POM Magazine

POM Magazine, Magazine voor Stijl & Cultuur

POM Magazine

Bibliotheek Ambassade Hotel

Het Amsterdamse Ambassade Hotel aan de Herengracht heeft zijn gasten iets bijzonders te bieden. In de bibliotheek en zelfs in de hotelbar kunnen gasten duizenden door de auteur gesigneerde boeken bekijken. Song B. sprak hotelbibliothecaris Eelco Douma die al 32 jaar werkzaam is bij het Ambassade Hotel. “Inmiddels ben ik reserveringsmanager, maar we hebben ook deze prachtige boekencollectie die we sinds het jaar 2000 aan gasten en bezoekers tentoonstellen,” zo legt Eelco uit. “Toen ben ik gevraagd om de collectie erbij te doen. Het kost niet zo veel tijd en het is één van de leukste dingen die ik in mijn werk doe.”

door Song B.

Het Ambassade Hotel heeft een eigen boekenverzameling. Hoe is deze collectie ontstaan?
Het is een traditie dat uitgeverijen bij het Ambassade Hotel kamers reserveren wanneer hun auteurs naar Nederland komen om de vertaling van hun boek te promoten. Vroeger zaten de uitgeverijen, net als ons hotel, aan de Herengracht of vlak in de buurt van de Herengracht. Inmiddels zijn de meeste naar elders verhuisd, maar ze weten ons nog steeds te vinden om hun schrijvers onder te brengen. Tijdens hun bezoek houden de auteurs in ons hotel interviews met de pers. Er zijn altijd één of meerdere personen van de uitgeverij aanwezig en zij hebben altijd een stapel boeken bij zich. Na afloop blijven er altijd wel een paar boeken achter. De hoteleigenaar heeft op een gegeven moment besloten om ze te houden. Hij vroeg aan de auteurs of ze er een paar woordjes in wilden zetten. Zo is de verzameling ontstaan. Het is inmiddels uitgegroeid tot een collectie van 5.000 boeken. En het groeit nog steeds.

Zijn het de uitgeverijen of de auteurs die jullie hotel weten te vinden?
In eerste instantie de uitgeverijen. Het gebeurt wel dat auteurs bij ons logeren als ze op eigen gelegenheid naar Amsterdam komen.

Ontstaat er dan een band met de schrijver?
Ja zeker!

Hebben de auteurs dan een band met het hotel of meer met jou en je collega’s? 
Ik denk dat het een combinatie is. Natuurlijk krijg je in de loop van de jaren een band met de auteurs die het hotel bezoeken. Ik werk hier nu bijna 32 jaar en de meeste schrijvers heb ik de afgelopen jaren een paar keer in het hotel gezien. Het Ambassade Hotel is een mooi hotel op een mooie locatie in Amsterdam en het biedt goede service aan zijn gasten. Het hotel bestaat sinds 1953. Niet in deze vorm, het is langzaam uitgegroeid tot een rijtje klassieke grachtenpanden aan de Herengracht. Het is tien jaar geleden verbouwd door Cruz y Ortiz, de architecten die ook het Rijksmuseum hebben verbouwd. Het hotel besteedt veel zorg aan de inrichting en decoratie. We hebben twee culturele pijlers waarmee wij ons profileren: we zijn een literair hotel en we hebben kunst van de COBRA beweging. Dat hangt door het hele gebouw en in de hotelkamers.

Wat vind je het allerleukste aan de hotelbibliotheek?
Het is ontzettend leuk om schrijvers te ontmoeten wiens boeken ik graag lees. Zoals bijvoorbeeld de Canadese schrijfster Margaret Atwood. Zij was hier tijdens de lockdown periode. Toen was het heel stil in ons hotel. Ik had toen de tijd om rustig met haar te praten. We zijn trouwens als locatie verschenen in een boek van de schrijfster Donna Tart. Zij heeft maar drie boeken geschreven en die waren alle drie mega bestsellers in de VS en Europa. In het laatste boek, Het Puttertje, speelt één hoofdstuk zich af in ons hotel. Geweldig!

Is er een gesprek met een auteur dat je is bijgebleven?
Het gaat vaak over het weer, en over koetjes en kalfjes. Maar niet altijd. Ik herinner me een gesprek met de Nederlandse auteur Pieter Waterdrinker. Hij heeft veel meegemaakt in zijn leven en laat dat ook terugkomen in zijn boeken. Zo zijn er nog wel een paar gesprekken. Onder andere met de Britse auteur Rupert Thomson, hij is in Nederland niet zo bekend maar hij schrijft prachtig. Hij vertelde onder andere over de inspiratiebronnen voor zijn boeken.

Hoe is de boekencollectie opgebouwd?
De verzameling is heel divers. De boeken zijn uitgegeven door verschillende uitgeverijen en vallen onder verschillende genres: romans, kinderboeken, kookboeken – topkok Nigella Lawson is hier een paar keer geweest- journalistieke boeken, thrillers, detectives, boeken over tuinieren; het is een gevarieerde collectie.

Waar in het hotel staan de boeken?
De boeken staan in een aparte ruimte én in de hotelbar. Ze staan alfabetisch gerangschikt op de achternaam van de auteur. De collectie is inmiddels te groot voor de plankruimte die ik heb. Eens in de paar jaar moet ik de moeilijke beslissing nemen welke boeken ik eruit moet halen om ruimte te maken voor de recente aanwinsten. Heel jammer. Wie weet kunnen we ooit de boekenruimte uitbreiden. Ik heb het liefst alle boeken op de planken staan. Als we van een schrijver meerdere titels hebben, haal ik er een paar titels uit en laat ik de overige staan. We gooien nooit boeken weg! Dat is zonde. Ze zijn allemaal gesigneerd en hebben voor ons waarde, vooral sentimentele waarde.

Heb je contact met andere hotelbibliothecarissen?
We hebben goede contacten met de Bibliotheca Philosophica Hermetica, die zit in een heel mooi grachtenpand aan de Keizersgracht. Hun collectie bevat illustere oude documenten onder andere uit de 15e eeuw.  Wij sturen onze gasten naar hen en zij sturen geïnteresseerden naar onze bibliotheek.

Is de collectie alleen toegankelijk voor hotelgasten?
Nee hoor. Onze boeken staan ook in de hotelbar waar iedereen welkom is. Maar we lenen ze niet uit, daarvoor zijn ze te waardevol. Als iemand een favoriete auteur heeft en even wil kijken wat die in het boek heeft geschreven, mag dat natuurlijk altijd.

Gaan mensen ergens in het hotel zitten om het boek te lezen?
Nee, niet echt. Wel hebben we aan de andere kant van de receptie een salon, vol met boeken die gasten achtergelaten hebben. Die boeken zetten we daar op de planken en daarmee mogen mensen doen wat ze willen. Die boeken mogen ze wèl meenemen. Soms, als ik een paar gesigneerde boeken ontvang van dezelfde titel zet ik er één op de plank in de salon. Leuke verrassing voor de gast.

Eelco, wie is jouw favoriete schrijver?
Ik heb enkele favorieten. De eerdergenoemde Britse schrijver Rupert Thomson bijvoorbeeld. Ik volg hem sinds het begin van zijn carrière. Hij is een paar keer in het hotel geweest. Hij schrijft hele fantasievolle romans. Ik vind het magisch realistisch, net als het werk van José Saramago, de Portugese Nobelprijswinnaar. Saramago leeft niet meer maar hij is hier een aantal keren geweest. Je moet wel moeite doen om zijn boeken te lezen. Mooi geschreven boeken met hele lange zinnen, maar zijn werk vind ik zeker de moeite waard. Verder is de Vlaamse auteur Dimitri Verhulst een favoriet van mij. Hij is de laatste jaren niet meer zo productief, maar hij heeft hele mooie boeken geschreven. Die lees je wel heel makkelijk.

Is er een schrijver die nog nooit bij jullie is geweest en wiens boeken je heel graag aan de collectie zou willen toevoegen?
Haruki Murakami! Ik vind het een prachtige schrijver, ik heb er heel veel van gelezen. Zo mooi zoals die man schrijft. Murakami is verschrikkelijk groot en heeft het niet nodig om naar ander landen te reizen om zijn boeken te promoten. Ieder jaar wordt hij weer getipt voor de Nobelprijs, maar het is hem nog niet gelukt de Nobelprijs te ontvangen. Hij heeft lang in Amerika gewerkt en gewoond. Ik denk dat als hij Japan ooit nog eens verlaat, dat hij eerder naar Amerika gaat dan naar Amsterdam. Maar ik zou het geweldig vinden als hij ons hier komt bezoeken.

Heb je een droom voor de toekomst van de bibliotheek?
Ik zou het heel leuk vinden als de boekencollectie zelf in een roman zou verschijnen. Misschien moet ik eens een bevriend auteur proberen te overtuigen. Verder zou ik het leuk vinden als we meer boekpresentatie hebben voor nieuwe, niet eerder uitgegeven boeken. We doen natuurlijk nu al boekpresentaties maar meestal voor de Nederlandse vertaling van bestaande boeken.

Wat zijn de toekomstplannen voor de bibliotheek?
We willen graag dat het Ambassade Hotel nog meer een literaire plek van samenkomst wordt. We organiseren eens in de twee maanden een literaire avond. Mensen kunnen zich daarvoor aanmelden via een link op de website. Voor zo’n event brengen we twee sprekers, journalisten of auteurs, met elkaar in gesprek over een actueel onderwerp. We doen dat voor een publiek van 60 mensen. Na afloop is er een meet-and-greet met de auteurs, hier in de bibliotheek. We hadden al literaire avonden vóór de Covid lockdowns en gelukkig hebben we dat nu weer opgepakt.

Weerspiegelingen van Lisette Stuifzand

In het werk van beeldend kunstenaar Lisette Stuifzand zie je geen mensen, maar wel gebouwen, parkeergarages, politieposten en treincoupés. Song Bloemendaal bezocht Lisette in haar atelier in het centrum van Den Haag. Daar liet Lisette haar werk zien en vertelde ze over haar fascinaties die de inspiratiebron zijn voor deze schilderijen.

door Song Bloemendaal 

Lisette, wat is de inspiratiebron voor je schilderijen?
Ik ben gefascineerd door weerspiegelingen. In een raam bijvoorbeeld zie je de reflectie van wat zich achter je bevindt. Tegelijkertijd kijk je door het raam en zie je een ruimte en soms zelfs een doorkijk naar een ander ruimte met zijn eigen weerspiegelingen, lichtval en schaduw. Het geeft allemaal een vervreemdend beeld.

Je schildert vaak gebouwen, waarom?
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in architectuur. Voor mijn schilderijen vind ik juist onpersoonlijke gebouwen interessanter. Dat schilderij daar is de Megastore in Den Haag (red- wijst naar ‘Megastores 6’, acryl op linnen, 100 x 70 cm). Op een gegeven moment was daar veel leegstand. Overal waren er grote lege ruimtes omdat wanden van winkel units waren weggehaald.  Ik ben daar wel eens verdwaald. Ik moest ergens zijn maar kon het niet vinden. In die lege ruimtes was alleen noodverlichting en een beetje licht dat via de ramen naar binnen scheen. Het visuele spel van licht en schaduw vormde als het ware nieuwe ruimtes. Het was een deprimerende plek, maar in al die lelijkheid kon ik schoonheid ontdekken.

Zijn lichtspiegeling en architectuur dan jouw inspiratiebron?
Ik ben altijd wel bezig met licht en donker. Als je een ruimte beter observeert ga je ineens rare dingen zien en vervreemde effecten. Je ziet als het ware een nieuwe wereld. Beelden vermengen zich en verschillende dimensies komen bij elkaar waardoor er een nieuw beeld ontstaat.

Je werkt veel met series, hoe komen die tot stand?
Zo’n serie komt tot stand in een bepaalde flow. Terwijl ik schilder kom ik op ideeën en gaandeweg kom ik erachter dat ik iets op verschillende manieren kan oplossen. Op het ene schilderij probeer ik de ene oplossing en op een ander schilderij de andere. Ik ben momenteel bezig met een serie waarin plantenkassen centraal staan. Terwijl ik bezig was met een wat groter schilderij raakte ik gefascineerd door bepaalde details in de weerkaatsingen, bijna abstract. Dit bracht me op het idee voor een paar volgende, wat kleinere, schilderijen. Op zo’n manier ontstaat dan een serie. Hoewel planten aanwezig zijn in deze werken, ben ik vooral geboeid door de weerkaatsingen op het glas van de kas.

Waarmee ben je het meest tevreden? Het laatste schilderij uit een serie of de hele serie?
De hele serie.

Wanneer is voor jou een serie af?
Wanneer ik het idee heb dat ik hetzelfde aan het doen ben en mijn hoofd al lang met andere onderwerpen bezig is. Dan weet ik dat een serie klaar is.

Stop je op zo’n moment dan midden in een schilderij waarmee je op dat moment bezig bent?
Ik maak het schilderij gewoon af.

Je hebt veel series gemaakt over Den Haag, heeft dat een speciale reden?
Nee, geen speciale reden, maar een praktische. Ik woon in Den Haag en fiets en loop veel in Den Haag.

Je schildert voornamelijk met acryl. Waarom kies je voor acryl?
Ik werk veel met transparante lagen. Voordat ik de volgende laag kan schilderen moet de laag daaronder droog zijn anders gaat de verf zich mengen. Acryl droogt lekker snel. Met acrylverf is het wel zo dat je het in één keer goed moet doen, want het is moeilijk corrigeren door er gewoon overheen te schilderen. Dat is lastig met acryl. Een klein puntje kan nog wel maar een heel vlak wordt lastig. Dan moet je dat stuk eigenlijk in zijn geheel opnieuw schilderen, laag voor laag.

Wat voor ontwikkeling heb jij als beeldend kunstenaar in de loop der jaren doorgemaakt?
Ik ga nu meer gestructureerd te werk. Vroeger begon ik gewoon en pas op het moment dat ik tegen een probleem aanliep ging ik op zoek naar een oplossing. Nu weet ik welke problemen ik kan tegenkomen en wat ik van tevoren moet uitzoeken. Wanneer ik naar schilderijen van 20 jaar geleden kijk, zie ik soms dingen waar ik nog wat aan had kunnen doen. Anno nu zou het schilderij niet af zijn. Een werk moet er voor mij aannemelijk uitzien. Er mag niet iets zijn wat afleidt van waar een schilderij om draait. Vergeleken met 20 jaar geleden zie ik nu sneller als er iets wrikt in een schilderij.

Als er iets wrikt, waar ligt dat dan aan?
Meestal zit het in de constructie van het gebouw; een balk die bijvoorbeeld te hoog of te laag is. Wanneer ik met een schilderij begin zet ik eerst de grote vormen op het doek met verdunde verf. Daarna ga ik aan de slag met de details van een gebouw en vervolgens voeg ik licht en schaduw toe. Als er vroeger iets niet klopte in een schilderij zat het ‘m voornamelijk in de constructie.

Weet al wat je volgende serie gaat worden?
Dat weet nog niet omdat ik net aan een nieuwe serie ben begonnen. Er is nog geen ruimte in mijn hoofd voor het concreet maken van een nieuw idee.

Bespoke Tailoring- Lawton

Na haar studie aan het London College of Fashion en een stage bij Huntsman Savile Row, begon Kimberley Lawton haar eigen atelier voor maatkleding. Lawton Tailoring House is gevestigd in Londen en bedient mannen en vrouwen met uitstekend passende maatpakken. Song Bloemendaal sprak met Kimberley om erachter te komen wat Lawton Tailoring House drijft en wat een maatpak nou een typisch Lawton pak maakt.

door Song Bloemendaal

Kimberley, je hebt voor Huntsman gewerkt, een bekend tailoring house aan Savile Row Londen. Waarom besloot je om je eigen bedrijf te starten?
Huntsman was voor mij een openbaring, ik heb daar zoveel geleerd. Mijn interesses lagen bij Huntsman natuurlijk bij patroonknippen en al het maatwerk. Maar bij Huntsman gaat het om jachtkleding, traditionele Engelse countryside mode en zakelijke pakken. Ik wilde graag iets creëren dat mijn kijk op maatwerk uitstraalt. Ik besloot daarom mijn eigen atelier te beginnen.

Waarom voelde je de behoefte om je visie op bespoke tailoring te delen met de rest van de wereld?
Toen ik in dit vak begon, waren er maar weinig zaken die een maatpak voor vrouwen maakten. Ze maakten een herenmaatpak voor een vrouw in plaats van een vrouwenmaatpak. Ik wilde destijds een colbert dat mij een taille én geaccentueerde heupen geeft én goed aansluit bij mijn buste. Er waren niet veel Savile Row zaken die zo’n colbert wilden maken, dus heb ik het maar zelf gemaakt. Ik besefte dat ik zoiets ook voor andere vrouwen zou willen maken. Ik wilde dat zij zich net zo zelfverzekerd en sexy voelen als ik me voel wanneer ik zo’n maatpak draag.

Zowel mannen als vrouwen komen bij jou voor een maatpak. Komen vrouwen om andere redenen dan mannen?
De meeste mannen zijn bekend met wat er allemaal komt kijken bij bespoke tailoring. Ze weten vaak al wat voor pak ze willen. Voor vrouwen is het motief om een maatpak te hebben belangrijk. Hun wensen zijn meer gericht op het silhouet dat het maatpak hen geeft en hoe ze zich willen voelen wanneer ze het pak dragen.

Kun je uit de energie en uitstraling van een klant opmaken voor welk pak ze waarschijnlijk komen?
Het is meestal een verrassing. Elke klant is anders en dat is het geweldige aan iets volledig voor iemand op maat maken. Om te komen tot de zogenoemde eerste pas (red- de eerste versie van je pak dat nog losjes met rijgdraad in elkaar is gezet) duurt twaalf tot zestien weken. Dan leer je de klant goed kennen. Ik kom erachter naar welke restaurants en cafés de klant graag gaat en wat er aan de hand is in het gezins- en werkleven. Dus ik meet niet alleen de lichaamsmaten op van mijn klanten. Ik leer hun persoonlijkheid kennen en wie ze in het maatpak willen portretten. Het is allemaal heel persoonlijk en ik vind het geweldig.

Hoe vertaal je dat allemaal in een maatpak?
We praten veel over stoffen, de afwerking of eventuele grappige details in het pak die de persoonlijkheid weerspiegelen. Ik had laatst een klant die een grote liefhebber is van Bourgondische wijnen en we hebben een reiskurkentrekker ergens in het pak gestopt. Een andere klant speelt in een voetbalteam waarvan de clubkleur rood is. Als verwijzing naar haar voetbalclub hebben we in het colbert rode stof onder de kraag gezet en een rode binnenvoering gebruikt. Een andere klant wilde een broek waarbij ze zowel hakken als platte schoenen kan dragen. We hebben een broek gemaakt die ze langer en korter kan maken. Met slechts één knoop kan zij nu de broekspijpen korter maken en platte schoenen aandoen om even boodschappen te doen tijdens de lunchpauze. Maar als ze weer op kantoor is, kan ze de knoop losmaken en met stiletto’s naar een vergadering gaan. Met dit soort kleine dingen helpt een maatpak jou in je dagelijks leven en laat zien wie je bent.

Wat maakt een pak een typisch Lawton maatpak?
De Lawton huisstijl brengt drie dingen met zich mee: de jaren dertig, de jaren zeventig en rock & roll. Elk Lawton maatpak bevat tenminste één van deze drie elementen. In de jaren 30 begonnen vrouwen voor het eerst pakken te dragen. Ze droegen broeken met wijde pijpen, jassen met brede schouders en grote revers. Ze straalden zelfvertrouwen uit. De jaren 70 geeft flamboyance en rock & roll geeft dark vibes en het Mick Jagger zelfvertrouwen.

Hoe bepaal je de mate van structuur in het silhouet van een maatpak?
Ik besteed veel tijd aan het analyseren van de bodytypes van mijn klanten, of dat nu een man of een vrouw is. Ik neem niet alleen hun maten op, maar ik maak ook foto’s van de voorkant, de achterkant en de zijkant. Ik analyseer hoe een pak lichaamsdelen benadrukt die de klant wil accentueren en lichaamsdelen verbergt die de klant niet wil laten zien. Ik analyseer hoe ik kan verlengen en accentueren. Ik moet dan zorgvuldig te werk gaan en wil niemand beledigen. Maar ik moet er ook voor zorgen dat klanten zich op hun best voelen in het pak dat ik voor hen maak. Ik wil dat het wordt gedragen. Ik besteed zoveel tijd aan het maken van een pak en wil niet dat het in de kledingkast blijft hangen.

Wat is het verschil tussen maatwerk voor mannen en vrouwen?
Een maatpak voor een vrouw duurt iets langer, er zijn meer fittingen voor vrouwenmaatpak. Vanuit een knipperspectief vind ik tailoring voor vrouwen leuker. Er zijn meer rondingen waar omheen geknipt moet worden en ik vind het heel bevredigend als alles perfect geknipt is. Het is voor een damescolbert heel belangrijk dat de buste coupenaad goed zit. Voor een herencolbert is het niet zo erg als die niet helemaal op de juiste plaats zit. Maar voor een vrouwencolberts moet die op exact de juiste plaats zitten. Vrouwen hebben trouwens meer verschillende bodytypes dan mannen. Als de snit niet geschikt is voor haar bodytype zal de colbert of broek niet goed vallen en ziet het er niet mooi uit.

Wat is volgens jou het grootste verschil tussen bespoke tailoring en mode?
In bespoke tailoring, maak je iets voor de lange termijn en niet voor één seizoen. Dat is het grote verschil met mode. Het gaat het erom klanten bewust te maken wat bij hun bodytype past en wat hen heel lang goed zal staan, in plaats van een modetrend te volgen.

Welke rol speelt aftercare in bespoke tailoring?
Aftercare zorgt ervoor dat je pakken lang meegaan. Jouw maatpak wordt gereinigd, beschermd tegen motten en mooi opgeborgen in een opbergzak van katoen, niet van plastic of polyester, zodat het kan ademen. In de aftercare zit een zogenaamde sponge & press. Dus geen chemische reiniging want dat verwijdert de natuurlijke oliën in wol waardoor de stof als het ware uitdroogt. Met sponge & press verwijderen we met een vochtige spons alle oppervlakkige vlekken en stomen we de kleding. De hitte en stoom van het strijkijzer doodt bacteriën en verfrist de stof. De stof goed behandelen staat op nummer één in aftercare. Op nummer twee staan reparaties. Misschien zit een knoop of een naadje los. Breng je pak naar ons zodra je ziet dat er een probleem is, we lossen het dan op. Ten slotte betekent aftercare ook een garderobe check. Ik heb het geluk dat sommige klanten elk jaar één of meer pakken bestellen. Dus ik zie ze minstens één keer per jaar en ik check dan hoe het met hun oude pakken gaat. Moeten we de oude pakken uitleggen of innemen?

Wat maakt dat bespoke tailoring mensen fascineert?
Ik merk dat sommige klanten geïnteresseerd zijn in het vak zelf. Na covid geniet bespoke tailoring een opleving. Voor iemand als ik die veel moeite heeft gedaan om dit vak te leren en probeert zo goed mogelijk maatpakken te maken, is deze opleving geweldig. Met een kledingstuk dat handgemaakt is heb je niet alleen iets dat fijn is om te dragen. Je steunt daarmee ook onze industrie en houdt zo het vak levend.

Is er binnenkort een Lawton trunk show in Nederland, waar we bij jou langs kunnen komen voor een maatpak?
Als Nederland wil, kom ik heel graag naar Nederland voor een trunk show(gelach)!

Fotografie: Alex Natt

Unforgettable Fashion Item- Song B.

Heb je ooit ergens een fashion item wèl gezien, maar niet gekocht en daar heb je tot op de dag van vandaag spijt van? POM Magazine hield interviews met een aantal personen die zeer verschillend zijn, maar de liefde voor mode gemeen hebben. Hier is het derde interview uit de serie Unforgettable Fashion Item waarin Song Bloemendaal vertelt over het fashion item dat ze maar niet kan vergeten.

door Giulia Weijerman

Als jij een kledingstuk zou zijn, hoe zou je jezelf dan omschrijven?
Ik denk dat ik een elegante trenchcoat zou zijn die toch wel modern oogt.

Hoe zou die trenchcoat eruit zien?
Als ik een trenchcoat zou zijn, kies ik voor een zwarte trenchcoat omdat zwart diepgang geeft en je kunt met zwart manoeuvreren in elke ruimte. Ik hou heel erg van kleur maar ik betrap mezelf erop dat ik vaak voor zwarte kledingstukken kies. Niet omdat ik perse zwartgallig ben maar omdat zwart overal bij past.

Ben je veel met kleding bezig ?
Ik ben altijd wel bezig met kleding. Ik vind kleding heel leuk, het laat zien hoe ik als persoon ben. Als ik in een serieuze fase van mijn leven zit, merk ik dat ik serieuzere kleren aan doe. Wat ik aantrek hangt dus af van de fase waarin ik zit. Afgelopen zomer zat ik in een lossere fase en droeg ik hippe kleding die tegenwoordig door de Gen Z generatie wordt gedragen.

Sta je s’ochtends lang voor je kledingkast om te bepalen wat je die dag gaat aantrekken?
Nee helemaal niet. Ik maak heel snel keuzes bij zoiets als: wat ik moet ik vandaag aandoen of wat gaan we vandaag eten. Mijn kledingkast is erg groot en alles is duidelijk geordend zodat ik alles makkelijk kan vinden. Wat ik die dag wil aantrekken bepaal ik op basis van mijn mood op dat moment. Het ligt er natuurlijk ook aan of ik naar kantoor ga, iets in mijn vrije tijd ga doen of lekker thuis blijf. Als ik vrolijk ben merk ik dat ik meer kleur draag, maar bij een algemene mood neig ik naar zwarte kleding.

Is jouw kledingstijl door de jaren heen veranderd?
Je wordt ouder en dan verandert je stijl. Vroeger droeg ik korte rokjes en korte jurkjes, zeker als ik uitging. Die draag ik niet meer, ik vind het niet meer mooi. Ik ben gek op schoenen met hoge hakken. Vroeger deed ik altijd schoenen aan met hele hoge hakken die super mooi waren maar waarvan je in no-time pijn aan je voeten kreeg. Zoiets doe ik niet meer. Het moet gewoon comfortabel zitten anders draag ik het niet. Ik denk ook dat mijn kledingstijl verandert omdat ik graag meega met de mode, hoewel ik daarin uiteindelijk altijd mijn eigen keuzes maak.

Heb je een kledingstuk dat voor jou het dierbaarst is?
Dat is een truitje dat ik ooit heb gekocht bij een Hugo Boss sample sale. Het was voor het eerst dat ik merkkleding kocht. Ik heb dat truitje al heel lang, het is tijdloos en van een mooie  kwaliteit. Dat ik het al zolang heb en nog steeds draag is best bijzonder. Meestal vind ik een tijdje iets leuk, maar op een gegeven moment switch ik naar iets anders omdat ik het niet meer leuk vind. Maar dit truitje heb ik bijna 12 jaar.

Is er een kledingstuk dat je ooit wilde kopen en uiteindelijk tot je grote spijt, hebt laten hangen?
Ik was een keer in Parijs en toen zag ik in een boetiek een korte zwarte jas, een winter trenchcoat, waarvan de armen van leer waren. De rest was van een andere stof, maar de armen waren van leer. Echt een super mooie jas! Ik heb hem gepast en hij zat als gegoten. De jas was prijzig en ik heb hem niet gekocht. Sindsdien ben ik altijd opzoek naar zo’n soort jas, maar nooit meer ergens gevonden. Tot de dag van vandaag heb ik spijt dat ik hem niet heb gekocht.

Wat trok je aan in die jas?
Toen ik hem zag dacht ik: Dit ben ik! Elegant, modern maar ook netjes en in het zwart. Ik ben best wel klein en ik heb geen confectiematen figuur. Het is lastig om jassen te vinden die me passen en die ik ook nog eens leuk vind. Deze jas vond ik leuk en zat perfect. Door de jaren heen ben ik erachter gekomen dat zoiets heel moeilijk te vinden is. Misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom ik die jas maar niet kan vergeten.

Zou je hem vandaag opnieuw laten hangen of zou je hem meenemen?
Sowieso meenemen! Ik ben zelfs het jaar daarop teruggegaan naar die boetiek in Parijs, maar toen was die jas er natuurlijk niet meer. Maar ja, als ik hem nu ergens zou zien, zou ik hem gelijk meenemen.

Heb je ooit een jas gezien die erop leek?
Nee, ik heb eigenlijk nooit meer zo’n jas gezien. Wel zwarte trenchcoats, maar geen enkele waarvan ik dacht ja, dit is ‘m. Ik ben nooit meer zoiets tegengekomen. Ik denk hij daarom zo blijft hangen omdat ik hem nergens meer tegenkom.

Denk je dat die jas speciaal is omdat hij one-of-a-kind is?
Ik denk van wel. Kijk maar naar buiten. Mensen hebben vaak dezelfde soort kleding aan. Ik vind het leuk om iets aan te trekken dat past in de mode van nu, maar wel uniek is. Die jas in Parijs was inderdaad echt zo’n item dat je nergens anders vindt.

Stel dat je deze jas nu wèl in je kast had hangen, wanneer zou hem dan aantrekken?
Ik zou hem bewaren voor speciale momenten, ondanks het feit dat het een jas is die je voor elke gelegenheid aan zou kunnen doen. Maar ik zou hem aandoen voor gelegenheden die voor mij belangrijk zijn.

De eindredacteur- Josine Boven

Sinds jaar en dag doet Josine Boven de eindredactie voor de artikelen van POM Magazine. In haar vrije tijd kijkt en fotografeert ze graag vogels. Met deze liefhebberij is Josine een beetje een vreemde eend in de redactie waar cultuur, kunst en stadse trends de boventoon voeren. Des te meer wordt zij door de redactie gewaardeerd. Want, zoals een vogelaar vogels bestudeert, zo neemt Josine onze artikelen onder handen: met respect voor de ziel die de auteur het artikel heeft geschonken. Song Bloemendaal werkt sinds kort voor de POM Magazine redactie. Zij nam met beide handen het aanbod aan om in het kader van de 10 jarige verjaardag van POM Magazine, een interview met Josine te doen. Een mooie gelegenheid om erachter te komen wat er de afgelopen jaren zich allemaal bij POM Magazine heeft afgespeeld.

door Song Bloemendaal

Josine je bent al negen jaar de eindredacteur van POM Magazine. Hoe ben je bij POM Magazine terechtgekomen?
Ik ben vrijwel vanaf het begin erbij. Een vriendin van mij was één van de eerste redacteuren van POM Magazine, zij interviewde en schreef columns. Zij vertelde mij op een gegeven moment dat ze op zoek waren naar een eindredacteur. Toen ben ik met Regina, de hoofdredacteur, in contact gekomen en dat klikte. Sindsdien doe ik redactiewerk voor POM Magazine. Ik weet nog goed het moment waarop Regina uitlegde waar POM Magazine voor stond: in de artikelen en interviews gaat onderwerp vóór opinie en nieuwsgierigheid wint het van kritiek. Ik kon dat toen niet zo goed plaatsen. Ik heb als ZZP-er de laatste jaren veel gewerkt in een omgeving, waar opinie juist erg belangrijk is. Daar was ik aan gewend en moest dat allemaal loslaten bij de artikelen van POM Magazine.

Hoe was dat in het begin voor jou om die switch te maken ?
Het voordeel was dat ik niet hoefde te schrijven. Ik las wat andere schreven en keek in eerste instantie of de zinnen klopten en of er spelfouten in stonden. Ik deed het basale eindredactie werk zeg maar. Gaandeweg ben ik meer gaan letten op de stijl. Dat is wel een groei geweest. Als ik daadwerkelijk was gaan schrijven zou ik dat lastiger hebben gevonden dan wat ik nu uiteindelijk doe, het redigeren van de artikelen.

Als je terugkijkt naar de eerste artikelen die je geredigeerd hebt en die vergelijkt met de artikelen die je nu binnenkrijgt, zie je dan verschil?
Als ik naar mezelf kijk, heb ik in de loop der jaren veel meer behoefte gekregen aan dingen waar geen mening aan hoeft te hangen. Ik denk dat POM Magazine wat dat betreft in een behoefte voorziet waar steeds meer mensen open voor staan. Er wordt al zoveel geschreven over de geopolitieke situatie waarvan we allemaal iets moeten vinden. Het is goed dat er een blad is dat geen mening heeft over sociaal maatschappelijke- en politieke ontwikkelingen en daarin eigenwijs is. Ik ben daarin meegegroeid. Regina is met haar idee van POM Magazine echt een voorloper geweest met een blad waar nu steeds meer behoefte aan is.

Is de focus van de artikelen in de loop der jaren veranderd?
De thema’s zijn gelijk gebleven maar de focus in de artikelen is meer naar de derde persoon verschoven. In het begin waren er meer verhalen vanuit de ik-vorm. Het zijn voor mijn gevoel nu meer verhalen over mensen. De columns zijn altijd van goede kwaliteit geweest. De interviews hebben een kwalitatieve groei doorgemaakt. Het lukt steeds weer om bij mensen interessante verhalen los te maken, mensen waarvan ik nog nooit gehoord had.

Is er een artikel dat bij jou is blijven hangen?
Het artikel over een Neon Reclame Museum in Warsaw is me echt bijgebleven. Ik had nooit gedacht dat je neon reclame kunt verzamelen om er vervolgens een themamuseum van te maken. Verder vind ik de columns van Zwaantje van Klaveren erg leuk. Misschien komt dat ook omdat Zwaantje net als ik, houdt van vogels kijken. Zij heeft eens een column geschreven waarin ze beweerde een middelste bonte specht gezien te hebben in een park in Rotterdam. Terwijl ik dat stuk redigeerde dacht ik, “Een middelste bonte specht in Rotterdam? Dat moet volgens mij de grote bonte specht zijn geweest.” Ik heb zelfs bij een bevriende vogelaar gecheckt en die dacht ook dat het bijna onmogelijk is om een middelste bonte specht in Rotterdam te zien. Toen heb ik in een opmerking aangegeven dat hier maar even grote bonte specht van gemaakt moet worden, want dat is wat geloofwaardiger. De columns die columnist  AAG in het begin voor POM Magazine schreef zijn me ook bij gebleven. Vooral de column Wat is het toch met Mini? Het is een hilarisch verhaal over mini rijders. Ik kreeg tijdens het redigeren gewoon de slappe lach.

Wat vind je naast de artikelen en columns, nog meer mooi aan POM Magazine?
Dat het er na 10 jaar nog steeds is, met een stabiele lezers groep die nog steeds groeit. POM Magazine heeft zich toch maar mooi staande weten te houden. Dat is een groot compliment voor iedereen die er aan meewerkt. Ik ben de afgelopen dagen het archief in gedoken. Wat opvalt is dat de columns en artikelen tijdloos zijn, ze zijn nog steeds leuk. Die tijdloosheid is de kracht van het tijdschrift denk ik.

Heb je wel eens artikelen binnengekregen die niet echt bij POM Magazine passen?
Nee, want Regina is daar heel strikt in, zij waakt daarvoor. Maar ik heb wel eens artikelen gehad met veel te veel ingewikkelde woorden. Ik probeer nooit een zin te herschrijven. Ik vind het belangrijk dat de teksten zoveel mogelijk blijven zoals ze zijn aangeleverd. Maar als ík al een zin niet begrijp dan zullen meer mensen die niet begrijpen. Dan plaats ik een opmerking in de tekst dat het te ingewikkeld is en soms met suggesties voor verbeteringen. En als ik toch een verandering aanbreng in een tekst dan mag je die eigenlijk niet doorhebben. Je moet als auteur het gevoel blijven houden dat het jouw artikel is.

Waarin zou POM Magazine de komende 10 jaar nog verder kunnen doorgroeien?
Ik denk dat ze gewoon moeten doorgaan op de ingeslagen weg. Mijn boodschap voor iedereen die voor POM Magazine werkt of dat in de toekomst gaat doen is “hou die dwarse blik”. Juist nu is er veel behoefte aan relativering in een wereld vol mooie ontwikkelingen in de kunst, cultuur, film, muziek, architectuur en mode. Ik vind het enorm leuk wat ik doe bij POM Magazine en hoop het nog lang te blijven doen. Ik kijk uit naar het 10 jarig feestje straks.

Abonneer op onze nieuwsbrief

Door verder gebruik te maken van deze website gaat u automatisch akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie Dit bericht verbergen