POM Magazine

POM Magazine, Magazine voor Stijl & Cultuur

POM Magazine

Max C. de Waard

Volgens beeldend kunstenaar en architect Max C. de Waard betekent kunstenaar zijn dat je je iets eigen maakt, met verf of met woorden. Zelfs een architect maakt zich iets eigen namelijk gebouwen, Max noemt dat technisch kunstenaarschap. In een interview met POM Magazine’s Giulia Weijerman maken we kennis met deze kunstenaar die boeken schrijft, schildert, muziek speelt én maakt.

door Giulia Weijerman

Max, ik heb een openingsvraag voor je: nooit meer schilderen of nooit meer schrijven?
Op dit moment zou ik ervoor kiezen om dan nooit meer te schrijven. Toen ik nog bouwkunde studeerde vond ik schrijven een manier om diepe emoties te uiten. Gaandeweg kwam ik erachter dat ik veel plezier uit het leven haal door lekker staand te schilderen naast zittend schrijven, want ook schrijven is voor mij nog steeds een manier om emoties te uiten. Als je schildert ben je echt aan de slag, dat vind ik leuk. In de kunst en in de literatuur is het belangrijk een boodschap over te brengen. Als je iets visueel overbrengt met beeldende kunst dan raakt het je of niet. Ik vind het een meer intrinsieke manier van een boodschap overbrengen. Een boek vergt nadenkwerk en eigen verbeelding. Dat vergt een schilderij natuurlijk ook, maar op een schilderij wordt letterlijk het visuele beeld van de kunstenaar neergezet.

Je hebt bouwkunde gestudeerd aan de TU Delft. Komt architectuur in je kunstwerken terug?
In mijn werk kun je zien dat ik veel met perspectief bezig ben. Ik ben afgestuurd op publieke gebouwen, dus half stedenbouwkunde en half architectuur. Ik wilde gebouwen creëren, een plek waar het is fijn is voor mensen om te zijn.

Vind je dat ook voor je kunstwerken belangrijk, dat het een fijn gevoel geeft?
Ja, ik denk het wel. Daarom ben ik ook gaan schilderen in kleur. Daarvóór gebruikte ik eigenlijk alleen maar houtskool en inkt. Een zwart-wit kunstwerk kan soms overweldigend zijn. Kleuren kunnen het voor de kijker prettiger maken. Soms willen mensen een kunstwerk van mij in hun gang of huiskamer. Dat is werk dat ik in opdracht doe. Ik verdien daarmee geld zodat ik met vrij werk mijn visies kan neerzetten. Voor een werk in opdracht moet je nadenken over wat mensen graag willen en hoe een werk een kamer of een gang prettig kan maken. Het schilderij moet de ruimte verbeteren waarbij het nog steeds eigen blijft aan mezelf.

Ben jij streng voor jezelf als kunstenaar?
Ik ben misschien het aller strengste voor mijzelf. Ik vind dat ik bijvoorbeeld nog niet goed genoeg ben om abstracte kunst te maken. Dat is echt een stap te ver voor mij op dit moment. Gelukkig vertrouw ik op mijn initiële gelijk bij een werk, ondanks twijfels of een werk af is bijvoorbeeld. Een werk is nooit af en de kunst is om de knoop door te hakken. Op een gegeven moment moet je gewoon zeggen, dit is het.

Hou je tijdens het creatieproces vast aan het oorspronkelijke idee of verandert dat gaandeweg?
Ik hou me heel erg vast aan de initiële gedachte. Ik kan niet zonder bedoeling aan een werk beginnen. De meeste kunstwerken heb ik gemaakt naar aanleiding van een verhaal, dat is de basis. Dat kan een door mij geschreven verhaal zijn of een verhaal in mijn hoofd.

Je hebt me eens verteld dat de verhalen voor je boeken en je kunstwerken naar je toekomen in dromen. Hoe gaat dat dan?
Ik slaap redelijk slecht omdat ik heel actief droom. Wanneer ik s ’nachts even wakker word kan ik pas slapen als ik de droom heb opgeschreven. Ik schrijf het op omdat het eruit moet. Je dromen zijn een verwerking van je dag of de verwerking van iets anders. Het heeft altijd een betekenis, het komt altijd ergens vandaan.

Uit je daarmee dan in je werk, een kwetsbaar stukje van jezelf?
Dat vind ik sowieso met kunst en literatuur. Het is een expressie van jezelf. Dat maakt je heel kwetsbaar. Als iemand nu aan mijn vraagt wat ik doe, antwoord ik dat ik kunstenaar ben. Het heeft een tijdje geduurd eer ik durfde te zeggen dat ik kunstenaar ben. Dat doe ik pas sinds kort. Sinds een maand of twee heb ik zoiets van, ik ben ook gewoon kunstenaar. Hoe pretentieus het ook klinkt.

Als je jezelf nu vergelijkt met de periode toen je eerste boek uitkwam, is er dan veel veranderd voor jou?
Mijn eerste boek, Pater Patriae, is geschreven in het Engels, dat is mijn eerste taal omdat ik in Engeland op kostschool heb gezeten. Veel mensen hebben zich met pijn en moeite door Pater Patriae heen gelezen. Dat komt het overbrengen van een boodschap niet ten goede, want als je het te moeilijk maakt, dan leest niemand het. Nu, met mijn tweede boek, heb ik de tekst vereenvoudigd zodat mensen het fijn vinden om te lezen. Ik kan wel laten zien wat ik technisch allemaal kan qua schrijven, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom het gevoel over te brengen bij mensen. Dat gaat niet als een lezer niet weet wat het derde woord van een zin betekent, en niet verder komen dan pagina 5. Dan is er geen sprake meer van gevoel bij de lezer, want die moet iets in het woordenboek opzoeken. Sorry, ik wil niet dat mensen mijn boeken lezen met een woordenboek naast zich. Dat heb ik van mijn eerste boek geleerd. Dit is niet pronken, maar toegeven aan mijn tekortkoming om een verhaal duidelijk te maken. Ik wil het daarom herschrijven, want ik geloof nog steeds heel erg in het verhaal. Het is belangrijk genoeg om te herschrijven.

Je schrijft, je schildert, je speelt en maakt muziek. Zijn er nog kunstvormen die je graag zou willen beoefenen of leren?
Volgende week komen twee hoogzwangere vriendinnen bij mij op bezoek en dan ga ik ze beeldhouwen in marmer. Ik heb al eerder gewerkt met speksteen en met graniet. Maar als ik de eer krijg om deze vrouwen te mogen beeldhouwen, dan ga ik dat in marmer doen. Dit wordt het eerste marmer-project.

Met welk werk ben verder nog bezig, of ga je binnenkort mee beginnen?
Ik heb plannen voor een groot doek van ongeveer 150×150 cm. Het wordt een drieluik. Het eerste deel maak ik voor de vader van een goede vriend van mij. Een ander deel gaat over een club in Parijs waar ik ooit was. Dat was de vreemdste avond van mijn leven, een soort koortsdroom tegen een paarse achtergrond. En wellicht dat het derde luik gewijd zal zijn aan een naakt dat ik binnenkort ga schilderen.

De laatste vraag om af te sluiten: wat is jouw meest recente hyperfixatie?
Mijn hyper focus op dit moment is houtskool en inkt, terug naar mijn tekenroots. Houtskool schetsen is voor mij altijd met de brede kant schetsen, zonder gebruik van een potlood. En dan de fijne lijnen van inkt erover heen, met een kroontjespen van mijn opa.

Zou je zo’n werk dan toch abstract kunnen noemen?
Nee, nog steeds niet. Ik ben nog niet klaar voor abstract werk, misschien later, over een paar jaar.

Het werk van Max C. de Waard is te zien op Instagram en in zijn atelier in Amsterdam.

Abonneer op onze nieuwsbrief

Door verder gebruik te maken van deze website gaat u automatisch akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie Dit bericht verbergen