POM Magazine

POM Magazine, Magazine voor Stijl & Cultuur

POM Magazine

Materiaaltransformatie: van klein tot groot

De vrije kunst van textielontwerper Michelle Schmit valt op. Het is beeldende kunst om in een ruimte te hangen. Anke Verbeek bezocht Michelle thuis waar ze ook haar atelier heeft. Het werd een wederzijds gesprek vol inspiratie en observaties. Op de vraag of ze zichzelf ziet als beeldend kunstenaar of als ontwerper, antwoordt Michelle Schmit: allebei. Maar het liefst noemt ze zichzelf maker, want het één sluit het ander niet uit.

door Anke Verbeek

Je hebt jarenlang een eigen studio gehad waar je ontwierp voor mode en interieur. Daar ben je op een gegeven moment mee gestopt en je bent vrije werk gaan maken. Wat is het verschil tussen jouw textielontwerpen en je vrije kunst?
Toegepaste kunst heeft eisen, beperkingen en tijdslimieten. Vrije kunst heeft veel meer ruimte. Soms heeft het alle ruimte, wat ook weer moeilijk kan zijn. Vrije kunst betekent voor mij uniek werk en dat is een groot verschil met toegepaste kunst, wat in principe in grote hoeveelheden wordt geproduceerd.

De natuur is een belangrijke inspiratiebron voor je. Wat vind je intrigerend aan de natuur?
In de natuur vind ik een oorspronkelijk beeld dat niet door mensen is gemaakt. De natuur geeft me energie en ideeën voor mijn werk. We zijn laatst naar zoutmijnen in Frankrijk geweest. Daar zag ik dwarsdoorsneden van zoutplakken. En in Spanje hebben we een stuk cactus gevonden dat uit allerlei lagen bestaat. Het is allemaal inspiratie voor mijn werk. Iets wat ik langs de zee vind. Of vrienden zijn ergens geweest en brengen iets van een kapokboom voor me mee. Van een klant die een werk heeft aangekocht heb ik een kluwen algen gekregen. Er worden hier voortdurend dingen naar binnen gesleept en dat laat ik op me inwerken.

Als je een werk maakt, wat vind je dan belangrijk?
Materiaaltransformatie vind ik heel interessant. Het is fascinerend dat de wol die ik gebruik ooit op een dier zat en dat ik nu die geschoren wol gebruik voor mijn werken. Ik haal materiaal uit elkaar en vanuit kleine stukjes ga ik het werk opbouwen. In het eindwerk ziet het materiaal er heel anders uit dan toen ik eraan begon. In al mijn werken ben ik steeds met kleine dingen iets groots aan het bouwen.

Als je vrij werk maakt, waar begin je dan?
Dat verschilt per werk. Fragile Landscapes bijvoorbeeld is een groot werk waarmee ik gestart ben na een wandeling in de duinen. Ik had foto’s gemaakt tijdens de wandeling, maar toen ik terugkwam zat mijn hoofd zo vol met ideeën en kleuren dat ik niet meer naar die foto’s heb gekeken. Ik ben aan de slag gegaan. Ik maak altijd stapels schetsen met het materiaal waarmee ik werk en van daaruit ga ik groter werken. Soms weet ik meteen wat ik wil maken. Soms moet ik uitproberen en testen. Het is een proeffase waarin ik uitzoek hoe het werk zou moeten worden. Zodra ik dat weet, ga ik het echte werk maken, de eindversie zeg maar. Dat is een belangrijke beslissing, heel spannend.

Laat je je werk door anderen uitvoeren, of doe je dat altijd zelf?
Om het samen met anderen te doen zou ik niet erg vinden. Maar voor nu vind ik het heel fijn om die verschillende processen zelf te doen: eerst dat broeien, dan het maken van de schetsen en dan het werk maken. Het is tijdrovend, niet alle stadia gaan vloeiend, het kan best wel een jaar duren. Maar ik krijg er ook heel veel nieuwe ideeën van.

Wat voor materiaal gebruik je voor je werk?
Op dit moment werk ik heel graag met wol: onbewerkte wol van schapen, alpaca’s of yak. Ik vind het mooi om de verschillen in kleur en structuur van dat onbewerkte materiaal te zien. Soms voel je aan de wol dat het van een oud dier is geweest omdat het futloos is en niet de veerkracht heeft van de wol van een jonger dier. Ik heb heel lang met papier gewerkt, want ik heb een enorme liefde voor papier. Maar ik maak ook werk dat bestaat uit draden van alg en van zijde.

Als je materiaal aan het onderzoeken bent, krijg je dan associaties die je gebruikt voor de eindversie?
Associaties hebben te maken met dingen die je herkent en ik wil iets maken wat ik nooit eerder heb gezien. De combinatie van verschillende materialen en technieken levert soms een interessant resultaat op en soms niet. Het blijft een zoektocht naar nieuwe verrassende vormen en combinaties.

Wat triggert je om tot een werk te komen?
Het zijn vaak dingen die gebeuren waarvoor ik een uiting zoek en zich vertalen in een werk. De aanleiding voor het werk Embrace is de oorlog in de Oekraïne. Ik wilde iets maken, iets moois, een omhelzing, en daar is dat werk uit voortgekomen. Bij het werk Widest Time, was het startpunt een oud gedicht van een Chinese dichter. In zijn gedicht vertelt hij dat we allemaal vinden dat we in een unieke tijd leven, maar dat iedereen dat vindt, al generaties lang. Dus laten we het een beetje ruimer zien. Daaruit ontstond het werk Widest Time. Kunst mag van mij ‘schuren’ en dat geldt ook voor mijn eigen werk. Het doet iets met je en dat hoeft niet perse mooi te zijn. Een andere keer vind ik dat het iets heel anders teweeg moet brengen, een bepaalde sereniteit bijvoorbeeld.

Waar zie je jouw werk het liefst? In het museum of op de catwalk?
Dat zou allebei kunnen. Ik zou het bijvoorbeeld heel leuk vinden om voor modeontwerper Dries van Noten stof of materiaal te ontwerpen. Op dit moment maak ik vrij werk dat niet is gericht op commerciële merken of op textielontwerp. Maar in de toekomst zou dat zeker mogelijk zijn.

Het werk van Michelle Schmit is te zien van 9 t/m 26 november, 2023 in KV02, Korte Vijverberg 2, Den Haag.

Unforgettable Fashion Item

Heb je ooit ergens een fashion item wèl gezien maar niet gekocht en waarvan je tot op de dag van vandaag spijt hebt dat je dat toen niet hebt gekocht? Anke Verbeek hield interviews met een aantal personen die zeer verschillend zijn, maar de liefde voor mode gemeen hebben. Hier is het tweede artikel uit de serie Unforgettable Fashion Item waarin Roos vertelt over het fashion item dat ze maar niet kan vergeten.

door Anke Verbeek

Roos, wat is jouw relatie met mode?
Samen met mijn man ben ik in 1974 begonnen met een modezaak in Den Haag. Mijn man was binnenhuisarchitect. Hij wist heel veel van kleur en had gevoel voor stijl, wat natuurlijk erg belangrijk is in het modevak. We gingen in die tijd iedere zes weken naar Parijs om daar spullen in te kopen, die we in Nederland in de winkel verkochten. We gingen voor leuke merken die de mooiste dingen hadden.

Bracht het modevak je naar allerlei plekken waar je anders nooit zou komen?
O ja, ik ben bijvoorbeeld een keer bij een geweldige modeshow geweest van Jean Paul Gautier, we waren daarvoor uitgenodigd. De show was in een tent in de Jardin des Tuileries bij het Louvre. Verder heb ik gekke feesten meegemaakt in Parijs o.a. op een boot op de Seine. En we gingen soms naar de discotheek Les Bains Douches, die in een voormalig Parijs badhuis zat. Of we aten in een restaurant waar ze bizarre eetstoelen hadden, zelfs een tandartsstoel. Ik herinner me een beurs waar modellen een rondje aan het boksen waren, als promotiestunt van het merk. Dat blijft je allemaal bij, dat vergeet je gewoon niet meer.

Is er een fashion item dat je maar niet kunt vergeten?
Ja, een rood broekpak van het Franse merk Rodier. Het was gemaakt van rode jersey stof. De broek had extreem uitlopende pijpen en deze werd gecombineerd met een heuplang mouwloos gilet van dezelfde rode stof. Er zat een paisley shirt bij in een kleurenmix van rood, oker en blauw. Ik heb het gekocht in 1967 in een boetiek in Amsterdam. Het was de boetiek van Sofie van Kleef, zij was destijds een bekende mannequin en stond in de winkel. Ik had toen een vriendje en wij gingen met z’n tweeën met de trein naar Amsterdam. We zijn twee keer in die boetiek geweest. Tijdens het eerste bezoek heb ik dat broekpak gepast en ik was heel kritisch. Mijn vriendje werd daar helemaal tureluurs van. Ik zei dat ik er toch nog even over moest nadenken. Het broekpak was voor die tijd heel duur. Nou ja goed, we gingen er een tweede keer naartoe en toen heb ik het broekpak aangeschaft. Verder heb ik heb nog een bijpassend paar schoenen gekocht met van die plateauzolen.

Wat maakte het broekpak zo speciaal dat je dacht, ja dit is het?
Rodier was in die tijd een bekend merk met prachtige kleding. Het was de eerste keer dat ik iets van een merk kocht en zo’n uitgave deed. Maar ik vond het broekpak zo mooi, een mooie rode kleur, echt vuurrood.

Heb je dat broekpak nog?
Nee, helaas niet, ik heb het weggedaan. Weet je wat het was met dat pak? Het was van jersey dus als je ging zitten en je had de broekspijpen niet goed omhoog getrokken, dan kreeg je er knieën in. Dus ik bleef altijd staan als ik dat pak aan had. Ik had het ervoor over om te blijven staan, zelfs op die plateauzolen.

Heb je nu dan misschien een vuurrood pak dat daarop lijkt?
Nee, ik heb niets wat lijkt op dat rode broekpak uit de jaren 60. Ik ben iemand die het heel leuk vindt om met de mode mee te gaan en die daar ook gevoelig voor is.

Is er een fashion item waarvan je nog steeds spijt hebt dat je het niet hebt gekocht?
Ja, een ring met een prachtige aquamarijn. Ik was samen met mijn zus op terugreis na een bezoek aan mijn dochter die voor een hotel werkte op de Malediven. Op de luchthaven Malé zag ik in een winkel die ring. Zo mooi, zo prachtig. Ik was helemaal weg van die ring. Maar ik durfde die ring gewoon niet te kopen. Ik heb geen verstand van edelstenen en ik had niemand bij me die kon zeggen of het een echte edelsteen was of niet. Dus ik heb het niet gekocht. Daar heb ik nog steeds spijt van als haren op mijn hoofd.

Waarom heb je er zo’n spijt van dat je die ring niet hebt gekocht?
Ik vond hem gewoonweg ontzettend mooi, zo’n witgouden ring met een prachtige blauwe rechthoekige edelsteen. Het is heel speciaal om zoiets prachtigs te dragen, vooral als het een herinnering is. Ik hou gewoon van mooie spullen en ik denk dat dat nooit overgaat. Of het nu kleding is, juwelen of schilderijen, als iets goed is dan zie je dat ook op de één of andere manier. Je krijgt oog voor dat soort dingen.

Dutch Fashion-Moofers Clothing

Een paar jaar geleden deed POM Magazine’s Anke Verbeek een interview met Jennifer van Haastert, ontwerper van Moofers Clothing en eigenaar van Moofers Fashion & Salon. In Den Haag is Moofers ondertussen een begrip en overal zie je mensen de typische Moofers designs dragen. Anke Verbeek interviewde Jennifer in de winkel aan de Haagse Toussaintkade om erachter te komen hoe het nu staat met de Moofers look en wat de toekomst voor Moofers in petto heeft.

door Anke Verbeek

Drie jaar geleden heb ik hier in dit pand een interview met je gedaan over jouw label Moofers. Wat is er sindsdien met Moofers allemaal gebeurd?
Toen we elkaar spraken in 2022 waren we net verhuisd van de Kazernestraat bij de Denneweg, naar dit pand aan de Toussaintkade. De nieuwe locatie brengt Moofers wat ik gehoopt had dat het zou brengen. Alle klanten van de Kazernestraat komen nu ook naar deze locatie. Er zijn veel nieuwe klanten bijgekomen sinds we hier zitten, veelal uit het Zeeheldenkwartier dat hierachter ligt. Maar ook expats behoren tot de vaste klantenkring. Verder komen veel toeristen en dagjesmensen in de winkel.

En wat is er met het modelabel allemaal gebeurd in de afgelopen drie jaar?
We besteden nog meer aandacht aan de pasvorm. Verder werken we nu met leveranciers die ons de allermooiste stoffen leveren van de grote Franse en Italiaanse modehuizen. De ontwerpen die gemaakt zijn van deze prachtige stoffen hebben natuurlijk de typische Moofers uitstraling.

Hoe zou je die Moofers uitstraling beschrijven?
Klassiek met een edge. Moofers kleding is gemaakt van de mooiste kwaliteitsstoffen. Het is praktisch om te dragen en goed te combineren met items uit zowel de huidige collectie als vorige collecties. Maar klanten kopen onze kleding ook om zichzelf cadeau te doen, een cadeau gemaakt van luxueuze stoffen.

Zijn er Moofers designs die de afgelopen jaren een vast onderdeel zijn geworden van elke collectie?
Zeker, er zijn basis stukken die elk jaar in de collectie terugkomen. De kasjmier-blend coltrui met de typische brede Moofers col, is zo’n vast item. Daar komen mensen keer op keer voor terug. Andere vaste spelers zijn onze flared broek en de straight-leg broek. Die zitten in iedere collectie, maar wel steeds in een andere stof.

Wat is de inspiratiebron voor jouw Moofers ontwerpen?
Dat kan van alles zijn. Het is meestal een sfeer die ik ergens voel en zie. Het kan een stof zijn, een kleur of een vorm. Het zijn beelden die in mijn hoofd binnenkomen, die sla ik als het ware in mijn hoofd op.

Zijn klanten voor jou een inspiratiebron?
Zeker. In onze collectie zit een plooirok die geïnspireerd is op een jurk die een klant droeg toen ze hier de winkel binnenkwam. Ik vond het fantastisch hoe die jurk viel en dan met name het rok-gedeelte. Dat heb ik laten terugkomen in het ontwerp van een A-lijn plooirok die net over de knie valt. Die rok zit nu in de lente/zomer ‘25 collectie en we hebben hem eerder in een winter variant gehad. Afhankelijk van de schoenen en tops die je erbij draagt geeft die rok een casual-, business- of feestelijke look.

Leg je jouw inspiratie ook ergens vast?
Ik schrijf het allemaal op. Op een gegeven moment pak ik de lijst erbij met alles wat ik heb opgeschreven. Dan ga ik in mijn hoofd een hele collectie vormgeven. In elke collectie probeer ik zoveel mogelijk momenten in iemands leven mee te pakken. Je gaat naar je werk en dan heb je een jas nodig. Je hebt kleding voor je werk nodig, de ene keer mag het casual zijn, de andere keer formeel en soms ga je ‘s-avonds naar een feestje. Afhankelijk van het seizoen ga je naar het strand of op vakantie. Dat neem ik allemaal mee in de ontwerpen.

De locatie aan de Toussaintkade is meer dan een winkel, het is ook een salon. Hoe gaat het met de salon?
Het gaat prima met de salon. We organiseren jaarlijks een paar events, de locatie leent zich daar goed voor. We hebben inmiddels een kring van kunstenaars die hier hun kunst tentoonstellen. Elk jaar organiseren we één à twee events waar kunstenaars vertellen over hun werk dat klanten hier kunnen zien. Heel gezellig, met hapjes en drankjes. Verder organiseren we voor elke collectie altijd een sneak peek. Ik laat dan de kleding samples zien van de aankomende collectie, die klanten dan ook even kunnen passen. Samen met sieradenontwerper, Marloes van der Toorn, hebben we veel events gedaan voor de introductie van elke nieuwe collectie van haar label, MVDT. En in september 2024 hebben we voor het eerst een archive sale gedaan, dat een groot succes was.

Wat zijn je plannen voor Moofers voor de komende jaren?
Dit jaar gaat een winkel het Moofers label voeren, niet een nieuwe Moofers winkel maar een bestaande modewinkel buiten Den Haag.

Je gaat dus buiten deze winkel het Moofers label verkopen?
Klopt. Dit jaar met één winkel en volgend jaar aanvullen met twee of drie winkels in Nederland. Ja, een hele spannende volgende fase. Nu doe ik in de winkel alles zelf: de inkoop, de verkoop, het ontwerpen en alle praktische business zaken. Maar dat kan niet meer als we ons label in andere modezaken gaan verkopen.

En hoe ziet de toekomst van Moofers er verder uit?
Ik wil graag dat Moofers nog meer bekend staat als een kwaliteitslabel waar duurzaamheid voorop staat. Duurzaamheid is voor mij iets wat altijd op nummer 1 staat. Moofers is daarom ook een merk van het nu én de toekomst met kleding die heerlijk zit en gemaakt is van prachtige, duurzame kwaliteitsstoffen.

Utrecht- hotelvakantie in eigen stad

Wanneer wordt een hotelovernachting nou zo’n mooie beleving dat het verblijf zelf een ware vakantie is? POM Magazine redactieleden gingen op zoek naar het antwoord met de volgende opdracht: vind een hotel in je eigen stad, boek een kamer voor één nacht, check zo vroeg mogelijk in en zo laat mogelijk uit. Verlaat in de tussentijds het hotel niet en kijk hoelang het duurt voordat je je gaat vervelen. In deze serie namen we in drie Nederlandse metropolen, een hotel onder de loep. Anke Verbeek vertelt in het tweede artikel van deze serie over haar hotelbeleving. Anke woont in Utrecht en samen met haar partner was ze te gast in Hotel BUNK Utrecht.

SLAPEN IN EEN KERK
Hotel BUNK Utrecht zit in een oude kerk midden in het centrum, maar de sfeer in BUNK is allesbehalve kerks. De stemming is luchtig en expressief. Overal in het gebouw vinden we op muren en deuren ludieke oneliners. Verder hangt BUNK vol popart kunstwerken met bijbehorende tekstbordjes waardoor het voelt alsof je een tentoonstelling bezoekt. BUNK zet de klassieke elementen van de kerk naar eigen hand. Het licht valt door de glas-in-lood ramen op de bonte inrichting en het kerkorgel hangt als pronkstuk in de eetzaal. De BUNK-ervaring is überhaupt erg instagrammable en lijkt de droom voor influencers en social media fanaten. De medewerkers zijn supervriendelijk en komen meteen naar je toe om je te helpen tijdens het inchecken en het bestellen in de bar en het restaurant. Er wordt rekening gehouden met Gen-Z gasten, je kunt bijvoorbeeld digitaal inchecken via een zelf-incheckbalie.

BUNK BIEDT SPEELSHEID EN HUMOR
De gasten worden aangemoedigd om een #BUNKetlist te maken, met dingen die je altijd al in een hotel hebt willen doen, zoals kamernummer bingo of een kussen-schreeuw sessie. Verder organiseert BUNK tentoonstellingen, lezingen, poëzieavonden, cabaret, lichtinstallaties, livemuziek, filmvertoningen en soms een expositie van een artist-in-residence. Mijn partner en ik kwamen speciaal voor een Jazz concert van de band Bob Roos, die optrad in het restaurant tijdens het diner. Het motto van het BUNK Restaurant is trouwens, “Voor ons menu vliegen we de hele wereld over”. Dat was niet gelogen, op het menu staan oneindig veel opties aan vlees-, vis-, en vegetarische gerechten uit diverse wereldkeukens. Elk gerecht heeft een eigen twist, met net een ander ingrediënt of andere manier van opdienen, maar alles blijft lekker toegankelijk. Alle gerechten hebben een vega of vegan versie. Speelsheid en grapjes vonden we ook op de menukaart zoals het gerecht: SEND LOVE TO KITCHEN -unlimited $ 0.00. Het koffie kopje is net zo ludiek. Wanneer je het kopje leeggedronken hebt, kun je op de bodem “hi pretty” lezen. De gasten wordt een tafel toegewezen: een chique versie van een lange picknicktafel waar we mochten plaatsnemen naast andere hotelgasten. Het is een concept waar ik fan van ben. Het geeft een huiselijke sfeer helemaal als de hotelkat zomaar gezellig bij je komt zitten. Alle tafels zaten vol. Door de inrichting, de kleuren, de kaarsjes en de Jazz act was de sfeer heel warm.

WAS ER EEN FATSOENLIJKE BAR?
Jazeker, met allerlei wijnen, bieren en cocktails. De bar kwam ‘s avonds tijdens het diner en concert helemaal tot leven. Op de derde verdieping is een mooie loungeplek op een balkon dat uitkijkt op het grandioze orgel. Hangend over de reling konden we bijna het hele hotel zien met zijn bezoekers en gasten. Wat ons opviel is dat het publiek zo’n beetje om de paar uur verandert. Toen we ‘s middags incheckten voerden Utrechtse flexwerkers de boventoon. Een paar uur later maakten ze plaats voor Europese reizigers. Aan onze linkerkant dineerden bijvoorbeeld twee Spaanse vriendinnen en rechts van ons een Engels gezelschap. De sfeer is levendig, casual-chique en gelukkig vol ontspanning en plezier, afgezien van het business etentje verderop in het restaurant.

HOE LANG DUURDE HET VOORDAT JULLIE JE GINGEN VERVELEN?
We checkten om drie uur ‘s middags in en hadden om acht uur het diner met Jazz concert gepland. In de tussentijd konden we het hotel ontdekken, drankjes drinken en een beetje loungen, maar dat was net niet genoeg om de tijd te vullen. Het hotel wordt in de middag vooral gebruikt door flexwerkers, waardoor je niet zo snel in een relaxte mood komt. We voelden ons bijna schuldig dat we niet aan het werk waren. Ik vond het jammer dat je niet naar een spa kon gaan, sporten of buiten terrassen. De kunsttentoonstelling hadden we snel bekeken en ons Jazz concert was meer voor de sfeer hoewel BUNK ook grote popconcerten organiseert, waarbij het restaurant verandert in een concertzaal. Het personeel vroeg aan ons wat we nog gingen bezoeken in Utrecht. BUNK lijkt meer gefocust op gasten die activiteiten plannen buiten het hotel. We hebben genoten van het kerkhotel met entertainment, zalig eten en een goede bar, maar er was net niet genoeg beleving voor een dagvakantie in eigen stad.

POM Magazine Instagram

Abonneer op onze nieuwsbrief

Door verder gebruik te maken van deze website gaat u automatisch akkoord met het plaatsen van cookies. Meer informatie Dit bericht verbergen