Culi-bioscoop

Ik vind het altijd zo gek om je vrienden meteen gedag te zeggen na een filmbeleving. Het is geweldig om de film uitgebreid na te kunnen bespreken. Wat heb je gezien? Wat zijn de onderliggende lijntjes? Wat heeft de ander gezien, wat jij nog niet ontdekt had? Ik ben erachter gekomen wat de meest ideale manier is om een culinaire bioscoop te bezoeken: eerst film en dan diner. Want, wat is er nou beter dan een filmbespreking onder het genot van een hapje eten?

FC Hyena-de kleurrijke
Filmhuis FC Hyena heeft duidelijk nagedacht over hoe een filmavond een beleving wordt die je deelt met anderen. Alles is ingericht op sociale interactie. Op het terras aan het Amsterdamse IJ, kunnen meerdere gezelschappen plaatsnemen aan groene picknickbanken waar ze 1 menukaart moeten delen. Bij koud weer kun je beter binnen eten aan een roze tafel of groene bar, zittend op een blauwe stoel of een gele barkruk. In de filmzaal kun je wegzakken op oranje stoffen banken met losse armleuningen waar je vrij mee mag schuiven zodat je lekker tegen je vrienden/partner/date kan aanliggen. Op sommige avonden wordt er zelfs in de bioscoopzaal bediend en kun je tijdens de film genieten van mooi ogende, lekkere mediterrane gerechten.
En het filmprogramma? FC Hyena heeft diverse eigen filmprogramma’s vol klassiekers en films over urgente thema’s.
FC Hyena, Aambeeldstraat 24, Amsterdam-Noord

LAB111-de verrasser
In de Amsterdamse Pijp, tussen de nette woonhuizen, is filmhuis LAB111 te vinden in het gebouw van het voormalige Pathologisch Anatomisch Laboratorium. De toegangsdeuren van het gebouw staan meestal wagenwijd open. Neonlichten en een glimmende discobal in de ontvangsthal nodigen uit om binnen een kijkje te nemen. LAB111 zit vol met verrassingen zoals een pop-up store, een flipperkast en een ruimte met de illustere naam, De Kapel, waar experimentele shortfilms worden getoond. Bar Strangelove heeft de klassieker film & pizza verder geperfectioneerd. De pizza toppings hebben ludieke namen als the good, the bad and the artichoke, en pear& loathing in Las Vegas.
En het filmprogramma? Naast het reguliere arthouse programma toont LAB111 zijn voorliefde voor wereld klassiekers.
LAB111/Bar Strangelove, Arie Biemondstraat 111, Amsterdam-West

Het Ketelhuis- voor ieder wat wils
In het Westerpark, vlakbij de Westergasfabriek, staat Het Ketelhuis. De inrichting van het restaurant wisselt industriële elementen af met, een met hout beklede muur en felrode bar. Zowel binnen als buiten hangen de posters van een breed en toegankelijk filmaanbod met een voorliefde voor Nederlandse, Europese en niet-Engelstalige films. Iedereen kan bij Het Ketelhuis terecht: filmkenners, vrienden of het hele gezin.
En het eten? Verschillende keukens en volledig vegetarisch. De sfeer van het restaurant maakt dat je de hele avond de film wilt blijven nabespreken met je vrienden.
Het Ketelhuis, Pazzanistraat 4, Amsterdam

POM Magazine Top 5 van 2022

Het einde van het jaar nadert. Een jaar waarin we na twee coronajaren eindelijk weer naar buiten mochten, althans zo voelde het voor velen. Hoog tijd voor een terugblik op al het goede dat 2022 bracht aan cultuur, literatuur, eten en muziek. Hier is de POM Magazine Top 5 van 2022.

Film
Les Olympiades van regisseur Jacques Audiard-Liefdesverwikkelingen anno nu, met in de hoofdrol het 13de arrondissement van Parijs.

Muziek
De playlists van de DJ’s van WordWideFM- Onze favorieten zijn DJ Coco Maria, DJ Tereza (grote foto) en Toshio Matsuura’s Tokyo Moon (foto onder).

Eten
Thais restaurant Khaosaan Road- Een piepklein onooglijk ingericht tentje aan de Nobelstraat in Den Haag, waar je fantastisch Thais kunt eten voor bijna niks. Vooraf reserveren is aan te raden.

Toneel
Medea van theatergroep Suburbia- Omdat je na het zien van deze gruwelijke tragedie nog steeds houdt van Jason (Stefan Rokebrand) en Medea (Charlie Chan Dagelet).

De verrassing van 2022
Een verhalenbundel op instagram van frankmlorentz. In het Duits, maar leest desondanks lekker weg. De titel? Aus dem Tagebuch einer erschöpften Unternehmerin.

Snijplank!

Als hobbykok die ooit een bijbaan in een échte keuken heeft gehad krijg ik vaak het verzoek wat mee te brengen naar het kerstdiner of zelfs het hele diner te regelen. Waarom niet. Koken doe ik graag en eten moeten we toch, zou je zeggen. Maar één kerstdiner is geen kerstdiner. Mijn schoonouders zijn ooit gescheiden en zijn ieder een nieuw gezin gestart. Met mijn eigen familie erbij zit je zo al op drie familiebezoeken: op kerstavond diner nummer één, eerste kerstdag de tweede groep en op tweede kerstdag het derde bedrijf. Aanvullend is het dan ook nog zo dat mijn, verder uiterst lieve, partner ooit besloten heeft om op 23 december geboren te worden. Je wordt bedankt Jim, denk dat volgende keer even wat beter door. Want wie zijn moeder, oma en broer een beetje kent, weet dat we niet wegkomen met ‘we vieren het dit jaar niet’. Het is een feestmaand en feest zal er gevierd worden!

Dus wat denk je, iedereen een punt slagroomtaart en klaar is Zwaan? Nee, nee, over dieetwensen hebben we het nóg niet gehad! Onze familieleden hebben bijna allemaal wel iets úít de pap te brokkelen. De één houdt niet van zoet, de ander lust geen kaas. Er is er eentje die tomaten alleen koud lust, een ander heeft een afkeer van mosterd en van kaneel. Vorig jaar hadden we een veganist, maar die lijkt elk jaar een ander dieet uit te kiezen. Paleo, raw food… we hoorden hem eerder dit jaar over een carnivorendieet…. we gaan het meemaken. Dan hebben we nog een gluten- en lactosevrij exemplaar én mag er één van de dokter op dit moment geen ui, knoflook en prei eten. Verder er is er altijd wel één aan het afvallen: de heren Montignac en Atkins, mevrouw Sonja Bakker en dokter Frank, allemaal schoven ze al eens aan. Nee, het is dan wel feest, maar of we er wel rékening mee willen houden.

Ik sta graag in de keuken en in mijn vrije tijd mag ik graag een strategisch bordspelletje spelen, maar toen ik dit jaar wéér deze organisatorische puzzel aan het leggen was, begon het lachen ons wel te vergaan. Jim keek me aan, in zijn blik een mengelmoes van vermoeidheid, tegenzin en angst, en vroeg: ‘kunnen we niet gewoon zeggen dat we dit jaar met kerst moeten werken?’
Toen viel het kwartje. Dit jaar zet ik de hele familie aan het werk. We hebben tegen iedereen gezegd dat ze op eerste kerstdag welkom zijn bij ons thuis voor een heel speciaal diner. Ze weten nog niet dat ze allemaal tegelijk van de partij zijn.

De dag voor kerst schuiven we alle meubels aan de kant en zetten we een lange rij tafels en stoelen neer. We hebben voor iedereen een snijplank gekocht bij de kringloopwinkel, deze leggen we prachtig ingepakt voor iedereen aan tafel. De decoratie is beperkt tot een mooi tafelkleed en een bubs servetten. Op eerste kerstdag slapen we uit, want we hoeven alleen het eten klaar te zetten. Iedereen krijgt een scherp mes naast de plank en een glas erbij – er mag gedronken worden. Zodra iedereen binnen is schenken we de glazen vol en pakken we de cadeautjes uit. Iedereen mag gaan zitten, het feestmaal kan beginnen. Er worden schalen vol eten neergezet. Komkommers, mango’s, avocado’s; allemaal ongeschild en ongesneden. Stukken zalm, bakken tofu. Vooruit, ik zal een omelet bakken, maar verder kook ik alleen maar een enorme pan met rijst die dag. Raad je ‘m al? Zeewier op tafel, een potje gember en een kommetje sojasaus hier en daar. Wij vieren kerst met een workshop zelf sushi maken!

Eet je vegan? Kan! Glutenvrij? Kan! Geen kaas of mosterd, geen probleem! Als het je niet smaakt kun je jezelf de schuld geven! En als je geen zin hebt om met je schoonzus te keuvelen, doe je gewoon of je helemaal opgaat in het schillen van een mango of het draaien van een maki-rolletje. Je hebt iets om handen en je mond en maag zitten vol. Bovendien scheelt het ons dagen in de keuken. Moeten we alleen even googlen hoe je ook alweer het beste sushi maakt.
En wat rest ons dan, na de vaat? Eén hele vrije kerstdag, voor onszelf alleen! Na drie kerstdiners in één kun je wel rekenen op een kleine kater, schat ik zo in. Jim zit nu al te rillen op de bank, maar ik heb er echt vertrouwen in. Dit komt goed. Voor jullie, lieve lezers, dus mijn favoriete brakke-ochtend-recept. Een familierecept uit een kinderkookboek dat niet meer in ons bezit is. Dus niet zelfbedacht, maar wel zelf uitgewerkt. En mèt gluten, lactose en tomaat. Als dat je niet aanstaat maak je maar sushi.

Olifantenhap, een recept voor twee personen

Benodigdheden:
koekenpan met deksel, mes

Ingrediënten:
– 2 boterhammen
– vloeibare margarine, een klontje boter of scheutje olie
– 2 eieren
– 2 tomaten, of beter gezegd: 8 plakken tomaat
– genoeg kaas voor 2 boterhammen, in plakjes
– naar smaak peper en zout, eventueel wat bieslook en/of peterselie

Bereidingswijze:
Verhit de boter, olie of margarine in de koekenpan op middelhoog vuur. Snijd ondertussen in het midden van de twee boterhammen een gat zo groot als een eierdooier.
Breek de twee eieren in de pan, houd de dooier heel en zorg dat ze zo ruim liggen dat je er, zodra het eiwit wit gekleurd is, de twee boterhammen overheen kunt leggen. Als je dat gedaan hebt leg je vier plakken tomaat op de boterham, verdeeld over de hoeken. De plakken tomaat stellen de olifantspoten voor, denken we. We hebben niet heel veel herinnering meer aan het originele recept.
Bedek het brood en de tomaat met plakjes kaas. Draai het vuur laag en doe een deksel op de pan. Wanneer de kaas gesmolten is, is de olifantenhap klaar, maar je kan ‘m langer bakken als je niet van een zachte dooier houdt.
Breng op smaak met peper en eventueel zout. Serveer, als je er fut voor hebt, met wat versgesneden peterselie of bieslook.
Smaakt heerlijk op de bank met een lekkere kerstfilm uit de jaren 90. Ik combineer ‘m graag met The Muppet Christmas Carol. Fijne dagen!

Illustratie: Inge Aanstoot

Inge Aanstoot- de kunstenaar en het boek

Eén van de eerste artikelen die POM Magazine publiceerde in het oprichtingsjaar 2015, was een interview met de Rotterdamse beeldend kunstenaar Inge Aanstoot. Na zo’n 10 jaar werd het weer tijd voor een nieuw interview. Ditmaal door POM Magazine’s Anna Geven die meteen haar enthousiasme over Inge’s schilderijen deelde. “Jouw werk roept iets bij me op. Wat dat nou is? Ontroering of iets anders? Ik heb dat bij veel van jouw werken”, aldus Anna. Wat was het lachende antwoord van Inge Aanstoot? “Leuk om te horen.” En ze begon over het boek te vertellen dat ze nu aan het maken is en wat er allemaal de afgelopen 10 jaar is gebeurd in haar loopbaan als beeldend kunstenaar.

door Anna Geven

Wat is er allemaal veranderd voor jou als beeldend kunstenaar sinds je vorige interview met POM Magazine in 2015?
Veel dingen zijn nog steeds hetzelfde en tegelijkertijd is er veel veranderd. Ik heb nog steeds mijn atelier bij stichting B.a.d. in Rotterdam en ik maak nog steeds het liefst groot werk op doek. Maar ik ben ook veel andere dingen gaan doen. Ik werk af en toe met fotograaf Anique Weve, onder de naam Marie Pop werken we als één kunstenaar. Verder ben ik gaan werken met potlood en gouache en af en toe maak ik een prent. Sinds ik een bijbaan heb in Den Haag bij het museum Escher in Het Paleis, ben ik weer begonnen met linosneden. Het liefst werk ik met lekker groot doek van zo’n 2 meter, ik kan het schilderen niet laten. Maar soms is het goed om stil te staan bij wat nou mijn maniertjes en trucjes zijn, door op een ander formaat te werken of met een andere techniek. Met grafiek bijvoorbeeld moet je van te voren goed bedenken wat de uitkomst moet worden. Je moet secuur en stap voor stap te werk gaan. Als iets niet helemaal klopt in mijn schilderwerk, kan ik er gewoon lekker overheen schilderen.

Je bent druk bezig een boek te maken over jouw werk. Wat heeft je doen besluiten dat helemaal zelf te gaan doen?
Mijn beste vriend, Auke Triesschijn is grafisch ontwerper. Hij houdt ervan om boeken te maken en hij gaat de vormgeving van het boek doen. Wij kennen elkaars werk heel goed en het idee om samen een boek te maken lag er al heel lang. Zijn man is de muzikant Mark Lotterman. Mark werkt met een stichting die culturele projecten ondersteund. Als stichting krijg je vaak meer voor elkaar dan in je eentje. Mark vond het tijd dat Auke en ik nu eindelijk eens dat boek gaan maken en Stichting Holland helpt daarbij. Mark zegt steeds: “Mijn rol wordt dat ik jullie de hele tijd achter de broek jaag dat je dit gaat doen.” Hij is een fantastisch klankbord.

Jijzelf zit nog steeds bij Stichting B.a.d. Wat is dat voor een stichting?
Stichting B.a.d. is een initiatief van een kunstenaarsgroep die in 1991 in het pand zijn getrokken waar ze nu nog steeds zitten. Het pand was ooit een huishoudschool en later een technische school. Het is destijds gekraakt met goedkeuring van de gemeente. Ondertussen is het pand ondergebracht bij een woningbouworganisatie die het voor een symbolisch bedrag heeft gekocht onder voorwaarde dat de groep kunstenaars erin mocht blijven. Het pand heeft 18 ateliers en 6 woningen. Verder hebben we 3 gastateliers voor kunstenaars, vaak afkomstig uit het buitenland, die een tijdje bij ons komen werken.

Het pand staat in een woonwijk in Rotterdam-Zuid. Wat vindt de buurt van jullie kunstenaarsgroep?
De gemeente wilde destijds graag dat deze groep in het pand bleef omdat we van begin af aan veel organiseerden voor de buurt. Wij waren betrokken bij de buurt en dat zijn we nog steeds. We doen veel projecten met en voor de buurt. Bijvoorbeeld, tijdens de Corona lockdown zijn we het vitrine-project gestart. Het gebouw is L-vormig. De lange zijde zit aan de straatkant en heeft veel ramen.  Als je daar naar binnen kijkt zie je alleen maar een lege gang. Van die ramen hebben we 18 vitrines gemaakt waarin werk van de B.a.d. kunstenaars getoond wordt. In de vitrines wordt zo’n zes keer per jaar een nieuwe tentoonstelling georganiseerd, soms met een groep B.a.d’ders, soms met alleen één of enkele B.a.d. leden, soms in samenwerking met kunstenaars van buitenaf. We hebben een nutteloze gevel omgetoverd tot 18 kunstplekken. Het werkt supergoed. Veel omwoners en voorbijgangers blijven staan om naar die vitrines te kijken.

Wat zijn je plannen voor de komende jaren?
Ik ben zo’n 15 jaar geleden afgestudeerd en op een gegeven moment ben je dan niet meer een jonge, beginnend beeldend kunstenaar. Ik ben nu 37 jaar, een mid-career kunstenaar zoals dat heet, en heb ondertussen wel wat bijgeleerd. Ik ben beter gaan snappen wat ik met mijn werk wil en waarom ik diverse richtingen heb uitgeprobeerd. Toen ik net afgestuurd was aan de kunstacademie, was ik veel bezig met symboliek. Alles in mijn werk moest iets betekenen, iets symboliseren. Later ben ik veel associatiever gaan werken. Ik stopte steeds vaker historische figuren in mijn schilderijen. Maar ik realiseer me nu dat de kijker een vat aan historische kennis nodig heeft om een schilderij te kunnen snappen. Hoe ik verder wil? Ik weet niet precies welke schilderijen ik allemaal ga maken maar ik heb wel het idee dat er een goede balans komt tussen deze beide uitersten.

Je gaat straks een boek uitgeven over je werk. Wat wil je met het boek bereiken?
Al het werk dat ik de laatste 15 jaar heb gemaakt komt in het boek, zo’n 270 pagina’s in full-colour. Met het boek wil ik de lezers laten zien hoe gelaagd die werken zijn. Auke en ik zijn een manier aan het ontwikkelen om zowel chronologisch als thematisch door het boek te kunnen bladeren. Je  kunt per thema, chronologisch of compleet vrij associërend door het boek gaan. Het idee is dat de lezer erachter komt dat thema’s terug te vinden zijn op meerdere van mijn werken. Soms is het bijvoorbeeld, een grappige kleine dinosaurus die steeds opduikt in schilderijen. Maar het kunnen ook grote onderwerpen zijn waaraan een terugkerend thema gekoppeld wordt zoals ongelijkheid, een historische gebeurtenis, feminisme of een verhaal over natuur. Als je daar bewust van bent ga je anders naar een schilderij kijken. Mijn schilderijen gaan over verhalen en ik hoop dat het boek mensen prikkelt en nieuwsgierig maakt om dieper in dat verhaal te duiken.

Het boek van Inge Aanstoot komt uit in April 2025 en komt tot stand via crowdfunding. Tot en met 20 December kun je het boek financieren door geld te storten via Voor De Kunst.

Een man vol verflust

Kapper en kleurspecialist Garrincha van de Utrechtse salon SIM SON, houdt van radicale haarkleurverandering, voor zichzelf en voor anderen. “Ik vind het belangrijk om als kapper mensen uit hun schulp te halen en dingen te laten doen met hun haar, die niet mogen”, legt hij uit in een interview met Klaartje Til. In dit artikel maak je kennis met de man die mensen aanmoedigt om over hun grens te gaan. Want als je kiest voor een enorme haarkleurverandering, opent er ook iets vanbinnen.

Garrincha, waar komt jouw fascinatie voor het kleuren van haar vandaan?
Ik kleur mijn haar al sinds mijn elfde jaar. Door de jaren heen heb ik gemerkt hoe mijn haar reageert op het kleuren, hoe het zich ontwikkelt en waar het niet tegen kan. Ik heb veel kennis opgedaan met het verven van mijn eigen haar. Daarom ben ik me gaan specialiseren in het kleuren van haar. Ik heb erg gevoelig haar dus ik kan als kleurspecialist wel alle haarsoorten aan, denk ik.

Waarom wilde je op zo’n jonge leeftijd al je haar verven?
Ik zag een tekenfilm waarin één van de personages rode punten in het haar had. Verder zag ik in diezelfde periode ook de videoclip van Britney Spears, Toxic, waarin ze afwisselend rood, zwart en blond haar heeft. Dat wilde ik ook. Ik heb de blauwe- en rode mascara van mijn moeder gepakt en daarmee kleurde ik mijn haren. Ze vond dat niet leuk, maar zei wel: “Als je dit echt wilt, dan kunnen we je haar gewoon op traditionele manier laten kleuren.” Diezelfde week ging ik naar de kapper en had ik rood haar (lacht).

Welke haarkleuren heb je allemaal gehad?
Er is geen kleur die ik niet heb gehad. Rood was mijn eerste kleur, toen was ik elf jaar oud. Geel heb ik ook gehad, dat is één van mijn favoriete kleuren eigenlijk. Verder paars, blauw, groen, oranje, zwart. Ik heb elke kleur van de regenboog gehad.

Wilde je van jongs af aan het kappersvak in?
Nee, vroeger wilde ik niet per se kapper worden. Ik wilde eigenlijk tekenfilms maken. Maar ik vond niet iets waar ik goed in was, en het kappersvak ging me wel goed af. Toen ben ik alsnog de kappersopleiding gaan doen. Op YouTube kwam ik een haarkleurspecialist tegen die kleurrijke dingen met haar maakt. Ik had zoiets van, wauw, wat hij doet, dat wil ik ook doen.

Jouw fascinatie ligt niet bij het kappersvak maar bij kleur en kleurrijke dingen creëren?
De passie is gaandeweg wel steeds meer naar het kappersvak toe getrokken, met name naar de creatieve kant van het vak. Het heeft een tijdje geduurd voordat ik het kappersvak leuk vond. In het begin was ik er ook slecht in. Maar bij de salon waar ik toen werkte, heb ik veel geleerd van de kleurspecialist. Ik had een hele goede leraar aan hem. Vanaf dat moment ben ik zelf ook heel veel gaan experimenteren.

Wie zijn de mensen die bij jou hun haar laten kleuren?
Alle soorten mensen. Jong, oud, creatief en commercieel. Mensen die creatieve kleuring willen hebben. Mensen die alleen hun uitgroei gedaan willen hebben of high-lights willen. Maar ik heb ook oudere dames als klant die voor knalrood of knalroze gaan. Dat zijn toch de mensen die tegen de verwachting van de maatschappij ingaan.

De haarvervende mens kunnen we niet specificeren als een bepaald soort?
Nee, eigenlijk niet. Het is de behoefte aan verandering. Voor sommige mensen staat het symbool voor rebels zijn. Dat geldt met name voor jongeren van 10 tot 18 jaar. Andere mensen doen het meer om zichzelf uit te drukken.

Wanneer iemand bij jou komt voor zijn eerste haarkleurverandering, zie je dan dat er een verandering plaats heeft gevonden bij die persoon, wanneer die later weer terugkomt?
Je merkt wel bij mensen die voor de creatievere dingen gaan, dat het iets los kan maken dat naar meer smaakt. Ik heb een klant die wilde destijds blauw haar. Ik ben in stappen haar haar gaan kleuren, en heb er eerst blauwe high-lights ingezet. En nu, 5 jaar later, komt ze nog steeds bij mij. Ze heeft al eens paarsblauw- en oranje haar gehad.

Merk je aan de verhalen die mensen vertellen dat het-smaakt-naar-meer, breder wordt getrokken?
Ik merk dat mensen die voor zo’n verandering gaan, zelfverzekerder worden. In het begin trekken ze zich de mening van anderen aan. Maar uit de persoonlijke verhalen blijkt dat mensen beter in hun vel zitten. Ze hebben lak aan de mening van anderen omdat ze zichzelf willen uitdrukken. Ik vind het heel belangrijk dat mensen zichzelf kunnen zijn, en zich kunnen uitdrukken op de manier zoals zij dat willen.

Je voelt een verplichting om mensen de gelegenheid te geven om gehoor te geven aan hun authentieke drang?
Soms knip ik kinderen die heel graag blauw of roze haar willen. Ze mogen dat niet omdat de ouders bang zijn voor de meningen van anderen. Ik vind het heel erg dat je zoiets meegeeft aan een kind. Een kind hoeft daar helemaal niet bij stil te staan. Ik probeer daar altijd een beetje doorheen te prikken. Niet alle ouders vinden dat even chill. Maar ik vind dat ik dat moet kunnen doen, als kapper zijnde.

Welke plannen en ambities heb je nog allemaal als kapper?
Ik wil zelf een kleurmethode ontwikkelen en die aan andere kappers doorgeven. Op die manier wil ik mijn liefde en passie voor het kleuren van haar, delen. Ik wil kappers op weg helpen om nog meer te creëren, grenzen te verleggen en zekerder te maken van hun werk. Ik denk dat je over het algemeen met chemicaliën, zoals haarverf en permanent, veel veranderingen in het haar kunt aanbrengen. In Japan en Zuid-Korea is permanent heel erg groot en populair. Het lijkt me geweldig om dat ook hier te doen en daarin les te geven. Over het algemeen komt permanent weinig voor in Nederland. Het wordt geassocieerd met beschadigend voor het haar en schapenkrullen. Maar in Azië zie ik een manier van werken die vernieuwend is. Dat kan een evolutie of misschien wel een revolutie worden, als dat naar het Westen komt.

Fotografie: Merel Oenema
Insta: Garrincha

Haar Metamorfose

Klaartje Til had behoefte aan iets anders. Zij liet haar goudblonde krullenbos radicaal veranderen door haarkleurspecialist Garrincha. In de Utrechtse kapsalon SIM SON liet ze de controle los en gooide alles overboord. Ze eindigde met een hoofd vol witgrijze krullen. Klaartje doet verslag van haar haartransformatie.

Op 11-jarige leeftijd heb ik een pak henna veel te lang in mijn haar laten zitten. Het doel: een mooie rode gloed over mijn haar. Het resultaat: een knaloranje kop. Sindsdien heb ik het nooit meer aangedurfd om ook maar iets aan mijn haar te doen. Maar de wil is er altijd geweest. Felblauw, rood en zelfs dreadlocks passeerden in mijn gedachten de revue. Van de mensen in mijn omgeving kreeg ik altijd de opmerking dat ik prachtig haar heb. Dat motiveerde me niet om mijn verfangst te overwinnen. Dat anderen geobsedeerd waren met mijn haar was vlijend. Maar de betovering die anderen voelden voor mijn haar, voelde ik bij het zien van meisjes en vrouwen die met waanzinnige kleurencombinaties van de kapper kwamen en hun kapsel met een enorme dosis zelfvertrouwen droegen. Als ik dan in de spiegel keek raakte ik steeds meer verveeld van mijn blond-rossige krullen, met altijd diezelfde scheiding en laagjes. De angst om weer weken rond te lopen met een mislukte haarkleur was echter hardnekkig, en stond in de weg.

Toen ik voor POM Magazine een serie artikelen ging maken over radicale haarverandering, kon ik er niet meer onderuit. Het was nu of nooit. Ik maakte een afspraak voor een interview met de kleurspecialist Garrincha in de Utrechtse kapperszaak SIM SON. Ook boekte ik meteen een afspraak bij hem voor een verfbeurt, een zilvergrijze coupe met pony. Als ik de zaak binnenstap is Garrincha nog bezig met een andere klant, een oude bekende van mij van de kunstacademie. Zij heet Tiva. Ik herinnerde me Tiva altijd met blauw haar. In plaats van wachten met pijn in mijn buik totdat het mijn beurt is, besluit ik haar een paar vragen te stellen.

Tiva wat heb je op je hoofd? Wat gebeurt er?
Ik heb een hele dikke laag verf op mijn hoofd omdat ik roze haar wil.

Verf je het vaak?
Nu niet meer zo vaak. Het is een jaar geleden dat ik het voor het laatst liet verven. Dat was ook bij Garrincha. Mijn haar werd toen wit geverfd met een paar donker- en lichtblauwe tinten erin.

Welke kleuren heb je allemaal gehad?
Toen ik nog op de kunstacademie zat, heb ik mijn haar in heel veel verschillende kleuren gehad. Ik verfde mijn haar zelf en had een doos vol met potjes kleur. Roze, paars en alle tinten blauw, ook turquoise. Ik heb een keer rood haar gehad, en alle kleuren die er een beetje tussenin zitten. Maar geen groen en oranje.

Staan groen en oranje nog op je bucketlist?
Ik weet het niet. Ik denk niet dat oranje mijn kleur is (lacht). Groen zou ik wel een keer willen. Maar het is niet een kleur waar ik meteen voor zou gaan.

Waarom verf je steeds je haar? Waarom doe je het?
Het is een soort expressie. Ik vind het leuk om er steeds weer anders uit te zien. Ik hou ervan om expressief te zijn met mijn uiterlijk en met wat ik doe. Daar is gekleurd haar een onderdeel van.

Is het elke keer weer een identiteitsverandering?
Van nature heb ik heel lichtblond haar. Als kind hoorde ik altijd: “Oh dat is zo bijzonder en mooi, daar moet je niks aan doen.” Maar ik was het zat dat iedereen dat zei. Ik heb mijn haar heel kort geknipt toen ik 16 jaar oud was. Daarna was ik om. Ik dacht toen: “Ik ben in control, dit is wat ik doe, deal ermee. Het maakt me niet uit wat je ervan vindt.” De eerste keer dat ik mijn haar kleurde, verfde ik het blauw. Ik werd constant nageroepen met het liedje van Eiffel 65, I’m blue da ba dee, da ba da. Daar moet je even doorheen, maar ik vind het verder helemaal de moeite waard.

Je haar verven komt voort uit de behoefte iets toe te eigenen?
Ja, het is een beetje toe-eigenen, tenminste zo begon het. Nu is het puur omdat ik het vet vind.

Tiva’s antwoorden zetten me aan het denken. Waarom voel ik al zo lang, de sterke behoefte om mijn haren te verven? In veel van wat Tiva zegt kan ik me vinden. Zelfexpressie, controle hebben, toe-eigening en, ach, misschien ook wel een beetje rebellie. Als Tiva met een korte, strakke pastelroze coupe en een lach van oor tot oor vertrekt, is het mijn beurt. Met vriendelijke ogen en een bos krullen waar je U tegen zegt, nodigt Garrincha me uit om plaats te nemen. Nog steeds met pijn in mijn buik, ga ik zitten. Maar na de eerste wasbeurt gebeurt er iets geks, ik begin te ontspannen. Misschien komt het door de zachtaardige uitstraling van Garrincha. Misschien door zijn provocerende vraag, “Weet je het zeker?”, terwijl hij de eerste klodder verf door mijn haren smeert. Een grap die hij vaak maakt om te relativeren maar ook een keer heel verkeerd is gevallen, vertelt hij later. Hoe dan ook, terug kan ik niet meer.

Ik heb vijf uur in die stoel gezeten en mijn haar zien veranderen van blond, naar botergeel, naar grijs en zilver, om uiteindelijk met een kapsel te eindigen waarbij ik niet kan stoppen met stralen. De vraag is nu niet meer waarom ik mijn haren heb geverfd, maar waarom ik er zo lang mee heb gewacht. Hoewel grijs een relatief veilige kleurkeuze is, voelt het als een enorme, expressieve verandering. De verveling die ik voelde bij mijn natuurlijke haarkleur, was het teken dat ik toe was aan iets nieuws en spannends. De verandering van mijn haar staat voor het ingaan van een nieuwe fase vol met creativiteit en avontuur. De verveling heeft plaatsgemaakt voor een fris en zelfverzekerd gevoel. Misschien staat mijn coupe voor hoe ik wil dat mensen mij zien. Ik ben een jong persoon, mijn haar is grijs, mijn coupe is groots, het is krullend en speels met een pony.

Fotografie: Merel Oenema
Insta: Garrincha

How to make an IMPAKT

Digitale kunst, online symposia of een virtueel feest, ze zijn sinds jaar en dag de gewoonste zaak van de wereld voor IMPAKT. Dit centrum voor mediacultuur biedt een platform voor kunstenaars die digitale kunst maken. Anke Verbeek sprak voor POM Magazine met IMPAKT directeur, Arjon Dunnewind en IMPAKT PR & Marketing, Michelle Franke.

door Anke Verbeek

Arjon, Michelle kunnen jullie uitleggen wat IMPAKT is?
IMPAKT richt zich op kunstenaars die digitale kunst maken. We bieden ze ondersteuning en een presentatieplatform. In het begin was IMPAKT alleen een festival, maar we zijn door de jaren heen steeds meer gaan doen. In 2018 zijn we verhuisd naar de Lange Nieuwstraat in Utrecht waar we een tentoonstellingsplek hebben. Daarmee is het programma dat we naast het jaarlijkse festival hebben, belangrijker geworden. We zijn uitgegroeid tot een centrum voor mediacultuur. Samen met kunstenaars, academici, journalisten en filosofen onderzoeken we op welke manier ontwikkelingen op het gebied van mediacultuur, onze maatschappij veranderen.

IMPAKT organiseert webprojecten en online exposities. Daarnaast hosten jullie lezingen en events. Hoe is het gelukt om in coronatijd nog zoveel naar buiten te brengen?
We zijn al in 2001 met de virtuele ruimte begonnen, met IMPAKT Online. Dat heeft zich doorontwikkeld in IMPAKT Channel waarop we virtuele dingen doen. In april 2021 zijn we  begonnen met IMPAKT TV. Dit is een online format dat dichter op de actualiteit van de dag zit. Door de coronamaatregelen zijn we nog intensiever bezig gegaan op IMPAKT Channel en met onze webprojecten.

Zijn er events omgezet van een fysiek format naar een online format?
Jazeker, maar niet door hetzelfde fysieke event gewoon via Zoom te laten verlopen. We hebben gekeken hoe we van een fysiek event, een nieuwe, digitale ervaring konden maken. Rondom een groot thema brengen we presentaties en kunstwerken op een interactieve manier samen. Bezoekers worden digitaal genavigeerd door onderwerpen en kunstwerken. Voor het IMPAKT Festival hebben we de festivalervaring online gebracht met het festivalportal. Daarmee kon de online bezoeker in verschillende ruimtes  van een virtueel gebouw rondlopen. In de virtuele bar kon je een digitaal drankje drinken en in de main room was de livestream te volgen. Tussendoor namen mensen je op de portal mee naar een soort IMPAKT TV, waar 24 uur iets te zien was. Hierdoor veranderde het festival in een marathonuitzending van 100 uur.

Zijn alle fysieke exposities te vertalen naar een online versie?
Dat varieert heel erg per geval. De festivaltentoonstelling Dreaming In Everywhen bijvoorbeeld, hadden we al geconcipieerd en vormgegeven voordat duidelijk werd dat we de rest van het festival helemaal online gingen doen. We hebben veel werken online gepresenteerd. Maar er was in de tentoonstelling ook een cilindervormige ruimte te zien die gevormd werd door doeken, die vanaf het plafond in de fysieke expositieruimte hingen. Daarbinnen was een bed waarop een borduurwerk lag met een reliëfachtig patroon. Het was onmogelijk om de ervaring van- op dat bed liggen met een koptelefoon en aanwezig zijn in die omsloten ruimte- naar iets digitaals te vertalen.

Biedt digitalisering andere mogelijkheden dan de fysieke presentatie?
Bij een traditioneel symposium zijn alle lezingen strak ingepland. Meestal kun je ze allemaal achterelkaar bijwonen, en soms heb je parallelsessies. Maar in het symposium, Radicalization By Design bijvoorbeeld, is de online bezoeker helemaal in-control en kun je navigeren door de vragen, onderwerpen en kunstwerken. Het publiek krijgt door het online format, de vrijheid om een eigen route te bepalen door de digitale content. We vragen vaak aan kunstenaars om iets nieuws te maken voor een online expositie. Het is niet een surrogaat van een fysieke expositie en vindt zijn waarde in de interactieve, online, niet-lineaire omgeving.

In de IMPAKT projecten zie ik dat kunstwerken, lezingen, essays en panels gecombineerd worden. Daar komen online formats ook nog eens bij. Zien jullie dat als een blijvertje na Covid?
Het oudste IMPAKT webproject hebben in 2016 gemaakt, ver voor Covid. Het was een manier om het IMPAKT festival van 2015 een soort after-life te geven. Digitale kunst is helemaal niet meer zo marginaal. Er is recent een digitaal kunstwerk verkocht voor miljoenen euro’s. Het spannende van online kunst is dat het digitaal is en dus door iedereen gekopieerd kan worden. Met de blockchain technologie kun je aantonen: fijn dat je een kopie hebt maar het leidt allemaal terug naar het origineel van mij, dus ik ben de eigenaar. Het gaat om de scheidslijn tussen enerzijds digitaal, reproduceerbaar en beschikbaar. En anderzijds, om het verlangen dat het kunstwerk uniek moet zijn en een vorm van tastbaarheid moet hebben. Dat is een interessant spanningsveld.

Heeft digitaal exposeren ook nadelen?
Het is belangrijk dat mensen zich vertrouwd voelen in het event wat je organiseert. Je moet ze activeren om zoveel mogelijk online actief en persoonlijk betrokken te zijn bij het event. Waarmee je trouwens onderling contact kunt creëren met mensen uit alle delen van de wereld. Afgelopen januari hebben we een virtual Bal Masqué georganiseerd in samenwerking met Media Art Lab Moskou. Op het bal waren online gasten aanwezig uit Nederland, Oostenrijk, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika. Dat soort samenwerkingen zijn heel makkelijk online te organiseren. Hoe jammer het ook is dat we bepaalde dingen vanwege Corona fysiek niet meer kunnen doen, we werken nu in een stimulerende, nieuwe situatie waarin een hoop dingen niet meer moeten en een heel veel nieuwe dingen kunnen.

www.impakt.nl

Simcha’s friends

Klaartje Til onderzocht, als krullenbol, het fenomeen krullenkapper en ontdekte in Amsterdam de kapsalon, Simcha & Friends. Voor POM Magazine bezocht Klaartje de salon. Zij sprak met klanten en kappers op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is het toch met krullen?

door Klaartje Til

Klant Caroline
Het is de vijfde keer dat ik bij Simcha kom. De vorige kapper knipte mijn haar ook goed maar deed niet wat ik wilde. Als ik dan zei dat ik ergens absoluut niet kort geknipt wilde worden, dan werd het toch kort geknipt. Ik had daar genoeg van. Het is moeilijk om een kapper te vinden die goed krullend haar kan knippen, dat is zeker. Ik kom hier naar aanleiding van een krantenartikel over Simcha & Friends. Het was toen moeilijk om een afspraak te maken omdat ze het zo druk hebben. Ik las dat artikel en dacht, dat wil ik ook. Toen ik hier de eerste keer was, vroeg Simcha of ik zenuwachtig was. Maar nee, ik had er alle vertrouwen in, ik voelde me goed. De haarproducten die ze hier verkopen zijn magisch. Ik föhnde mijn haar vroeger nooit. Ze hebben me hier overgehaald omdat dat wel te doen, met die haarproducten. Ik kan nog steeds niet zo goed föhnen als de kappers hier, maar het is echt fantastisch. Van een bezoek bij Simcha word ik zelfverzekerder. En met die haarproducten, nou dat doet wel wat voor je haar en voor jezelf.

Klant Daisy
Ik ben heel blij dat het nu normaler wordt dat er krullenkappers zijn. Het is gewoon een aparte tak van sport. Dit is de eerste keer dat ik bij Simcha & Friends ben. Als ik ergens voor het eerst kom doe ik wel mijn huiswerk. Ik ga niet blind naar een kapper zonder dat ik weet of het goed staat aangeschreven. Ik heb een krantenartikel gelezen over Simcha. En op social media gekeken, waar je een klant vóór en na een knipbeurt ziet. Daaruit kon ik wel opmaken dat ze hier wel weten wat ze doen, als het op krullen aankomt.

Toen ik een jaar of dertien was had ik heel kort haar dat erg krulde. Ik zat in de wachtkamer met mijn opa bij de orthodontist. Ik weet nog dat daar een jongetje zat met zijn moeder. Hij zei tegen zijn moeder, dat meisje heeft echt een zwarte pietenpruik. Misschien dat ik onbewust daarom mijn krullen ook niet leuk vond. Het was eind jaren negentig, de hele zwarte pieten discussie die we nu hebben, was er toen nog niet. Mensen zeggen dat soort dingen omdat je er blijkbaar anders uitziet. Maar ik zie mezelf niet als anders.  Als tiener was ik niet blij met mijn krullen. Ik was jaloers op mensen met steil of golvend haar, dat wilde ik ook. Ik zat eens bij een kapper waar meiden waren met sluik, steil haar. Die zeiden, “Oh wat heb je mooi haar, en volumineus.” Toen pas werd ik me ervan bewust dat mijn krullen niet echt de standaard norm zijn. Ik ben mijn krullen gaan omarmen en wijs mijn krullen niet meer af.  Ik vond ze wel een last want het kost veel tijd en energie om je krullen goed te onderhouden. Je kunt niet een simpele shampoo of masker gebruiken. Ik kan niet elke dag mijn haar föhnen want dan wordt het stro. Dit was mijn eerste bezoek bij Simcha. Hoe mijn haar zit na een knipbeurt bij Simcha & Friends? Top, superblij mee!  Heel erg bedankt. Ik heb mijn haar weer terug.

Kapper Safae
Krullen knippen is niet makkelijk. Op één hoofd zitten vaak meerdere soorten krullen, die verschillen in structuur. Bij sommige mensen is dat verschil in type krul best wel groot. Dan moet je met verschillende producten gaan werken. Elke type krul op dat ene hoofd, moet weer anders geknipt worden. Krullen knippen is dus maatwerk. Golvend, krullend of kroes haar, iedere soort krul moet op een andere manier geknipt worden. Op de kappersschool krijg je niet standaard les in het knippen van krullend haar. Omdat je het niet echt leert op de kappersschool, worden veel kappers nerveus als ze krullen moet knippen. De krul is eigenwijs en valt steeds anders. Het is daarom eng om krullen te knippen. Steil haar valt vaak hetzelfde en dat is makkelijker te knippen.

Tips van Simcha voor mensen met krullen.
Het komt helemaal goed met de krullen, zeker als mensen zichzelf een beetje meer verzorging zouden gunnen. Dus ik zeg: heel goed verzorgen en vier keer per jaar een heel klein puntje eraf bij een kapper die verstand heeft van krullen. Search het internet naar geschikte kappers. Wacht net zolang met knippen tot je naar de juiste kunt gaan. Zorg dat je een kapper vindt die zelf krullen op het hoofd heeft. Laat je niet overrulen door angst en wees heel duidelijk dat je het niet te kort wilt. En vooral niet zeggen, knip er maar af wat nodig is!

Fotografie: Merel Oenema

Simcha, de krullenkeizerin

Klaartje Til zat vaak in de kappersstoel schietgebedjes te doen in de hoop dat haar krullen er niet ‘uitgeknipt’ zouden worden. De kapper vermeed ze het liefst. Ze ging hooguit maar één keer per jaar, omdat het nodig was. Tot ze ergens een paar jaar geleden in Dijon, Frankrijk, haar beste knipbeurt tot dan toe had. Na deze ervaring ging ze op onderzoek uit en ontdekte een nieuw fenomeen, de krullenkapper. Tijdens haar zoektocht maakte ze kennis met krullenspecialist Simcha, van de Amsterdamse kapperszaak, Simcha & Friends. In een interview met Klaartje vertelt Simcha over haar liefde voor krullen.

door Klaartje Til 

Simcha, wat is het toch met krullen en kappers? Waarom gaat dat vaak niet goed samen?
Als je als kapper geen krullenbol bent, weet je niet wat voor drama het kan zijn als de schaar in de krullen wordt gezet. Het is essentieel en vooral prettig voor de klant, dat je zelf ook krullen op je hoofd hebt. Of je moet er enorm verweven mee zijn en je heel graag willen specialiseren in krullen. Het is belangrijk dat je gevoel hebt voor die krullen en inlevingsvermogen om te bepalen hoe kort je wel of juist niet mag gaan. De gemiddelde krullenbol wordt altijd verknipt. Het woord verknipt is eigenlijk niet het juiste woord. Te kort geknipt is de juiste omschrijving. Een krullend haar is een spiraal, die meteen als een kurkentrekker de lucht in gaat. Aan de hand van het type krul moet je als kapper inschatten in hoeverre je die spiraal, al dan niet de lucht in wil laten gaan.

Maar er zijn in Nederland toch altijd mensen met krullend haar geweest?
Jawel, er waren altijd al heel veel krullenbollen. Maar krullend haar werd vroeger beschouwd als slordig, niet chique. Dat geldt zeker voor Afro-haar. Krullend haar is vaak nog een no-go. En ik heb zoiets van ‘embrace’ die krullen. Wat je op je hoofd aan haar hebt, daar moet je van genieten. Door de migratie zijn er in Europa veel meer soorten krullen bij gekomen. Maar in principe waren er altijd al krullen. Alleen daar werd niks mee gedaan. Ze werden volledig steil geföhnd en/of chemisch behandeld om vooral maar niet te krullen.

Wat waren jouw ervaringen met kappers, als kind?
Ik werd voortdurend te kort geknipt. Dan zei ik tegen een kapper dat ik het lang wilde houden, doe er een puntje af. Nou bij de derde knip dacht ik al, laat maar zitten. Want dan was mijn pony weer tot aan mijn voorhoofd opgesprongen. Daardoor raakte ik als kind zeer gefrustreerd over mijn krullen. Ook omdat ik in een omgeving was met kinderen die hun haar steil geborsteld kregen of vlechtjes hadden. Ik werd ook steil geföhnd bij de kapper. Dan dacht ik, waarom doe je dat? Ik heb er vreselijk uit gezien.

Toen dacht je, ik ben er klaar mee, ik word de beste kapper van de wereld?
Nou, ik weet niet of ik dat ben, maar ik wilde in ieder geval proberen iets te doen wat een ander niet kon, of niet wilde doen. Het mooiste was dat mijn vader zoiets had van- het zal wel, daar groeit ze wel overeen. Maar zo klein als ik was, ik knipte en föhnde vrienden en vriendinnen. Ik wist al vroeg, dit is wat ik wil gaan doen en ik moet zo vroeg mogelijk het kappersvak in en op reis gaan, want hier in Nederland ga ik het niet leren.

Je bent gaan reizen. Wat leerde je in het buitenland?
Ik ben eerst naar Israël gegaan. Daar begon ik in een kibboets mensen een beetje bij te knippen. Dat was lachen, gieren, brullen. Ik was 17 en deed het gewoon. Het ging eigenlijk zo goed, dat ik vond dat ik ermee aan de slag moest. Toen ben ik één van de allerbeste kapperszaken van Israël binnengelopen. Dat was een zaak waar mensen vanuit de hele wereld stonden te knippen. Ze hadden zelf ook allemaal een kop met krullen en dat was een verademing. Dat ik uit Amsterdam kwam vonden ze cool. Ze hadden zoiets van, nou laat dan maar zien wat je kan. Ik stond binnen een maand te knippen. In die zaak heb ik een hele poos gewerkt. Op een geven moment dacht ik, nou weet ik het wel. Toen ben ik verder gereisd, onder andere naar Senegal en Marokko, om me verder te verdiepen in de krul.

Jij gebruikt een geheel nieuwe techniek van krullen knippen. Wat is er zo bijzonder aan die techniek?
Het is voor mij niet nieuw, maar voor een leek wel. Een krul is een spiraal. Na het wassen droogt die iedere keer anders op. Die krul zal nooit in dezelfde vorm terugvallen. Kun je het je voorstellen? Honderdduizend spiraaltjes die je nat maakt en die de volgende dag weer anders opdrogen. Dus ik ga voor echt hele mooie symmetrische lijnen. Juist bij krullen. Daarom knippen wij ook heel steil haar. Steil haar is ook een kwestie van heel mooi, heel secuur en heel perfectionistisch belijnen. Ik ben onwaarschijnlijk perfectionistisch. Ik hou ervan dat haar een mooi verloop heeft.

Jouw zaak loopt als een trein, al 35 jaar. Komt het alleen door de techniek van krullen knippen?
Gastvrijheid is heel erg belangrijk, zorgen dat mensen relaxed zijn. Dat meisje dat ik net knipte, is een heel mooi voorbeeld. Zij vertelde dat ze haar hele leven lang werd verknipt. Ze vond het heel spannend en vroeg of ze mij foto’s mocht laten zien van de coupe die ze graag zou willen hebben. Ik heb haar uitgelegd dat iedereen een andere haarstructuur heeft. En dat ik al die krullenbollen die zij mij op foto’s liet zien, ging proberen te verwoorden in één coupe met haar haarstructuur. Ik beloofde haar: we maken iets heel moois, no stress. Ze flipte gewoon zo blij als ze was met haar coupe. “Eindelijk iemand die het begrijpt”. Dat is wat ik de hele dag hoor. Dat mensen het bijna opgeven. Als een soort mantra herhaal ik, het komt goed, no stress, ik beloof je dat het niet te kort wordt. Dan zie je dat ze zich ontspannen en verschijnt er een lach op het gezicht. Als ze omhoogkomen na het föhnen, gaan ze echt shinen of huilen. Dat is het grootste compliment. (red- bij Simcha worden mensen met krullen, geknipt en geföhnd, met hun hoofd helemaal voorover gebukt).

Het is zoveel meer als ik het zo van jou hoor, dan even haren knippen.
We zitten nu in een ruimte die ingericht is voor mensen, waarvan we het gevoel hebben dat ze rust nodig hebben. Omdat ze iets meemaken of ziek zijn. Als ze veel verdriet hebben kunnen ze hier gewoon zonder gêne hun verdriet ventileren. Onlangs had ik een klant die heel erg ziek is, ze heeft kanker. Daar helpen wij haar doorheen. Ik laat pruiken maken en knip zelf de pruik in de coupe die de klant graag wil. Ik begeleid vaste klanten die ziek worden zelf, van a tot z. Daar wil ik dan ook niets voor hebben. Dat is het echte werk, gevoel van eigenwaarde teruggeven aan deze vrouwen. Want het is geen kunst om krachtige haren en grote bossen mooi haar, te kappen en mensen blij te maken met een coupe. Nee, de kunst is om mensen die moeten overleven en hun haar verliezen, te begeleiden en gerust te stellen. En ervoor te zorgen dat ze weten: ik leg mijn hoofd letterlijk in haar handen en het gaat goed komen.

Dat is heftig en zwaar lijkt me?
Ik probeer het leuk en luchtig te maken. Ik ben Simcha, mijn naam betekent vreugde. Mensen liggen in een deuk omdat ik vaak zeg wat ik denk. Die pruiken samen doen met de klant, dat is vaak ook heel melig. En dan die dame net, die haar vriend nu uren buiten laat wachten. Ze is zo blij met haar coupe, dat ze nu ook gekleurd wil worden. Alleen hebben we op dit moment even geen plek. Maar ze blijft gewoon wachten, want ze wil het zo graag. Of het nou iemand is die hier komt om een pruik te laten maken of het is iemand die jarenlang verknipt is. Het is allebei zo mooi. Die verbazing, die emotie, het is zo prachtig.

Fotografie: Merel Oenema.

Geur!

Een geur kan je in de maling nemen: je ruikt iets, maar komt er niet op wat het is. Zulke problemen hebben we zelden met onze ogen. Moet je je voorstellen dat iemand je een vergiet laat zien, en dat je dan zegt: “Oh, zo’n eh… is het een hoedje? Nee, een steelpan? Het komt wel uit de keuken, volgens mij… Puntje van m’n tong!” De neus werkt anders, geur is een wonderlijk iets.

door Zwaantje van Klaveren

Een geur kan een berg aan herinneringen opwekken: het zogenaamde ‘madeleinemoment’ van de Franse schrijver Marcel Proust. Ik had zelf zo’n ervaring jaren geleden, in een oude boerderij langs de snelweg tussen Rotterdam en Delft, tijdens een zoektocht naar meer werkruimte. De eerste keer dat ik er binnenkwam en de plavuizen rook, stond ik ineens in het voormalige woonhuis van mijn oom en tante. Ik kon me hun hele woning voor de geest halen: de hoekbank en de haard, de kapstok in de hal, van de schommel in de tuin tot de keramieken knoflookpot op het aanrecht. Logeerpartijtjes bij mijn nicht, discolampen knutselen op de zolderkamer van mijn neef, alles stond me binnen een seconde helder voor de geest. En dat allemaal dankzij de geur van een vloer! Een kwartiertje later betraden we overigens een kamer dat waarschijnlijk jarenlang een hondenkraamkamer was geweest, ondanks het hoogpolig tapijt. Heel andere herinneringen drongen zich op: mijn eerste kater, een benedenwindse fietstocht langs een slachthuis…

Er zijn geuren die je associeert met iets waar het in wezen niets mee te maken heeft. Bij het Rotterdamse metrostation Maashaven ruikt het altijd naar versgebakken roomboterspritsen, al ruik je technisch gezien waarschijnlijk het bakken van ontbijtgranen in de naastgelegen fabriek. En soms kun je je wel half herinneren hoe iets ruikt, wetende dat je het meteen zult herkennen áls je het ruikt, maar toch niet precies meer weten hoe die geur was tot ‘ie zich aandient. De geur van pubers, bijvoorbeeld.
Je denkt meteen aan een combinatie van vieze sokken, klotsende oksels, vergeten deodorant doch een overdaad aan aftershave. Als iemand zegt dat het ergens naar de kleedkamer van een gymzaal op een middelbare school rook, heb je er meteen een idee bij. Pukkels en feromonen. En toch weet je pas echt weer wat de geur van een bende pubers is als zo’n roedel riekende tieners ineens langs je loopt.
Ik was onlangs in het Stedelijk Museum Schiedam. Terwijl ik de verhalen, voorwerpen en kunstwerken in me opnam was de geur ineens daar. En, hoe toepasselijk, bij de tentoonstelling ‘Familie’- ik dacht even dat er een performance begon. Een hele klas geurende hormoonbommen stormde door de museumzalen. Na de gymles in de kleedkamer met je eerste sport-bh lopen klooien, stiekem sigaretten roken in je tussenuur, naar de buurtsuper voor chips en andere vette broodvervangers, eeuwige vriendschap en liefdesverdriet. Nog voor ik ze zag dacht ik het al: oh ja, zó ruikt de puberteit.

De volgende ochtend zwom ik mijn wekelijkse baantjes in het zwembad om de hoek. Ik denk dat het de geurencombinatie moet zijn geweest van opdrogend haar, zwembadwater en verwarmde sportruimte, maar wellicht zit het ‘m in iets anders. Hoe dan ook: na het zwemmen, tijdens het aankleden, ruikt het altijd naar roze koeken. In welk zwembad dan ook. Ik ben niet de enige die dat vindt: mijn zusje associeert de geur van ik-ben-net-wezen-zwemmen óók met roze koeken. Na de zwemles mochten we altijd iets uit de automaat kiezen, u raadt al waar de voorkeur meestal naar uitging.
Ik sloeg een handdoek om mijn schouders en pakte mijn tas uit mijn kluisje. Terwijl ik het borgmuntje opborg werd ik ineens omringd door een groep drijfnatte basisschoolkinderen. Ze dribbelden achter een meester op blauwe plastic overschoentjes aan. Ik kon geen kant op. Aan de overkant van de gang stond een mevrouw in badpak. Droog nog, zij wilde van de kleedhokjes veilig oversteken naar de kluisjes. Hoe groot zijn die schoolklassen tegenwoordig?
Terwijl de kinderen giebelend langsglibberden, wist ik mezelf ertussen te wringen en belandde naast de mevrouw. “Ik wacht nog even,” zei ze lachend, “tot het overstekend wild voorbij is”. Ik vroeg me af hoeveel jaar het zou duren voordat deze kinderen ineens naar ontwikkelende zweetklieren zouden ruiken. Ruiken zwemmende pubers eigenlijk wel naar roze koeken? De snoepautomaat bij de uitgang had geen roze koeken, wel spritsen. Mmm, smells like Maashaven!