The Educator

In deze editie van POM Magazine deelt de Duitse pedagoog en filosoof, André Schütte, in het artikel ‘Tijd in geometrische vormen’ zijn kijk op het concept tijd. Op de vraag hoe hij het liefst afgeschilderd wil worden in dit artikel: als pedagoog of als filosoof, antwoordt hij pijlsnel: “als onderwijskundige”. Hoog tijd dus om de man achter de filosofische bespiegelingen nader onder de loep te nemen.

Zijn pad naar de universiteit van Siegen, waar hij aan verbonden is als onderzoeksmedewerker bij de vakgroep pedagogiek, verliep met veel zijwegen en omzwervingen. Als hij al een persoonlijk motto heeft, dan zou “Ik oefen, dus ik ben” waarschijnlijk het dichtst in de buurt komen. In eerste instantie wilde André journalist worden: hij koos voor Germanistiek en filosofie aan de Heinrich-Heine universiteit in Düsseldorf. De geschreven pers belandde echter in een financiële crisis, en omdat hij er allesbehalve zeker van was dat hij de gedroomde journalistieke baan zou kunnen vinden, had hij behoefte aan een plan B. Na een kort – en naar eigen zeggen teleurstellend – uitstapje richting musicologie, besloot Schütte pedagogiek aan zijn groeiende lijst van academische titels toe te voegen. Hij geeft ruiterlijk toe dat hij in eerste instantie bevooroordeeld was en pedagogiek toch enigszins als een letterlijke B-keuze beschouwde; uitsluitend gemaakt zodat hij in geval van nood les kon gaan geven. Maar tijdens het behalen van zijn lesbevoegdheid voor Duits en filosofie aan de universiteit in Keulen kwam hij erachter dat pedagogiek ook een filosofische kant had. André, was verkocht.
De specialiteit van Schütte is de filosofie van Peter Sloterdijk. En dit is vooral interessant omdat Sloterdijk niet per se gespecialiseerd is in pedagogiek of theorieën op het gebied van educatie; André was er echter van overtuigd dat Sloterdijk een boel had bij te dragen aan het vakgebied. Hij bewees zijn gelijk door te promoveren op de theorieën van Sloterdijk aan de Universiteit van Keulen.

Hoewel het volkomen afwijkt van zijn oorspronkelijke droom om journalist te worden, eindigde André Schütte met de perfecte baan aan de universiteit: het bestuderen van leerprocessen en praktijken vanuit een filosofisch perspectief. Zoals hij meermaals benadrukte tijdens ons gesprek, beschouwt hij zichzelf bovenal als onderwijskundige en niet zozeer als filosoof of pedagoog. Zelf zegt hij erover: “Het is wel een beetje ironisch dat iemand die gespecialiseerd is in Peter Sloterdijk, die ons aanspoort om vooral plannen te maken, zoveel toekomstplannen heeft gehad die anders uitpakten. Sloterdijk leert ons dat alles wat we doen eigenlijk een herhaling is, maar wel een herhaling waar wij richting aan geven. Het hebben van een doel geeft ons de kans om naar perfectie te sterven. Je zou kunnen zeggen dat mijn huidige doelstelling is dat ik moet blijven leren, groeien en dus oefenen. Een leven zonder doel is zinloos, maar als je je uitsluitend focust op dat doel, zet je oogkleppen op en creëer je een tunnelvisie. Als een plan anders uitpakt, is dat niet per definitie falen. Het kan ook een deur openen naar een andere mogelijkheid.”

Tijdens het interview met André over het concept tijd, vroeg ik hem op een gegeven moment of ik nu met de man of de wetenschapper te maken had. Hij antwoordde dat het lastig is om onderscheid te maken tussen die twee: “de wetenschappelijke baan beïnvloedt hoe dan ook je persoonlijke leven en denkbeelden, dus je past je onherroepelijk aan.”
Goed. We hebben het hier over iemand met drie universitaire titels, die zelfs nog geprobeerd heeft een vierde daaraan toe te voegen, namelijk muziek. Er zijn bepaalde filosofische stromingen die een grote invloed lijken te hebben gehad op ontwikkelingen in de kunsten; zeg bijvoorbeeld “existentialisme” en iedereen roept meteen Sartre en de Beauvoir. Toen ik André vroeg naar de link tussen de kunsten en filosofie, zei hij: “Als je klassieke filosofie als een logisch systeem beschouwt, dan zou je kunnen zeggen dat tegenwoordig een groot aantal filosofen een logisch iets op een artistieke wijze proberen te presenteren. Veel filosofen, zoals Immanuel Kant, schreven puur logische teksten, en sommigen doen dat nog steeds. Maar tijdens de 19e en vooral de 20e eeuw ontdekten meer en meer filosofen dat we de wereld niet in een puur logisch kader kunnen dwingen; er is ook zoiets als een esthetische orde. De postmodernistische filosofen van de 20e eeuw gebruiken dat esthetische element: sommigen schrijven zelfs op een zeer poëtische wijze. En als we naar het concept tijd kijken in relatie tot kunst, dan zou muziek wel eens de kunstvorm kunnen zijn met de grootste mogelijkheden om heden en verleden met elkaar te verbinden. Neem sampling bijvoorbeeld, het gebruik van bestaande opnamen en kennis om iets nieuws te scheppen. Misschien is dat wel waarom ik me tot musicologie aangetrokken voelde.”
Als ik tot slot vraag of kunst ons filosofie kan leren, zegt hij gedecideerd: “nee, dat is echt een stap te ver. Kunst toont ons filosofie.” En na een korte stilte voegt hij toe: “onder andere.”

Tekst: Anne van der Heiden
Foto: Maxi Uellendahl