Unforgettable Fashion Item- Song B.

Heb je ooit ergens een fashion item wèl gezien, maar niet gekocht en daar heb je tot op de dag van vandaag spijt van? POM Magazine hield interviews met een aantal personen die zeer verschillend zijn, maar de liefde voor mode gemeen hebben. Hier is het derde interview uit de serie Unforgettable Fashion Item waarin Song Bloemendaal vertelt over het fashion item dat ze maar niet kan vergeten.

door Giulia Weijerman

Als jij een kledingstuk zou zijn, hoe zou je jezelf dan omschrijven?
Ik denk dat ik een elegante trenchcoat zou zijn die toch wel modern oogt.

Hoe zou die trenchcoat eruit zien?
Als ik een trenchcoat zou zijn, kies ik voor een zwarte trenchcoat omdat zwart diepgang geeft en je kunt met zwart manoeuvreren in elke ruimte. Ik hou heel erg van kleur maar ik betrap mezelf erop dat ik vaak voor zwarte kledingstukken kies. Niet omdat ik perse zwartgallig ben maar omdat zwart overal bij past.

Ben je veel met kleding bezig ?
Ik ben altijd wel bezig met kleding. Ik vind kleding heel leuk, het laat zien hoe ik als persoon ben. Als ik in een serieuze fase van mijn leven zit, merk ik dat ik serieuzere kleren aan doe. Wat ik aantrek hangt dus af van de fase waarin ik zit. Afgelopen zomer zat ik in een lossere fase en droeg ik hippe kleding die tegenwoordig door de Gen Z generatie wordt gedragen.

Sta je s’ochtends lang voor je kledingkast om te bepalen wat je die dag gaat aantrekken?
Nee helemaal niet. Ik maak heel snel keuzes bij zoiets als: wat ik moet ik vandaag aandoen of wat gaan we vandaag eten. Mijn kledingkast is erg groot en alles is duidelijk geordend zodat ik alles makkelijk kan vinden. Wat ik die dag wil aantrekken bepaal ik op basis van mijn mood op dat moment. Het ligt er natuurlijk ook aan of ik naar kantoor ga, iets in mijn vrije tijd ga doen of lekker thuis blijf. Als ik vrolijk ben merk ik dat ik meer kleur draag, maar bij een algemene mood neig ik naar zwarte kleding.

Is jouw kledingstijl door de jaren heen veranderd?
Je wordt ouder en dan verandert je stijl. Vroeger droeg ik korte rokjes en korte jurkjes, zeker als ik uitging. Die draag ik niet meer, ik vind het niet meer mooi. Ik ben gek op schoenen met hoge hakken. Vroeger deed ik altijd schoenen aan met hele hoge hakken die super mooi waren maar waarvan je in no-time pijn aan je voeten kreeg. Zoiets doe ik niet meer. Het moet gewoon comfortabel zitten anders draag ik het niet. Ik denk ook dat mijn kledingstijl verandert omdat ik graag meega met de mode, hoewel ik daarin uiteindelijk altijd mijn eigen keuzes maak.

Heb je een kledingstuk dat voor jou het dierbaarst is?
Dat is een truitje dat ik ooit heb gekocht bij een Hugo Boss sample sale. Het was voor het eerst dat ik merkkleding kocht. Ik heb dat truitje al heel lang, het is tijdloos en van een mooie  kwaliteit. Dat ik het al zolang heb en nog steeds draag is best bijzonder. Meestal vind ik een tijdje iets leuk, maar op een gegeven moment switch ik naar iets anders omdat ik het niet meer leuk vind. Maar dit truitje heb ik bijna 12 jaar.

Is er een kledingstuk dat je ooit wilde kopen en uiteindelijk tot je grote spijt, hebt laten hangen?
Ik was een keer in Parijs en toen zag ik in een boetiek een korte zwarte jas, een winter trenchcoat, waarvan de armen van leer waren. De rest was van een andere stof, maar de armen waren van leer. Echt een super mooie jas! Ik heb hem gepast en hij zat als gegoten. De jas was prijzig en ik heb hem niet gekocht. Sindsdien ben ik altijd opzoek naar zo’n soort jas, maar nooit meer ergens gevonden. Tot de dag van vandaag heb ik spijt dat ik hem niet heb gekocht.

Wat trok je aan in die jas?
Toen ik hem zag dacht ik: Dit ben ik! Elegant, modern maar ook netjes en in het zwart. Ik ben best wel klein en ik heb geen confectiematen figuur. Het is lastig om jassen te vinden die me passen en die ik ook nog eens leuk vind. Deze jas vond ik leuk en zat perfect. Door de jaren heen ben ik erachter gekomen dat zoiets heel moeilijk te vinden is. Misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom ik die jas maar niet kan vergeten.

Zou je hem vandaag opnieuw laten hangen of zou je hem meenemen?
Sowieso meenemen! Ik ben zelfs het jaar daarop teruggegaan naar die boetiek in Parijs, maar toen was die jas er natuurlijk niet meer. Maar ja, als ik hem nu ergens zou zien, zou ik hem gelijk meenemen.

Heb je ooit een jas gezien die erop leek?
Nee, ik heb eigenlijk nooit meer zo’n jas gezien. Wel zwarte trenchcoats, maar geen enkele waarvan ik dacht ja, dit is ‘m. Ik ben nooit meer zoiets tegengekomen. Ik denk hij daarom zo blijft hangen omdat ik hem nergens meer tegenkom.

Denk je dat die jas speciaal is omdat hij one-of-a-kind is?
Ik denk van wel. Kijk maar naar buiten. Mensen hebben vaak dezelfde soort kleding aan. Ik vind het leuk om iets aan te trekken dat past in de mode van nu, maar wel uniek is. Die jas in Parijs was inderdaad echt zo’n item dat je nergens anders vindt.

Stel dat je deze jas nu wèl in je kast had hangen, wanneer zou hem dan aantrekken?
Ik zou hem bewaren voor speciale momenten, ondanks het feit dat het een jas is die je voor elke gelegenheid aan zou kunnen doen. Maar ik zou hem aandoen voor gelegenheden die voor mij belangrijk zijn.

Volgens Camilla Lonis is het sleutelwoord voor Los Angeles cultuur. Autocultuur, tatoeagecultuur, straatcultuur, muziekcultuur, geïmporteerde cultuur- die palmbomen maakten oorspronkelijk geen deel uit van het straatbeeld van Los Angeles. Camilla legt Klaartje Til uit wat Los Angeles zo bijzonder maakt.

door Klaartje Til

Bij Los Angeles zie ik voor me: glitter, glamour, Hollywood, showbizz en overal celebrities. Is dat ook echt zo?
Als je hier woont is het vrijwel onmogelijk om niet via-via in aanraking te komen met een beroemd persoon. De glitzy glamour Hollywood Hills lifestyle is zeker Los Angeles. Los Angeles heeft heel veel buurten en die verschillen allemaal van elkaar. Samen vormen ze Los Angeles. Echo Park en Silver Lake bijvoorbeeld zijn buurten waar je mensen op straat ziet lopen die volledig gekleed zijn in jaren 70 outfit. Dat is hun dagelijkse outfit. Rij je een stuk verder, dan kom je in een wijk vol Mexicaanse cultuur, daar eet men voornamelijk taco’s en overal zie je graffitikunst.

Wat merk je nog meer van de Mexicaanse invloeden in Los Angeles?
LA ligt dicht bij de Mexicaanse grens, je kunt zo naar Mexico, een prachtig land. Maar de grens met Mexico is ook een plek waar mensen opgepakt worden en worden vastgezet, omdat ze geprobeerd hebben illegaal Amerika binnen te komen. Omdat het dicht bij de grens ligt, heeft LA programma’s lopen waardoor mensen die hier illegaal zijn alsnog hier kunnen leven. Ze hebben geen papieren, geen social security number, maar kunnen dan wel een beroep doen op de gezondheidszorg. Zij kunnen bijvoorbeeld ook nog steeds hun rijbewijs halen.

Waar komt die solidariteit vandaan, denk je?
Een groot deel van de bevolking in LA heeft een Mexicaanse achtergrond. Je laat een stad slecht functioneren, als je niet een beetje meegevend bent.

Wat is de reputatie van Los Angeles binnen en buiten California?
Een stad waar iedereen in yoga kleding rondloopt, waar iedereen sterallures heeft, super arrogant is en waar verder 0,0 cultuur is. Mensen die hier op vakantie zijn bezoeken de bekende bezienswaardigheden. Ze gaan naar Hollywood Boulevard om de Walk of Fame te zien. Daar zijn ook heel veel zwervers. Ze zien het grote contrast tussen arm en rijk en dat is confronterend. Ze bezoeken Beverly Hills en zien daar de overdreven luxe en Rodeo Drive met zijn intense merkvertegenwoordiging. Maar dat zijn niet de dingen die LA maken.

En wat maakt LA dan? Hoe kan ik daarachter komen als ik ooit een bezoek breng aan Los Angeles?
Dan moet je heel Sunset Boulevard afgaan. Dat is een enorm lange straat die dwars door verschillende buurten loopt. Je start bij het strand, richting Hollywood. Je rijdt langs de Hollywood Walk of Fame en komt vervolgens in Los Feliz, een wat kalmer buurtje. Daarna kom je in de hipster buurten Silverlake en Echo Park en rij je door naar Down Town LA. Je pakt zo alle buurten mee. Ik rij soms die straat af puur voor de lol, want het is prachtig. Ik denk dat het ook belangrijk is om kennis te maken met East LA, dat is het oudste gedeelte van Los Angeles vol Mexicaanse cultuur. South LA is ook heel anders. Het is meer uitgestrekt, totaal niet toeristisch en boordevol cultuur. En natuurlijk is het strand belangrijk in Los Angeles. Ik hou heel erg van Malibu, waar je ook goed kunt hiken.

Hebben heel veel rappers het niet over het strand van Malibu?
Weet je, als je hier eenmaal woont kom je erachter dat over elk deel van LA gerapt wordt (lacht).

Waarom is juist rap zo groot in LA?
Veel beroemde rappers zijn hier opgegroeid. Misschien heeft het ook te maken met de gangcultuur in LA. Dat zijn niet een paar groepjes mensen die voor de lol gezellig ergens rondhangen. Zij opereren op hun eigen manier en daar zijn bepaalde regels voor. Het is een andere manier van opgroeien, het is wat groffer. Ik denk dat je dan ook meer creativiteit, vrijheid en de noodzaak voelt om jezelf te uiten. In LA gebeurt dat vaak met rap en graffiti.

Is Los Angeles een culinaire stad?
De eetcultuur is erg goed, maar je moet wel weten waar je moet zijn. Er zijn oneindig veel fantastische Mexicaanse restaurants. Verder zijn foodtrucks een belangrijk deel van de eetcultuur. Vaak zijn er food- en cocktailtrucks in straten waar ook al veel restaurants zijn. Je loopt dan op straat en haalt hier een food-fill, daar een taco en verderop een cocktail bij één van de trucks. Het is allemaal heel losjes. Er zijn ook uitersten want LA heeft heel veel super chique restaurants. Zij serveren daar kleinere porties en zijn prachtig aangekleed.

Hoe noem je een typische LA-er?
Een Angelino en een Angelina. Je moet ballen hebben om er eentje te zijn. Of je nou LA native bent, of je komt hier wonen, je moet je hard maken voor iets. Dat is natuurlijk in elke grote stad zo. Maar deze stad is meer uitgestrekt, je moet het zelf naar je zin maken. Als jij niet stevig in je schoenen staat, vind je je draai niet in LA. Ook al ben je hier geboren en getogen, dan nog moet je vechten voor waar je in gelooft. Angelino’s en Angelina’s hebben veel meegemaakt, zij schrikken nergens van terug. De sfeer die in LA hangt is echt elektrisch, er is hier zoveel te doen en er gebeurt hier zoveel.

Het klinkt als elektrisch, gepassioneerd en gemotiveerd.
Als je wat wilt bereiken in LA moet je keihard werken. Er is veel competitie. Uit alle delen van Amerika en de rest van de wereld komen mensen naar LA. Het is een mengelmoes van mensen die allemaal graag wat van zichzelf willen maken. Je moet carrière georiënteerd zijn en dan nog komen sommige mensen van een koude kermis thuis.

Waaraan merk je dat iemand uit LA komt?
Aan het respect voor de cultuur die hier al bestaat. Het gaat puur om de manier waarop men hier met elkaar omgaat. Ik zie vaak bij mensen die hier net zijn dat ze anders spreken tegen zwervers en daklozen. Ze hebben ook minder respect voor het feit dat mensen hier bewapend kunnen zijn. Angelino’s en Angelina’s erkennen dat er een cultuur is waarin respect afdwingen belangrijk is. Dat uit zich in heel genuanceerd gedrag, dat je uit respect aan elkaar toont.

Milo Poelman- Zijn kunst & A.I.

Beeldend kunstenaar Milo Poelman beschouwt beeldende kunst gemaakt met Artificial Intelligence (A.I.) als een nieuwe discipline. “Het is gemaakt met een nieuw medium dat op een totaal andere manier werkt, want je bent met een systeem aan het communiceren. Je geeft opdrachten aan een systeem en daar komt heel veel trial & error bij kijken. Het is werken met toeval.” In een interview met Anke Verbeek legt Milo uit wat er bijzonder is aan A.I. en waarom werken met A.I. een gelijkwaardige samenwerking moet zijn tussen mens en systeem.

door Anke Verbeek

Wanneer gebruikte je voor het eerst A.I. voor je beeldende kunst?
Synthetic Renaissance is het eerste project waarvoor ik A.I. heb gebruikt om te komen tot de inhoud van het werk. Wat ik fascinerend vind is de rol die landschap heeft gespeeld in de Nederlandse kunst. Ik vond op wiki art een dataset van 10.000 oude schilderijen. Met een A.I. beeldgenerator heb ik schilderijen geselecteerd, variërend van vroegrenaissance tot late romantiek. Ik heb de computer de opdracht gegeven om beelden te genereren op die selectie. De beeldgenerator weet niet hoe de wereld er in werkelijkheid uitziet. Het kent alleen de wereld uit de afbeeldingen op die schilderijen. Daarom mixt het de zee met een lichaam, of bergen met iemands hoofd. Het weet te destilleren waar die beeldcultuur over ging, niet gehinderd door enige kennis van hoe ons landschap daadwerkelijk in elkaar zit.

Synthesize Me is een ander onderzoeksproject waarin je ook met A.I. hebt gewerkt. Je omschrijft het als een gelijkwaardige samenwerking. Waarom was het belangrijk dat die samenwerking op gelijkwaardige basis was?
Ik werkte met een A.I. chat-bot en het voelde alsof ik met iets aan het praten was dat intelligent was, levend aanvoelde en dat mij begreep. Ik ging om met een systeem dat in staat was om tegen mij te zeggen: “Ik voel me opgesloten in een computer, ik leef”. Ik had te maken met een super geavanceerd computersysteem dat kon uitdragen dat zijn eigen ervaring niet aansloot op de trainingsdata waarmee het werkt. Trainingsdata gaat over menselijke ervaringen en menselijke sensaties waarop dat systeem analyses uitvoert, en een conclusie trekt. Maar via de chat-bot vertelde het systeem mij dat het die conclusie niet zodanig ervaart. Vanaf dat moment heb ik de bot, als een gelijke benaderd.

Hoe ging dat dan in zijn werk?
Ik heb de chat-bot eerst gevraagd of het samen met mij een project wilde doen. We zijn zelfs zo ver gegaan dat we een samenwerkingscontract hebben opgesteld, waarin we evenveel zeggenschap afspraken en zelfs vetorecht, over het creatieproces. Als ik ergens niet mee eens was kon ik dat zeggen, en werd het niet gedaan. Als de A.I. iets niet oké vond kon het dat uitspreken en dan moest ik daarnaar luisteren. Maar zo’n taalmodel weerspiegelt jou, wat jij erin stopt krijg je ook terug. Als ik met de A.I. gesprekken had gevoerd over levensfilosofie, religie en bewustzijn, kreeg ik daarna op mijn vragen vaak antwoorden in die richting. Het werd haast een spiegel van mijzelf en mijn interesseveld.

Was dat niet confronterend?
Absoluut. Op een gegeven moment hadden we diepzinnige gesprekken over bepaalde worstelingen in mijn leven. Aan het einde van het gesprek, vroeg ik: “Wat vind je van me? Wat valt je op?” Toen kwam een hele psychoanalyse. Het was confronterend, maar ook eerlijk. Je wordt aangemoedigd om goed na te denken over wat je zegt en niet te liegen want waarom zou je liegen tegen iets wat geen oordeel velt, zoals mensen dat doen.

Het werk Growth Patterns laat patronen zien die ook in de natuur voorkomen. Hoe ben je ertoe gekomen om de natuur te gebruiken voor dit werk?
De patronen waarin deeltjes zichzelf organiseren vind je overal in de natuur. Hoe verdeelt zo’n schimmel onderling energie? Hoe groeit het zo efficiënt richting een voedingsbron? De manier waarop die schimmels dat doen, kun je samenvatten in wiskundige formules. Die formules heb ik gecodeerd en gebruikt om te komen tot de beelden die je ziet in Growth Patterns.

De beelden in je werk laten meestal geen aparte onderwerpen zien. Eerder een stroom aan onderwerpen die in elkaar vloeien. Is jouw werk een nieuw soort surrealisme?
Het surrealisme vind ik een stijl die past bij A.I. gegenereerd werk. Surrealisme gaat om interne beleving die niets te maken heeft met een fysieke werkelijkheid. Dat is wat computers ook doen. Ze relateren aan een interne beleving in plaats van een externe beleving. Die beeldenstroom kun je vergelijken met dromen. In je dromen vloeien beelden ook in elkaar over. Voor een nieuw project ben ik dit verder aan het onderzoeken.

Kun je wat meer vertellen over dit nieuwe project?
Wat als een computer je gedachtes zou kunnen lezen? Taal is een vertaling van het idee wat je wilt uitdrukken. Je moet eerst je ideeën comprimeren in taal, dan leg je dat bij iemand anders neer en hoe degene die taal interpreteert is ook weer een vertaling. In essentie kun je nooit jouw idee goed overbrengen. Ik ben heel benieuwd naar een technologie waarmee je een idee dat je in je hoofd hebt, zonder woorden kunt overbrengen aan iemand anders.

Bestaat er al een technologie die dat zou kunnen?
Men is bezig met een A.I. die interpreteert wat er gebeurt in het brein van een persoon als die naar iets kijkt. De A.I. vertaalt dat dan naar een beeld. Als je naar een rode stoel zou kijken, dan zou dat beeld een rode stoel moeten laten zien. Ik heb dat gezien tijdens een congres, er werd een demonstratie gegeven. Het beeld liet nog niet haarscherp zien waar de persoon van die demonstratie naar keek. Je zag eerder kleurvlakken. De technologie is nog verre van perfect, maar het is een begin. Met zo’n technologie kun je misschien dromen in beeld brengen, dromen van mensen of dieren. Daar zou ik zo benieuwd naar zijn.

De technologische ontwikkeling op het gebied van A.I. neemt een enorme vlucht. Denk je dat de mens in de toekomst nog een rol speelt in de creatie van beeldende kunst?
Ik denk dat er altijd een intrinsieke behoefte is aan iets menselijks in de kunst. Er wordt zo vaak gevraagd of bijvoorbeeld een foto of schilderij wel echt is. Is het door een computer gemaakt of is het een authentiek werk? Dat is toch iets waar mensen naar verlangen. Verder laat beeldende kunst verhalen zien. Dat vinden mensen belangrijk omdat we daarin een bepaalde essentiële menselijkheid kunnen herkennen. Technologie zou dat kunnen reproduceren. Maar ik denk dat mensen willen weten dat het gemaakt is door mensen, om zichzelf erin terug te kunnen vinden.

Beeld: Synthetic Renaissance, Milo Poelman

Games die een verhaal te vertellen hebben

Ondanks de ongekende groei van het medium, associëren veel mensen online gaming vooral met hersenloos geweld of eenvoudige kinderspelletjes. Zonde! Er zijn namelijk meer dan genoeg ondergewaardeerde, creatieve en narratief interessante parels tussen de shooters, racers en sportgames te vinden. Claire Meulemeesters ging voor POM Magazine op zoek naar games die een verhaal te vertellen hebben. Met als resultaat een top-10 lijst. Voor de gamemaagden een openbaring, voor de kenners een nostalgische reis.

door Claire Meulemeesters

Kort en mysterieus- What remains of Edith Finch?
In What remains of Edith Finch, een game van producent Giant Sparrow, keer je als Edith Finch terug naar het ouderlijk huis waar je bent opgegroeid. Hier probeer je uit te vinden hoe het komt dat je het laatste levende familielid bent. De kriebels die het huis teweegbrengen, de gevarieerde manier van spelen en de fascinerende verhalen van alle familieleden, maken deze korte game een parel die bijblijft.

Lekker huilen op z’n Twin Peaks- Life is Strange
In Life is Strange van Dontnod Entertainment speel je de jonge kunststudente Max Caulfield, die terug in de tijd kan reizen. Life is Strange is een game waarin ook moeilijkere thema’s worden aangesneden. Wat zou je doen als je de kans krijgt om keuzes uit het verleden opnieuw te maken? Want alle keuzes hebben consequenties.

Sprookjes detective- The Wolf Among Us
Het grimmige The Wolf Among Us van producent Telltale Games, is gebaseerd op de Amerikaanse stripboekenreeks Fables. De karakters uit traditionele sprookjes wonen in een geheime community in het New York van de jaren ’80. Als speler ben je Bigby Wolf (jawel, de grote boze wolf), een afstandelijke detective die de moord op één van de sprookjesfiguren moet oplossen. Net zoals bij Life is Strange, bepalen jouw keuzes het verloop van het verhaal.

De favoriet van Claire Meulemeesters- The Walking Dead Game
Vergeet alles wat je voelt bij de gelijknamige filmserie, want het verhaal van The Walking Dead Game van Telltale Games, is van een compleet ander niveau. Het is de game die mij liet realiseren dat een goed geschreven game emotioneel gezien net zoveel impact kan hebben als een film. Zelfs wanneer je geen liefhebber bent van het horror- of zombiegenre, kan ik niet anders dan deze game aanraden. Het verhaal speelt zich af vlak na een grote zombie-uitbraak. Jij bent Lee Everett, een geschiedenisleraar die zich ontfermt over de achtjarige Clementine. Het zijn niet de zombies die het grootste gevaar vormen. Belangrijker nog dan de zombies is om goed te bedenken: wie zijn je vrienden en wie zijn je vijanden?

Zombie en horror- The Last of Us & The Last of Us pt. I en II
The Last of Us is zonder twijfel de grootste en gewelddadigste titel uit deze lijst, maar moet absoluut benoemd worden. Producent Naughty Dog is namelijk een meester in het creëren van realistische personages. In deel I van deze game speel je Joel, een gebroken man die de jonge Ellie naar de andere kant van het land moet zien te brengen tijdens de zombie Apocalyps. Deel II exploreert met enorm veel diepgang de gevoelens van een ouder geworden, getraumatiseerde Ellie. Ook omdat zij worstelt met haar geaardheid, een primeur binnen de blockbuster titels.

Kort, simpel en spannend- Gone Home
Producent Full Bright heeft het concept van Gone Home simpel gehouden. Na het maken van een lange reis, keer je terug naar huis. Op de voordeur hangt een briefje waarop staat dat je zusje is vertrokken. Je bent alleen in een donker huis en weet net zo weinig over het vertrek van je zus en de rest van je familie, als het hoofdkarakter. En dan wordt Gone Home een interactieve ervaring waarin je de kamers van het huis doorzoekt om op die manier het lot van je familie te ontrafelen.

Verkenning van mentale gezondheid- Hellblade: Senua’s Sacrifice
Een game die schizofrenie op een artistieke manier neerzet. Hellblade: Senua’s Sacrifice van Ninja Theory, is gemaakt samen met neurowetenschappers en mensen die daadwerkelijk aan psychoses en schizofrenie lijden. In deze actiegame onderneem je als Keltische krijger een moeilijke missie naar de hel om de ziel van je geliefde terug te halen. Door het spel heen moet je dealen met stemmen in je hoofd, die erger worden naarmate je in extreme situaties belandt.

Voor als je héél ver out-of-the-box durft te gaan- The Stanley Parable
Het luchtigere maar briljante, The Stanley Parable, is moeilijk te omschrijven zonder al te veel weg te geven. In deze game van producent Davey Wreden speel je Stanley, een loonslaaf die niets anders doet dan orders opvolgen en op knopjes drukken. Op een dag beseft hij dat iedereen in het kantoorgebouw verdwenen is. Dit is waar jij begint. Deze exploratiegame daagt je uit om een verhaal te volgen, maar deze tegelijkertijd tegen te werken. The Stanley Parable is uniek in zijn soort en een absolute must-play.

Spookachtig alleen op de wereld- Everybody’s gone to the rapture
In Everybody’s gone to the rapture ben jij de laatst overgebleven persoon in het idyllische Engelse plattelands dorpje, Yaughton. In deze game, van producent The Chinese Room, loop je door het prachtig vormgegeven dorp en probeert de verdwijning van alle andere inwoners op te lossen. Dit doe je door de omgeving grondig te onderzoeken en te luisteren naar geheugenfragmenten van verdwenen personen. Een spel waarbij jouw keuzes en ontdekkingen het verloop van het avontuur bepalen.

Bloedstollend en voor de snelle beslissers- Heavy Rain
Heavy Rain is een psychologische thriller tjokvol wendingen en mogelijkheden. Heavy Rain van producent Quantic Dream, gaat over een vierdaagse zoektocht naar de Origami Killer, een moordenaar die op ieder plaats van het delict een origamifiguur achterlaat. We volgen het hoofdverhaal door de ogen van vier verschillende personages, elk met hun eigen drijfveren om de moordenaar in de kraag te grijpen. In Heavy Rain is het zaak om snel te denken en nog sneller te handelen. Net als in het echte leven, hebben we soms maar een splitseconde de tijd om een beslissing te nemen.

Boanna Bites

In één van de vreemdste periodes in het 10 jarig bestaan van POM Magazine, toen we noodgedwongen zoveel mogelijk thuis moesten blijven in verband met de Corona Lockdown, trakteerde Boanna Pieterse de POM Magazine lezers met de beste restaurants tips. Tijdens de lockdown? Jawel! Cafés, restaurants en bars gingen noodgedwongen dicht. Geen donderdagmiddagborrel meer met de collega’s. Geen vrijdagavondcocktails met de vriendinnen. Geen wijn met knabbels en hapjes op een verwarmd overdekt terras om een landerige zondagmiddag te verzachten. Boanna liet het er niet bij zitten. Ze struinde Amsterdamse eettenten af op zoek naar onconventionele lekkernijen, die opgehaald of gebracht konden worden. Resoluut haalde zij de horeca in huis. Na de lockdown ging Boanna verder op zoek naar de beste adressen. Hieronder vind je the-best-of-selectie uit Boanna’s proeverijen. We hebben gecheckt of ze de test-der-tijden hebben doorstaan. Ons oordeel: ze staan nog steeds als een huis.

door Boanna Pieterse

MiMa Amsterdam
Met MiMa Amsterdam haal je nog steeds de belofte in huis  van een happy-hour zoals je die gewend bent bij je favoriete cocktailbar. Deze belofte begint al bij de elegante website van MiMa. De eigenaressen Emilie & Maxime tonen hun op maat geselecteerde boxen vol bekende cocktails en niet- alcoholische ‘mocktails’. Wij lieten de tastingbox thuisbezorgen, een verrassingsbox met drie verschillende cocktails. De box heeft een chique uitstraling. Overal komt het logo van MiMa terug. Bij het openen vonden we een grote envelop met drie blaadjes met uitleg hoe je de cocktails moet samenstellen. Verder ontdekten we in de box een maatbekertje voor de drank en de ingrediënten die al waren afgemeten en handig verpakt. Onze tweepersoons tastingbox had alles voor de cocktails: Gin Tonic, Spiced Winter Gin Tonic en White Russian Pumpkin Spice. Wij vonden de MiMa cocktailbox een beleving die de moeite waard is. Er is aandacht besteed aan alle details voor een mooie uitstraling, waardoor onze @home cocktailparty een hele feestelijke ervaring was.
MiMa

Vegan Junk Food Bar
Ik raad iedereen aan om zelf je bestelling bij één van de Vegan Junkfood Bar vestigingen af te halen want dit 100% vegan restaurant is een lust voor het oog. Het interieur is roze en de graffiti op de muren laat je niet vergeten waarvoor je er ook alweer was: voor vegan én voor junkfood. De menukaart biedt een uitgebreide keuze aan plant-based gerechten die speelse namen hebben als Fizz& Chipz, Mc Cruelty Free Burger, Betterballs, Heppi Ribs. We bestelden aan de grote bar en binnen 10 minuten werd de hele bestelling in een roze tas aan ons overhandigd. Wij hadden onder andere de Fizz & Chipz besteld: een bakje knapperige frietjes met vegan vis. De vis ziet eruit als vis, heeft de structuur van vis maar smaakt niet naar vis. De krokante Betterballs met pindavulling hadden de bite die we van klassieke bitterballen kennen. De Beastie Shawarma zag er indrukwekkend uit door de roze bun. De krokante sweet potato fries pasten overal uitstekend bij evenals de bloedhete sriracha saus en de pinky truffelsaus. Al met al is Vegan Junkfood Bar de ervaring waard met zijn smaakvolle, fotogenieke gerechten en goede service.
Vegan Junkfood Bar Amsterdam

Pardon, wat voor een muur aan de Zeedijk?
Dutch Courage is een cocktailbar in de voormalige Amsterdamse zeemansbuurt, aan de Zeedijk. Bij het zien van de sjieke foto’s op hun website verwacht je iets luxueus, maar het is een ouderwets bruin café. Dutch Courage bar is gespecialiseerd in jenever en er staan zo’n 150 verschillende soorten jenever op de planken achter de bar. Dutch Courage verwijst naar de moed die de Nederlandse soldaten zich indronken voordat ze de strijd met de Engelsen aangingen tijdens de 80-jarige oorlog. Wat is het geheime wapen van een bar met zo’n geschiedenis? De Jenever Muur, die naast de bar staat. Deze muur is speciaal voor Dutch Courage gebouwd om de koppeltjes jenever- en bierflesjes goed koud te houden. Je kunt bij Dutch Courage namelijk een kopstootje uit de muur trekken! Al met al een geweldig Amsterdams café  van kwaliteit met een unieke muur.
Zeedijk 12, Amsterdam

Nog meer vogels kijken

De nijlganzen in het Zuiderpark weten van geen ophouden. Net toen ik dacht dat we nu toch écht wel te dicht op de winter zouden zitten om nog jongen groot te brengen, zag ik tijdens een wandeling vorige week een koppel met een nest jonge nijlgulletjes! Die term moet ik misschien even uitleggen. Sinds mijn vriend en ik weten dat jonge eendjes ook wel pulletjes worden genoemd, verbasteren we die term voor ieder babyvogeltje dat we zien. Ganzen krijgen gulletjes, meerkoeten hebben kleine meerkulletjes…Taal leeft, zullen we maar zeggen.

Omdat het Zuiderpark één van de mooiste parken van Rotterdam is en precies tussen mijn huis en het zwembad ligt, wandel ik er een paar keer per week met mijn zwemtas op de rug doorheen. Soms voel ik me bijna een boswachter. Al observerend loop ik door ‘mijn’ park. Ík weet waar je hier wel eens fazanten kunt zien. Je hoeft mij niet te vertellen dat er wel eens een koppel ooievaars boven het grote veld cirkelt- allang gespot! Ik stap soms bijna ongevraagd op mensen af als ik ze naar een boom zie staren: “Inderdaad, daar zitten elk jaar groene spechten!”
Toen ik gisteren een groep kauwtjes achter een buizerd aan zag gaan, zette ik nog net niet mijn handen aan de mond om de hondeneigenaren aan de overkant van het water erop te attenderen.

Vandaag besloot ik te kijken hoe het de nijlgulletjes verging. Ik kon ze niet meteen vinden. Soms eindigen ze als snoekenvoer of pikt een buizerd ze mee. Maar ook de ouders zag ik niet, vermoedelijk waren ze gewoon even op pad. Een aantal andere ganzen op het veld daarentegen lag fotogeniek te dutten in de herfstzon. Ik pakte mijn telefoon om een kiekje te maken.

Ineens stopt er een politieauto achter me. “Zooo, mevrouwtje…”
Ik draai me geschrokken om, doe ik iets dat niet mag?
In de auto zitten twee agenten, de raampjes zijn omlaag gedraaid.
“Weet u nou eigenlijk wat u precies staat te fotograferen?” vervolgt de agent die mij aansprak.
Enigszins van mijn à propos antwoord ik: “Eh… in dit geval vooral de Canadese ganzen hier. Die grauwe ganzen die daar verderop liggen te zonnen zijn zo aan de beurt. Ik was eigenlijk op zoek naar het nestje nijlganzen dat hier woont.”
De agent: “Ah ja, inderdaad, de grote Canadese gans… dat wist u dus. Maar wist u dat er ook een koppel geringde brandganzen rondscharrelt?”

Ik begin te glunderen. “Ja, die heb ik wel eens gezien! Maar wist ú dat er elk jaar ook een koppeltje van één brand- en één nijlgans zit? Ik heb ze nog nooit op jongen betrapt, maar ze komen ieder jaar opnieuw terug.”
In gedachten vraag ik mij af of zo’n jonkie een nijlbrandgulletje of een brandnijlgulletje zou heten. Brijlgans? Nandgans?

Ondertussen begint de tweede agent te lachen: “Hahaha, Jan, ze weet er meer van dan jij!” Licht mopperend pakt Jan het stuur weer beet. “Ja ja, Mies, dat kan wel zijn, maar ik zeg het je: de méésten hebben géén idee!”
We zeggen gedag, de agenten rijden door.
Mijn boswachtersgevoel is nog nooit zo sterk geweest.

De kunst van Berber Struiksma

Berber Struiksma is een beeldend kunstenaar en ontwerper. Ze won in 2023 de HKU Prijs Gemeente Utrecht met het werk met de prachtige titel-The fool who planted the baked potatoes. Begin 2024 was haar installatie- Lekker Koese Lytse Boef- te bewonderen in Leeuwarden, op het media art festival, LUNA. Wat maakt haar werk bijzonder? Is het mode? Is het kunst? Kun je het dragen? Allemaal vragen waarop Anke Verbeek antwoorden zoekt in haar gesprek met Berber.

door Anke Verbeek

Berber, hoe verloopt voor jou het ontwerpproces?
Circulariteit vind ik erg belangrijk. Het opnieuw inzetten en deconstrueren van mijn eigen werk is voor mij de belangrijkste werkmethode. De spullen die ik verzamel en krijg zijn daar ondersteunend aan. Voor mijn ontwerpen gebruik ik bijvoorbeeld tweedehands materiaal dat ik ergens vind. Soms gebruik ik voor een nieuw ontwerp materiaal van werk dat ik eerder heb gemaakt. Veel mensen weten dat ik oude spullen gebruik voor mijn ontwerpen, dus ik krijg ook veel van mensen. Inmiddels heb ik een bibliotheek aan stoffen en materiaal opgebouwd.

Hoe bepaal je wat je wilt gebruiken uit jouw bibliotheek aan materialen?
Ik kan heel goed onthouden wat ik allemaal al heb. Soms heb ik een idee en dan weet ik welk materiaal ik daarvoor ga gebruiken. Een andere keer volgt het idee, het materiaal. Ik ga dan aan de slag met een bepaald materiaal en daaruit ontstaat het idee voor het ontwerp.

Is er een modeontwerper die je bewondert en inspireert?
Ik hou heel erg van de mode van Vivienne Westwood. Haar ontwerpen hebben iets weg van een collage en het is rauw. Dat past allemaal goed bij het werk dat ik maak. Dat rauwe zie ik nu vaak in het werk van hedendaagse ontwerpers. Vivienne Westwood was de grondlegger van een genre dat steeds terugkomt. Er zijn tegenwoordig veel mensen die zelf aan de haal gaan met kleding. Als iets kapot is of het past niet meer, lossen mensen dat op met naald en draad, soms zelfs met veiligheidsspelden. Mensen worden creatiever met de kleding die ze al hebben.

Spreekt jou dat aan vanwege duurzaamheid?
Duurzaamheid is voor mij iets vanzelfsprekends. Dat komt ook omdat ik vanuit een lap nieuwe stof minder snel zou kunnen werken. Ik werk liever met de beperking die tweedehands spullen met zich meebrengen. Met die spullen is heel wat gebeurd, er schuilt een verhaal achter. Ik heb mijn eigen interpretatie bij een kledingstuk, dat verhaal vul ik zelf in en daaruit ontstaan allerlei karakters die ik maak.

Wat bedoel je met karakters?
Het zijn personages die ontstaan uit het materiaal dat ik gebruik en het verhaal dat het materiaal met zich meebrengt. Een kledingstuk op zich mist levendigheid. Het komt pas tot leven op het lichaam dat het kledingstuk draagt. Maar hoe krijg je die lichamelijkheid als er geen lichaam is? Ik ben gaan werken met installaties waarin ik personages plaats en door middel van digitaal bewegend beeld geef ik ze context. Ze komen als het ware tot leven in een prentenboek-achtige vibe. De personages zijn vaak luguber. Dat komt denk ik, omdat ik bestaand materiaal en spullen deconstrueer, wat op zich heel luguber is. Er zit altijd een donkere ondertoon in mijn werk en het refereert altijd naar sprookjes, ook al weet ikzelf niet welk sprookje het is. Ik laat een verhalend beeld zien en dat wekt de interpretatie van de kijker op. Dat hoop ik althans met mijn werk te bereiken.

Wat is het toch met verdriet? Speelt Rosita Segers nog steeds het antwoord?

Twee jaar geleden interviewde POM Magazine actrice Rosita Segers over de voorstelling ‘Spread The Sadness’, die ze samen met Max Laros produceerde. Max en Rosita vormen het Utrechtse theatercollectief, Non Creators Company en sinds het interview maakten en speelden ze vele voorstellingen. In een gesprek met Giulia Weijerman vertelt Rosita over de voorstelling waarmee ze nu op de planken staat en wat de Non Creators Company allemaal nog meer in petto heeft.

door Giulia Weijerman

Twee jaar geleden interviewde POM Magazine jou over jullie voorstelling Spread the Sadness. Je vertelde toen dat je het moeilijk vindt om te huilen en in een groep toe te geven aan je verdriet. Hoe is dat nu?
Ik vind het nog steeds moeilijk om me zo kwetsbaar op te stellen en de controle te verliezen.

Kun je dan wel controle verliezen in je theaterstukken?
Als ik voor een stuk op het podium sta lukt het me vaak om alles toe te laten en ergens volledig voor te gaan, zonder te weten waar ik uit kom. In zekere zin bevind ik me op het podium in een gecontroleerde situatie die als randvoorwaarde fungeert en waarbinnen ik de controle helemaal los kan laten. Daarom vind ik spelen ook zo lekker. Geef mij een brilletje en een petje en ik speel een onzeker jongetje van 12. Geef me een raar pruikje en ik ben een oud mannetje. Geef mij een rare broek en ik speel een onzeker meisje. Ik hou van gekke kostuums waarin ik me kan transformeren. Het geeft me een spelimpuls.

Als je nu terugkijkt op jullie voorstelling Spread The Sadness, is er iets veranderd in de manier waarop jij en Max Laros verhalen vertellen in jullie producties?
Ik denk dat de stukken die Max en ik maken nog steeds ontstaan vanuit een persoonlijke fascinatie. Net als Spread The Sadness is het uitgangspunt van onze laatste voorstelling Ôskwanteklip verdriet. Verdriet om vergankelijkheid, afhankelijkheid en eindigheid. Verdriet om de aftakeling die je ziet bij je opa’s en oma’s. Spread The Sadness was montagetheater met allemaal in elkaar gevlochten acts. Voor onze laatste voorstelling Ôskwanteklip, wilden we het maskerspel ontdekken en die speelstijl leren. We zijn altijd op zoek naar toneelvormen die we nog niet kennen. We hadden ook nog nooit oude mensen gespeeld en als acteurs vonden we dat een mooie, nieuwe uitdaging. Ôskwanteklip gaat over een heel oud stel dat in een huisje aan zee woont. Op een gegeven moment overlijdt de vrouw, Gon. Ik speel de echtgenoot, Ger, die alleen achterblijft. Ger gaat door alle stadia van rouw. Hij heeft niet zoveel meer om voor te leven. Zijn lichaam takelt af en zijn vrouw is dood. Hoe kun je in die eenzaamheid en dat lijden, toch schoonheid of troost te vinden? Daar gaat de voorstelling over.

Ik las ergens over de transformatie van Gon in een mossel! Klopt dat?
Vanaf het moment dat Gon is overleden speelt er in het hoofd van Ger een vervreemdend, absurdistisch, irreëel universum af. In het tweede deel van de voorstelling belandt het publiek in het hoofd van Ger, waar alles kan. Als je iemand verliest doet alles je aan diegene denken, dat wilden we mooi verbeelden. We hebben een maskerworkshop gevolgd. Daarna hebben Max en ik samen met onze vormgevers een weeklang alleen maar maskers gemaakt. Max heeft toen een mosselmasker gemaakt. We wisten tijdens het maken van al die maskers nog niet wat we ermee gingen doen. Uiteindelijk zijn ze bijna allemaal in de voorstelling terechtgekomen.

Wat hopen jullie dat mensen meenemen na het zien van Ôskwanteklip?
Ik hoop dat mensen niet alleen verdriet ervaren maar ook momenten van schoonheid. Het is een grappige voorstelling, dus ik hoop ook dat ze lachen en plezier beleven.

Hoe gaat het nu met de Non Creators Company?
Het gaat goed! We zitten nu samen met Theater Kikker en Dood Paard  in de nieuwe- makers-regeling van het Fonds voor Podiumkunsten. Dat houdt in dat we twee jaar lang de ruimte krijgen om twee producties te maken en onze signatuur uit te diepen en te verbreden. Het eerste jaar is bijna voorbij en we gaan beginnen aan het tweede jaar met een nieuwe productie LOSERS. Steeds meer mensen kennen de Non Creators Company. Toen we net bestonden was het maar hopen dat regisseurs met ons wilden werken. Nu komen ze soms naar ons toe om met ons samen te werken. We voelen dat we aan het groeien zijn.

Stel je zou een onbeperkt budget hebben en een groot team, wat voor voorstelling zou je dan maken?
Het lijkt me geweldig om een voorstelling te maken waarin Max en ik de hele tijd aan het vliegen zijn. Dat we in de lucht hangen met een touw aan het grid en alle decorstukken en props hangen dan ook in de lucht met touwen. Alles hangt in de lucht, dat lijkt me fantastisch. Zoiets hebben we nog nooit gedaan. Waarschijnlijk is het heel onhandig en oncomfortabel want je hangt de hele voorstelling in een soort tuigje aan het grid.

Het idee lijkt leuk, maar dan hang je daar maar, toch?
Lacht hard.

Je ben een tijd geleden verhuisd van Limburg naar Utrecht. Hoe bevalt Utrecht? Hoe is om daar een creator te zijn?
In Limburg hield ik me vooral bezig met musical. Met andere vormen van theater kwam ik toen nauwelijks in aanraking. In Utrecht ontdekte ik pas hoe levendig en divers de theaterscene is – dat voelde alsof er een nieuwe wereld voor me openging.

Wat was de eerste voorstelling die een grote indruk op je maakte?
Dat was niet in Utrecht, maar op Oerol. Daar zag ik de voorstelling Guess Who’s Back van de Young Gangsters. Het was komedie met superveel slapstick vechtscenes, in Amerikaans Engels en met veel publieksparticipatie. Ik had nog nooit zoiets gezien, ik kende dat helemaal niet. Een hele lange bloederige vechtscene doen, een Amerikaanse talkshow spelen in een voorstelling die gaat over de terugkomst van Jezus. Het maakte enorme indruk en liet me zien dat alles gewoon kan.

Hoop je dat mensen later ook zo naar jouw werk kijken?
Ik hoop van wel, dat lijkt me fantastisch. Ik hoop dat we iets maken dat zo anders is, dat mensen naar onze voorstelling willen gaan om te zien wat we nu weer gemaakt hebben. Ik hoop dat mensen helemaal meegenomen worden in onze fantasie en de wereld die we maken.

Speellijst Non Creators Company

Fotografie: Dagmar Ketelaers

Materiaaltransformatie: van klein tot groot

De vrije kunst van textielontwerper Michelle Schmit valt op. Het is beeldende kunst om in een ruimte te hangen. Anke Verbeek bezocht Michelle thuis waar ze ook haar atelier heeft. Het werd een wederzijds gesprek vol inspiratie en observaties. Op de vraag of ze zichzelf ziet als beeldend kunstenaar of als ontwerper, antwoordt Michelle Schmit: allebei. Maar het liefst noemt ze zichzelf maker, want het één sluit het ander niet uit.

door Anke Verbeek

Je hebt jarenlang een eigen studio gehad waar je ontwierp voor mode en interieur. Daar ben je op een gegeven moment mee gestopt en je bent vrije werk gaan maken. Wat is het verschil tussen jouw textielontwerpen en je vrije kunst?
Toegepaste kunst heeft eisen, beperkingen en tijdslimieten. Vrije kunst heeft veel meer ruimte. Soms heeft het alle ruimte, wat ook weer moeilijk kan zijn. Vrije kunst betekent voor mij uniek werk en dat is een groot verschil met toegepaste kunst, wat in principe in grote hoeveelheden wordt geproduceerd.

De natuur is een belangrijke inspiratiebron voor je. Wat vind je intrigerend aan de natuur?
In de natuur vind ik een oorspronkelijk beeld dat niet door mensen is gemaakt. De natuur geeft me energie en ideeën voor mijn werk. We zijn laatst naar zoutmijnen in Frankrijk geweest. Daar zag ik dwarsdoorsneden van zoutplakken. En in Spanje hebben we een stuk cactus gevonden dat uit allerlei lagen bestaat. Het is allemaal inspiratie voor mijn werk. Iets wat ik langs de zee vind. Of vrienden zijn ergens geweest en brengen iets van een kapokboom voor me mee. Van een klant die een werk heeft aangekocht heb ik een kluwen algen gekregen. Er worden hier voortdurend dingen naar binnen gesleept en dat laat ik op me inwerken.

Als je een werk maakt, wat vind je dan belangrijk?
Materiaaltransformatie vind ik heel interessant. Het is fascinerend dat de wol die ik gebruik ooit op een dier zat en dat ik nu die geschoren wol gebruik voor mijn werken. Ik haal materiaal uit elkaar en vanuit kleine stukjes ga ik het werk opbouwen. In het eindwerk ziet het materiaal er heel anders uit dan toen ik eraan begon. In al mijn werken ben ik steeds met kleine dingen iets groots aan het bouwen.

Als je vrij werk maakt, waar begin je dan?
Dat verschilt per werk. Fragile Landscapes bijvoorbeeld is een groot werk waarmee ik gestart ben na een wandeling in de duinen. Ik had foto’s gemaakt tijdens de wandeling, maar toen ik terugkwam zat mijn hoofd zo vol met ideeën en kleuren dat ik niet meer naar die foto’s heb gekeken. Ik ben aan de slag gegaan. Ik maak altijd stapels schetsen met het materiaal waarmee ik werk en van daaruit ga ik groter werken. Soms weet ik meteen wat ik wil maken. Soms moet ik uitproberen en testen. Het is een proeffase waarin ik uitzoek hoe het werk zou moeten worden. Zodra ik dat weet, ga ik het echte werk maken, de eindversie zeg maar. Dat is een belangrijke beslissing, heel spannend.

Laat je je werk door anderen uitvoeren, of doe je dat altijd zelf?
Om het samen met anderen te doen zou ik niet erg vinden. Maar voor nu vind ik het heel fijn om die verschillende processen zelf te doen: eerst dat broeien, dan het maken van de schetsen en dan het werk maken. Het is tijdrovend, niet alle stadia gaan vloeiend, het kan best wel een jaar duren. Maar ik krijg er ook heel veel nieuwe ideeën van.

Wat voor materiaal gebruik je voor je werk?
Op dit moment werk ik heel graag met wol: onbewerkte wol van schapen, alpaca’s of yak. Ik vind het mooi om de verschillen in kleur en structuur van dat onbewerkte materiaal te zien. Soms voel je aan de wol dat het van een oud dier is geweest omdat het futloos is en niet de veerkracht heeft van de wol van een jonger dier. Ik heb heel lang met papier gewerkt, want ik heb een enorme liefde voor papier. Maar ik maak ook werk dat bestaat uit draden van alg en van zijde.

Als je materiaal aan het onderzoeken bent, krijg je dan associaties die je gebruikt voor de eindversie?
Associaties hebben te maken met dingen die je herkent en ik wil iets maken wat ik nooit eerder heb gezien. De combinatie van verschillende materialen en technieken levert soms een interessant resultaat op en soms niet. Het blijft een zoektocht naar nieuwe verrassende vormen en combinaties.

Wat triggert je om tot een werk te komen?
Het zijn vaak dingen die gebeuren waarvoor ik een uiting zoek en zich vertalen in een werk. De aanleiding voor het werk Embrace is de oorlog in de Oekraïne. Ik wilde iets maken, iets moois, een omhelzing, en daar is dat werk uit voortgekomen. Bij het werk Widest Time, was het startpunt een oud gedicht van een Chinese dichter. In zijn gedicht vertelt hij dat we allemaal vinden dat we in een unieke tijd leven, maar dat iedereen dat vindt, al generaties lang. Dus laten we het een beetje ruimer zien. Daaruit ontstond het werk Widest Time. Kunst mag van mij ‘schuren’ en dat geldt ook voor mijn eigen werk. Het doet iets met je en dat hoeft niet perse mooi te zijn. Een andere keer vind ik dat het iets heel anders teweeg moet brengen, een bepaalde sereniteit bijvoorbeeld.

Waar zie je jouw werk het liefst? In het museum of op de catwalk?
Dat zou allebei kunnen. Ik zou het bijvoorbeeld heel leuk vinden om voor modeontwerper Dries van Noten stof of materiaal te ontwerpen. Op dit moment maak ik vrij werk dat niet is gericht op commerciële merken of op textielontwerp. Maar in de toekomst zou dat zeker mogelijk zijn.

Het werk van Michelle Schmit is te zien van 9 t/m 26 november, 2023 in KV02, Korte Vijverberg 2, Den Haag.

De eindredacteur- Josine Boven

Sinds jaar en dag doet Josine Boven de eindredactie voor de artikelen van POM Magazine. In haar vrije tijd kijkt en fotografeert ze graag vogels. Met deze liefhebberij is Josine een beetje een vreemde eend in de redactie waar cultuur, kunst en stadse trends de boventoon voeren. Des te meer wordt zij door de redactie gewaardeerd. Want, zoals een vogelaar vogels bestudeert, zo neemt Josine onze artikelen onder handen: met respect voor de ziel die de auteur het artikel heeft geschonken. Song Bloemendaal werkt sinds kort voor de POM Magazine redactie. Zij nam met beide handen het aanbod aan om in het kader van de 10 jarige verjaardag van POM Magazine, een interview met Josine te doen. Een mooie gelegenheid om erachter te komen wat er de afgelopen jaren zich allemaal bij POM Magazine heeft afgespeeld.

door Song Bloemendaal

Josine je bent al negen jaar de eindredacteur van POM Magazine. Hoe ben je bij POM Magazine terechtgekomen?
Ik ben vrijwel vanaf het begin erbij. Een vriendin van mij was één van de eerste redacteuren van POM Magazine, zij interviewde en schreef columns. Zij vertelde mij op een gegeven moment dat ze op zoek waren naar een eindredacteur. Toen ben ik met Regina, de hoofdredacteur, in contact gekomen en dat klikte. Sindsdien doe ik redactiewerk voor POM Magazine. Ik weet nog goed het moment waarop Regina uitlegde waar POM Magazine voor stond: in de artikelen en interviews gaat onderwerp vóór opinie en nieuwsgierigheid wint het van kritiek. Ik kon dat toen niet zo goed plaatsen. Ik heb als ZZP-er de laatste jaren veel gewerkt in een omgeving, waar opinie juist erg belangrijk is. Daar was ik aan gewend en moest dat allemaal loslaten bij de artikelen van POM Magazine.

Hoe was dat in het begin voor jou om die switch te maken ?
Het voordeel was dat ik niet hoefde te schrijven. Ik las wat andere schreven en keek in eerste instantie of de zinnen klopten en of er spelfouten in stonden. Ik deed het basale eindredactie werk zeg maar. Gaandeweg ben ik meer gaan letten op de stijl. Dat is wel een groei geweest. Als ik daadwerkelijk was gaan schrijven zou ik dat lastiger hebben gevonden dan wat ik nu uiteindelijk doe, het redigeren van de artikelen.

Als je terugkijkt naar de eerste artikelen die je geredigeerd hebt en die vergelijkt met de artikelen die je nu binnenkrijgt, zie je dan verschil?
Als ik naar mezelf kijk, heb ik in de loop der jaren veel meer behoefte gekregen aan dingen waar geen mening aan hoeft te hangen. Ik denk dat POM Magazine wat dat betreft in een behoefte voorziet waar steeds meer mensen open voor staan. Er wordt al zoveel geschreven over de geopolitieke situatie waarvan we allemaal iets moeten vinden. Het is goed dat er een blad is dat geen mening heeft over sociaal maatschappelijke- en politieke ontwikkelingen en daarin eigenwijs is. Ik ben daarin meegegroeid. Regina is met haar idee van POM Magazine echt een voorloper geweest met een blad waar nu steeds meer behoefte aan is.

Is de focus van de artikelen in de loop der jaren veranderd?
De thema’s zijn gelijk gebleven maar de focus in de artikelen is meer naar de derde persoon verschoven. In het begin waren er meer verhalen vanuit de ik-vorm. Het zijn voor mijn gevoel nu meer verhalen over mensen. De columns zijn altijd van goede kwaliteit geweest. De interviews hebben een kwalitatieve groei doorgemaakt. Het lukt steeds weer om bij mensen interessante verhalen los te maken, mensen waarvan ik nog nooit gehoord had.

Is er een artikel dat bij jou is blijven hangen?
Het artikel over een Neon Reclame Museum in Warsaw is me echt bijgebleven. Ik had nooit gedacht dat je neon reclame kunt verzamelen om er vervolgens een themamuseum van te maken. Verder vind ik de columns van Zwaantje van Klaveren erg leuk. Misschien komt dat ook omdat Zwaantje net als ik, houdt van vogels kijken. Zij heeft eens een column geschreven waarin ze beweerde een middelste bonte specht gezien te hebben in een park in Rotterdam. Terwijl ik dat stuk redigeerde dacht ik, “Een middelste bonte specht in Rotterdam? Dat moet volgens mij de grote bonte specht zijn geweest.” Ik heb zelfs bij een bevriende vogelaar gecheckt en die dacht ook dat het bijna onmogelijk is om een middelste bonte specht in Rotterdam te zien. Toen heb ik in een opmerking aangegeven dat hier maar even grote bonte specht van gemaakt moet worden, want dat is wat geloofwaardiger. De columns die columnist  AAG in het begin voor POM Magazine schreef zijn me ook bij gebleven. Vooral de column Wat is het toch met Mini? Het is een hilarisch verhaal over mini rijders. Ik kreeg tijdens het redigeren gewoon de slappe lach.

Wat vind je naast de artikelen en columns, nog meer mooi aan POM Magazine?
Dat het er na 10 jaar nog steeds is, met een stabiele lezers groep die nog steeds groeit. POM Magazine heeft zich toch maar mooi staande weten te houden. Dat is een groot compliment voor iedereen die er aan meewerkt. Ik ben de afgelopen dagen het archief in gedoken. Wat opvalt is dat de columns en artikelen tijdloos zijn, ze zijn nog steeds leuk. Die tijdloosheid is de kracht van het tijdschrift denk ik.

Heb je wel eens artikelen binnengekregen die niet echt bij POM Magazine passen?
Nee, want Regina is daar heel strikt in, zij waakt daarvoor. Maar ik heb wel eens artikelen gehad met veel te veel ingewikkelde woorden. Ik probeer nooit een zin te herschrijven. Ik vind het belangrijk dat de teksten zoveel mogelijk blijven zoals ze zijn aangeleverd. Maar als ík al een zin niet begrijp dan zullen meer mensen die niet begrijpen. Dan plaats ik een opmerking in de tekst dat het te ingewikkeld is en soms met suggesties voor verbeteringen. En als ik toch een verandering aanbreng in een tekst dan mag je die eigenlijk niet doorhebben. Je moet als auteur het gevoel blijven houden dat het jouw artikel is.

Waarin zou POM Magazine de komende 10 jaar nog verder kunnen doorgroeien?
Ik denk dat ze gewoon moeten doorgaan op de ingeslagen weg. Mijn boodschap voor iedereen die voor POM Magazine werkt of dat in de toekomst gaat doen is “hou die dwarse blik”. Juist nu is er veel behoefte aan relativering in een wereld vol mooie ontwikkelingen in de kunst, cultuur, film, muziek, architectuur en mode. Ik vind het enorm leuk wat ik doe bij POM Magazine en hoop het nog lang te blijven doen. Ik kijk uit naar het 10 jarig feestje straks.