Weerspiegelingen van Lisette Stuifzand

In het werk van beeldend kunstenaar Lisette Stuifzand zie je geen mensen, maar wel gebouwen, parkeergarages, politieposten en treincoupés. Song Bloemendaal bezocht Lisette in haar atelier in het centrum van Den Haag. Daar liet Lisette haar werk zien en vertelde ze over haar fascinaties die de inspiratiebron zijn voor deze schilderijen.

door Song Bloemendaal 

Lisette, wat is de inspiratiebron voor je schilderijen?
Ik ben gefascineerd door weerspiegelingen. In een raam bijvoorbeeld zie je de reflectie van wat zich achter je bevindt. Tegelijkertijd kijk je door het raam en zie je een ruimte en soms zelfs een doorkijk naar een ander ruimte met zijn eigen weerspiegelingen, lichtval en schaduw. Het geeft allemaal een vervreemdend beeld.

Je schildert vaak gebouwen, waarom?
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in architectuur. Voor mijn schilderijen vind ik juist onpersoonlijke gebouwen interessanter. Dat schilderij daar is de Megastore in Den Haag (red- wijst naar ‘Megastores 6’, acryl op linnen, 100 x 70 cm). Op een gegeven moment was daar veel leegstand. Overal waren er grote lege ruimtes omdat wanden van winkel units waren weggehaald.  Ik ben daar wel eens verdwaald. Ik moest ergens zijn maar kon het niet vinden. In die lege ruimtes was alleen noodverlichting en een beetje licht dat via de ramen naar binnen scheen. Het visuele spel van licht en schaduw vormde als het ware nieuwe ruimtes. Het was een deprimerende plek, maar in al die lelijkheid kon ik schoonheid ontdekken.

Zijn lichtspiegeling en architectuur dan jouw inspiratiebron?
Ik ben altijd wel bezig met licht en donker. Als je een ruimte beter observeert ga je ineens rare dingen zien en vervreemde effecten. Je ziet als het ware een nieuwe wereld. Beelden vermengen zich en verschillende dimensies komen bij elkaar waardoor er een nieuw beeld ontstaat.

Je werkt veel met series, hoe komen die tot stand?
Zo’n serie komt tot stand in een bepaalde flow. Terwijl ik schilder kom ik op ideeën en gaandeweg kom ik erachter dat ik iets op verschillende manieren kan oplossen. Op het ene schilderij probeer ik de ene oplossing en op een ander schilderij de andere. Ik ben momenteel bezig met een serie waarin plantenkassen centraal staan. Terwijl ik bezig was met een wat groter schilderij raakte ik gefascineerd door bepaalde details in de weerkaatsingen, bijna abstract. Dit bracht me op het idee voor een paar volgende, wat kleinere, schilderijen. Op zo’n manier ontstaat dan een serie. Hoewel planten aanwezig zijn in deze werken, ben ik vooral geboeid door de weerkaatsingen op het glas van de kas.

Waarmee ben je het meest tevreden? Het laatste schilderij uit een serie of de hele serie?
De hele serie.

Wanneer is voor jou een serie af?
Wanneer ik het idee heb dat ik hetzelfde aan het doen ben en mijn hoofd al lang met andere onderwerpen bezig is. Dan weet ik dat een serie klaar is.

Stop je op zo’n moment dan midden in een schilderij waarmee je op dat moment bezig bent?
Ik maak het schilderij gewoon af.

Je hebt veel series gemaakt over Den Haag, heeft dat een speciale reden?
Nee, geen speciale reden, maar een praktische. Ik woon in Den Haag en fiets en loop veel in Den Haag.

Je schildert voornamelijk met acryl. Waarom kies je voor acryl?
Ik werk veel met transparante lagen. Voordat ik de volgende laag kan schilderen moet de laag daaronder droog zijn anders gaat de verf zich mengen. Acryl droogt lekker snel. Met acrylverf is het wel zo dat je het in één keer goed moet doen, want het is moeilijk corrigeren door er gewoon overheen te schilderen. Dat is lastig met acryl. Een klein puntje kan nog wel maar een heel vlak wordt lastig. Dan moet je dat stuk eigenlijk in zijn geheel opnieuw schilderen, laag voor laag.

Wat voor ontwikkeling heb jij als beeldend kunstenaar in de loop der jaren doorgemaakt?
Ik ga nu meer gestructureerd te werk. Vroeger begon ik gewoon en pas op het moment dat ik tegen een probleem aanliep ging ik op zoek naar een oplossing. Nu weet ik welke problemen ik kan tegenkomen en wat ik van tevoren moet uitzoeken. Wanneer ik naar schilderijen van 20 jaar geleden kijk, zie ik soms dingen waar ik nog wat aan had kunnen doen. Anno nu zou het schilderij niet af zijn. Een werk moet er voor mij aannemelijk uitzien. Er mag niet iets zijn wat afleidt van waar een schilderij om draait. Vergeleken met 20 jaar geleden zie ik nu sneller als er iets wrikt in een schilderij.

Als er iets wrikt, waar ligt dat dan aan?
Meestal zit het in de constructie van het gebouw; een balk die bijvoorbeeld te hoog of te laag is. Wanneer ik met een schilderij begin zet ik eerst de grote vormen op het doek met verdunde verf. Daarna ga ik aan de slag met de details van een gebouw en vervolgens voeg ik licht en schaduw toe. Als er vroeger iets niet klopte in een schilderij zat het ‘m voornamelijk in de constructie.

Weet al wat je volgende serie gaat worden?
Dat weet nog niet omdat ik net aan een nieuwe serie ben begonnen. Er is nog geen ruimte in mijn hoofd voor het concreet maken van een nieuw idee.