest van je familie, als het hoofdkarakter. En dan wordt Gone Home een interactieve ervaring waarin je de kamers van het huis doorzoekt om op die manier het lot van je familie te ontrafelen.

Verkenning van mentale gezondheid- Hellblade: Senua’s Sacrifice
Een game die schizofrenie op een artistieke manier neerzet. Hellblade: Senua’s Sacrifice van Ninja Theory, is gemaakt samen met neurowetenschappers en mensen die daadwerkelijk aan psychoses en schizofrenie lijden. In deze actiegame onderneem je als Keltische krijger een moeilijke missie naar de hel om de ziel van je geliefde terug te halen. Door het spel heen moet je dealen met stemmen in je hoofd, die erger worden naarmate je in extreme situaties belandt.

Voor als je héél ver out-of-the-box durft te gaan- The Stanley Parable
Het luchtigere maar briljante, The Stanley Parable, is moeilijk te omschrijven zonder al te veel weg te geven. In deze game van producent Davey Wreden speel je Stanley, een loonslaaf die niets anders doet dan orders opvolgen en op knopjes drukken. Op een dag beseft hij dat iedereen in het kantoorgebouw verdwenen is. Dit is waar jij begint. Deze exploratiegame daagt je uit om een verhaal te volgen, maar deze tegelijkertijd tegen te werken. The Stanley Parable is uniek in zijn soort en een absolute must-play.

Spookachtig alleen op de wereld- Everybody’s gone to the rapture
In Everybody’s gone to the rapture ben jij de laatst overgebleven persoon in het idyllische Engelse plattelands dorpje, Yaughton. In deze game, van producent The Chinese Room, loop je door het prachtig vormgegeven dorp en probeert de verdwijning van alle andere inwoners op te lossen. Dit doe je door de omgeving grondig te onderzoeken en te luisteren naar geheugenfragmenten van verdwenen personen. Een spel waarbij jouw keuzes en ontdekkingen het verloop van het avontuur bepalen.

Bloedstollend en voor de snelle beslissers- Heavy Rain
Heavy Rain is een psychologische thriller tjokvol wendingen en mogelijkheden. Heavy Rain van producent Quantic Dream, gaat over een vierdaagse zoektocht naar de Origami Killer, een moordenaar die op ieder plaats van het delict een origamifiguur achterlaat. We volgen het hoofdverhaal door de ogen van vier verschillende personages, elk met hun eigen drijfveren om de moordenaar in de kraag te grijpen. In Heavy Rain is het zaak om snel te denken en nog sneller te handelen. Net als in het echte leven, hebben we soms maar een splitseconde de tijd om een beslissing te nemen.

Cryptogram

Al jaren lezen mijn vriend en ik de krant online. Alleen op zaterdag ontvangen we de papieren weekendeditie in de bus. Daar hebben we allerlei redenen voor. Tijdens een lange treinreis leest het wel lekker en soms wil je ook op een terrasje wat te doen hebben als het gesprek aan tafel je niet zo aanstaat. Ach, en met klussen! Met klussen is het altijd handig om een oude krant achter de hand te hebben. Ja, we verzinnen een hoop excuusjes, maar er is maar één echte reden waarom we ieder weekend een puber tegen minimum jeugdloon door weer en wind naar onze brievenbus laten fietsen. Op zaterdag staat het cryptogram in de krant.

door Zwaantje van Klaveren

Mijn vriend en ik sliepen al af en toe met elkaar voordat we gingen daten. En eigenlijk zijn we gaan daten omdat ik erachter was gekomen dat hij een Sinterklaassurprise voor mijn beste vriendin moest maken, maar hij geen idee had hoe hij zijn uitgebreide knutselplan werkelijkheid kon laten worden. In mijn kleine studioappartementje liet ik hem zien hoe je met stroken oude krant, een teil behangplak en hier en daar een kartonnetje, satéprikker of paperclip ongeveer de hele wereld bij elkaar kan knutselen. Terwijl lijmlagen en verfklodders droogden liet hij mij zien hoe je een Sinterklaasgedicht kunt schrijven van literaire kwaliteit, ondanks dat je enige hulpmiddelen de facebookpagina van je slachtoffer en de website van Mick’s Rijmwoordenboek zijn. In de aanloop naar pakjesavond, die overigens gevierd zou worden in het stamcafé waar we elkaar ontmoet hebben, gebruikten we onze getrokken lootjes en escalerende creaties steeds frequenter als excuus om met elkaar af te spreken. Na een tijdje viel er steeds minder te knutselen, en de gedichten dreigden zulke complexe rijmvormen te krijgen dat je ze niet meer kon lezen. Wat dán te doen? De puzzelbijlage lag ongeschonden tussen de repen die vroeger het opiniekatern hadden gevormd. Het cryptogram keek ons uitdagend aan. “Zullen we een poging wagen?” vroeg mijn toen-nog-niet-verkering. Ik had altijd het idee dat die puzzel schier onmogelijk was om op te lossen, al keek je er een jaar naar. Maar waarom ook niet? Anders blijf je maar steeds levensgrote shetlandpony’s papier-machéën.

We realiseerden ons al vlot twee dingen. Eén: cryptogrammakers spreken een taal die je niet in een weekje leert. Twee: volgende week vind je de oplossingen naast het nieuwe cryptogram. Iedere zaterdag spraken we af, en iedere week werden we een beetje beter. Nog geen week na 5 december, was de verkering officieel aan. Pas weken later lukte het ons om zonder hulp een crypto te voltooien. Inmiddels lezen we alle katernen dus digitaal, maar de puzzelpagina reist nog steeds met ons mee. Als we een papieren editie missen vanwege vakantie, dan teken ik de puzzel in ons reisdagboekje uit en schrijf ik de omschrijvingen over. De krant heeft trouwens prima de mogelijkheid om de puzzel digitaal in te vullen, maar dat is toch niet hetzelfde. Met mijn schoonouders, oma, de helft van de stamgasten in ons café en de uitbater ervan, hebben we inmiddels een onofficiële competitie gaande. Hebben jullie hem al af? Bijna niets is zo frustrerend als bij de laatste opgave blijven hangen, er maar één of twee niet weten, terwijl je bijna próéft wat het zijn moet. Het enige wat erger is dan een net-niet-opgeloste puzzel is een cryptogram dat je in één ruk invult. Is deze door de stagiair gemaakt? Wát een teleurstelling! Tot slot is de meest recente les die we leerden over het cryptogram deze. Elke puzzelmaker spreekt een eigen taal. Toen mijn moeder onlangs een crypto uit háár krant voor ons bewaard had, hebben we die na 75 minuten worstelen weer blanco bij haar ingeleverd. Het was alsof we een Sinterklaasgedicht in het Italiaans moesten schrijven. Mick’s Rijmwoordenboek kon ons niet helpen.

Wat is het toch met verdriet? Rosita Segers speelt het antwoord.

Verdriet intrigeert actrice Rosita Segers. In de serie ‘Zuipkeet’ speelt ze de Limburgse Sanne die probeert om te gaan met het verdriet van de verdwijning van een vriend. Verdriet staat ook centraal in ‘Spread The Sadness’, een toneelstuk door haar geschreven en geproduceerd. In een interview met Anke Verbeek vertelt Rosita over deze bijzonder fascinatie.

door Anke Verbeek

Waar gaat de serie Zuipkeet over?
Zuipkeet is een tiendelige web-serie op YouTube van Toneelgroep Maastricht, Pupkin en BNNVARA. Het gaat over een vriendengroep uit Venray. Vijf jaar geleden is één van de vrienden uit die groep, Heise, verdwenen. Na vijf jaar wordt hij officieel doodverklaard en wordt er voor hem een kerkdienst gehouden in Venray. Mijn personage heet Sanne. Zij is na Heise’s verdwijning naar Utrecht verhuisd en is daar naar de filmacademie gegaan. Sanne besluit om een film te maken over haar vrienden en over de verdwijning. Ze wil proberen erachter te komen wat er toen precies is gebeurd.

Wat vind je van je personage Sanne?
Sanne is heel creatief en een doorzetter. Als iemand nee tegen haar zegt, dan gaat ze daar niet zomaar mee akkoord. Dat bewonder ik. Aan de andere kant, ze vindt het moeilijk als er op het moment suprême meer bij komt kijken dan alleen haar journalistenkant.

Jij bent ook creatief. Je komt uit de buurt van Venray. In hoeverre vind je dat je op Sanne lijkt?
Toen ik het treatment (red- beschrijving van de inhoud en verloop van een film) las vond ik het wel toevallig. Een meisje uit Limburg dat vertrekt naar Utrecht om een creatieve opleiding te doen, net als ik. Ze gaat, net als ik, af en toe nog terug naar Limburg. Als ik iets graag wil of iets erg vind, heb ik ook een sterke mening. De kanten van Sanne in mij, probeerde ik te vertalen naar de Sanne die ik speel.

Hadden jullie vroeger met vrienden ook een zuipkeet?
We hadden een schuur waar we vaak waren om te drinken en feestjes te organiseren (lacht).

Wat voor manier van acteren gebruikte je om Sanne te vertolken.
Veel is tot stand gekomen met improvisatie. Dat was ook het concept van de serie. De dialogen waren niet uitgeschreven. Tijdens het draaien kwam ik erachter dat er geen tijd was om steeds vijf minuten te improviseren. Mijn personage vindt van alles, over van alles. Dat is informatie die ik niet mag vergeten te zeggen.

Hoe verlopen de opnames als het concept leunt op de improvisatie van de acteurs?
Tijdens het draaien was het best wel hectisch. We deden een technische doorloop, met camera, licht, geluid, en daarna ging ik improviseren. Terwijl ik met de regisseur mijn geïmproviseerde tekst besprak, bouwde de crew de set op en bepaalde de shots. Daarna draaiden we gelijk de scene. Voor sommige scenes schreef de regisseur de avond daarvoor nog een dialoog of monoloog uit. Bij elke scene was het opnieuw uitzoeken: gaan we dit helemaal improviseren of gaan we toch de tekst vastleggen.

Deed je zelf het camerawerk als Sanne?
Vaak begin ik met filmen en op een gegeven moment neemt de cameraman het over. Dat was een choreografie die we telkens moesten uitzoeken en uitproberen. In de serie hoor ik wanneer ikzelf film. Je doet de handeling zelf en dan ga je anders praten, vanwege een andere concentratie. Op het moment dat de cameraman filmde moest ik mijn stem laten klinken alsof ikzelf aan het filmen was.

Je hebt een theaterstuk geschreven en geproduceerd, Spread The Sadness. Hoe is dat stuk tot stand gekomen?
Spread The Sadness is een productie van Non Creators Company, een collectief van Max Laros en mijzelf. Max en ik werkten graag samen tijdens onze opleiding. We besloten om na ons afstuderen een voorstelling te maken over verdriet. Wij vinden het allebei moeilijk om te huilen. In onze directe omgeving zien we dat het niet makkelijk is om te zeggen dat je verdrietig bent. We zien dat de mediawereld van verdriet een verdienmodel heeft gemaakt. Vloggers posten filmpjes met de mededeling dat ze heel erg moesten huilen. Een programma als ‘All you need is love’ is op huilen gebouwd. Huilen is goed voor de kijkcijfers. Maar het zijn oprechte tranen en het is goed om als kijker mee te kunnen huilen, om zo je emoties te kunnen uiten. We hebben daarover een voorstelling gemaakt.

Waarom heb je een fascinatie voor verdriet?
Ik vond het zwak als mensen snel huilen. Je huilt niet zomaar. Je huilt met een belangrijke reden. Ik begin wel in te zien dat mensen kunnen huilen omdat ze zich even niet zo fijn voelen. Dat moet er dan gewoon uit. Tijdens de voorstelling hebben we geprobeerd om vanuit verdriet te huilen en puur fysiek te huilen. Fysiek huilen lukt me niet. Ik moet in een verdrietige- of emotionele gemoedstoestand zijn, wil ik kunnen huilen.

Hoe laten jullie dit allemaal in de voorstelling voorbijkomen?
Op een associatieve manier, we leggen niks uit. Het gaat om beelden, voelen en ervaringen. Het publiek mag er zelf iets van maken. Ik ben ook heel benieuwd hoe iedereen na de voorstelling de zaal uitloopt en wat ze hebben meegemaakt.

Dat is een hele andere vorm dan bij Zuipkeet?
Zuipkeet is een verhaal met een begin, midden en eind, vol karakters die hetzelfde blijven. Het zit logisch en realistisch in elkaar. Spread The Sadness, is een collage. Max en ik spelen niet één rol. We staan er als basis, als Max en Rosita. Maar we worden ook alterego’s en spelen diverse karakters. Het is een montage van puzzelstukjes die elk verschillend zijn vormgegeven en verweven zijn tot een geheel.

Hoe is de interactie met het publiek in Spread The Sadness?
Het publiek maakt een voorstelling iedere keer anders. Als je als speler een lachje of kuchje hoort, ben je je daarvan bewust en kan het invloed hebben op het tempo van scenes. In sommige scenes spelen we op het publiek en nemen we de mensen mee. De manier waarop ze naar mij kijken neem ik mee in het spelen, in de manier waarop ik mijn tekst zeg of een toon zing. In Spread The Sadness gaat het om de moed van de acteurs en het publiek om zich open te stellen en geraakt te worden.

Spread The Sadness van Non Creators Company is te zien in Utrecht, Amsterdam en Den Haag.
Zuipkeet is te zien op het YouTube kanaal van NPO3.

Fotografie: Merel Oenema

Haar Metamorfose

Klaartje Til had behoefte aan iets anders. Zij liet haar goudblonde krullenbos radicaal veranderen door haarkleurspecialist Garrincha. In de Utrechtse kapsalon SIM SON liet ze de controle los en gooide alles overboord. Ze eindigde met een hoofd vol witgrijze krullen. Klaartje doet verslag van haar haartransformatie.

Op 11-jarige leeftijd heb ik een pak henna veel te lang in mijn haar laten zitten. Het doel: een mooie rode gloed over mijn haar. Het resultaat: een knaloranje kop. Sindsdien heb ik het nooit meer aangedurfd om ook maar iets aan mijn haar te doen. Maar de wil is er altijd geweest. Felblauw, rood en zelfs dreadlocks passeerden in mijn gedachten de revue. Van de mensen in mijn omgeving kreeg ik altijd de opmerking dat ik prachtig haar heb. Dat motiveerde me niet om mijn verfangst te overwinnen. Dat anderen geobsedeerd waren met mijn haar was vlijend. Maar de betovering die anderen voelden voor mijn haar, voelde ik bij het zien van meisjes en vrouwen die met waanzinnige kleurencombinaties van de kapper kwamen en hun kapsel met een enorme dosis zelfvertrouwen droegen. Als ik dan in de spiegel keek raakte ik steeds meer verveeld van mijn blond-rossige krullen, met altijd diezelfde scheiding en laagjes. De angst om weer weken rond te lopen met een mislukte haarkleur was echter hardnekkig, en stond in de weg.

Toen ik voor POM Magazine een serie artikelen ging maken over radicale haarverandering, kon ik er niet meer onderuit. Het was nu of nooit. Ik maakte een afspraak voor een interview met de kleurspecialist Garrincha in de Utrechtse kapperszaak SIM SON. Ook boekte ik meteen een afspraak bij hem voor een verfbeurt, een zilvergrijze coupe met pony. Als ik de zaak binnenstap is Garrincha nog bezig met een andere klant, een oude bekende van mij van de kunstacademie. Zij heet Tiva. Ik herinnerde me Tiva altijd met blauw haar. In plaats van wachten met pijn in mijn buik totdat het mijn beurt is, besluit ik haar een paar vragen te stellen.

Tiva wat heb je op je hoofd? Wat gebeurt er?
Ik heb een hele dikke laag verf op mijn hoofd omdat ik roze haar wil.

Verf je het vaak?
Nu niet meer zo vaak. Het is een jaar geleden dat ik het voor het laatst liet verven. Dat was ook bij Garrincha. Mijn haar werd toen wit geverfd met een paar donker- en lichtblauwe tinten erin.

Welke kleuren heb je allemaal gehad?
Toen ik nog op de kunstacademie zat, heb ik mijn haar in heel veel verschillende kleuren gehad. Ik verfde mijn haar zelf en had een doos vol met potjes kleur. Roze, paars en alle tinten blauw, ook turquoise. Ik heb een keer rood haar gehad, en alle kleuren die er een beetje tussenin zitten. Maar geen groen en oranje.

Staan groen en oranje nog op je bucketlist?
Ik weet het niet. Ik denk niet dat oranje mijn kleur is (lacht). Groen zou ik wel een keer willen. Maar het is niet een kleur waar ik meteen voor zou gaan.

Waarom verf je steeds je haar? Waarom doe je het?
Het is een soort expressie. Ik vind het leuk om er steeds weer anders uit te zien. Ik hou ervan om expressief te zijn met mijn uiterlijk en met wat ik doe. Daar is gekleurd haar een onderdeel van.

Is het elke keer weer een identiteitsverandering?
Van nature heb ik heel lichtblond haar. Als kind hoorde ik altijd: “Oh dat is zo bijzonder en mooi, daar moet je niks aan doen.” Maar ik was het zat dat iedereen dat zei. Ik heb mijn haar heel kort geknipt toen ik 16 jaar oud was. Daarna was ik om. Ik dacht toen: “Ik ben in control, dit is wat ik doe, deal ermee. Het maakt me niet uit wat je ervan vindt.” De eerste keer dat ik mijn haar kleurde, verfde ik het blauw. Ik werd constant nageroepen met het liedje van Eiffel 65, I’m blue da ba dee, da ba da. Daar moet je even doorheen, maar ik vind het verder helemaal de moeite waard.

Je haar verven komt voort uit de behoefte iets toe te eigenen?
Ja, het is een beetje toe-eigenen, tenminste zo begon het. Nu is het puur omdat ik het vet vind.

Tiva’s antwoorden zetten me aan het denken. Waarom voel ik al zo lang, de sterke behoefte om mijn haren te verven? In veel van wat Tiva zegt kan ik me vinden. Zelfexpressie, controle hebben, toe-eigening en, ach, misschien ook wel een beetje rebellie. Als Tiva met een korte, strakke pastelroze coupe en een lach van oor tot oor vertrekt, is het mijn beurt. Met vriendelijke ogen en een bos krullen waar je U tegen zegt, nodigt Garrincha me uit om plaats te nemen. Nog steeds met pijn in mijn buik, ga ik zitten. Maar na de eerste wasbeurt gebeurt er iets geks, ik begin te ontspannen. Misschien komt het door de zachtaardige uitstraling van Garrincha. Misschien door zijn provocerende vraag, “Weet je het zeker?”, terwijl hij de eerste klodder verf door mijn haren smeert. Een grap die hij vaak maakt om te relativeren maar ook een keer heel verkeerd is gevallen, vertelt hij later. Hoe dan ook, terug kan ik niet meer.

Ik heb vijf uur in die stoel gezeten en mijn haar zien veranderen van blond, naar botergeel, naar grijs en zilver, om uiteindelijk met een kapsel te eindigen waarbij ik niet kan stoppen met stralen. De vraag is nu niet meer waarom ik mijn haren heb geverfd, maar waarom ik er zo lang mee heb gewacht. Hoewel grijs een relatief veilige kleurkeuze is, voelt het als een enorme, expressieve verandering. De verveling die ik voelde bij mijn natuurlijke haarkleur, was het teken dat ik toe was aan iets nieuws en spannends. De verandering van mijn haar staat voor het ingaan van een nieuwe fase vol met creativiteit en avontuur. De verveling heeft plaatsgemaakt voor een fris en zelfverzekerd gevoel. Misschien staat mijn coupe voor hoe ik wil dat mensen mij zien. Ik ben een jong persoon, mijn haar is grijs, mijn coupe is groots, het is krullend en speels met een pony.

Fotografie: Merel Oenema
Insta: Garrincha

How to make an IMPAKT

Digitale kunst, online symposia of een virtueel feest, ze zijn sinds jaar en dag de gewoonste zaak van de wereld voor IMPAKT. Dit centrum voor mediacultuur biedt een platform voor kunstenaars die digitale kunst maken. Anke Verbeek sprak voor POM Magazine met IMPAKT directeur, Arjon Dunnewind en IMPAKT PR & Marketing, Michelle Franke.

door Anke Verbeek

Arjon, Michelle kunnen jullie uitleggen wat IMPAKT is?
IMPAKT richt zich op kunstenaars die digitale kunst maken. We bieden ze ondersteuning en een presentatieplatform. In het begin was IMPAKT alleen een festival, maar we zijn door de jaren heen steeds meer gaan doen. In 2018 zijn we verhuisd naar de Lange Nieuwstraat in Utrecht waar we een tentoonstellingsplek hebben. Daarmee is het programma dat we naast het jaarlijkse festival hebben, belangrijker geworden. We zijn uitgegroeid tot een centrum voor mediacultuur. Samen met kunstenaars, academici, journalisten en filosofen onderzoeken we op welke manier ontwikkelingen op het gebied van mediacultuur, onze maatschappij veranderen.

IMPAKT organiseert webprojecten en online exposities. Daarnaast hosten jullie lezingen en events. Hoe is het gelukt om in coronatijd nog zoveel naar buiten te brengen?
We zijn al in 2001 met de virtuele ruimte begonnen, met IMPAKT Online. Dat heeft zich doorontwikkeld in IMPAKT Channel waarop we virtuele dingen doen. In april 2021 zijn we  begonnen met IMPAKT TV. Dit is een online format dat dichter op de actualiteit van de dag zit. Door de coronamaatregelen zijn we nog intensiever bezig gegaan op IMPAKT Channel en met onze webprojecten.

Zijn er events omgezet van een fysiek format naar een online format?
Jazeker, maar niet door hetzelfde fysieke event gewoon via Zoom te laten verlopen. We hebben gekeken hoe we van een fysiek event, een nieuwe, digitale ervaring konden maken. Rondom een groot thema brengen we presentaties en kunstwerken op een interactieve manier samen. Bezoekers worden digitaal genavigeerd door onderwerpen en kunstwerken. Voor het IMPAKT Festival hebben we de festivalervaring online gebracht met het festivalportal. Daarmee kon de online bezoeker in verschillende ruimtes  van een virtueel gebouw rondlopen. In de virtuele bar kon je een digitaal drankje drinken en in de main room was de livestream te volgen. Tussendoor namen mensen je op de portal mee naar een soort IMPAKT TV, waar 24 uur iets te zien was. Hierdoor veranderde het festival in een marathonuitzending van 100 uur.

Zijn alle fysieke exposities te vertalen naar een online versie?
Dat varieert heel erg per geval. De festivaltentoonstelling Dreaming In Everywhen bijvoorbeeld, hadden we al geconcipieerd en vormgegeven voordat duidelijk werd dat we de rest van het festival helemaal online gingen doen. We hebben veel werken online gepresenteerd. Maar er was in de tentoonstelling ook een cilindervormige ruimte te zien die gevormd werd door doeken, die vanaf het plafond in de fysieke expositieruimte hingen. Daarbinnen was een bed waarop een borduurwerk lag met een reliëfachtig patroon. Het was onmogelijk om de ervaring van- op dat bed liggen met een koptelefoon en aanwezig zijn in die omsloten ruimte- naar iets digitaals te vertalen.

Biedt digitalisering andere mogelijkheden dan de fysieke presentatie?
Bij een traditioneel symposium zijn alle lezingen strak ingepland. Meestal kun je ze allemaal achterelkaar bijwonen, en soms heb je parallelsessies. Maar in het symposium, Radicalization By Design bijvoorbeeld, is de online bezoeker helemaal in-control en kun je navigeren door de vragen, onderwerpen en kunstwerken. Het publiek krijgt door het online format, de vrijheid om een eigen route te bepalen door de digitale content. We vragen vaak aan kunstenaars om iets nieuws te maken voor een online expositie. Het is niet een surrogaat van een fysieke expositie en vindt zijn waarde in de interactieve, online, niet-lineaire omgeving.

In de IMPAKT projecten zie ik dat kunstwerken, lezingen, essays en panels gecombineerd worden. Daar komen online formats ook nog eens bij. Zien jullie dat als een blijvertje na Covid?
Het oudste IMPAKT webproject hebben in 2016 gemaakt, ver voor Covid. Het was een manier om het IMPAKT festival van 2015 een soort after-life te geven. Digitale kunst is helemaal niet meer zo marginaal. Er is recent een digitaal kunstwerk verkocht voor miljoenen euro’s. Het spannende van online kunst is dat het digitaal is en dus door iedereen gekopieerd kan worden. Met de blockchain technologie kun je aantonen: fijn dat je een kopie hebt maar het leidt allemaal terug naar het origineel van mij, dus ik ben de eigenaar. Het gaat om de scheidslijn tussen enerzijds digitaal, reproduceerbaar en beschikbaar. En anderzijds, om het verlangen dat het kunstwerk uniek moet zijn en een vorm van tastbaarheid moet hebben. Dat is een interessant spanningsveld.

Heeft digitaal exposeren ook nadelen?
Het is belangrijk dat mensen zich vertrouwd voelen in het event wat je organiseert. Je moet ze activeren om zoveel mogelijk online actief en persoonlijk betrokken te zijn bij het event. Waarmee je trouwens onderling contact kunt creëren met mensen uit alle delen van de wereld. Afgelopen januari hebben we een virtual Bal Masqué georganiseerd in samenwerking met Media Art Lab Moskou. Op het bal waren online gasten aanwezig uit Nederland, Oostenrijk, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika. Dat soort samenwerkingen zijn heel makkelijk online te organiseren. Hoe jammer het ook is dat we bepaalde dingen vanwege Corona fysiek niet meer kunnen doen, we werken nu in een stimulerende, nieuwe situatie waarin een hoop dingen niet meer moeten en een heel veel nieuwe dingen kunnen.

www.impakt.nl

Simcha, de krullenkeizerin

Klaartje Til zat vaak in de kappersstoel schietgebedjes te doen in de hoop dat haar krullen er niet ‘uitgeknipt’ zouden worden. De kapper vermeed ze het liefst. Ze ging hooguit maar één keer per jaar, omdat het nodig was. Tot ze ergens een paar jaar geleden in Dijon, Frankrijk, haar beste knipbeurt tot dan toe had. Na deze ervaring ging ze op onderzoek uit en ontdekte een nieuw fenomeen, de krullenkapper. Tijdens haar zoektocht maakte ze kennis met krullenspecialist Simcha, van de Amsterdamse kapperszaak, Simcha & Friends. In een interview met Klaartje vertelt Simcha over haar liefde voor krullen.

door Klaartje Til 

Simcha, wat is het toch met krullen en kappers? Waarom gaat dat vaak niet goed samen?
Als je als kapper geen krullenbol bent, weet je niet wat voor drama het kan zijn als de schaar in de krullen wordt gezet. Het is essentieel en vooral prettig voor de klant, dat je zelf ook krullen op je hoofd hebt. Of je moet er enorm verweven mee zijn en je heel graag willen specialiseren in krullen. Het is belangrijk dat je gevoel hebt voor die krullen en inlevingsvermogen om te bepalen hoe kort je wel of juist niet mag gaan. De gemiddelde krullenbol wordt altijd verknipt. Het woord verknipt is eigenlijk niet het juiste woord. Te kort geknipt is de juiste omschrijving. Een krullend haar is een spiraal, die meteen als een kurkentrekker de lucht in gaat. Aan de hand van het type krul moet je als kapper inschatten in hoeverre je die spiraal, al dan niet de lucht in wil laten gaan.

Maar er zijn in Nederland toch altijd mensen met krullend haar geweest?
Jawel, er waren altijd al heel veel krullenbollen. Maar krullend haar werd vroeger beschouwd als slordig, niet chique. Dat geldt zeker voor Afro-haar. Krullend haar is vaak nog een no-go. En ik heb zoiets van ‘embrace’ die krullen. Wat je op je hoofd aan haar hebt, daar moet je van genieten. Door de migratie zijn er in Europa veel meer soorten krullen bij gekomen. Maar in principe waren er altijd al krullen. Alleen daar werd niks mee gedaan. Ze werden volledig steil geföhnd en/of chemisch behandeld om vooral maar niet te krullen.

Wat waren jouw ervaringen met kappers, als kind?
Ik werd voortdurend te kort geknipt. Dan zei ik tegen een kapper dat ik het lang wilde houden, doe er een puntje af. Nou bij de derde knip dacht ik al, laat maar zitten. Want dan was mijn pony weer tot aan mijn voorhoofd opgesprongen. Daardoor raakte ik als kind zeer gefrustreerd over mijn krullen. Ook omdat ik in een omgeving was met kinderen die hun haar steil geborsteld kregen of vlechtjes hadden. Ik werd ook steil geföhnd bij de kapper. Dan dacht ik, waarom doe je dat? Ik heb er vreselijk uit gezien.

Toen dacht je, ik ben er klaar mee, ik word de beste kapper van de wereld?
Nou, ik weet niet of ik dat ben, maar ik wilde in ieder geval proberen iets te doen wat een ander niet kon, of niet wilde doen. Het mooiste was dat mijn vader zoiets had van- het zal wel, daar groeit ze wel overeen. Maar zo klein als ik was, ik knipte en föhnde vrienden en vriendinnen. Ik wist al vroeg, dit is wat ik wil gaan doen en ik moet zo vroeg mogelijk het kappersvak in en op reis gaan, want hier in Nederland ga ik het niet leren.

Je bent gaan reizen. Wat leerde je in het buitenland?
Ik ben eerst naar Israël gegaan. Daar begon ik in een kibboets mensen een beetje bij te knippen. Dat was lachen, gieren, brullen. Ik was 17 en deed het gewoon. Het ging eigenlijk zo goed, dat ik vond dat ik ermee aan de slag moest. Toen ben ik één van de allerbeste kapperszaken van Israël binnengelopen. Dat was een zaak waar mensen vanuit de hele wereld stonden te knippen. Ze hadden zelf ook allemaal een kop met krullen en dat was een verademing. Dat ik uit Amsterdam kwam vonden ze cool. Ze hadden zoiets van, nou laat dan maar zien wat je kan. Ik stond binnen een maand te knippen. In die zaak heb ik een hele poos gewerkt. Op een geven moment dacht ik, nou weet ik het wel. Toen ben ik verder gereisd, onder andere naar Senegal en Marokko, om me verder te verdiepen in de krul.

Jij gebruikt een geheel nieuwe techniek van krullen knippen. Wat is er zo bijzonder aan die techniek?
Het is voor mij niet nieuw, maar voor een leek wel. Een krul is een spiraal. Na het wassen droogt die iedere keer anders op. Die krul zal nooit in dezelfde vorm terugvallen. Kun je het je voorstellen? Honderdduizend spiraaltjes die je nat maakt en die de volgende dag weer anders opdrogen. Dus ik ga voor echt hele mooie symmetrische lijnen. Juist bij krullen. Daarom knippen wij ook heel steil haar. Steil haar is ook een kwestie van heel mooi, heel secuur en heel perfectionistisch belijnen. Ik ben onwaarschijnlijk perfectionistisch. Ik hou ervan dat haar een mooi verloop heeft.

Jouw zaak loopt als een trein, al 35 jaar. Komt het alleen door de techniek van krullen knippen?
Gastvrijheid is heel erg belangrijk, zorgen dat mensen relaxed zijn. Dat meisje dat ik net knipte, is een heel mooi voorbeeld. Zij vertelde dat ze haar hele leven lang werd verknipt. Ze vond het heel spannend en vroeg of ze mij foto’s mocht laten zien van de coupe die ze graag zou willen hebben. Ik heb haar uitgelegd dat iedereen een andere haarstructuur heeft. En dat ik al die krullenbollen die zij mij op foto’s liet zien, ging proberen te verwoorden in één coupe met haar haarstructuur. Ik beloofde haar: we maken iets heel moois, no stress. Ze flipte gewoon zo blij als ze was met haar coupe. “Eindelijk iemand die het begrijpt”. Dat is wat ik de hele dag hoor. Dat mensen het bijna opgeven. Als een soort mantra herhaal ik, het komt goed, no stress, ik beloof je dat het niet te kort wordt. Dan zie je dat ze zich ontspannen en verschijnt er een lach op het gezicht. Als ze omhoogkomen na het föhnen, gaan ze echt shinen of huilen. Dat is het grootste compliment. (red- bij Simcha worden mensen met krullen, geknipt en geföhnd, met hun hoofd helemaal voorover gebukt).

Het is zoveel meer als ik het zo van jou hoor, dan even haren knippen.
We zitten nu in een ruimte die ingericht is voor mensen, waarvan we het gevoel hebben dat ze rust nodig hebben. Omdat ze iets meemaken of ziek zijn. Als ze veel verdriet hebben kunnen ze hier gewoon zonder gêne hun verdriet ventileren. Onlangs had ik een klant die heel erg ziek is, ze heeft kanker. Daar helpen wij haar doorheen. Ik laat pruiken maken en knip zelf de pruik in de coupe die de klant graag wil. Ik begeleid vaste klanten die ziek worden zelf, van a tot z. Daar wil ik dan ook niets voor hebben. Dat is het echte werk, gevoel van eigenwaarde teruggeven aan deze vrouwen. Want het is geen kunst om krachtige haren en grote bossen mooi haar, te kappen en mensen blij te maken met een coupe. Nee, de kunst is om mensen die moeten overleven en hun haar verliezen, te begeleiden en gerust te stellen. En ervoor te zorgen dat ze weten: ik leg mijn hoofd letterlijk in haar handen en het gaat goed komen.

Dat is heftig en zwaar lijkt me?
Ik probeer het leuk en luchtig te maken. Ik ben Simcha, mijn naam betekent vreugde. Mensen liggen in een deuk omdat ik vaak zeg wat ik denk. Die pruiken samen doen met de klant, dat is vaak ook heel melig. En dan die dame net, die haar vriend nu uren buiten laat wachten. Ze is zo blij met haar coupe, dat ze nu ook gekleurd wil worden. Alleen hebben we op dit moment even geen plek. Maar ze blijft gewoon wachten, want ze wil het zo graag. Of het nou iemand is die hier komt om een pruik te laten maken of het is iemand die jarenlang verknipt is. Het is allebei zo mooi. Die verbazing, die emotie, het is zo prachtig.

Fotografie: Merel Oenema.