Bezield of niet?

Wij leven in een wereld waarin we meer en meer versmelten met de dingen om ons heen. En daarom wordt de vraag naar methodes om de ziel van objecten te bepalen, steeds groter. Waarom? Misschien om onze onafhankelijkheid te bewaken als mens, of misschien om empathie te tonen voor de spullen die we ontwerpen, produceren en gebruiken. Ontwerper en onderzoeker Judith Dörrenbächer beschrijft in haar boek, “Beseelte Dinge-Design aus Perspektive der Animismus”, een zoektocht naar manieren om de ziel van een object te definiëren, zodat we de grensvervaging tussen mens en ding beter kunnen herkennen. Bert van der Zee sprak met Judith Dörrenbächer over de rol die is weggelegd voor ontwerpers als het gaat om grensbewaking.

Vanwaar die interesse voor techno-animisme?
Vandaag de dag nemen objecten veel beslissingen voor ons. Ze zijn verbonden met andere objecten, ze leren, ze voelen – ze hebben eigenschappen die voorheen alleen mensen hadden. Aan de andere kant verliezen objecten weerstand doordat tastbare grenzen simpelweg oplossen. Het is niet meer zo duidelijk waar een object begint en onze barrière eindigt of andersom. Objecten passen zich aan ons gedrag aan, ze leren om aan onze wensen of aan de wensen van de bedrijven die ze ontwerpen, te voldoen. Bovendien beïnvloeden ze ons gedrag zonder dat we het doorhebben. Daar komt nog eens bij dat deze objecten onderling nauw verbonden zijn. Ze zijn onderdeel van iets groters, een soort ‘internet van dingen’. Ze vormen als het ware een nieuw ecosysteem. Iets leeft in die objecten, iets dat ze quasi-levend maakt.

Wat heeft animisme hiermee te maken?
We vinden in deze technologische ontwikkeling kenmerken terug waarvan wij, moderne mensen, altijd dachten dat alleen inheemse volkeren dat doen, zoals het praten tegen dingen. Maar tegenwoordig praat iedereen tegen dingen en zwaait iedereen naar dingen om een interactie met ze aan te gaan. Dit is gedrag waarvan moderne mensen zich ooit distantieerden door te zeggen: wij zijn rationeel, wij zijn volwassen, we geloven niet dat dingen een ziel hebben. Dus aan de ene kant vinden we onszelf heel modern, een high-tech maatschappij. Aan de andere kant gedragen we ons pre-modern. Dat contrast boeit me. De toekomst en het verleden versmelten. Tegelijkertijd besef ik dat het best wel lastig is voor mensen om eigenwaarde te ontwikkelen, omdat de grens tussen mens en technologie vervaagt. Wat ooit een tastbare tegenhanger was, is nu een ongrijpbaar object. Dit fenomeen doet me denken aan iets dat in animisme theorieën, ‘magisch denken’ genoemd wordt. Animisme, magie en betovering zijn met elkaar verweven.

Kunt u een voorbeeld geven van magisch denken?
Daarvoor verwijs ik graag naar de psycholoog Jean Piaget. In zijn beschrijving van de vroege ontwikkeling van het kind, stelt hij dat jonge kinderen niet in staat zijn om een onderscheid te maken tussen zichzelf en de buitenwereld. Wanneer kinderen hun ogen dicht doen denken ze dat de wereld verdwijnt. Of ze denken dat de maan hun volgt wanneer ze rondlopen. Jonge kinderen denken dat hun eigen gedachten en hun gedrag de buitenwereld beïnvloeden. Ze zijn zich in beperkte mate bewust van de scheidslijn tussen zichzelf en de wereld om zich heen. Jean Piaget noemde dit ‘magisch denken’. Hedendaagse technologie bekrachtigt dit verschijnsel op een nieuwe manier. Met slimme contactlenzen kun je in de toekomst de buitenwereld besturen door bijvoorbeeld een paar keer te knipperen met je ogen. En wanneer dit soort brein-computer interactie alledaagser wordt, zullen je boodschappen misschien wel aan huis afgeleverd worden, alleen maar door eraan te denken. Dit soort technologie werkt magisch denken in de hand. Maar hoe bewaken we onze eigenwaarde in een omgeving waarin technologie zich moeiteloos aan onze wensen aanpast? Misschien hebben we een nieuwe vorm van verzet nodig, weerstand. We moeten gaan nadenken over methodes waarmee we de grenzen tussen onszelf en de buitenwereld, tussen onszelf en de technologie die ons omgeeft, kunnen bewaken.

Grensbewaking met behulp van weerstand?
Ja, weerstand ontstaat bijvoorbeeld in een systeem dat opzettelijk met fouten ontworpen is. Wanneer gebruikelijke processen verstoord worden, zal een object zich meer als een tegenhanger uiten. Hetzelfde geldt voor een transparanter systeem dat laat zien wat er daadwerkelijk gebeurt tussen de gebruiker en het systeem. Transparantie laat zien dat de interactie niet magisch is. Vooropgezette fouten en transparantie vormen een weerstand die afstand creëert tussen gebruiker en technologie. Deze afstand is kennelijk nodig om kritisch en zelfbewust te blijven.

Dus weerstand kan integraal in een product ontworpen worden?
Weerstand kun je ook ervaren in experimenten met fysieke interactie tussen mens en object. Dit soort experimenten richt zich bijvoorbeeld op het imiteren van een object om er bewust empathie voor te krijgen. Hierdoor identificeer je een object als iets dat los staat van jou, want je kunt alleen empathie hebben voor iets dat anders is dan jijzelf. Het zou mooi zijn om deze bevindingen te verleggen naar de technologische wereld. Misschien helpt het ons om meer empathie te voelen voor de technologie om ons heen, en helpt het ons tegelijkertijd om gepaste afstand te bewaren.

Wat rest ons? Hoe ziet u dit voor u?
Wel, we hebben te doen met twee perspectieven: het technologisch optimistische en het technologisch pessimistische perspectief. Het pessimistische perspectief zegt: ‘we raken onze controle kwijt omdat objecten de macht krijgen over ons, we zijn geen subjecten meer, maar de objecten worden subjecten, help! De wereld op zijn kop, nu zijn wij passieve objecten!’ Het optimistische vertrekpunt gaat er vanuit dat technologie ons helpt om betere mensen te worden doordat we iets aan onszelf toevoegen. Ik ben niet geïnteresseerd in één van beide perspectieven [sic]. Ik vind dat we grenzen nodig hebben tussen mens en technologie om zelfbewustzijn in stand te houden. Maar in plaats van vasthouden aan het oude onderscheid tussen autonoom subject en het passieve object, denk ik dat we moeten onderhandelen over deze grenzen, zodat er nieuwe scheidslijnen ontstaan. Ik ben erg geïnteresseerd in experimentele en artistieke methoden die je helpen te onderhandelen tussen jezelf en het andere. Hierdoor blijf je bewust van jezelf en je eigenwaarde.

Waarom is het belangrijk dat mensen zich definiëren ten opzichte van objecten?
Het is belangrijk om autonoom te blijven denken en je terug te kunnen trekken uit je omgeving. Je kunt je alleen verantwoordelijk voelen wanneer je duidelijk voelt wie je bent en voelt dat je de mogelijkheid hebt om dingen te beïnvloeden. Dat maakt ons anders dan onze technologie. Wij maken ethische beslissingen, onze smartphone niet. Ik vind het interessant om te zien hoe we onze eigenwaarde en ons menselijke bewustzijn kunnen behouden, terwijl alles om ons heen zo quasi-menselijk is. Hoe bewaken we onze scheidslijnen? Hoe ontwerpen we nieuwe grenzen? We moeten toewerken naar een nieuw begrip van het mens-zijn, en naar een nieuw begrip van het object, want beide zijn aan het veranderen.

Tekst en interview: Bert van der Zee

Spannende toneelpremières  

Vanaf februari 2023 gaan een aantal klassieke toneelstukken in Nederland in première en aansluitend zijn ze te zien in diverse theaters in Nederland en België. Het zijn bijna allemaal klassiekers maar met een spannend kantje. Lees in deze editie van Speels waarom ze spannend zijn.

Coriolanus (Shakespeare)
Regie: Nina Spijkers
Gezelschap: Het Nationale Theater
Spannend: generaal Coriolanus is een vrouw.
Waar: diverse theaters in Nederland
Wanneer: 14 februari t/m 7 april 2023

My First Tragedy: Iphigeneia (Euripides)
Regie: Mart van Berckel en Angela Herenda
Gezelschap: NNT en Club Guy & Roni
Spannend: dans, spel en slagwerk laten je de essentie van het verhaal voelen.
Waar: diverse theaters in Nederland
Wanneer: 16 februari t/m 13 april 2023

Jane Eyre (Charlotte Brontë)
Regie: Eline Arbo
Gezelschap: National Theatret Oslo
Spannend: Eline Arbo (foto) verrast altijd met haar openhartige en onverwachte toneelregie.
Waar: Internationaal Theater Amsterdam
Wanneer: 24 en 25 februari 2023

Fotografie: Kurt van der Elst

Culi-bioscoop

Ik vind het altijd zo gek om je vrienden meteen gedag te zeggen na een filmbeleving. Het is geweldig om de film uitgebreid na te kunnen bespreken. Wat heb je gezien? Wat zijn de onderliggende lijntjes? Wat heeft de ander gezien, wat jij nog niet ontdekt had? Ik ben erachter gekomen wat de meest ideale manier is om een culinaire bioscoop te bezoeken: eerst film en dan diner. Want, wat is er nou beter dan een filmbespreking onder het genot van een hapje eten?

FC Hyena-de kleurrijke
Filmhuis FC Hyena heeft duidelijk nagedacht over hoe een filmavond een beleving wordt die je deelt met anderen. Alles is ingericht op sociale interactie. Op het terras aan het Amsterdamse IJ, kunnen meerdere gezelschappen plaatsnemen aan groene picknickbanken waar ze 1 menukaart moeten delen. Bij koud weer kun je beter binnen eten aan een roze tafel of groene bar, zittend op een blauwe stoel of een gele barkruk. In de filmzaal kun je wegzakken op oranje stoffen banken met losse armleuningen waar je vrij mee mag schuiven zodat je lekker tegen je vrienden/partner/date kan aanliggen. Op sommige avonden wordt er zelfs in de bioscoopzaal bediend en kun je tijdens de film genieten van mooi ogende, lekkere mediterrane gerechten.
En het filmprogramma? FC Hyena heeft diverse eigen filmprogramma’s vol klassiekers en films over urgente thema’s.
FC Hyena, Aambeeldstraat 24, Amsterdam-Noord

LAB111-de verrasser
In de Amsterdamse Pijp, tussen de nette woonhuizen, is filmhuis LAB111 te vinden in het gebouw van het voormalige Pathologisch Anatomisch Laboratorium. De toegangsdeuren van het gebouw staan meestal wagenwijd open. Neonlichten en een glimmende discobal in de ontvangsthal nodigen uit om binnen een kijkje te nemen. LAB111 zit vol met verrassingen zoals een pop-up store, een flipperkast en een ruimte met de illustere naam, De Kapel, waar experimentele shortfilms worden getoond. Bar Strangelove heeft de klassieker film & pizza verder geperfectioneerd. De pizza toppings hebben ludieke namen als the good, the bad and the artichoke, en pear& loathing in Las Vegas.
En het filmprogramma? Naast het reguliere arthouse programma toont LAB111 zijn voorliefde voor wereld klassiekers.
LAB111/Bar Strangelove, Arie Biemondstraat 111, Amsterdam-West

Het Ketelhuis- voor ieder wat wils
In het Westerpark, vlakbij de Westergasfabriek, staat Het Ketelhuis. De inrichting van het restaurant wisselt industriële elementen af met, een met hout beklede muur en felrode bar. Zowel binnen als buiten hangen de posters van een breed en toegankelijk filmaanbod met een voorliefde voor Nederlandse, Europese en niet-Engelstalige films. Iedereen kan bij Het Ketelhuis terecht: filmkenners, vrienden of het hele gezin.
En het eten? Verschillende keukens en volledig vegetarisch. De sfeer van het restaurant maakt dat je de hele avond de film wilt blijven nabespreken met je vrienden.
Het Ketelhuis, Pazzanistraat 4, Amsterdam

POM Magazine Top 5 van 2022

Het einde van het jaar nadert. Een jaar waarin we na twee coronajaren eindelijk weer naar buiten mochten, althans zo voelde het voor velen. Hoog tijd voor een terugblik op al het goede dat 2022 bracht aan cultuur, literatuur, eten en muziek. Hier is de POM Magazine Top 5 van 2022.

Film
Les Olympiades van regisseur Jacques Audiard-Liefdesverwikkelingen anno nu, met in de hoofdrol het 13de arrondissement van Parijs.

Muziek
De playlists van de DJ’s van WordWideFM- Onze favorieten zijn DJ Coco Maria, DJ Tereza (grote foto) en Toshio Matsuura’s Tokyo Moon (foto onder).

Eten
Thais restaurant Khaosaan Road- Een piepklein onooglijk ingericht tentje aan de Nobelstraat in Den Haag, waar je fantastisch Thais kunt eten voor bijna niks. Vooraf reserveren is aan te raden.

Toneel
Medea van theatergroep Suburbia- Omdat je na het zien van deze gruwelijke tragedie nog steeds houdt van Jason (Stefan Rokebrand) en Medea (Charlie Chan Dagelet).

De verrassing van 2022
Een verhalenbundel op instagram van frankmlorentz. In het Duits, maar leest desondanks lekker weg. De titel? Aus dem Tagebuch einer erschöpften Unternehmerin.

Snijplank!

Als hobbykok die ooit een bijbaan in een échte keuken heeft gehad krijg ik vaak het verzoek wat mee te brengen naar het kerstdiner of zelfs het hele diner te regelen. Waarom niet. Koken doe ik graag en eten moeten we toch, zou je zeggen. Maar één kerstdiner is geen kerstdiner. Mijn schoonouders zijn ooit gescheiden en zijn ieder een nieuw gezin gestart. Met mijn eigen familie erbij zit je zo al op drie familiebezoeken: op kerstavond diner nummer één, eerste kerstdag de tweede groep en op tweede kerstdag het derde bedrijf. Aanvullend is het dan ook nog zo dat mijn, verder uiterst lieve, partner ooit besloten heeft om op 23 december geboren te worden. Je wordt bedankt Jim, denk dat volgende keer even wat beter door. Want wie zijn moeder, oma en broer een beetje kent, weet dat we niet wegkomen met ‘we vieren het dit jaar niet’. Het is een feestmaand en feest zal er gevierd worden!

Dus wat denk je, iedereen een punt slagroomtaart en klaar is Zwaan? Nee, nee, over dieetwensen hebben we het nóg niet gehad! Onze familieleden hebben bijna allemaal wel iets úít de pap te brokkelen. De één houdt niet van zoet, de ander lust geen kaas. Er is er eentje die tomaten alleen koud lust, een ander heeft een afkeer van mosterd en van kaneel. Vorig jaar hadden we een veganist, maar die lijkt elk jaar een ander dieet uit te kiezen. Paleo, raw food… we hoorden hem eerder dit jaar over een carnivorendieet…. we gaan het meemaken. Dan hebben we nog een gluten- en lactosevrij exemplaar én mag er één van de dokter op dit moment geen ui, knoflook en prei eten. Verder er is er altijd wel één aan het afvallen: de heren Montignac en Atkins, mevrouw Sonja Bakker en dokter Frank, allemaal schoven ze al eens aan. Nee, het is dan wel feest, maar of we er wel rékening mee willen houden.

Ik sta graag in de keuken en in mijn vrije tijd mag ik graag een strategisch bordspelletje spelen, maar toen ik dit jaar wéér deze organisatorische puzzel aan het leggen was, begon het lachen ons wel te vergaan. Jim keek me aan, in zijn blik een mengelmoes van vermoeidheid, tegenzin en angst, en vroeg: ‘kunnen we niet gewoon zeggen dat we dit jaar met kerst moeten werken?’
Toen viel het kwartje. Dit jaar zet ik de hele familie aan het werk. We hebben tegen iedereen gezegd dat ze op eerste kerstdag welkom zijn bij ons thuis voor een heel speciaal diner. Ze weten nog niet dat ze allemaal tegelijk van de partij zijn.

De dag voor kerst schuiven we alle meubels aan de kant en zetten we een lange rij tafels en stoelen neer. We hebben voor iedereen een snijplank gekocht bij de kringloopwinkel, deze leggen we prachtig ingepakt voor iedereen aan tafel. De decoratie is beperkt tot een mooi tafelkleed en een bubs servetten. Op eerste kerstdag slapen we uit, want we hoeven alleen het eten klaar te zetten. Iedereen krijgt een scherp mes naast de plank en een glas erbij – er mag gedronken worden. Zodra iedereen binnen is schenken we de glazen vol en pakken we de cadeautjes uit. Iedereen mag gaan zitten, het feestmaal kan beginnen. Er worden schalen vol eten neergezet. Komkommers, mango’s, avocado’s; allemaal ongeschild en ongesneden. Stukken zalm, bakken tofu. Vooruit, ik zal een omelet bakken, maar verder kook ik alleen maar een enorme pan met rijst die dag. Raad je ‘m al? Zeewier op tafel, een potje gember en een kommetje sojasaus hier en daar. Wij vieren kerst met een workshop zelf sushi maken!

Eet je vegan? Kan! Glutenvrij? Kan! Geen kaas of mosterd, geen probleem! Als het je niet smaakt kun je jezelf de schuld geven! En als je geen zin hebt om met je schoonzus te keuvelen, doe je gewoon of je helemaal opgaat in het schillen van een mango of het draaien van een maki-rolletje. Je hebt iets om handen en je mond en maag zitten vol. Bovendien scheelt het ons dagen in de keuken. Moeten we alleen even googlen hoe je ook alweer het beste sushi maakt.
En wat rest ons dan, na de vaat? Eén hele vrije kerstdag, voor onszelf alleen! Na drie kerstdiners in één kun je wel rekenen op een kleine kater, schat ik zo in. Jim zit nu al te rillen op de bank, maar ik heb er echt vertrouwen in. Dit komt goed. Voor jullie, lieve lezers, dus mijn favoriete brakke-ochtend-recept. Een familierecept uit een kinderkookboek dat niet meer in ons bezit is. Dus niet zelfbedacht, maar wel zelf uitgewerkt. En mèt gluten, lactose en tomaat. Als dat je niet aanstaat maak je maar sushi.

Olifantenhap, een recept voor twee personen

Benodigdheden:
koekenpan met deksel, mes

Ingrediënten:
– 2 boterhammen
– vloeibare margarine, een klontje boter of scheutje olie
– 2 eieren
– 2 tomaten, of beter gezegd: 8 plakken tomaat
– genoeg kaas voor 2 boterhammen, in plakjes
– naar smaak peper en zout, eventueel wat bieslook en/of peterselie

Bereidingswijze:
Verhit de boter, olie of margarine in de koekenpan op middelhoog vuur. Snijd ondertussen in het midden van de twee boterhammen een gat zo groot als een eierdooier.
Breek de twee eieren in de pan, houd de dooier heel en zorg dat ze zo ruim liggen dat je er, zodra het eiwit wit gekleurd is, de twee boterhammen overheen kunt leggen. Als je dat gedaan hebt leg je vier plakken tomaat op de boterham, verdeeld over de hoeken. De plakken tomaat stellen de olifantspoten voor, denken we. We hebben niet heel veel herinnering meer aan het originele recept.
Bedek het brood en de tomaat met plakjes kaas. Draai het vuur laag en doe een deksel op de pan. Wanneer de kaas gesmolten is, is de olifantenhap klaar, maar je kan ‘m langer bakken als je niet van een zachte dooier houdt.
Breng op smaak met peper en eventueel zout. Serveer, als je er fut voor hebt, met wat versgesneden peterselie of bieslook.
Smaakt heerlijk op de bank met een lekkere kerstfilm uit de jaren 90. Ik combineer ‘m graag met The Muppet Christmas Carol. Fijne dagen!

Illustratie: Inge Aanstoot

Inge Aanstoot- de kunstenaar en het boek

Eén van de eerste artikelen die POM Magazine publiceerde in het oprichtingsjaar 2015, was een interview met de Rotterdamse beeldend kunstenaar Inge Aanstoot. Na zo’n 10 jaar werd het weer tijd voor een nieuw interview. Ditmaal door POM Magazine’s Anna Geven die meteen haar enthousiasme over Inge’s schilderijen deelde. “Jouw werk roept iets bij me op. Wat dat nou is? Ontroering of iets anders? Ik heb dat bij veel van jouw werken”, aldus Anna. Wat was het lachende antwoord van Inge Aanstoot? “Leuk om te horen.” En ze begon over het boek te vertellen dat ze nu aan het maken is en wat er allemaal de afgelopen 10 jaar is gebeurd in haar loopbaan als beeldend kunstenaar.

door Anna Geven

Wat is er allemaal veranderd voor jou als beeldend kunstenaar sinds je vorige interview met POM Magazine in 2015?
Veel dingen zijn nog steeds hetzelfde en tegelijkertijd is er veel veranderd. Ik heb nog steeds mijn atelier bij stichting B.a.d. in Rotterdam en ik maak nog steeds het liefst groot werk op doek. Maar ik ben ook veel andere dingen gaan doen. Ik werk af en toe met fotograaf Anique Weve, onder de naam Marie Pop werken we als één kunstenaar. Verder ben ik gaan werken met potlood en gouache en af en toe maak ik een prent. Sinds ik een bijbaan heb in Den Haag bij het museum Escher in Het Paleis, ben ik weer begonnen met linosneden. Het liefst werk ik met lekker groot doek van zo’n 2 meter, ik kan het schilderen niet laten. Maar soms is het goed om stil te staan bij wat nou mijn maniertjes en trucjes zijn, door op een ander formaat te werken of met een andere techniek. Met grafiek bijvoorbeeld moet je van te voren goed bedenken wat de uitkomst moet worden. Je moet secuur en stap voor stap te werk gaan. Als iets niet helemaal klopt in mijn schilderwerk, kan ik er gewoon lekker overheen schilderen.

Je bent druk bezig een boek te maken over jouw werk. Wat heeft je doen besluiten dat helemaal zelf te gaan doen?
Mijn beste vriend, Auke Triesschijn is grafisch ontwerper. Hij houdt ervan om boeken te maken en hij gaat de vormgeving van het boek doen. Wij kennen elkaars werk heel goed en het idee om samen een boek te maken lag er al heel lang. Zijn man is de muzikant Mark Lotterman. Mark werkt met een stichting die culturele projecten ondersteund. Als stichting krijg je vaak meer voor elkaar dan in je eentje. Mark vond het tijd dat Auke en ik nu eindelijk eens dat boek gaan maken en Stichting Holland helpt daarbij. Mark zegt steeds: “Mijn rol wordt dat ik jullie de hele tijd achter de broek jaag dat je dit gaat doen.” Hij is een fantastisch klankbord.

Jijzelf zit nog steeds bij Stichting B.a.d. Wat is dat voor een stichting?
Stichting B.a.d. is een initiatief van een kunstenaarsgroep die in 1991 in het pand zijn getrokken waar ze nu nog steeds zitten. Het pand was ooit een huishoudschool en later een technische school. Het is destijds gekraakt met goedkeuring van de gemeente. Ondertussen is het pand ondergebracht bij een woningbouworganisatie die het voor een symbolisch bedrag heeft gekocht onder voorwaarde dat de groep kunstenaars erin mocht blijven. Het pand heeft 18 ateliers en 6 woningen. Verder hebben we 3 gastateliers voor kunstenaars, vaak afkomstig uit het buitenland, die een tijdje bij ons komen werken.

Het pand staat in een woonwijk in Rotterdam-Zuid. Wat vindt de buurt van jullie kunstenaarsgroep?
De gemeente wilde destijds graag dat deze groep in het pand bleef omdat we van begin af aan veel organiseerden voor de buurt. Wij waren betrokken bij de buurt en dat zijn we nog steeds. We doen veel projecten met en voor de buurt. Bijvoorbeeld, tijdens de Corona lockdown zijn we het vitrine-project gestart. Het gebouw is L-vormig. De lange zijde zit aan de straatkant en heeft veel ramen.  Als je daar naar binnen kijkt zie je alleen maar een lege gang. Van die ramen hebben we 18 vitrines gemaakt waarin werk van de B.a.d. kunstenaars getoond wordt. In de vitrines wordt zo’n zes keer per jaar een nieuwe tentoonstelling georganiseerd, soms met een groep B.a.d’ders, soms met alleen één of enkele B.a.d. leden, soms in samenwerking met kunstenaars van buitenaf. We hebben een nutteloze gevel omgetoverd tot 18 kunstplekken. Het werkt supergoed. Veel omwoners en voorbijgangers blijven staan om naar die vitrines te kijken.

Wat zijn je plannen voor de komende jaren?
Ik ben zo’n 15 jaar geleden afgestudeerd en op een gegeven moment ben je dan niet meer een jonge, beginnend beeldend kunstenaar. Ik ben nu 37 jaar, een mid-career kunstenaar zoals dat heet, en heb ondertussen wel wat bijgeleerd. Ik ben beter gaan snappen wat ik met mijn werk wil en waarom ik diverse richtingen heb uitgeprobeerd. Toen ik net afgestuurd was aan de kunstacademie, was ik veel bezig met symboliek. Alles in mijn werk moest iets betekenen, iets symboliseren. Later ben ik veel associatiever gaan werken. Ik stopte steeds vaker historische figuren in mijn schilderijen. Maar ik realiseer me nu dat de kijker een vat aan historische kennis nodig heeft om een schilderij te kunnen snappen. Hoe ik verder wil? Ik weet niet precies welke schilderijen ik allemaal ga maken maar ik heb wel het idee dat er een goede balans komt tussen deze beide uitersten.

Je gaat straks een boek uitgeven over je werk. Wat wil je met het boek bereiken?
Al het werk dat ik de laatste 15 jaar heb gemaakt komt in het boek, zo’n 270 pagina’s in full-colour. Met het boek wil ik de lezers laten zien hoe gelaagd die werken zijn. Auke en ik zijn een manier aan het ontwikkelen om zowel chronologisch als thematisch door het boek te kunnen bladeren. Je  kunt per thema, chronologisch of compleet vrij associërend door het boek gaan. Het idee is dat de lezer erachter komt dat thema’s terug te vinden zijn op meerdere van mijn werken. Soms is het bijvoorbeeld, een grappige kleine dinosaurus die steeds opduikt in schilderijen. Maar het kunnen ook grote onderwerpen zijn waaraan een terugkerend thema gekoppeld wordt zoals ongelijkheid, een historische gebeurtenis, feminisme of een verhaal over natuur. Als je daar bewust van bent ga je anders naar een schilderij kijken. Mijn schilderijen gaan over verhalen en ik hoop dat het boek mensen prikkelt en nieuwsgierig maakt om dieper in dat verhaal te duiken.

Het boek van Inge Aanstoot komt uit in April 2025 en komt tot stand via crowdfunding. Tot en met 20 December kun je het boek financieren door geld te storten via Voor De Kunst.

Een man vol verflust

Kapper en kleurspecialist Garrincha van de Utrechtse salon SIM SON, houdt van radicale haarkleurverandering, voor zichzelf en voor anderen. “Ik vind het belangrijk om als kapper mensen uit hun schulp te halen en dingen te laten doen met hun haar, die niet mogen”, legt hij uit in een interview met Klaartje Til. In dit artikel maak je kennis met de man die mensen aanmoedigt om over hun grens te gaan. Want als je kiest voor een enorme haarkleurverandering, opent er ook iets vanbinnen.

Garrincha, waar komt jouw fascinatie voor het kleuren van haar vandaan?
Ik kleur mijn haar al sinds mijn elfde jaar. Door de jaren heen heb ik gemerkt hoe mijn haar reageert op het kleuren, hoe het zich ontwikkelt en waar het niet tegen kan. Ik heb veel kennis opgedaan met het verven van mijn eigen haar. Daarom ben ik me gaan specialiseren in het kleuren van haar. Ik heb erg gevoelig haar dus ik kan als kleurspecialist wel alle haarsoorten aan, denk ik.

Waarom wilde je op zo’n jonge leeftijd al je haar verven?
Ik zag een tekenfilm waarin één van de personages rode punten in het haar had. Verder zag ik in diezelfde periode ook de videoclip van Britney Spears, Toxic, waarin ze afwisselend rood, zwart en blond haar heeft. Dat wilde ik ook. Ik heb de blauwe- en rode mascara van mijn moeder gepakt en daarmee kleurde ik mijn haren. Ze vond dat niet leuk, maar zei wel: “Als je dit echt wilt, dan kunnen we je haar gewoon op traditionele manier laten kleuren.” Diezelfde week ging ik naar de kapper en had ik rood haar (lacht).

Welke haarkleuren heb je allemaal gehad?
Er is geen kleur die ik niet heb gehad. Rood was mijn eerste kleur, toen was ik elf jaar oud. Geel heb ik ook gehad, dat is één van mijn favoriete kleuren eigenlijk. Verder paars, blauw, groen, oranje, zwart. Ik heb elke kleur van de regenboog gehad.

Wilde je van jongs af aan het kappersvak in?
Nee, vroeger wilde ik niet per se kapper worden. Ik wilde eigenlijk tekenfilms maken. Maar ik vond niet iets waar ik goed in was, en het kappersvak ging me wel goed af. Toen ben ik alsnog de kappersopleiding gaan doen. Op YouTube kwam ik een haarkleurspecialist tegen die kleurrijke dingen met haar maakt. Ik had zoiets van, wauw, wat hij doet, dat wil ik ook doen.

Jouw fascinatie ligt niet bij het kappersvak maar bij kleur en kleurrijke dingen creëren?
De passie is gaandeweg wel steeds meer naar het kappersvak toe getrokken, met name naar de creatieve kant van het vak. Het heeft een tijdje geduurd voordat ik het kappersvak leuk vond. In het begin was ik er ook slecht in. Maar bij de salon waar ik toen werkte, heb ik veel geleerd van de kleurspecialist. Ik had een hele goede leraar aan hem. Vanaf dat moment ben ik zelf ook heel veel gaan experimenteren.

Wie zijn de mensen die bij jou hun haar laten kleuren?
Alle soorten mensen. Jong, oud, creatief en commercieel. Mensen die creatieve kleuring willen hebben. Mensen die alleen hun uitgroei gedaan willen hebben of high-lights willen. Maar ik heb ook oudere dames als klant die voor knalrood of knalroze gaan. Dat zijn toch de mensen die tegen de verwachting van de maatschappij ingaan.

De haarvervende mens kunnen we niet specificeren als een bepaald soort?
Nee, eigenlijk niet. Het is de behoefte aan verandering. Voor sommige mensen staat het symbool voor rebels zijn. Dat geldt met name voor jongeren van 10 tot 18 jaar. Andere mensen doen het meer om zichzelf uit te drukken.

Wanneer iemand bij jou komt voor zijn eerste haarkleurverandering, zie je dan dat er een verandering plaats heeft gevonden bij die persoon, wanneer die later weer terugkomt?
Je merkt wel bij mensen die voor de creatievere dingen gaan, dat het iets los kan maken dat naar meer smaakt. Ik heb een klant die wilde destijds blauw haar. Ik ben in stappen haar haar gaan kleuren, en heb er eerst blauwe high-lights ingezet. En nu, 5 jaar later, komt ze nog steeds bij mij. Ze heeft al eens paarsblauw- en oranje haar gehad.

Merk je aan de verhalen die mensen vertellen dat het-smaakt-naar-meer, breder wordt getrokken?
Ik merk dat mensen die voor zo’n verandering gaan, zelfverzekerder worden. In het begin trekken ze zich de mening van anderen aan. Maar uit de persoonlijke verhalen blijkt dat mensen beter in hun vel zitten. Ze hebben lak aan de mening van anderen omdat ze zichzelf willen uitdrukken. Ik vind het heel belangrijk dat mensen zichzelf kunnen zijn, en zich kunnen uitdrukken op de manier zoals zij dat willen.

Je voelt een verplichting om mensen de gelegenheid te geven om gehoor te geven aan hun authentieke drang?
Soms knip ik kinderen die heel graag blauw of roze haar willen. Ze mogen dat niet omdat de ouders bang zijn voor de meningen van anderen. Ik vind het heel erg dat je zoiets meegeeft aan een kind. Een kind hoeft daar helemaal niet bij stil te staan. Ik probeer daar altijd een beetje doorheen te prikken. Niet alle ouders vinden dat even chill. Maar ik vind dat ik dat moet kunnen doen, als kapper zijnde.

Welke plannen en ambities heb je nog allemaal als kapper?
Ik wil zelf een kleurmethode ontwikkelen en die aan andere kappers doorgeven. Op die manier wil ik mijn liefde en passie voor het kleuren van haar, delen. Ik wil kappers op weg helpen om nog meer te creëren, grenzen te verleggen en zekerder te maken van hun werk. Ik denk dat je over het algemeen met chemicaliën, zoals haarverf en permanent, veel veranderingen in het haar kunt aanbrengen. In Japan en Zuid-Korea is permanent heel erg groot en populair. Het lijkt me geweldig om dat ook hier te doen en daarin les te geven. Over het algemeen komt permanent weinig voor in Nederland. Het wordt geassocieerd met beschadigend voor het haar en schapenkrullen. Maar in Azië zie ik een manier van werken die vernieuwend is. Dat kan een evolutie of misschien wel een revolutie worden, als dat naar het Westen komt.

Fotografie: Merel Oenema
Insta: Garrincha

Haar Metamorfose

Klaartje Til had behoefte aan iets anders. Zij liet haar goudblonde krullenbos radicaal veranderen door haarkleurspecialist Garrincha. In de Utrechtse kapsalon SIM SON liet ze de controle los en gooide alles overboord. Ze eindigde met een hoofd vol witgrijze krullen. Klaartje doet verslag van haar haartransformatie.

Op 11-jarige leeftijd heb ik een pak henna veel te lang in mijn haar laten zitten. Het doel: een mooie rode gloed over mijn haar. Het resultaat: een knaloranje kop. Sindsdien heb ik het nooit meer aangedurfd om ook maar iets aan mijn haar te doen. Maar de wil is er altijd geweest. Felblauw, rood en zelfs dreadlocks passeerden in mijn gedachten de revue. Van de mensen in mijn omgeving kreeg ik altijd de opmerking dat ik prachtig haar heb. Dat motiveerde me niet om mijn verfangst te overwinnen. Dat anderen geobsedeerd waren met mijn haar was vlijend. Maar de betovering die anderen voelden voor mijn haar, voelde ik bij het zien van meisjes en vrouwen die met waanzinnige kleurencombinaties van de kapper kwamen en hun kapsel met een enorme dosis zelfvertrouwen droegen. Als ik dan in de spiegel keek raakte ik steeds meer verveeld van mijn blond-rossige krullen, met altijd diezelfde scheiding en laagjes. De angst om weer weken rond te lopen met een mislukte haarkleur was echter hardnekkig, en stond in de weg.

Toen ik voor POM Magazine een serie artikelen ging maken over radicale haarverandering, kon ik er niet meer onderuit. Het was nu of nooit. Ik maakte een afspraak voor een interview met de kleurspecialist Garrincha in de Utrechtse kapperszaak SIM SON. Ook boekte ik meteen een afspraak bij hem voor een verfbeurt, een zilvergrijze coupe met pony. Als ik de zaak binnenstap is Garrincha nog bezig met een andere klant, een oude bekende van mij van de kunstacademie. Zij heet Tiva. Ik herinnerde me Tiva altijd met blauw haar. In plaats van wachten met pijn in mijn buik totdat het mijn beurt is, besluit ik haar een paar vragen te stellen.

Tiva wat heb je op je hoofd? Wat gebeurt er?
Ik heb een hele dikke laag verf op mijn hoofd omdat ik roze haar wil.

Verf je het vaak?
Nu niet meer zo vaak. Het is een jaar geleden dat ik het voor het laatst liet verven. Dat was ook bij Garrincha. Mijn haar werd toen wit geverfd met een paar donker- en lichtblauwe tinten erin.

Welke kleuren heb je allemaal gehad?
Toen ik nog op de kunstacademie zat, heb ik mijn haar in heel veel verschillende kleuren gehad. Ik verfde mijn haar zelf en had een doos vol met potjes kleur. Roze, paars en alle tinten blauw, ook turquoise. Ik heb een keer rood haar gehad, en alle kleuren die er een beetje tussenin zitten. Maar geen groen en oranje.

Staan groen en oranje nog op je bucketlist?
Ik weet het niet. Ik denk niet dat oranje mijn kleur is (lacht). Groen zou ik wel een keer willen. Maar het is niet een kleur waar ik meteen voor zou gaan.

Waarom verf je steeds je haar? Waarom doe je het?
Het is een soort expressie. Ik vind het leuk om er steeds weer anders uit te zien. Ik hou ervan om expressief te zijn met mijn uiterlijk en met wat ik doe. Daar is gekleurd haar een onderdeel van.

Is het elke keer weer een identiteitsverandering?
Van nature heb ik heel lichtblond haar. Als kind hoorde ik altijd: “Oh dat is zo bijzonder en mooi, daar moet je niks aan doen.” Maar ik was het zat dat iedereen dat zei. Ik heb mijn haar heel kort geknipt toen ik 16 jaar oud was. Daarna was ik om. Ik dacht toen: “Ik ben in control, dit is wat ik doe, deal ermee. Het maakt me niet uit wat je ervan vindt.” De eerste keer dat ik mijn haar kleurde, verfde ik het blauw. Ik werd constant nageroepen met het liedje van Eiffel 65, I’m blue da ba dee, da ba da. Daar moet je even doorheen, maar ik vind het verder helemaal de moeite waard.

Je haar verven komt voort uit de behoefte iets toe te eigenen?
Ja, het is een beetje toe-eigenen, tenminste zo begon het. Nu is het puur omdat ik het vet vind.

Tiva’s antwoorden zetten me aan het denken. Waarom voel ik al zo lang, de sterke behoefte om mijn haren te verven? In veel van wat Tiva zegt kan ik me vinden. Zelfexpressie, controle hebben, toe-eigening en, ach, misschien ook wel een beetje rebellie. Als Tiva met een korte, strakke pastelroze coupe en een lach van oor tot oor vertrekt, is het mijn beurt. Met vriendelijke ogen en een bos krullen waar je U tegen zegt, nodigt Garrincha me uit om plaats te nemen. Nog steeds met pijn in mijn buik, ga ik zitten. Maar na de eerste wasbeurt gebeurt er iets geks, ik begin te ontspannen. Misschien komt het door de zachtaardige uitstraling van Garrincha. Misschien door zijn provocerende vraag, “Weet je het zeker?”, terwijl hij de eerste klodder verf door mijn haren smeert. Een grap die hij vaak maakt om te relativeren maar ook een keer heel verkeerd is gevallen, vertelt hij later. Hoe dan ook, terug kan ik niet meer.

Ik heb vijf uur in die stoel gezeten en mijn haar zien veranderen van blond, naar botergeel, naar grijs en zilver, om uiteindelijk met een kapsel te eindigen waarbij ik niet kan stoppen met stralen. De vraag is nu niet meer waarom ik mijn haren heb geverfd, maar waarom ik er zo lang mee heb gewacht. Hoewel grijs een relatief veilige kleurkeuze is, voelt het als een enorme, expressieve verandering. De verveling die ik voelde bij mijn natuurlijke haarkleur, was het teken dat ik toe was aan iets nieuws en spannends. De verandering van mijn haar staat voor het ingaan van een nieuwe fase vol met creativiteit en avontuur. De verveling heeft plaatsgemaakt voor een fris en zelfverzekerd gevoel. Misschien staat mijn coupe voor hoe ik wil dat mensen mij zien. Ik ben een jong persoon, mijn haar is grijs, mijn coupe is groots, het is krullend en speels met een pony.

Fotografie: Merel Oenema
Insta: Garrincha

How to make an IMPAKT

Digitale kunst, online symposia of een virtueel feest, ze zijn sinds jaar en dag de gewoonste zaak van de wereld voor IMPAKT. Dit centrum voor mediacultuur biedt een platform voor kunstenaars die digitale kunst maken. Anke Verbeek sprak voor POM Magazine met IMPAKT directeur, Arjon Dunnewind en IMPAKT PR & Marketing, Michelle Franke.

door Anke Verbeek

Arjon, Michelle kunnen jullie uitleggen wat IMPAKT is?
IMPAKT richt zich op kunstenaars die digitale kunst maken. We bieden ze ondersteuning en een presentatieplatform. In het begin was IMPAKT alleen een festival, maar we zijn door de jaren heen steeds meer gaan doen. In 2018 zijn we verhuisd naar de Lange Nieuwstraat in Utrecht waar we een tentoonstellingsplek hebben. Daarmee is het programma dat we naast het jaarlijkse festival hebben, belangrijker geworden. We zijn uitgegroeid tot een centrum voor mediacultuur. Samen met kunstenaars, academici, journalisten en filosofen onderzoeken we op welke manier ontwikkelingen op het gebied van mediacultuur, onze maatschappij veranderen.

IMPAKT organiseert webprojecten en online exposities. Daarnaast hosten jullie lezingen en events. Hoe is het gelukt om in coronatijd nog zoveel naar buiten te brengen?
We zijn al in 2001 met de virtuele ruimte begonnen, met IMPAKT Online. Dat heeft zich doorontwikkeld in IMPAKT Channel waarop we virtuele dingen doen. In april 2021 zijn we  begonnen met IMPAKT TV. Dit is een online format dat dichter op de actualiteit van de dag zit. Door de coronamaatregelen zijn we nog intensiever bezig gegaan op IMPAKT Channel en met onze webprojecten.

Zijn er events omgezet van een fysiek format naar een online format?
Jazeker, maar niet door hetzelfde fysieke event gewoon via Zoom te laten verlopen. We hebben gekeken hoe we van een fysiek event, een nieuwe, digitale ervaring konden maken. Rondom een groot thema brengen we presentaties en kunstwerken op een interactieve manier samen. Bezoekers worden digitaal genavigeerd door onderwerpen en kunstwerken. Voor het IMPAKT Festival hebben we de festivalervaring online gebracht met het festivalportal. Daarmee kon de online bezoeker in verschillende ruimtes  van een virtueel gebouw rondlopen. In de virtuele bar kon je een digitaal drankje drinken en in de main room was de livestream te volgen. Tussendoor namen mensen je op de portal mee naar een soort IMPAKT TV, waar 24 uur iets te zien was. Hierdoor veranderde het festival in een marathonuitzending van 100 uur.

Zijn alle fysieke exposities te vertalen naar een online versie?
Dat varieert heel erg per geval. De festivaltentoonstelling Dreaming In Everywhen bijvoorbeeld, hadden we al geconcipieerd en vormgegeven voordat duidelijk werd dat we de rest van het festival helemaal online gingen doen. We hebben veel werken online gepresenteerd. Maar er was in de tentoonstelling ook een cilindervormige ruimte te zien die gevormd werd door doeken, die vanaf het plafond in de fysieke expositieruimte hingen. Daarbinnen was een bed waarop een borduurwerk lag met een reliëfachtig patroon. Het was onmogelijk om de ervaring van- op dat bed liggen met een koptelefoon en aanwezig zijn in die omsloten ruimte- naar iets digitaals te vertalen.

Biedt digitalisering andere mogelijkheden dan de fysieke presentatie?
Bij een traditioneel symposium zijn alle lezingen strak ingepland. Meestal kun je ze allemaal achterelkaar bijwonen, en soms heb je parallelsessies. Maar in het symposium, Radicalization By Design bijvoorbeeld, is de online bezoeker helemaal in-control en kun je navigeren door de vragen, onderwerpen en kunstwerken. Het publiek krijgt door het online format, de vrijheid om een eigen route te bepalen door de digitale content. We vragen vaak aan kunstenaars om iets nieuws te maken voor een online expositie. Het is niet een surrogaat van een fysieke expositie en vindt zijn waarde in de interactieve, online, niet-lineaire omgeving.

In de IMPAKT projecten zie ik dat kunstwerken, lezingen, essays en panels gecombineerd worden. Daar komen online formats ook nog eens bij. Zien jullie dat als een blijvertje na Covid?
Het oudste IMPAKT webproject hebben in 2016 gemaakt, ver voor Covid. Het was een manier om het IMPAKT festival van 2015 een soort after-life te geven. Digitale kunst is helemaal niet meer zo marginaal. Er is recent een digitaal kunstwerk verkocht voor miljoenen euro’s. Het spannende van online kunst is dat het digitaal is en dus door iedereen gekopieerd kan worden. Met de blockchain technologie kun je aantonen: fijn dat je een kopie hebt maar het leidt allemaal terug naar het origineel van mij, dus ik ben de eigenaar. Het gaat om de scheidslijn tussen enerzijds digitaal, reproduceerbaar en beschikbaar. En anderzijds, om het verlangen dat het kunstwerk uniek moet zijn en een vorm van tastbaarheid moet hebben. Dat is een interessant spanningsveld.

Heeft digitaal exposeren ook nadelen?
Het is belangrijk dat mensen zich vertrouwd voelen in het event wat je organiseert. Je moet ze activeren om zoveel mogelijk online actief en persoonlijk betrokken te zijn bij het event. Waarmee je trouwens onderling contact kunt creëren met mensen uit alle delen van de wereld. Afgelopen januari hebben we een virtual Bal Masqué georganiseerd in samenwerking met Media Art Lab Moskou. Op het bal waren online gasten aanwezig uit Nederland, Oostenrijk, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika. Dat soort samenwerkingen zijn heel makkelijk online te organiseren. Hoe jammer het ook is dat we bepaalde dingen vanwege Corona fysiek niet meer kunnen doen, we werken nu in een stimulerende, nieuwe situatie waarin een hoop dingen niet meer moeten en een heel veel nieuwe dingen kunnen.

www.impakt.nl

Simcha’s friends

Klaartje Til onderzocht, als krullenbol, het fenomeen krullenkapper en ontdekte in Amsterdam de kapsalon, Simcha & Friends. Voor POM Magazine bezocht Klaartje de salon. Zij sprak met klanten en kappers op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is het toch met krullen?

door Klaartje Til

Klant Caroline
Het is de vijfde keer dat ik bij Simcha kom. De vorige kapper knipte mijn haar ook goed maar deed niet wat ik wilde. Als ik dan zei dat ik ergens absoluut niet kort geknipt wilde worden, dan werd het toch kort geknipt. Ik had daar genoeg van. Het is moeilijk om een kapper te vinden die goed krullend haar kan knippen, dat is zeker. Ik kom hier naar aanleiding van een krantenartikel over Simcha & Friends. Het was toen moeilijk om een afspraak te maken omdat ze het zo druk hebben. Ik las dat artikel en dacht, dat wil ik ook. Toen ik hier de eerste keer was, vroeg Simcha of ik zenuwachtig was. Maar nee, ik had er alle vertrouwen in, ik voelde me goed. De haarproducten die ze hier verkopen zijn magisch. Ik föhnde mijn haar vroeger nooit. Ze hebben me hier overgehaald omdat dat wel te doen, met die haarproducten. Ik kan nog steeds niet zo goed föhnen als de kappers hier, maar het is echt fantastisch. Van een bezoek bij Simcha word ik zelfverzekerder. En met die haarproducten, nou dat doet wel wat voor je haar en voor jezelf.

Klant Daisy
Ik ben heel blij dat het nu normaler wordt dat er krullenkappers zijn. Het is gewoon een aparte tak van sport. Dit is de eerste keer dat ik bij Simcha & Friends ben. Als ik ergens voor het eerst kom doe ik wel mijn huiswerk. Ik ga niet blind naar een kapper zonder dat ik weet of het goed staat aangeschreven. Ik heb een krantenartikel gelezen over Simcha. En op social media gekeken, waar je een klant vóór en na een knipbeurt ziet. Daaruit kon ik wel opmaken dat ze hier wel weten wat ze doen, als het op krullen aankomt.

Toen ik een jaar of dertien was had ik heel kort haar dat erg krulde. Ik zat in de wachtkamer met mijn opa bij de orthodontist. Ik weet nog dat daar een jongetje zat met zijn moeder. Hij zei tegen zijn moeder, dat meisje heeft echt een zwarte pietenpruik. Misschien dat ik onbewust daarom mijn krullen ook niet leuk vond. Het was eind jaren negentig, de hele zwarte pieten discussie die we nu hebben, was er toen nog niet. Mensen zeggen dat soort dingen omdat je er blijkbaar anders uitziet. Maar ik zie mezelf niet als anders.  Als tiener was ik niet blij met mijn krullen. Ik was jaloers op mensen met steil of golvend haar, dat wilde ik ook. Ik zat eens bij een kapper waar meiden waren met sluik, steil haar. Die zeiden, “Oh wat heb je mooi haar, en volumineus.” Toen pas werd ik me ervan bewust dat mijn krullen niet echt de standaard norm zijn. Ik ben mijn krullen gaan omarmen en wijs mijn krullen niet meer af.  Ik vond ze wel een last want het kost veel tijd en energie om je krullen goed te onderhouden. Je kunt niet een simpele shampoo of masker gebruiken. Ik kan niet elke dag mijn haar föhnen want dan wordt het stro. Dit was mijn eerste bezoek bij Simcha. Hoe mijn haar zit na een knipbeurt bij Simcha & Friends? Top, superblij mee!  Heel erg bedankt. Ik heb mijn haar weer terug.

Kapper Safae
Krullen knippen is niet makkelijk. Op één hoofd zitten vaak meerdere soorten krullen, die verschillen in structuur. Bij sommige mensen is dat verschil in type krul best wel groot. Dan moet je met verschillende producten gaan werken. Elke type krul op dat ene hoofd, moet weer anders geknipt worden. Krullen knippen is dus maatwerk. Golvend, krullend of kroes haar, iedere soort krul moet op een andere manier geknipt worden. Op de kappersschool krijg je niet standaard les in het knippen van krullend haar. Omdat je het niet echt leert op de kappersschool, worden veel kappers nerveus als ze krullen moet knippen. De krul is eigenwijs en valt steeds anders. Het is daarom eng om krullen te knippen. Steil haar valt vaak hetzelfde en dat is makkelijker te knippen.

Tips van Simcha voor mensen met krullen.
Het komt helemaal goed met de krullen, zeker als mensen zichzelf een beetje meer verzorging zouden gunnen. Dus ik zeg: heel goed verzorgen en vier keer per jaar een heel klein puntje eraf bij een kapper die verstand heeft van krullen. Search het internet naar geschikte kappers. Wacht net zolang met knippen tot je naar de juiste kunt gaan. Zorg dat je een kapper vindt die zelf krullen op het hoofd heeft. Laat je niet overrulen door angst en wees heel duidelijk dat je het niet te kort wilt. En vooral niet zeggen, knip er maar af wat nodig is!

Fotografie: Merel Oenema