Susanna Inglada

De Spaanse beeldend kunstenaar, Susanna Inglada, woont en werkt al een tijdje in Nederland. Samen met haar zoontje woont ze in Amsterdam en exposeert ze haar werk overal ter wereld. Susanna transformeert figuratieve tekeningen tot driedimensionale sculpturen. Haar installaties lijken te zweven in een expositieruimte en hebben een donkere ondertoon. In een interview vertelt Susanna over deze ondertoon en de onderliggende inspiratiebronnen.

door Anna Geven

In jouw projecten gebruik je realisme en symbolisme, en speel je met dimensies. Waarom gebruik je zoveel aspecten?
Tijdens het creatieproces denk ik altijd aan het verhaal. Dat kan gebaseerd zijn op een persoonlijke ervaring of iets wat in onze maatschappij is gebeurd. Alle inzichten en emoties stop ik direct in een werk zonder vooraf schetsen te maken. Zo verlies ik niet de energie van al die emoties, gedachten en ideeën. Voorheen waren de personen in mijn werk altijd te zien in kleding die hoort bij hun rol in de maatschappij. Maar onlangs heb ik in Parijs een werk geëxposeerd met naakte personen. Ze zijn gewikkeld in een lange haarvlecht. Het werk is geïnspireerd op moederschap en een jeugdherinnering aan mijn grootmoeder. In haar dorp was het de gewoonte dat vrouwen lang haar hadden tot ze gingen trouwen. Zodra ze getrouwd waren knipten ze hun haren kort. Dat heeft mijn oma ook gedaan. Ze bewaarde het haar in een grote vlecht. Deze vlecht is voor mij een symbool. Het staat voor het verlies van vrijheid en voor kwetsbaarheid. Ik heb geprobeerd dat te vertalen in de installatie, The Fit. In dit werk heeft de vlecht een dubbele betekenis omdat het ook op een navelstreng lijkt. De personages tuimelen over elkaar heen en het is niet duidelijk of ze daarvan genieten of dat het een worsteling is.

Welke rol speelt de kijker in je werk?
Ik vind het belangrijk dat mijn installaties toeschouwers aantrekken en omringen met vragen. De hoofdpersonen brengen het werk tot leven door de kijkers te confronteren. Op deze manier worden kijkers op hun beurt hoofdrolspelers.

Je hebt gestudeerd aan diverse kunstacademies o.a. in Rome, Groningen en Rotterdam. Maar je wilde ook acteur worden en je hebt een toneelopleiding gedaan in Barcelona. Gebruik je jouw acteerervaring in je kunstwerken?
Het theater komt terug in de gebaren en uitdrukkingen van de personages die ik teken. Iedere expositieruimte is voor mij als een toneelpodium waar ik mijn rekwisieten en acteurs plaats, en werk toon dat soms speciaal voor die ruimte is gemaakt.

Soms meen ik boosheid te bespeuren in je werk. Is boosheid voor jou een inspiratiebron?
De aanleiding voor mijn werk is vaak een gebeurtenis in onze samenleving die ik niet begrijp. Het roept bij mij emoties op die ik wil onderzoeken om antwoorden te vinden. Voordat ik naar Rome ging om daar te studeren schreven de kranten over de verkrachting van een jonge vrouw in Spanje en hoe de rechtbank deze zaak afhandelde. In Rome bezocht ik prachtige beeldhouwwerken van Bernini o.a. De verkrachting van Proserpina en Apollo & Daphne. Schitterende beeldhouwwerken over verkrachting. Ik was geschokt hoe vrouwen werden afgebeeld in deze werken, al die romantiek. Ik besloot een installatie te maken die net zulke handen laat zien als de handen in Bernini’s, De verkrachting van Proserpina. Ik heb de handen opgeblazen tot enorme proporties. Het werden monsterlijke handen en ik heb ze een beetje misvormd om ze kracht te ontnemen.

Wijs je in je werk naar de verantwoordelijken die dit aanrichten?
Ik denk niet dat ik naar iemand wijs, ik wil een universeel verhaal laten zien. De personages in mijn werk hebben ook nooit een gezicht met specifieke trekken of kenmerken. Ik hou ze liever algemeen zodat ze universeel worden. De problemen waar ik het over heb zijn niet specifiek voor een bepaalde locatie maar komen overal voor. Ik verwacht niet van kijkers dat ze na het zien van mijn werk tot actie overgaan om dingen te veranderen. Maar ik vind het fijn wanneer ze bij zichzelf vragen gaan stellen over de onderwerpen die ik in mijn werk laat zien. Ik wil de kijker confronteren met de issues waar we vandaag de dag mee te maken hebben, en waaraan we soms te weinig aandacht besteden.

Zijn er nog andere inspiratiebronnen die je creatieproces voeden?
Ik ben erachter gekomen dat het inspirerend is om andere ambachten te gebruiken voor mijn werk. Ik stap dan uit mijn comfortzone en plotseling komt er iets nieuws uit. Op dit moment werk ik met keramiek, textiel en animatie. Normaal maak ik tekeningen vol verhalen die met elkaar communiceren. Werken met animatie is anders, want je hebt te maken met een tijdsframe en een scherm. Werken met textiel betekent naalden en naaien. Het biedt allemaal nieuwe mogelijkheden.

Je woont al een tijdje in Nederland. Is de Nederlandse cultuur een inspiratiebron voor je werk?
In Nederland ben ik me ervan bewust dat ik uit een andere cultuur kom. Ik bekijk Spanje nu van een afstand en ik heb werk gemaakt dat geïnspireerd is op deze reflectie. De kunstscene in Nederland is inspirerend. Ik heb veel boeiende kunstenaars ontmoet en mooie opdrachten mogen doen. Natuurlijk zijn plaatselijke ontwikkelingen van invloed op mijn werk. Als ik niet in Nederland zou zijn, zou ik niet het werk maken dat ik nu maak.

Wat is je volgende project?
Deze zomer staat een grote sculptuur van mij op de Drentse biënnale, Into Nature. Het is speciaal voor deze locatie gemaakt en is gebaseerd op de lokale geschiedenis en de lokale volksverhalen. Er komt dit jaar een solo show in Tarragona, Spanje. En ik ben bezig met de voorbereidingen van een expositie in Galerie Maurits van de Laar in Den Haag. In 2024, doe ik een art-residency in Duitsland en Marokko. Dus een druk schema vol leuke projecten.

Zomer 2023

De zomer is in volle gang, de vakanties komen eraan, het is tijd om erop uit te trekken. Weg uit de grote stad, naar buiten, op zoek naar cultuur en onderweg lekker eten. Hier zijn wat tips voor de zomer van 2023.

Almere, Flevoland
Suburbia timmert al een tijdje aan de weg. Deze zomer komt deze toneelgroep uit Almere met maar liefst twee nieuwe toneelproducties die allebei te zien zijn op locatie in Almere.

We moeten iets met het landje
In deze verzonnen familiegeschiedenis maken een broer en een zus uit een welgestelde familie, ruzie om de erfenis: het landje. Het is een twist over de grote vragen van onze tijd: Hoe gaan we om met de aarde? Hoe leven we samen? Komen we er nog uit met elkaar? Kan natuur bestaan zonder de mens?
Van 12 t/m/ 29 juli, Den Uylpark, Almere.

Tom op de boerderij 
Dit liefdesdrama van de Frans-Canadese auteur Michel Marc Bouchard is voor het eerst in Nederland te zien, in Almere. Tom is in diepe rouw omdat zijn vriend is overleden. Aan de vooravond van de begrafenis maakt hij voor het eerst kennis met de familie van zijn vriend. In het beklemmende isolement van de boerderij waar de familie woont, ontvouwt zich een complex en gevaarlijk spel van strijd en geheimen.
Van 21 juni t/m 30 juli 2023, Stadsboerderij Almere.

Grou, Friesland
Een diner (je spreekt het uit als daainer) is een soort eettentje dat een kruising is tussen een wegrestaurant en een snackbar. Het komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten waar je ze vindt langs de autobanen. Oorspronkelijk zaten diners in uitgerangeerde treinrijtuigen en dat is in de VS vaak nog het geval. In Nederland kun je een echte diner vinden aan de A32, tussen Heerenveen en Leeuwarden, in het Friese plaatsje Grou. Eigenaar Bartele koos geen oude treinwagon maar een voormalig treinstationnetje. Hij heeft een tijd in Indonesië gewoond en dat kun je goed merken aan de menukaart. Naast burgers en hotdogs kun je smullen van Aziatische lekkernijen.
Bartele’s Diner, Stationsweg 37, Grou.

Eelde, Drenthe
Toneelgroep Jan Vos schuwt actuele maatschappelijke thema’s niet. Hun nieuwe project, WIND, is een komedie over de energietransitie. Het zit vol ongelukkige politieke keuzes met grote gevolgen voor de bewoners van een klein dorp waar eerst turf werd gestoken en daarna gas omhoog werd gepompt. De emoties lopen hoog op als de inwoners te horen krijgen dat op hun grondgebied een windmolenpark komt.
Van 6 juli t/m 22 juli, Kijkboerderij t Hoogeveld, Eelde.

Drouwen, Drenthe
Dit jaar vindt in de Drentse gemeente, Borger-Odoorn, de biënnale Into Nature plaats. Deze biënnale is één grote tentoonstelling in het Drentse landschap. Wandelend of fietsend kun je sculpturen, installaties, films, animaties en tekeningen van zo’n 15 internationaal vooraanstaande kunstenaar bekijken.
Van 29 juli t/m 29 oktober, Schoolstraat 10, Drouwen.

Luca Tichelman

Luca Tichelman maakt werk dat moeilijk te vangen is in één woord. Is het film, is het theater of is het video? Zij creëert als het ware een apart medium waarin ze een zoektocht laat zien. In een interview met Anke Verbeek vertelt Luca over deze zoektocht en legt ze uit hoe restricties haar vrijheid geven.

door Anke Verbeek

In jouw werk zie ik steeds identiteit als thema terugkomen. Waar komt die fascinatie vandaan?
De mens en diens zoektocht naar één “zelf” staat inderdaad vaak centraal in mijn werk- Wie ben je? Waar hoor je bij? Hoe maakbaar is onze identiteit? Ik probeer te laten zien dat de mens nooit slechts één identiteit kent (zoals de auteur Amin Maalouf beargumenteert in zijn boek, On Identity). Maar dat identiteit bestaat uit vele lagen en verschillende ‘personages’ die we al spelenderwijs kunnen ontdekken en afwisselen.

Je werk, LOOK A LIKE/LUC A LIKE, toont een zoektocht naar hoe jij eruit zou moeten zien. Ik ben benieuwd naar de uitkomst van die zoektocht. Hoe moet jij eruitzien?
Er is natuurlijk geen definitie van hoe Luca eruitziet. Wat Luca in LOOK A LIKE/LUC A LIKE definieert is de eindeloze zoektocht naar de verschillende uiterlijkheden. Het is een soort catalogus van allerlei personages die Luca probeert uit te beelden-“By imitating many others I may find a self“. Uiteraard zijn de referenties die Luca tot haar beschikking heeft wel beperkt. Voor dit werk maakte ik gebruik van mijn huis en kledingstukken van familieleden. Ik legde mijzelf een limiet op van het aantal beelden. Dat werd 300 beelden in twee weken. Ik heb vooraf bepaald hoeveel beelden ik per dag moest maken, dat er een beeldenserie in moest komen en een paar beelden waarop exact dezelfde handeling staat.

Hoe verloopt het creatieproces van jouw werken?
Tijdens het creatieproces vind ik het belangrijk een stevig kader te bieden dat dwingend is maar daarom juist ruimte biedt voor onverwachtse uitkomsten. In de video, THIS IS US A STORY OF THOSE, THEM, ME & WE, werkte ik samen met twee andere spelers. Vanuit uitgeschreven scenes creëerden we samen de mis-en-scene, dus de bewegingen en handelingen, tijdens de opnamedagen. Het leek op een theaterrepetitie waar we samen zochten naar verschillende vormen. De scenes zijn als een opvoering, in one-takes opgenomen.

Je werkt vanuit restricties. Op welke manier geven die jou de vrijheid die je nodig hebt voor het maken van een werk?
Video en film zijn een technisch medium, maar ik gebruik in mijn werk zo min mogelijk technische aspecten. Licht, geluid en cameravoering zijn vooraf bepaald en meestal minimaal. Dit soort beperkingen geven mij de vrijheid om met minimale middelen een magische, absurdistische wereld te creëren die hopelijk tot de verbeelding spreekt. Ik geloof in de poëtische kracht van beeld en probeer de humor te behouden in ernstige onderwerpen. Mij houden aan regels, zoals continuïteit of de 180 graden regel, is dan ook minder van belang dan een authentieke visuele wereld, script en spel. Door mijn ervaringen in het theater ben ik bewust van de verschillen tussen video en theater en geïntrigeerd door deze verschillen. Met mijn werk wil ik een vertelstructuur ontwikkelen die het concrete combineert met een artistieke vrijheid. Want hoe creëer je een zo helder mogelijk verhaal waarbij op beeldend niveau juist veel artistieke vrijheid ontstaat? Hoe zorg je ervoor dat de kijker geen ‘anything goes’ gevoel beleeft? Hoe zorg je ervoor dat de kunstzinnigheid van de video(s) het verhaal juist versterkt in plaats van belemmert? Waar ontmoeten de suspension of disbelief en artistieke verwondering elkaar?

Heb je dat altijd al willen onderzoeken, die combinatie van video en theater?
Nee dat is gaandeweg ontstaan. Ik ging naar de toneelacademie in Maastricht en begon daar aan de performance opleiding en met het maken van video’s. Na mijn afstuderen ben ik in Frankrijk meegegaan met een circus. Ik had een romantisch idee van die wereld vol theatraliteit, met clowns die overduidelijk een opgezette rol en emoties spelen. We weten dat het enorm is aangezet maar toch geven speler en kijker zich daaraan over. Dat laat ook wel zien hoe maakbaar dingen zijn. Pas toen ik film ging studeren aan KASK in Gent, werd het me duidelijk dat ik theater en film wil samenbrengen. Met mijn theaterachtergrond poog ik in mijn videowerk op interdisciplinaire wijze een vormelijke beeldtaal te combineren met een gelaagde psychologische binnenwereld van de personages en met existentiële vragen.

Waar zou je jouw werk het liefst zien: op de biënnale van Venetië, op een groot filmfestival, of tijdens een theatertour? Of alle drie?
Biënnale van Venetië, Woepwoep!

Bezield of niet?

Wij leven in een wereld waarin we meer en meer versmelten met de dingen om ons heen. En daarom wordt de vraag naar methodes om de ziel van objecten te bepalen, steeds groter. Waarom? Misschien om onze onafhankelijkheid te bewaken als mens, of misschien om empathie te tonen voor de spullen die we ontwerpen, produceren en gebruiken. Ontwerper en onderzoeker Judith Dörrenbächer beschrijft in haar boek, “Beseelte Dinge-Design aus Perspektive der Animismus”, een zoektocht naar manieren om de ziel van een object te definiëren, zodat we de grensvervaging tussen mens en ding beter kunnen herkennen. Bert van der Zee sprak met Judith Dörrenbächer over de rol die is weggelegd voor ontwerpers als het gaat om grensbewaking.

Vanwaar die interesse voor techno-animisme?
Vandaag de dag nemen objecten veel beslissingen voor ons. Ze zijn verbonden met andere objecten, ze leren, ze voelen – ze hebben eigenschappen die voorheen alleen mensen hadden. Aan de andere kant verliezen objecten weerstand doordat tastbare grenzen simpelweg oplossen. Het is niet meer zo duidelijk waar een object begint en onze barrière eindigt of andersom. Objecten passen zich aan ons gedrag aan, ze leren om aan onze wensen of aan de wensen van de bedrijven die ze ontwerpen, te voldoen. Bovendien beïnvloeden ze ons gedrag zonder dat we het doorhebben. Daar komt nog eens bij dat deze objecten onderling nauw verbonden zijn. Ze zijn onderdeel van iets groters, een soort ‘internet van dingen’. Ze vormen als het ware een nieuw ecosysteem. Iets leeft in die objecten, iets dat ze quasi-levend maakt.

Wat heeft animisme hiermee te maken?
We vinden in deze technologische ontwikkeling kenmerken terug waarvan wij, moderne mensen, altijd dachten dat alleen inheemse volkeren dat doen, zoals het praten tegen dingen. Maar tegenwoordig praat iedereen tegen dingen en zwaait iedereen naar dingen om een interactie met ze aan te gaan. Dit is gedrag waarvan moderne mensen zich ooit distantieerden door te zeggen: wij zijn rationeel, wij zijn volwassen, we geloven niet dat dingen een ziel hebben. Dus aan de ene kant vinden we onszelf heel modern, een high-tech maatschappij. Aan de andere kant gedragen we ons pre-modern. Dat contrast boeit me. De toekomst en het verleden versmelten. Tegelijkertijd besef ik dat het best wel lastig is voor mensen om eigenwaarde te ontwikkelen, omdat de grens tussen mens en technologie vervaagt. Wat ooit een tastbare tegenhanger was, is nu een ongrijpbaar object. Dit fenomeen doet me denken aan iets dat in animisme theorieën, ‘magisch denken’ genoemd wordt. Animisme, magie en betovering zijn met elkaar verweven.

Kunt u een voorbeeld geven van magisch denken?
Daarvoor verwijs ik graag naar de psycholoog Jean Piaget. In zijn beschrijving van de vroege ontwikkeling van het kind, stelt hij dat jonge kinderen niet in staat zijn om een onderscheid te maken tussen zichzelf en de buitenwereld. Wanneer kinderen hun ogen dicht doen denken ze dat de wereld verdwijnt. Of ze denken dat de maan hun volgt wanneer ze rondlopen. Jonge kinderen denken dat hun eigen gedachten en hun gedrag de buitenwereld beïnvloeden. Ze zijn zich in beperkte mate bewust van de scheidslijn tussen zichzelf en de wereld om zich heen. Jean Piaget noemde dit ‘magisch denken’. Hedendaagse technologie bekrachtigt dit verschijnsel op een nieuwe manier. Met slimme contactlenzen kun je in de toekomst de buitenwereld besturen door bijvoorbeeld een paar keer te knipperen met je ogen. En wanneer dit soort brein-computer interactie alledaagser wordt, zullen je boodschappen misschien wel aan huis afgeleverd worden, alleen maar door eraan te denken. Dit soort technologie werkt magisch denken in de hand. Maar hoe bewaken we onze eigenwaarde in een omgeving waarin technologie zich moeiteloos aan onze wensen aanpast? Misschien hebben we een nieuwe vorm van verzet nodig, weerstand. We moeten gaan nadenken over methodes waarmee we de grenzen tussen onszelf en de buitenwereld, tussen onszelf en de technologie die ons omgeeft, kunnen bewaken.

Grensbewaking met behulp van weerstand?
Ja, weerstand ontstaat bijvoorbeeld in een systeem dat opzettelijk met fouten ontworpen is. Wanneer gebruikelijke processen verstoord worden, zal een object zich meer als een tegenhanger uiten. Hetzelfde geldt voor een transparanter systeem dat laat zien wat er daadwerkelijk gebeurt tussen de gebruiker en het systeem. Transparantie laat zien dat de interactie niet magisch is. Vooropgezette fouten en transparantie vormen een weerstand die afstand creëert tussen gebruiker en technologie. Deze afstand is kennelijk nodig om kritisch en zelfbewust te blijven.

Dus weerstand kan integraal in een product ontworpen worden?
Weerstand kun je ook ervaren in experimenten met fysieke interactie tussen mens en object. Dit soort experimenten richt zich bijvoorbeeld op het imiteren van een object om er bewust empathie voor te krijgen. Hierdoor identificeer je een object als iets dat los staat van jou, want je kunt alleen empathie hebben voor iets dat anders is dan jijzelf. Het zou mooi zijn om deze bevindingen te verleggen naar de technologische wereld. Misschien helpt het ons om meer empathie te voelen voor de technologie om ons heen, en helpt het ons tegelijkertijd om gepaste afstand te bewaren.

Wat rest ons? Hoe ziet u dit voor u?
Wel, we hebben te doen met twee perspectieven: het technologisch optimistische en het technologisch pessimistische perspectief. Het pessimistische perspectief zegt: ‘we raken onze controle kwijt omdat objecten de macht krijgen over ons, we zijn geen subjecten meer, maar de objecten worden subjecten, help! De wereld op zijn kop, nu zijn wij passieve objecten!’ Het optimistische vertrekpunt gaat er vanuit dat technologie ons helpt om betere mensen te worden doordat we iets aan onszelf toevoegen. Ik ben niet geïnteresseerd in één van beide perspectieven [sic]. Ik vind dat we grenzen nodig hebben tussen mens en technologie om zelfbewustzijn in stand te houden. Maar in plaats van vasthouden aan het oude onderscheid tussen autonoom subject en het passieve object, denk ik dat we moeten onderhandelen over deze grenzen, zodat er nieuwe scheidslijnen ontstaan. Ik ben erg geïnteresseerd in experimentele en artistieke methoden die je helpen te onderhandelen tussen jezelf en het andere. Hierdoor blijf je bewust van jezelf en je eigenwaarde.

Waarom is het belangrijk dat mensen zich definiëren ten opzichte van objecten?
Het is belangrijk om autonoom te blijven denken en je terug te kunnen trekken uit je omgeving. Je kunt je alleen verantwoordelijk voelen wanneer je duidelijk voelt wie je bent en voelt dat je de mogelijkheid hebt om dingen te beïnvloeden. Dat maakt ons anders dan onze technologie. Wij maken ethische beslissingen, onze smartphone niet. Ik vind het interessant om te zien hoe we onze eigenwaarde en ons menselijke bewustzijn kunnen behouden, terwijl alles om ons heen zo quasi-menselijk is. Hoe bewaken we onze scheidslijnen? Hoe ontwerpen we nieuwe grenzen? We moeten toewerken naar een nieuw begrip van het mens-zijn, en naar een nieuw begrip van het object, want beide zijn aan het veranderen.

Tekst en interview: Bert van der Zee

Spannende toneelpremières  

Vanaf februari 2023 gaan een aantal klassieke toneelstukken in Nederland in première en aansluitend zijn ze te zien in diverse theaters in Nederland en België. Het zijn bijna allemaal klassiekers maar met een spannend kantje. Lees in deze editie van Speels waarom ze spannend zijn.

Coriolanus (Shakespeare)
Regie: Nina Spijkers
Gezelschap: Het Nationale Theater
Spannend: generaal Coriolanus is een vrouw.
Waar: diverse theaters in Nederland
Wanneer: 14 februari t/m 7 april 2023

My First Tragedy: Iphigeneia (Euripides)
Regie: Mart van Berckel en Angela Herenda
Gezelschap: NNT en Club Guy & Roni
Spannend: dans, spel en slagwerk laten je de essentie van het verhaal voelen.
Waar: diverse theaters in Nederland
Wanneer: 16 februari t/m 13 april 2023

Jane Eyre (Charlotte Brontë)
Regie: Eline Arbo
Gezelschap: National Theatret Oslo
Spannend: Eline Arbo (foto) verrast altijd met haar openhartige en onverwachte toneelregie.
Waar: Internationaal Theater Amsterdam
Wanneer: 24 en 25 februari 2023

Fotografie: Kurt van der Elst

Culi-bioscoop

Ik vind het altijd zo gek om je vrienden meteen gedag te zeggen na een filmbeleving. Het is geweldig om de film uitgebreid na te kunnen bespreken. Wat heb je gezien? Wat zijn de onderliggende lijntjes? Wat heeft de ander gezien, wat jij nog niet ontdekt had? Ik ben erachter gekomen wat de meest ideale manier is om een culinaire bioscoop te bezoeken: eerst film en dan diner. Want, wat is er nou beter dan een filmbespreking onder het genot van een hapje eten?

FC Hyena-de kleurrijke
Filmhuis FC Hyena heeft duidelijk nagedacht over hoe een filmavond een beleving wordt die je deelt met anderen. Alles is ingericht op sociale interactie. Op het terras aan het Amsterdamse IJ, kunnen meerdere gezelschappen plaatsnemen aan groene picknickbanken waar ze 1 menukaart moeten delen. Bij koud weer kun je beter binnen eten aan een roze tafel of groene bar, zittend op een blauwe stoel of een gele barkruk. In de filmzaal kun je wegzakken op oranje stoffen banken met losse armleuningen waar je vrij mee mag schuiven zodat je lekker tegen je vrienden/partner/date kan aanliggen. Op sommige avonden wordt er zelfs in de bioscoopzaal bediend en kun je tijdens de film genieten van mooi ogende, lekkere mediterrane gerechten.
En het filmprogramma? FC Hyena heeft diverse eigen filmprogramma’s vol klassiekers en films over urgente thema’s.
FC Hyena, Aambeeldstraat 24, Amsterdam-Noord

LAB111-de verrasser
In de Amsterdamse Pijp, tussen de nette woonhuizen, is filmhuis LAB111 te vinden in het gebouw van het voormalige Pathologisch Anatomisch Laboratorium. De toegangsdeuren van het gebouw staan meestal wagenwijd open. Neonlichten en een glimmende discobal in de ontvangsthal nodigen uit om binnen een kijkje te nemen. LAB111 zit vol met verrassingen zoals een pop-up store, een flipperkast en een ruimte met de illustere naam, De Kapel, waar experimentele shortfilms worden getoond. Bar Strangelove heeft de klassieker film & pizza verder geperfectioneerd. De pizza toppings hebben ludieke namen als the good, the bad and the artichoke, en pear& loathing in Las Vegas.
En het filmprogramma? Naast het reguliere arthouse programma toont LAB111 zijn voorliefde voor wereld klassiekers.
LAB111/Bar Strangelove, Arie Biemondstraat 111, Amsterdam-West

Het Ketelhuis- voor ieder wat wils
In het Westerpark, vlakbij de Westergasfabriek, staat Het Ketelhuis. De inrichting van het restaurant wisselt industriële elementen af met, een met hout beklede muur en felrode bar. Zowel binnen als buiten hangen de posters van een breed en toegankelijk filmaanbod met een voorliefde voor Nederlandse, Europese en niet-Engelstalige films. Iedereen kan bij Het Ketelhuis terecht: filmkenners, vrienden of het hele gezin.
En het eten? Verschillende keukens en volledig vegetarisch. De sfeer van het restaurant maakt dat je de hele avond de film wilt blijven nabespreken met je vrienden.
Het Ketelhuis, Pazzanistraat 4, Amsterdam

POM Magazine Top 5 van 2022

Het einde van het jaar nadert. Een jaar waarin we na twee coronajaren eindelijk weer naar buiten mochten, althans zo voelde het voor velen. Hoog tijd voor een terugblik op al het goede dat 2022 bracht aan cultuur, literatuur, eten en muziek. Hier is de POM Magazine Top 5 van 2022.

Film
Les Olympiades van regisseur Jacques Audiard-Liefdesverwikkelingen anno nu, met in de hoofdrol het 13de arrondissement van Parijs.

Muziek
De playlists van de DJ’s van WordWideFM- Onze favorieten zijn DJ Coco Maria, DJ Tereza (grote foto) en Toshio Matsuura’s Tokyo Moon (foto onder).

Eten
Thais restaurant Khaosaan Road- Een piepklein onooglijk ingericht tentje aan de Nobelstraat in Den Haag, waar je fantastisch Thais kunt eten voor bijna niks. Vooraf reserveren is aan te raden.

Toneel
Medea van theatergroep Suburbia- Omdat je na het zien van deze gruwelijke tragedie nog steeds houdt van Jason (Stefan Rokebrand) en Medea (Charlie Chan Dagelet).

De verrassing van 2022
Een verhalenbundel op instagram van frankmlorentz. In het Duits, maar leest desondanks lekker weg. De titel? Aus dem Tagebuch einer erschöpften Unternehmerin.

Een man vol verflust

Kapper en kleurspecialist Garrincha van de Utrechtse salon SIM SON, houdt van radicale haarkleurverandering, voor zichzelf en voor anderen. “Ik vind het belangrijk om als kapper mensen uit hun schulp te halen en dingen te laten doen met hun haar, die niet mogen”, legt hij uit in een interview met Klaartje Til. In dit artikel maak je kennis met de man die mensen aanmoedigt om over hun grens te gaan. Want als je kiest voor een enorme haarkleurverandering, opent er ook iets vanbinnen.

Garrincha, waar komt jouw fascinatie voor het kleuren van haar vandaan?
Ik kleur mijn haar al sinds mijn elfde jaar. Door de jaren heen heb ik gemerkt hoe mijn haar reageert op het kleuren, hoe het zich ontwikkelt en waar het niet tegen kan. Ik heb veel kennis opgedaan met het verven van mijn eigen haar. Daarom ben ik me gaan specialiseren in het kleuren van haar. Ik heb erg gevoelig haar dus ik kan als kleurspecialist wel alle haarsoorten aan, denk ik.

Waarom wilde je op zo’n jonge leeftijd al je haar verven?
Ik zag een tekenfilm waarin één van de personages rode punten in het haar had. Verder zag ik in diezelfde periode ook de videoclip van Britney Spears, Toxic, waarin ze afwisselend rood, zwart en blond haar heeft. Dat wilde ik ook. Ik heb de blauwe- en rode mascara van mijn moeder gepakt en daarmee kleurde ik mijn haren. Ze vond dat niet leuk, maar zei wel: “Als je dit echt wilt, dan kunnen we je haar gewoon op traditionele manier laten kleuren.” Diezelfde week ging ik naar de kapper en had ik rood haar (lacht).

Welke haarkleuren heb je allemaal gehad?
Er is geen kleur die ik niet heb gehad. Rood was mijn eerste kleur, toen was ik elf jaar oud. Geel heb ik ook gehad, dat is één van mijn favoriete kleuren eigenlijk. Verder paars, blauw, groen, oranje, zwart. Ik heb elke kleur van de regenboog gehad.

Wilde je van jongs af aan het kappersvak in?
Nee, vroeger wilde ik niet per se kapper worden. Ik wilde eigenlijk tekenfilms maken. Maar ik vond niet iets waar ik goed in was, en het kappersvak ging me wel goed af. Toen ben ik alsnog de kappersopleiding gaan doen. Op YouTube kwam ik een haarkleurspecialist tegen die kleurrijke dingen met haar maakt. Ik had zoiets van, wauw, wat hij doet, dat wil ik ook doen.

Jouw fascinatie ligt niet bij het kappersvak maar bij kleur en kleurrijke dingen creëren?
De passie is gaandeweg wel steeds meer naar het kappersvak toe getrokken, met name naar de creatieve kant van het vak. Het heeft een tijdje geduurd voordat ik het kappersvak leuk vond. In het begin was ik er ook slecht in. Maar bij de salon waar ik toen werkte, heb ik veel geleerd van de kleurspecialist. Ik had een hele goede leraar aan hem. Vanaf dat moment ben ik zelf ook heel veel gaan experimenteren.

Wie zijn de mensen die bij jou hun haar laten kleuren?
Alle soorten mensen. Jong, oud, creatief en commercieel. Mensen die creatieve kleuring willen hebben. Mensen die alleen hun uitgroei gedaan willen hebben of high-lights willen. Maar ik heb ook oudere dames als klant die voor knalrood of knalroze gaan. Dat zijn toch de mensen die tegen de verwachting van de maatschappij ingaan.

De haarvervende mens kunnen we niet specificeren als een bepaald soort?
Nee, eigenlijk niet. Het is de behoefte aan verandering. Voor sommige mensen staat het symbool voor rebels zijn. Dat geldt met name voor jongeren van 10 tot 18 jaar. Andere mensen doen het meer om zichzelf uit te drukken.

Wanneer iemand bij jou komt voor zijn eerste haarkleurverandering, zie je dan dat er een verandering plaats heeft gevonden bij die persoon, wanneer die later weer terugkomt?
Je merkt wel bij mensen die voor de creatievere dingen gaan, dat het iets los kan maken dat naar meer smaakt. Ik heb een klant die wilde destijds blauw haar. Ik ben in stappen haar haar gaan kleuren, en heb er eerst blauwe high-lights ingezet. En nu, 5 jaar later, komt ze nog steeds bij mij. Ze heeft al eens paarsblauw- en oranje haar gehad.

Merk je aan de verhalen die mensen vertellen dat het-smaakt-naar-meer, breder wordt getrokken?
Ik merk dat mensen die voor zo’n verandering gaan, zelfverzekerder worden. In het begin trekken ze zich de mening van anderen aan. Maar uit de persoonlijke verhalen blijkt dat mensen beter in hun vel zitten. Ze hebben lak aan de mening van anderen omdat ze zichzelf willen uitdrukken. Ik vind het heel belangrijk dat mensen zichzelf kunnen zijn, en zich kunnen uitdrukken op de manier zoals zij dat willen.

Je voelt een verplichting om mensen de gelegenheid te geven om gehoor te geven aan hun authentieke drang?
Soms knip ik kinderen die heel graag blauw of roze haar willen. Ze mogen dat niet omdat de ouders bang zijn voor de meningen van anderen. Ik vind het heel erg dat je zoiets meegeeft aan een kind. Een kind hoeft daar helemaal niet bij stil te staan. Ik probeer daar altijd een beetje doorheen te prikken. Niet alle ouders vinden dat even chill. Maar ik vind dat ik dat moet kunnen doen, als kapper zijnde.

Welke plannen en ambities heb je nog allemaal als kapper?
Ik wil zelf een kleurmethode ontwikkelen en die aan andere kappers doorgeven. Op die manier wil ik mijn liefde en passie voor het kleuren van haar, delen. Ik wil kappers op weg helpen om nog meer te creëren, grenzen te verleggen en zekerder te maken van hun werk. Ik denk dat je over het algemeen met chemicaliën, zoals haarverf en permanent, veel veranderingen in het haar kunt aanbrengen. In Japan en Zuid-Korea is permanent heel erg groot en populair. Het lijkt me geweldig om dat ook hier te doen en daarin les te geven. Over het algemeen komt permanent weinig voor in Nederland. Het wordt geassocieerd met beschadigend voor het haar en schapenkrullen. Maar in Azië zie ik een manier van werken die vernieuwend is. Dat kan een evolutie of misschien wel een revolutie worden, als dat naar het Westen komt.

Fotografie: Merel Oenema
Insta: Garrincha

Haar Metamorfose

Klaartje Til had behoefte aan iets anders. Zij liet haar goudblonde krullenbos radicaal veranderen door haarkleurspecialist Garrincha. In de Utrechtse kapsalon SIM SON liet ze de controle los en gooide alles overboord. Ze eindigde met een hoofd vol witgrijze krullen. Klaartje doet verslag van haar haartransformatie.

Op 11-jarige leeftijd heb ik een pak henna veel te lang in mijn haar laten zitten. Het doel: een mooie rode gloed over mijn haar. Het resultaat: een knaloranje kop. Sindsdien heb ik het nooit meer aangedurfd om ook maar iets aan mijn haar te doen. Maar de wil is er altijd geweest. Felblauw, rood en zelfs dreadlocks passeerden in mijn gedachten de revue. Van de mensen in mijn omgeving kreeg ik altijd de opmerking dat ik prachtig haar heb. Dat motiveerde me niet om mijn verfangst te overwinnen. Dat anderen geobsedeerd waren met mijn haar was vlijend. Maar de betovering die anderen voelden voor mijn haar, voelde ik bij het zien van meisjes en vrouwen die met waanzinnige kleurencombinaties van de kapper kwamen en hun kapsel met een enorme dosis zelfvertrouwen droegen. Als ik dan in de spiegel keek raakte ik steeds meer verveeld van mijn blond-rossige krullen, met altijd diezelfde scheiding en laagjes. De angst om weer weken rond te lopen met een mislukte haarkleur was echter hardnekkig, en stond in de weg.

Toen ik voor POM Magazine een serie artikelen ging maken over radicale haarverandering, kon ik er niet meer onderuit. Het was nu of nooit. Ik maakte een afspraak voor een interview met de kleurspecialist Garrincha in de Utrechtse kapperszaak SIM SON. Ook boekte ik meteen een afspraak bij hem voor een verfbeurt, een zilvergrijze coupe met pony. Als ik de zaak binnenstap is Garrincha nog bezig met een andere klant, een oude bekende van mij van de kunstacademie. Zij heet Tiva. Ik herinnerde me Tiva altijd met blauw haar. In plaats van wachten met pijn in mijn buik totdat het mijn beurt is, besluit ik haar een paar vragen te stellen.

Tiva wat heb je op je hoofd? Wat gebeurt er?
Ik heb een hele dikke laag verf op mijn hoofd omdat ik roze haar wil.

Verf je het vaak?
Nu niet meer zo vaak. Het is een jaar geleden dat ik het voor het laatst liet verven. Dat was ook bij Garrincha. Mijn haar werd toen wit geverfd met een paar donker- en lichtblauwe tinten erin.

Welke kleuren heb je allemaal gehad?
Toen ik nog op de kunstacademie zat, heb ik mijn haar in heel veel verschillende kleuren gehad. Ik verfde mijn haar zelf en had een doos vol met potjes kleur. Roze, paars en alle tinten blauw, ook turquoise. Ik heb een keer rood haar gehad, en alle kleuren die er een beetje tussenin zitten. Maar geen groen en oranje.

Staan groen en oranje nog op je bucketlist?
Ik weet het niet. Ik denk niet dat oranje mijn kleur is (lacht). Groen zou ik wel een keer willen. Maar het is niet een kleur waar ik meteen voor zou gaan.

Waarom verf je steeds je haar? Waarom doe je het?
Het is een soort expressie. Ik vind het leuk om er steeds weer anders uit te zien. Ik hou ervan om expressief te zijn met mijn uiterlijk en met wat ik doe. Daar is gekleurd haar een onderdeel van.

Is het elke keer weer een identiteitsverandering?
Van nature heb ik heel lichtblond haar. Als kind hoorde ik altijd: “Oh dat is zo bijzonder en mooi, daar moet je niks aan doen.” Maar ik was het zat dat iedereen dat zei. Ik heb mijn haar heel kort geknipt toen ik 16 jaar oud was. Daarna was ik om. Ik dacht toen: “Ik ben in control, dit is wat ik doe, deal ermee. Het maakt me niet uit wat je ervan vindt.” De eerste keer dat ik mijn haar kleurde, verfde ik het blauw. Ik werd constant nageroepen met het liedje van Eiffel 65, I’m blue da ba dee, da ba da. Daar moet je even doorheen, maar ik vind het verder helemaal de moeite waard.

Je haar verven komt voort uit de behoefte iets toe te eigenen?
Ja, het is een beetje toe-eigenen, tenminste zo begon het. Nu is het puur omdat ik het vet vind.

Tiva’s antwoorden zetten me aan het denken. Waarom voel ik al zo lang, de sterke behoefte om mijn haren te verven? In veel van wat Tiva zegt kan ik me vinden. Zelfexpressie, controle hebben, toe-eigening en, ach, misschien ook wel een beetje rebellie. Als Tiva met een korte, strakke pastelroze coupe en een lach van oor tot oor vertrekt, is het mijn beurt. Met vriendelijke ogen en een bos krullen waar je U tegen zegt, nodigt Garrincha me uit om plaats te nemen. Nog steeds met pijn in mijn buik, ga ik zitten. Maar na de eerste wasbeurt gebeurt er iets geks, ik begin te ontspannen. Misschien komt het door de zachtaardige uitstraling van Garrincha. Misschien door zijn provocerende vraag, “Weet je het zeker?”, terwijl hij de eerste klodder verf door mijn haren smeert. Een grap die hij vaak maakt om te relativeren maar ook een keer heel verkeerd is gevallen, vertelt hij later. Hoe dan ook, terug kan ik niet meer.

Ik heb vijf uur in die stoel gezeten en mijn haar zien veranderen van blond, naar botergeel, naar grijs en zilver, om uiteindelijk met een kapsel te eindigen waarbij ik niet kan stoppen met stralen. De vraag is nu niet meer waarom ik mijn haren heb geverfd, maar waarom ik er zo lang mee heb gewacht. Hoewel grijs een relatief veilige kleurkeuze is, voelt het als een enorme, expressieve verandering. De verveling die ik voelde bij mijn natuurlijke haarkleur, was het teken dat ik toe was aan iets nieuws en spannends. De verandering van mijn haar staat voor het ingaan van een nieuwe fase vol met creativiteit en avontuur. De verveling heeft plaatsgemaakt voor een fris en zelfverzekerd gevoel. Misschien staat mijn coupe voor hoe ik wil dat mensen mij zien. Ik ben een jong persoon, mijn haar is grijs, mijn coupe is groots, het is krullend en speels met een pony.

Fotografie: Merel Oenema
Insta: Garrincha

How to make an IMPAKT

Digitale kunst, online symposia of een virtueel feest, ze zijn sinds jaar en dag de gewoonste zaak van de wereld voor IMPAKT. Dit centrum voor mediacultuur biedt een platform voor kunstenaars die digitale kunst maken. Anke Verbeek sprak voor POM Magazine met IMPAKT directeur, Arjon Dunnewind en IMPAKT PR & Marketing, Michelle Franke.

door Anke Verbeek

Arjon, Michelle kunnen jullie uitleggen wat IMPAKT is?
IMPAKT richt zich op kunstenaars die digitale kunst maken. We bieden ze ondersteuning en een presentatieplatform. In het begin was IMPAKT alleen een festival, maar we zijn door de jaren heen steeds meer gaan doen. In 2018 zijn we verhuisd naar de Lange Nieuwstraat in Utrecht waar we een tentoonstellingsplek hebben. Daarmee is het programma dat we naast het jaarlijkse festival hebben, belangrijker geworden. We zijn uitgegroeid tot een centrum voor mediacultuur. Samen met kunstenaars, academici, journalisten en filosofen onderzoeken we op welke manier ontwikkelingen op het gebied van mediacultuur, onze maatschappij veranderen.

IMPAKT organiseert webprojecten en online exposities. Daarnaast hosten jullie lezingen en events. Hoe is het gelukt om in coronatijd nog zoveel naar buiten te brengen?
We zijn al in 2001 met de virtuele ruimte begonnen, met IMPAKT Online. Dat heeft zich doorontwikkeld in IMPAKT Channel waarop we virtuele dingen doen. In april 2021 zijn we  begonnen met IMPAKT TV. Dit is een online format dat dichter op de actualiteit van de dag zit. Door de coronamaatregelen zijn we nog intensiever bezig gegaan op IMPAKT Channel en met onze webprojecten.

Zijn er events omgezet van een fysiek format naar een online format?
Jazeker, maar niet door hetzelfde fysieke event gewoon via Zoom te laten verlopen. We hebben gekeken hoe we van een fysiek event, een nieuwe, digitale ervaring konden maken. Rondom een groot thema brengen we presentaties en kunstwerken op een interactieve manier samen. Bezoekers worden digitaal genavigeerd door onderwerpen en kunstwerken. Voor het IMPAKT Festival hebben we de festivalervaring online gebracht met het festivalportal. Daarmee kon de online bezoeker in verschillende ruimtes  van een virtueel gebouw rondlopen. In de virtuele bar kon je een digitaal drankje drinken en in de main room was de livestream te volgen. Tussendoor namen mensen je op de portal mee naar een soort IMPAKT TV, waar 24 uur iets te zien was. Hierdoor veranderde het festival in een marathonuitzending van 100 uur.

Zijn alle fysieke exposities te vertalen naar een online versie?
Dat varieert heel erg per geval. De festivaltentoonstelling Dreaming In Everywhen bijvoorbeeld, hadden we al geconcipieerd en vormgegeven voordat duidelijk werd dat we de rest van het festival helemaal online gingen doen. We hebben veel werken online gepresenteerd. Maar er was in de tentoonstelling ook een cilindervormige ruimte te zien die gevormd werd door doeken, die vanaf het plafond in de fysieke expositieruimte hingen. Daarbinnen was een bed waarop een borduurwerk lag met een reliëfachtig patroon. Het was onmogelijk om de ervaring van- op dat bed liggen met een koptelefoon en aanwezig zijn in die omsloten ruimte- naar iets digitaals te vertalen.

Biedt digitalisering andere mogelijkheden dan de fysieke presentatie?
Bij een traditioneel symposium zijn alle lezingen strak ingepland. Meestal kun je ze allemaal achterelkaar bijwonen, en soms heb je parallelsessies. Maar in het symposium, Radicalization By Design bijvoorbeeld, is de online bezoeker helemaal in-control en kun je navigeren door de vragen, onderwerpen en kunstwerken. Het publiek krijgt door het online format, de vrijheid om een eigen route te bepalen door de digitale content. We vragen vaak aan kunstenaars om iets nieuws te maken voor een online expositie. Het is niet een surrogaat van een fysieke expositie en vindt zijn waarde in de interactieve, online, niet-lineaire omgeving.

In de IMPAKT projecten zie ik dat kunstwerken, lezingen, essays en panels gecombineerd worden. Daar komen online formats ook nog eens bij. Zien jullie dat als een blijvertje na Covid?
Het oudste IMPAKT webproject hebben in 2016 gemaakt, ver voor Covid. Het was een manier om het IMPAKT festival van 2015 een soort after-life te geven. Digitale kunst is helemaal niet meer zo marginaal. Er is recent een digitaal kunstwerk verkocht voor miljoenen euro’s. Het spannende van online kunst is dat het digitaal is en dus door iedereen gekopieerd kan worden. Met de blockchain technologie kun je aantonen: fijn dat je een kopie hebt maar het leidt allemaal terug naar het origineel van mij, dus ik ben de eigenaar. Het gaat om de scheidslijn tussen enerzijds digitaal, reproduceerbaar en beschikbaar. En anderzijds, om het verlangen dat het kunstwerk uniek moet zijn en een vorm van tastbaarheid moet hebben. Dat is een interessant spanningsveld.

Heeft digitaal exposeren ook nadelen?
Het is belangrijk dat mensen zich vertrouwd voelen in het event wat je organiseert. Je moet ze activeren om zoveel mogelijk online actief en persoonlijk betrokken te zijn bij het event. Waarmee je trouwens onderling contact kunt creëren met mensen uit alle delen van de wereld. Afgelopen januari hebben we een virtual Bal Masqué georganiseerd in samenwerking met Media Art Lab Moskou. Op het bal waren online gasten aanwezig uit Nederland, Oostenrijk, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika. Dat soort samenwerkingen zijn heel makkelijk online te organiseren. Hoe jammer het ook is dat we bepaalde dingen vanwege Corona fysiek niet meer kunnen doen, we werken nu in een stimulerende, nieuwe situatie waarin een hoop dingen niet meer moeten en een heel veel nieuwe dingen kunnen.

www.impakt.nl